Met draagbare kunstnier wil Nierstichting patiënten weer vrijheid geven
Er is goed nieuws voor mensen met ernstige nierproblemen! Binnen een paar jaar zouden zij veel meer vrijheid kunnen krijgen om te gaan en staan waar ze willen. De Nierstichting heeft namelijk een groot doel: de eerste draagbare dialysemachine op de markt brengen. Dit zou een einde kunnen maken aan de situatie waarin duizenden patiënten voor de rest van hun leven vastzitten aan hun huis of het ziekenhuis.
Het leven met een vaste kunstnier
Op dit moment moeten ongeveer 5000 mensen in Nederland, om in leven te blijven, drie keer per week naar het ziekenhuis voor een urenlange behandeling: hemodialyse. Hierbij wordt hun bloed gezuiverd door een grote, niet-verplaatsbare machine. Dit voelt voor veel patiënten als een soort huis- en ziekenhuisarrest. Simpele dingen zoals op vakantie gaan of familie in het buitenland bezoeken, worden een enorme logistieke uitdaging. Alles moet weken van tevoren geregeld worden, zodat er een plek is in een lokaal ziekenhuis.
De oplossing: een kunstnier in een koffer
Daar komt hopelijk snel verandering in. In het UMC Utrecht zijn ze al begonnen met klinische studies om een nieuwe, draagbare kunstnier te testen. Het bijzondere? Deze ‘Neokidney’ past in een rolkoffer en kan dus in principe overal mee naartoe. Voor patiënten zou dit betekenen dat langdurig reizen of langer wegblijven geen onmogelijke opgave meer is.
Tom Oostrom, directeur van de Nierstichting, zegt hierover: “En dat betekent straks echt een enorme verbetering van de kwaliteit van leven.” De trots is goed te horen, en dat is niet voor niets. Het was de patiëntenorganisatie zelf die dit innovatieproject ruim twaalf jaar geleden in gang zette. “We merkten dat de grote fabrikanten niet echt gemotiveerd waren om kleinere, draagbare kunstnieren te maken. Dus besloten we het heft in eigen handen te nemen.”
In de voetsporen van een Nederlandse pionier
Met dit initiatief loopt de Nierstichting in de voetsporen van de beroemde Nederlandse arts en uitvinder Willem Kolff. Hij ontwikkelde in 1945 de allereerste dialysemachine en redde daarmee levens. Later probeerde Kolff ook een draagbare versie te maken, maar de technologie was toen nog niet ver genoeg. Oostrom vertelt: “Ongeveer twintig jaar geleden, toen hij al op hoge leeftijd was, moedigde Kolff ons aan om het zelf te proberen. Volgens hem was de technologie er eindelijk klaar voor.”
Van plan naar prototype
De Nierstichting ging samen met TNO op zoek naar de juiste partners en vond die in bedrijven uit Singapore en Zwitserland. Samen richtten zij het bedrijf Nextkidney op. De eerste prototypes zijn al getest op patiënten in Frankrijk, in samenwerking met het UMC Utrecht. De resultaten waren zo positief dat drie grote zorgverzekeraars – CZ, Menzis en Zilveren Kruis – financiële steun hebben toegezegd om het apparaat echt op de markt te brengen.
De grote testfase is begonnen
Dit jaar begint een cruciale testfase. Ongeveer vijftig patiënten in Utrecht, Brussel en Caen (Frankrijk) gaan het apparaat uitgebreid testen. Karin Gerritsen, internist-nefroloog in het UMC Utrecht en hoofdonderzoeker van de studie, legt uit: “Waar we eerst kort testten in het ziekenhuis, gaan we nu kijken hoe het werkt als patiënten het thuis, en langer, gebruiken. We meten alles: wordt het bloed goed gezuiverd? Wordt vocht goed afgevoerd? Zijn er bijwerkingen? Wat doet het met de bloeddruk en andere waarden? Uiteindelijk voeren we zeker duizend behandelingen uit voor onze beoordeling.”
Toekomstmuziek: meer vrijheid en wereldwijde hulp
Als de resultaten goed zijn, wil Nextkidney zo snel mogelijk toestemming krijgen in Europa en de VS. In Nederland zal de draagbare kunstnier naar verwachting gewoon vergoed worden door de zorgverzekering. Men hoopt dat dit al in 2027 of 2028 het geval is. Naast meer vrijheid voor patiënten, scheelt het ook in zorgkosten omdat er minder medisch personeel nodig is.
