Drie Turkse moskeeën kregen vlak voor ramadan een onaangename brief – met de boodschap ‘stop met islamisering’
De Islamitische Stichting Nederland (ISN), een koepel van zo’n 150 Turkse moskeeën, heeft een opvallende brief ontvangen die werd verstuurd naar gebedshuizen in Leeuwarden, Groningen en Harderwijk. De brief, die vlak voor ramadan arriveerde, bevatte een duidelijke boodschap tegen wat de afzender ‘islamisering’ noemt.
De ISN heeft alle betrokken moskeebestuurders aangeraden om aangifte te doen bij de politie. Volgens een woordvoerder van de stichting is het niet ongekend dat moskeeën rondom islamitische feestdagen brieven krijgen – maar specifiek vlak voor ramadan is dat wel ongewoon. “Je doet gewoon een melding, en dan gaan ze weer door”, legt hij uit. Toch is het vervelend: “Je moet je energie juist gebruiken voor dingen die écht belangrijk zijn – niet voor zulke onnodige afleidingen.”
De politie is op de hoogte van de situatie. Bij de eenheid Oost-Nederland, die de melding uit Harderwijk behandelde, is nog steeds onduidelijk wie achter de brief zit. “Er is op dit moment geen informatie bij ons bekend over een direct gevaar”, zegt een woordvoerder. Ook de politie Noord-Nederland, verantwoordelijk voor Leeuwarden en Groningen, houdt de zaak scherp in de gaten. Ze zijn extra alert op nieuwe signalen rondom die locaties – maar tot nu toe is er volgens hen geen sprake van strafbare feiten.
Het is niet de eerste keer dat moskeeën in Nederland last krijgen van dergelijke acties. Afgelopen najaar ontvingen onder meer gebedshuizen in Rotterdam, Eindhoven, Arnhem en Den Haag haatbrieven – sommige zelfs besmeurd met een stof dat op bloed leek. En eerder al, in november, werden verscheurde korans achtergelaten bij een moskee in Emmeloord. Ook in oktober viel in Den Haag een verwarde vrouw een moskee binnen en gooide ze korans van de bovenverdieping naar beneden.
Als eerste op de hoogte van het laatste nieuws
Derde baby overleden in Frankrijk na gebruik van teruggeroepen babyvoeding
De Franse gezondheidsautoriteiten bevestigen dat het derde pasgeborene dat overleed, ook de betreffende babyvoeding had gedronken — dezelfde melk die eerder al werd teruggeroepen vanwege een gevaarlijke bacterie.
Alle drie de overleden kinderen hadden de besmette voeding gebruikt:
– Een 27 dagen oude baby overleed op 23 december,
– Een 14 dagen oude baby overleed op 8 januari,
– En nu is er een derde overlijdensgeval gemeld — ook bij een pasgeborene die de teruggeroepen melk had gekregen.
De betrokken producten zijn bepaalde soorten babyvoeding van Nestlé en Danone. Er werd Bacillus cereus aangetroffen, een bacterie die het gif cereulide kan produceren. Dat gif zorgt vaak voor hevige klachten zoals misselijkheid, braken, buikpijn en diarree — vooral gevaarlijk voor heel jonge baby’s met een nog onvolgroeid immuunsysteem.
Na de eerste meldingen heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een strengere grenswaarde voor cereulide in babyvoeding ingevoerd. Sindsdien moeten alle merken hieraan voldoen. Ook daarna volgden extra terugroepingen, onder andere van bepaalde Nutrilon-varianten.
Volgens de Franse omroep BFMTV zijn er in totaal veertien ziekenhuisopnames gemeld die mogelijk verband houden met deze voeding. Bij acht daarvan is bevestigd dat de baby’s de melk hadden gedronken. Gelukkig zijn al die kinderen inmiddels weer hersteld en thuis.
Nestlé verklaart dat het het derde overlijden actief onderzoekt. Danone wilde — zo meldt een nieuwssite — niet reageren op vragen van journalisten.
En dan is er nog het verhaal van Daphne: haar zoontje werd twee keer ziek nadat hij babyvoeding had gedronken waarin de schadelijke stof bleek te zitten. Zij vertelt haar ervaring onderaan het artikel.
Gisèle Pelicot: ‘Het was mijn rechtszaak, maar ook van al die andere vrouwen’
“Aanvankelijk wilde ik niet gezien worden, niet bekend zijn. Ik wilde me afzonderen, en dat heb ik een tijdje ook gedaan. Maar een proces achter gesloten deuren zou een enorm cadeau zijn geweest voor de daders.”
