Theo Bos trekt richting België: sprinttoppers onder zijn hoede

Geen Schotse tongval meer op de Belgische baan, maar straks keigoede Nederlandse tips: Theo Bos neemt de leiding over de snelste renners van onze zuiderburen. De vijf keer wereldkampioen veldrijden op de baan komt over van de Nederlandse BMX-ploeg en schuift in de plaats van Jonathan Mitchell, die om persoonlijke redenen de handdoek in de ring gooide.

Van BMX-piste naar Belgische bank

Bos hing zélf tot vorige maand de aanwijzingen uit in de BMX-wereld, maar een bezoek aan het WK voor junioren in Apeldoorn deed de kriebels terugkomen. “De geur van baanlak, dat geronk van natte banden … ik wil weer met volle bak meedenken over starts, lijnen en kopje-kopje-trucjes.”

De oud-renner (drie keer de beste sprintkanon ter wereld tussen 2004 en 2007) was eerder al drie jaar aan de slag in China als bondscoach. Bij de Belgen combineert hij nu twee dingen die hij miste in de BMX-scene: echte trainer-ervaring én directe invloed op sportieve en tactische ontwikkeling.

Geen mirakels op dag één, wel een duidelijk plan

Zijn missie? Een regelrechte sprintcultuur neerzetten. “Denk kalm opbouwen, niet gelijk met de billen bloot,” lacht Bos. “We hebben alles wat je nodig hebt: strakke faciliteiten, een dosis goesting én bergen talent.” Daarbij wijst hij naar de gloednieuwe piste in Zolder, gebouwd twee jaar geleden. “Zoiets trekt jonge rakkers als een peperkoekhuisje.”

Voorganger Mitchell legde al een stevig fundament; Bos hoeft vooral te verfijnen. “De junioren en het talent onder 23 lopen al voorin. En met Nicky Degrendele – oud-wereldkampioene uit 2018 én verse mama – heb je nog een kanon dat denkt: ik wil terug naar de wereldtop.”

Bekijk origineel artikel

Trager dan ik wil, maar stappen in de goede richting

Femke is inmiddels al een paar maanden druk bezig met haar nieuwe speeltuin: de 800 meter. En zoals het betaamt bij een mega-overgang, is het nog wat zoeken.

Schrijf het op, dames

Om niet te hard van stapel te lopen (letterlijk), krijgt ze er met regelmaat een haast mantra-achtige waarschuwing van haar coach Laurent op de fiets: “Trager! Trager!” Om dit niet te vergeten, noteert ze het krachtterm én de regel “Luister goed naar de coaches” op haar hand. Die notitie houdt haar mentaal bij de les elke training.

Van hordes naar rondjes op Zuid-Afrikaanse hoogvlakte

Ze zit er pittig bovenop in Potchefstroom: zonnetje erbij, hoogtestage in, en tóch is het wennen. “Het voelt soms alsof ik achteruit aan het lopen ben,” lacht ze. In plaats van 30 seconden vol gas geven, moet ze nu 2 minuten plus haar motor in cruise control zetten. Voor een 400 hordespecialiste is dat natuurlijk omschakelen, al slaat haar enthousiasme nooit om in ergernis: “Het onbekende is spannend én leuk.”

Kilometers tellen, topatleet in opleiding

Waar vroeger eens korte, explosieve blokjes stonden, tikt ze nu 40-55 kilometer per week aan. Ook al klinkt dat voor échte duurkanonnen als notoire am-kwartiertjes, voor Femke is het een halve marathon extra vergelken met vroeger. “Vroeger was altijd sprinten, nu is het constant bedwingen van die sprinter in mij.” Maar opboksen tegen dat innerlijke stoplicht levert ook vreugde op: “Ik had nooit gedacht dat ik een rondje ‘gewoon rennen’ al zo chill zou vinden. Lekker m’n hoofd leegmaken!”