Directeur Tom Oostrom ziet zelfs mogelijkheden ver buiten de landsgrenzen: “Denk aan hulpverleners in rampgebieden. Na de tsunami in Japan was dialyse op sommige plekken onmogelijk. Elke minuut telt dan. Met een draagbare kunstnier wordt het veel makkelijker om in zulke crisissituaties toch levensreddende zorg te bieden.”
Duurzaam energietekort dreigt Nederland miljarden te kosten
Het gaat niet goed met de groei van duurzame energie in ons land. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) wees hier al eerder op. Maar naast het klimaatprobleem is er nog een groot risico: het niet halen van de Europese groene stroomdoelen kan Nederland ontzettend veel geld gaan kosten.
We hebben al een voorproefje gehad. In 2020 moesten we bijvoorbeeld al 200 miljoen euro betalen aan Denemarken, omdat we onze eigen klimaatdoelen niet haalden. Dat komt door een speciale EU-regel: landen die te weinig duurzame energie opwekken, kunnen een overschot van een ander land ‘kopen’ om aan de norm te voldoen.
Onderzoeksbureau Ecorys heeft nu, in opdracht van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), berekend wat ons in de toekomst te wachten staat. De rekening kan in 2030 en de jaren daarna oplopen tot wel 2,6 miljard euro. Het PBL voorspelt namelijk dat we in 2030 maar 32% duurzame energie zullen hebben, terwijl de Europese afspraak op 39% ligt.
Het probleem wordt alleen maar groter. Waar we in 2020 nog relatief makkelijk een overschot in Denemarken konden vinden, zal dat in 2030 veel lastiger zijn. Andere landen hebben dan zelf weinig over, waardoor de prijzen om dat tekort aan te vullen flink stijgen.
“Ontzettend zonde van het geld”
“Het is ontzettend zonde van het geld,” zegt NVDE-voorzitter Olof van der Gaag. “Want je krijgt er niets voor terug als Nederland.” Hij benadrukt dat er, los van het klimaat, dus een hele sterke financiële reden is om de komende vier jaar extra te investeren in zon en wind. Doen we dat niet, dan voldoen we volgens de prognoses pas in 2034 aan de afspraken.
Die Europese doelen zijn overigens nog strenger geworden na de energiecrisis in 2022, om minder afhankelijk te worden van bijvoorbeeld Russisch gas.
Wind op zee loopt vast
Nederland kan grote stappen zetten met meer windparken op de Noordzee. Een paar jaar geleden leek dat goed op gang te komen, maar nu stokt de bouw. Redenen zijn gestegen kosten en onzekerheid over wie de stroom straks gaat afnemen. Dit jaar geeft de overheid daarom weer subsidie voor wind op zee, maar het budget is beperkt.
Van der Gaag roept het nieuwe kabinet dan ook op tot actie: “De subsidies voor het verduurzamen van woningen en voor de productie van duurzame energie moeten worden uitgebreid. En er is extra geld nodig voor wind op zee en voor de verduurzaming van de industrie.”
Ook energiebesparing blijft achter
Naast meer groene stroom opwekken, moeten we ook minder energie verbruiken. Europa eist een besparing van 26,4%, maar Nederland dreigt te blijven steken op 21,5%. “Dus we moeten er ook voor zorgen dat we huizen sneller gaan isoleren en dat we elektrische auto’s stimuleren, want die gaan veel efficiënter om met energie dan benzineauto’s,” aldus Van der Gaag.
Hoop op het nieuwe kabinet
Waar het vorige kabinet klimaatbeleid niet hoog op de agenda had staan, is de NVDE voorzichtig optimistisch over de nieuwe ploeg. “Ik geloof eigenlijk dat Jetten, Bontenbal en Yesilgöz echt gemotiveerd zijn voor de energietransitie. De een misschien wat meer vanwege het klimaat, de ander meer vanwege onafhankelijkheid en kansen voor bedrijven. Maar ik geloof dat zij wel van plan zijn hier werk van te gaan maken.”
Er wordt eind deze maand meer duidelijk verwacht over de plannen van het minderheidskabinet. Dan zal ook blijken of er extra geld voor klimaatbeleid komt, en hoeveel.