Dat zegt Gisèle Pelicot — de Franse vrouw wiens naam nu symbool is geworden voor moed, weerstand en collectieve bevrijding. In een eerlijk en rauw interview met Nieuwsuur vertelt ze over het proces dat Frankrijk op zijn kop zette: haar eigen verkrachtingszaak, waarbij ze — tegen alle verwachtingen in — recht in de ogen keek van de 51 mannen die haar jarenlang misbruikten, terwijl haar echtgenoot het regisseerde.
Ze werd geen anoniem slachtoffer. Ze koos ervoor om zichtbaar te zijn. Om te laten zien wat er gebeurde — in haar huis, onder haar dak, met haar lichaam als speeltuin voor andermans fantasieën. Vrouwen noemen haar een heldin. Een icoon. Een voorbeeld. Niet omdat ze ‘sterk’ was, maar omdat ze weigerde zich te verstoppen. Omdat ze besloot: de schaamte hoort bij de daders, niet bij mij.
“Als slachtoffer voel je je vies. Als modder die maandenlang aan je blijft plakken”
Pelicot werd bijna tien jaar lang door haar man gedrogeerd en verkracht — niet alleen door hem, maar ook door tientallen andere mannen die hij uitnodigde. Ze had al jaren last van black-outs en gynaecologische klachten, maar kreeg alleen zetpillen die niets oplosten. “Ik noem het mijn geluk”, zegt ze, “vergeleken met andere slachtoffers, dat er volop bewijs was. Er waren beelden. We hebben niet eens naar bewijs hoeven zoeken.”
In haar boek Ode aan het Leven — dat ook in het Nederlands verschijnt — beschrijft ze de eerste keer dat ze foto’s zag van wat er met haar gebeurde, op het politiebureau:
“Brigadier Perret pakte een foto. Een vrouw in een jarretelgordel lag op haar zij. Naast haar lag een zwarte man die haar penetreert. ‘Dat bent u.’ ‘Nee, dat ben ik niet.’
Hij gaf me een tweede foto. Dezelfde vrouw op haar rug, een man met tatoeages naast haar. ‘Dat bent u.’ ‘Nee.’
Ik herkende de personen niet. En de vrouw ook niet. Haar wang was zo slap. Haar mond zo levenloos. Ze leek wel een lappenpop.”
En toen kwamen de filmpjes.
“Ik opende de eerste. Ik zag de levenloze vrouw in het donker. Ik zag dat haar handen waren vastgebonden. Haar voeten ook.
Mijn advocaat stuurde nog een video. En nog een. Ik zag dat haar mond met geweld werd geopend. Ik zag haar naar adem snakken, stikken. En dat de echtgenoot en de verkrachter niet stopten. Ik zag beesten. Mijn lichaam als vuilnisbak voor zijn fantasieën.”
Haar hersenen konden het niet aan. Hoe kon de man met wie ze haar leven deelde tot zoiets monsterlijks in staat zijn? “Het verwoestte me.”
“Hun blikken waren bedoeld om me uit mijn evenwicht te brengen. Maar ik was degene die hun blik vasthield.”
Tijdens het proces zat Pelicot elke dag in de rechtszaal — terwijl de verdachten (mannen tussen de 22 en 70) vaak met capuchons of bedekte gezichten verschenen. Geen van hen gaf de verkrachting toe.
“Toen de rechter hen vroeg: ‘hebben jullie mevrouw Pelicot verkracht?’, was hun antwoord: ‘nee, want meneer Pelicot gaf toestemming’.
Meneer Pelicot had zelfs geëist dat ze hun handen met heet water wasten, geen parfum droegen en niet rookten. Ze wisten waarom ze naar mijn huis kwamen. Naar mijn slaapkamer. En niemand is naar de politie gegaan. Niemand.”
Het spreken in de rechtbank was ondraaglijk. “Ik werd bestookt door advocaten die me zonder medelijden vragen stelden. Want het slachtoffer is schuldig. Het slachtoffer is de beschuldigde. Dat moet veranderen.”
Maar buiten de zaal stond steun klaar — elke dag. Rijen vrouwen, soms honderden, stonden bij de rechtbank. “Er waren momenten van ontmoediging, maar als ik aankwam of wegging, was er altijd het applaus van die vrouwen. Dat vond ik ongelooflijk krachtig. Zonder hen had ik het nooit gered.”
“Ik denk dat ze zich herkenden in mijn verhaal. En ik denk dat het de strijd van al deze vrouwen was; het was mijn rechtszaak, maar het was ook die van hen.”
“Dit proces heeft vrouwen bevrijd. Daarvan ben ik overtuigd.”
Sinds de veroordeling van de 51 daders heeft Pelicot lang gezwegen. Nu breekt ze die stilte met haar boek en met dit interview — niet om te herhalen, maar om te delen:
“Tegenwoordig durven vrouwen te praten.”