Broer van omgekomen agent deelt zijn verhaal: “Het beeld van de politie is voor mij veranderd”
Het was oktober 2020 toen politieagent Jeroen Leuwerink uit Asten tijdens zijn avonddienst om het leven kwam. Hij werd geraakt door een auto. Stel je voor: wat verandert er als je broer zomaar uit het leven wordt gerukt? Martijn Leuwerink vertelt er openhartig over in de podcast ‘Ode Aan Mijn Broer’. ‘Nu ben je weg, verdwenen na een heldendaad. Je leven gedroomd en een aantal dromen geleefd’, schreef hij in een gedicht.
Na het verlies van Jeroen wilde Martijn iets voor zijn broer betekenen. In 2023 bracht hij een gedichtenbundel uit. “Door deze podcast ben ik die bundel weer gaan lezen. Toen besefte ik dat ik ‘m al anderhalf jaar niet meer open had gedaan”, vertelt hij. In de podcast praat maker Iris Schut met Martijn over zijn gedichten en de moeilijke tijd na de dood van zijn broer. Iris weet zelf hoe dat voelt; ze verloor haar broer bij een steekpartij toen hij een ruzie wilde sussen.
Zwaailichten als waarschuwing
Die avond was Jeroen met een collega aan het werk. Op de N270 bij Nuenen wilden ze een aangereden das van de weg halen. Ze hadden hun zwaailichten aan om ander verkeer te waarschuwen. Toen Jeroen een schop uit de kofferbak wilde pakken, ging het vreselijk mis. Een bestuurder uit Helmond was afgeleid door zijn mobiel en reed in op de politieauto. Jeroen overleefde het niet, zijn collega raakte zwaargewond.
Een ander beeld van de politie
Voor Martijn is in de afgelopen jaren het beeld van politieagenten veranderd. “Het wordt vaak als vanzelfsprekend gezien dat ze ‘gewoon hun werk doen'”, zegt hij. “We staan er denk ik niet altijd bij stil wat zij daarvoor over moeten hebben.” Zijn broer wilde de weg vrijmaken voor de veiligheid van een ander, maar die taak werd hem fataal. “Hij deed dat ook zodat de man die op zijn telefoon zat, veilig verder kon rijden.”
Het ongeluk heeft bij Martijn persoonlijk diepe sporen nagelaten. Hij kreeg bijvoorbeeld een gevoel van kwetsbaarheid in het verkeer. “Elke keer als ik ergens naartoe fietste, keek ik stiekem achterom. Zit er een auto achter me? Let de bestuurder wel op?”
Moeite met snelheid maken
Met name autorijden op de snelweg was lang moeilijk voor hem. Het was een grote stap om weer snelheid te maken. “Die man reed 83 kilometer per uur toen hij mijn broer doodreed. In het begin kon ik echt niet harder dan 83 rijden, omdat je weet wat voor een klap zo’n snelheid geeft”, legt hij uit.
Martijn hoopt dat zijn broer trots zou zijn op hoe hij verder is gegaan. Dat besef kwam ook toen hij besloot zijn bundel ‘Levenslang’ te schrijven. “Als ik hem straks weer zie, wil ik tegen hem kunnen zeggen: moet je eens zien wat ik ervan gemaakt heb. Voor jou.”
Gezinnen raken honderden euro’s per maand kwijt als kind 18 wordt
In het eerste kwartaal van 2025 kregen bijna 200.000 17-jarigen nog kinderbijslag. Daarnaast ontvingen zo’n 105.000 gezinnen met een thuiswonende 17-jarige het kindgebonden budget. Maar als je kind 18 wordt, stoppen deze inkomsten opeens. Dat kan een flinke financiële klap zijn voor het hele gezin.
Nieuwe toeslagen, zoals zorgtoeslag, dekken lang niet altijd de hogere kosten die erbij komen kijken. Vanaf hun 18e moeten kinderen namelijk zelf een zorgverzekering betalen en vaak ook school- of collegegeld. Vooral voor een alleenstaande ouder in de bijstand kan de schade groot zijn. Als het jongste kind 18 wordt en gaat studeren aan het hbo of de universiteit, verliest zo’n huishouden bijna 720 euro per maand. Ze raken niet alleen de kinderbijslag en het kindgebonden budget kwijt, maar ook het extra bedrag voor alleenstaande ouders daar binnen. Bij een mbo-studie is het verlies nog steeds fors: 309 euro per maand.
En dat terwijl ouders tot het 21e levensjaar van hun kind wettelijk verantwoordelijk blijven voor de kosten van levensonderhoud en studie. De kosten gaan dus niet opeens omlaag, terwijl de inkomsten wel een flinke duik nemen.