“Ik wil mijn oude leven nu achter me laten. Ik heb zelfs een nieuwe liefde gevonden. Ook dat is een boodschap van hoop voor al die vrouwen die alles zijn kwijtgeraakt. Ik was volledig de weg kwijt, maar bouw mezelf weer op. Het leven is de moeite waard, we moeten die levensvreugde in onszelf bewaren.”
Vanavond in Nieuwsuur, om 22:00 uur op NPO2, is het hele interview te zien.
Zeeland trekt minder toeristen — en Nederlanders blijven vooral weg
Zeeland heeft vorig jaar minder vakantiegangers gekregen dan voorheen. Het aantal overnachtingen in de provincie daalde met zo’n 5 procent — terwijl het landelijk juist een lichte stijging kende. In vakantiehuisjes sliepen er zelfs 12 procent minder mensen dan het jaar ervoor. Campings doen het gelukkig nog steeds goed, blijkt uit de cijfers van het CBS.
Maar het grootste probleem zit hem in het aantal Nederlandse bezoekers: die gingen vorig jaar duidelijk minder vaak op vakantie naar Zeeland. En dat terwijl het weer eigenlijk best meeviel. Volgens Diana Korteweg Maris van het HZ Kenniscentrum Kusttoerisme is het échte issue dat Zeeland steeds minder wordt gezien als een plek waar het hele jaar wat te doen is.
Buiten de zomermaanden en de zonnige dagen is het aanbod vrij beperkt — en dat maakt de provincie kwetsbaar vergeleken met andere kustgebieden die ook iets te bieden hebben bij regen of wind. Ook de prijzen spelen een rol: ze zijn hoog, maar niet altijd in balans met kwaliteit en wat er precies te beleven valt. “Wanneer prijs, kwaliteit en aanbod niet op elkaar aansluiten, verliest Zeeland marktaandeel”, legt Korteweg Maris uit aan Omroep Zeeland.
En dan is er ook nog de vraag: waar blijft de vernieuwing? Het kenniscentrum constateert dat er de afgelopen jaren te weinig is geïnvesteerd in duurzaamheid én frisse ideeën. Veel ondernemers gingen er simpelweg vanuit dat de gasten toch wel kwamen — wat Korteweg Maris ‘een beetje nonchalant’ noemt. Daarnaast worden veel toeristische bedrijven ouder, en stoppen zonder dat er een opvolger is. Sommigen investeren wel, maar die inspanningen zijn nog te versnipperd om echt impact te maken op het totale beeld van Zeeland als vakantiebestemming.
Voor het komend jaar verwacht Korteweg Maris grote druk op de sector — vooral op het goedkopere segment. “Zeeland kan daarom niet achteroverleunen.”
Wesley W. hoort vrijdag zijn straf voor misbruik van twintig kinderen
Tien jaar lang heeft Wesley W. uit Helmond twintig jonge kinderen misbruikt — op school én bij zijn oppasplekken. De jongste slachtoffers waren pas twee jaar oud. Vrijdag hoort de 26-jarige precies hoe lang hij achter de tralies verdwijnt. Het Openbaar Ministerie (OM) eiste eerder vijftien jaar gevangenisstraf én tbs met dwangverpleging.
Tijdens het spreekrecht zei één ouder: “We hebben een monster in huis gehaald.” Dat zegt veel over de diepe wonden die Wesley heeft achtergelaten bij de families in deze gruwelijke Helmondse zaak. En het is nog schokkender als je bedenkt dat hij jarenlang ongestoord kon doorgaan — zowel op kindcentrum Mondomijn als bij zijn oppasadressen. Iedereen vertrouwde hem. Hij was een bekende vrijwilliger in de stad, en zelfs kinderen uit de klas liepen gewoon met hem mee. Toen het misbruik aan het licht kwam, was de schok daarom extra groot.
Wesley, die destijds als leerkrachtondersteuner werkte, fotografeerde en filmde de kinderen terwijl hij hen misbruikte. Daarnaast had hij op zijn telefoons, laptop en een externe harde schijf maar liefst 7.000 foto’s en 15.000 video’s met kinderporno — beelden die hij niet zelf maakte, maar via websites downloadde en daarna ruilde met anderen. Tegen de rechter verklaarde hij: “Het was om te kijken of ik met het fysieke misbruik zou kunnen stoppen.”
De misbruiksporen gaan al terug tot zijn tienerjaren: Wesley begon toen hij pas vijftien was. Zijn jeugd was zwaar — onder meer door het vroegtijdig overlijden van zijn zusje, een gehandicapt broertje en een zieke moeder. Tijdens de rechtszaal kwamen vreselijke details naar boven: hoe hij kinderen in de klas liet ‘wiebelen’, hoe hij ze ‘kriebelde’, hoe hij over hun onderbroekje wreef of met zijn vingers hun geslachtsdelen aanraakte — soms zelfs zo ver dat meisjes hem moesten aanraken. Volgens hem ging het altijd om de opwinding.