Ook gezinnen met hoger inkomen voelen de pijn
Het is niet alleen een probleem voor gezinnen met een laag inkomen. Ook huishoudens die ruim boven het sociaal minimum zitten, gaan er financieel op achteruit. Het verschil is vaak dat zij meer reserves hebben om dit gat op te vangen. Toch kan het leiden tot spanning en geldzorgen, omdat inkomsten zoals studiefinanciering vaak direct op de rekening van het kind worden gestort en niet in het gezinsbudget terechtkomen.
Mattias Gijsbertsen, directeur van het Nibud, zegt hierover: “Er zijn gezinnen die deze inkomsten niet missen. Maar we zien ook huishoudens die dit geld, en soms zelfs het inkomen uit de bijbaan van hun 18-jarige, hard nodig hebben om de vaste lasten te kunnen betalen.”
Extra druk door woningmarkt en toeslagen
Uit onderzoek blijkt dat maar liefst 87% van alle 18-jarigen nog thuis woont, vaak tot hun 24ste vanwege de overspannen woningmarkt. Dit thuiswonen brengt ook nieuwe financiële dynamiek met zich mee. Als een gezin in een huurhuis woont en huurtoeslag krijgt, kan het bijbaantje van de 18-jarige er bijvoorbeeld voor zorgen dat de ouders minder toeslag ontvangen.
Wat doen gezinnen om het op te vangen?
Het Nibud sprak met ouders over hun oplossingen. Veelvoorkomende strategieën zijn:
* Meer uren gaan werken.
* De uitgaven kritisch onder de loep nemen en aanpassen.
* Grote aankopen uitstellen.
* Kostgeld vragen aan het inwonende kind.
Auto in brand gestoken in Vlijmen
Een auto is woensdagavond rond half negen volledig uitgebrand aan de Curielaan in Vlijmen. De brandweer kreeg de melding iets voor half negen binnen. Toen ze aankwamen, stond de geparkeerde auto aan de achterkant al in de fik. Hoewel de brandweer de vlammen snel onder controle had, was de auto aan de achterzijde al niet meer te redden en brandde die volledig uit.
Alles wijst erop dat het brandstichting was. De politie vond in de buurt van de auto zelfs een fles met een brandbare vloeistof. Die fles is meegenomen voor sporenonderzoek. Gelukkig konden een paar andere auto’s die vlakbij stonden nog op tijd worden weggehaald, dus de schade bleef beperkt tot die ene wagen.
Kan ik mijn kind nog wel laten logeren? Barendrechtse zaak zet ouders aan het denken
Het is een scenario waar de meeste mensen al buikpijn van krijgen als ze het horen. Laat staan dat het je eigen kind overkomt. Mels van B. (46) wordt verdacht van het seksueel misbruiken van tientallen meisjes. Sommigen van hen zouden door hem zijn gedrogeerd en vervolgens misbruikt terwijl zij sliepen. Dat zou zijn gebeurd als zij in Van B.’s huis of bij hem op de camping logeerden. B. heeft volgens het OM ook opnames van kinderen gemaakt en zou een enorme hoeveelheid kinderporno in bezit hebben gehad. Het Openbaar Ministerie noemt het ‘een van de grootste zedenzaken’.
Er zijn zes dagen voor de rechtszaak uitgetrokken. Vandaag maakt zeker één slachtoffer gebruik van het spreekrecht. Ook komen ouders van slachtoffers aan het woord. Begin deze week deden twee ouders al hun verhaal tegenover RTL Nieuws.
Ouders in paniek: “Laat je kind nooit logeren!”
Het Centrum Seksueel Geweld zegt naar aanleiding van de Barendrechtse zedenzaak vragen van ouders te krijgen over wat ze kunnen doen om te voorkomen dat hun kind seksueel wordt misbruikt. Dat ‘buikpijngevoel’ blijkt ook uit de reacties op de berichtgeving van RTL Nieuws over de zaak. Vooral het logeren is een heikel punt.
“Vertrouw niemand, en laat je kind nooit logeren!”, schrijft bijvoorbeeld een moeder op de Instagrampagina van RTL Nieuws. “Daarom laat ik mijn kinderen nooit ergens anders slapen, zelfs niet op schoolkampen”, reageert een ander. “Persoonlijk vind ik logeren zelfs op latere leeftijd niet verstandig”, voegt iemand toe. Of: “Al is het hun eigen oom, oma of opa. Nergens! Punt!”