De rechter noemde eerder dat Wesley een duidelijke voorkeur had voor meisjes tussen de zes en tien jaar — maar er was ook een slachtoffer van maar twee jaar oud. “Zij zat nog in de luiers,” zei de rechter destijds.
Wesley heeft al bijna al het misbruik toegegeven — op één slachtoffer na. Hij heeft herhaaldelijk aangegeven diep spijt te hebben: “Ik heb heel veel medeleven vanuit de grond van mijn hart. Het spijt me heel erg, echt heel erg. Dit had nooit mogen gebeuren.”
Psychologisch onderzoek wees diverse stoornissen bij hem op. De slachtoffers bleven tijdens het proces zorgvuldig anoniem — geen namen, alleen codes. En toch blijkt de impact op hen onvoorstelbaar groot. Zo vertelde de officier van justitie dat één kind zei: “Ik heb spijt dat ik met de politie heb gepraat, want nu zie ik meester Wesley nooit meer.” Een ander kind vroeg zich af of Wesley wel lekker te eten krijgt in de gevangenis. “Dit breekt toch je hart?”, zei de officier.
Wesley zit al bijna anderhalf jaar in voorarrest. Vrijdag wordt bekend hoe lang hij nog in de cel moet blijven — en of er daarnaast ook een tbs-behandeling komt.
De Kempenoptocht: Champions League van carnaval rijdt weer door Hapert
Binnenkort is het weer zover: de Kempenoptocht trekt opnieuw door de straten van Hapert — en ja, dat is écht de Champions League van carnaval. Denk aan een rijdende feesttent vol kleur, hoempa, creativiteit en pure bravoure. Vanuit dorpen over heel de Kempen komen de beste wagenbouwers, loopgroepen en themawagens naar Hapert om te strijden om de Narrenkap. Voor de 36e keer alweer — en elke keer wordt het feest groter, vrolijker en indrukwekkender.
Hoe begon het allemaal? Niet met een groot plan, maar met een paar ideeën in een kroeg. In 1989 zaten twee bestuursleden van CV de Pintewippers te fantaseren: wat als we de mooiste carnavalswagens uit de regio eens bij elkaar haalden — niet in hun eigen dorp, maar in Hapert? Eén optocht, één dag, één grote Kempenfeestdag. “Samen waren ze aan het pionieren”, vertelt Jan Schilders, oud-voorzitter van de Kempenoptocht. “Er moest geld bij, vergunningen, enthousiaste deelnemers… en natuurlijk een geschikte dag.”
En die dag werd maandag. Waarom? Omdat zaterdag en zondag al vol zaten met andere optochten — en dinsdag was al bezet door Budel. Maandag bleek de blinde vlek… en dus de perfecte kans. Niet iedereen was blij: in Hooge Mierde, waar de optocht ook op maandag liep, baalden ze flink. Het publiek bleef weg, wagens reden liever naar Hapert dan mee in hun eigen dorp — en uiteindelijk verplaatsten ze hun optocht gewoon naar carnavalszondag.
De jaren gingen voorbij, en de Kempenoptocht groeide uit tot een must-see. Wagens uit Casteren, Netersel, Bladel, Oirschot, Son en Breugel reisden af naar Hapert. Een wagen uit Son had zelfs eerder de eerste prijs én de publieksprijs gewonnen in meerdere steden — waaronder Eindhoven. “Kat in het bakkie”, dachten ze, en besloten mee te doen in Hapert. Resultaat? Vijftiende plaats. “Ik dachten dat wij konden bouwen, maar als ik zie wat er in Hapert meerijdt… ongelofelijk”, kregen de organisatoren te horen.
Maar de Kempenoptocht is méér dan een stoet met wagens die langsrijden. Het is rijdend theater: elk wagentje heeft een eigen verhaal, muziek, typetjes en kleine optredens. Elke paar meter stopt de stoet even — de loopgroepen treden op, de straat wordt een openluchtpodium, en het publiek klapt, lacht en zingt mee.
Voor tienduizenden bezoekers is het de perfecte schuimkraag op het carnavalsbiertje: een sensatiefeest voor ogen, oren én hart. Mensen komen van ver — soms zelfs van boven de rivieren — en vakantiehuisjes bij park Vennenbos zijn maanden van tevoren al volgeboekt.
“Dit is de traditionele manier van carnaval vieren zoals wij ermee zijn opgegroeid”, zegt Herwin Jansen, huidige voorzitter, met een brede glimlach. “Geen poespas, gewoon samen langs de kant van de straat of in de kroeg. Verbroedering onder de mensen — daar draait het om. Oude vrienden die je soms een jaar niet hebt gezien, kom je hier weer tegen. Even een biertje, een arm om elkaar heen, gezellig bijpraten. Dat is voor ons het echte carnaval.”