Ook elders online gaan video’s rond waarin ouders vertellen waarom hun kind nooit ergens anders mag slapen. “Misschien vind je me vet overbezorgd”, legt influencer Nira van Dijk bijvoorbeeld uit aan haar duizenden volgers. “Wanneer kinderen slechte dingen overkomen is dat bijna nooit door een wildvreemde. Het is altijd een bekende.”
Een slachtoffer aan het woord: “Het kan ook in je eigen huis gebeuren”
Mandy Sleijpen, directeur van Stichting Wij zijn M, werd van haar achtste tot haar veertiende seksueel misbruikt door haar opa. Dat gebeurde óók toen zij bij hem logeerde. Toch denkt ze nooit: hadden mijn ouders dat maar nooit toegestaan. “Ik had vooral gewild dat mijn ouders er eerder van op de hoogte waren geweest”, vertelt ze aan RTL Nieuws.
Ook Sleijpen ziet de reacties van ouders over het toestaan van logeren, en worstelt ermee. “Ik snap de angst”, legt ze uit. “Ik zou er ook voorzichtig mee zijn. Maar het punt is dat je nooit weet waar of door wie het gebeurt. Het kan ook in je eigen huis gebeuren. Dat heeft dan niets te maken met wel of niet logeren.”
Bovendien vindt ze dat de schuldvraag op deze manier bij ouders wordt gelegd. Victim blaming, wordt dat genoemd. “Maar je moet niet vergeten dat ook die ouders slachtoffer zijn, dat het een heel gezin aangaat. Ja, je moet altijd opletten. Maar in mijn geval had jarenlang niemand het door, terwijl het om mijn opa ging. Dus ook als je een extra oogje in het zeil houdt, kan het gebeuren.”
De cijfers: gemiddeld twee kinderen per klas
Op de website van het Centrum Seksueel Geweld wordt uitgelegd dat exacte cijfers van kindermisbruik in Nederland er niet zijn. “Veel kinderen laten namelijk niet merken dat ze worden misbruikt. Omdat ze bedreigd worden, bang zijn, zich schamen voor het misbruik. Of omdat ze nog te jong zijn om erover te kunnen vertellen.”
Volgens de organisatie zwijgen slachtoffers er gemiddeld 13,5 jaar over. Wel werd jaren geleden een schatting gemaakt van hoeveel kinderen in Nederland slachtoffer zijn. Toen bleek dat per basisschoolklas gemiddeld twee kinderen in aanraking komen met seksueel misbruik.
Wat kun je als ouder wél doen? Praten, praten, praten
Als ouder voorkomen dat je kind nooit zoiets gruwelijks overkomt, kán eigenlijk niet, is Sleijpens boodschap. Dat zegt ook Ellen de Ruiter van het Centrum Seksueel Geweld. “Je kunt het nooit helemaal voorkomen, want je kunt je kind niet vastbinden in huis”, legt De Ruiter uit. “Het gebeurt echt niet alleen bij logeerpartijtjes. Dan zou je kind niet meer naar de voetbal, naar paardrijles of de scouting kunnen. Een kind moet kind kunnen zijn.”
Zorgen dat het snel wordt opgemerkt ás het gebeurt, kan wel. Beide experts zeggen dat je er als ouder vooral voor moet zorgen dat je kind het durft te vertellen aan een volwassene, als er sprake is van misbruik.
“Bespreek het met je kinderen. Het is belangrijk dat ze begrijpen wat wel en niet mag. Een jong kind heeft geen idee wat misbruik is. Leg uit: alles wat onder je ondergoed zit is alleen van jou.”
“Heb het niet alleen over die enge man in de bosjes”, zegt ook Sleijpen. “Realiseer je dat het vaker gebeurt dan we denken, juist ook door mensen die dichtbij staan. Leg uit dat als zoiets gebeurt met iemand die je kinderen lief vinden, dat het dan ook belangrijk is dat ze het vertellen.”
Volgens Sleijpen kun je daar niet vroeg genoeg mee beginnen. “Hele jonge kinderen kun je al vertellen dat niet iedereen zomaar aan hun lichaam mag zitten. Er zijn ook veel boekjes die je erover kunt voorlezen. Of leg uit wat het verschil is tussen een leuk geheim en een niet-leuk geheim.”
Wat gebeurt er verder in de rechtszaak?
Aanstaande vrijdag wordt de strafeis verwacht in de Barendrechtse zedenzaak.