Geen wedstrijd in zicht – en dat is nu precies de bedoeling

Haar eerdere palmares (WK- en EK-titels, olympisch eremetaal) gaf haar de moed om toch nu het grote avontuur aan te gaan. “Bewust geen 400 horden op het WK; ik wilde op tijd overstappen.” Wanneer ze haar debuut maak op de 800 “zien we wel”, zegt ze nuchter. “Niet meteen megatijd, maar wel technisch, aerobisch én mentaal aan alle kanten klaargezet.”

Tactisch spel op de baan

Eenmaal op de baan wacht een nieuwe stripboekscene: vrouw tegen vrouw, binnen- en buitendraaien, 600 meter spookrit nog voor de bel. Ze kijkt er naar uit, want racen in binnenbanen en achtervolgens op eigen tempo is voor haar gloednieuw.

Snelheid bewaren, horden-liefde ligt op de lange baan

Haar power blijft een troef: “Voor de 400 was dat mijn pijnpunt, nu mijn pluspunt.” Al let ze op om het explosieve niet volledig in te ruilen voor diepgang, al duiken er nog dezelfde krachtsessies in de sportschool. Of ze ooit teruggaat naar de horden? “Die optie blijft altijd bestaan, maar nu: gewoon nog meer 800 meter-ervaring sprokkelen.” Kortom: Femke heeft de tijd, kiest voor het avontuur en rent stap voor stap richting haar nieuwe favoriete afstand.

Bekijk origineel artikel

Deze man is er twintig keer bij en krijgt nog steeds geen genoeg: de pech-avonturen van Marcel Snijders

Navigator Marcel Snijders (58) uit Neerkanten draait inmiddels aan zijn twintigste Dakar – en dat is nog altijd geen garantie voor een ontspannen ritje. “Iedere etappe gooit weer iets nieuws in de groep,” lacht hij, terwijl hij een blauwe plek betast. “Deze editie is er eentje van ‘bam, een steen’.”

Een stofwolk, een steen en een waterslang met een nieuw jasje

Tijdens de zevende etappe hing Snijders achter een vrachtwagen toen die een stofmuur optilde. “Je ziet niks, Janus (van Kasteren, red.) ziet niks, en opeens hoor je dat droge metaal-geluid: klink, klaar.” Onder het chassis spatte alles uiteen, waaronder de waterslang. “Gat erin? Geen probleem – vloeibaar aluminium erop, tape eromheen en hopen dat het koel blijft. We kwamen pas middernacht het bivak in.”

Vier wielen, veertig pechverhalen

Het stof-maatje incident is amper een top-3-moment dit jaar. “Eerst ging de auto over de kop, daarna tel ik geen banden meer – het zijn er te veel. De enige dag zonder mankementen was de proloog; daarna was er elke keer wel iets dat piepte, kraakte of gewoon afbrak.” Het starten in de achterhofte betekent elke ochtend weer stuifmeel voor het ontbijt. “Logisch dus dat je daarna weer stenen vangt.”

Teamgenoot Michel Becx: game over

Even verderop in dezelfde etappe liep ploegmaat Michiel Becx tegen een even grote (of kleinere) steen. “Zijn rally eindigde daar, wij konden dankzij het serviceteam nog verder. Balen, want Michiel had net een goede rit te pakken.”

Twintig rallies, zes finishes op de motor, één truck-overwinning

Snijders reed eerder op een motor, in een truck, in een buggy en nu voor de zesde keer als navigator in een wagen. De overstap naar de T1+-klasse met juist Van Kasteren levert herinneringen op aan hun monsterzege in 2023, maar voorlopig dus ook aan ellende. “We hebben al zonder voorruit gereden; dat scheelt gelijk in oogdruppels,” grapt hij. “Zolang het stof maar de echte vijand blijft.”

Thuis kijken > ter plekke zweten

De liefde blijft overeind, zelfs als de schroevendraaier in ruststand sneller draait dan de auto. “Veel mensen vragen: ‘Waom doe je dit?’ Tja, als je thuis de beelden terugkijkt en je hoort die motoren, krijg je meteen weer zin om terug te gaan. Op dat moment vergeet je alle losgerammelde bouten.”

Bekijk origineel artikel

Tegenpolen achter het stuur: hoe opposites elkaar jagen in de Dakar-droom

Ze zijn elkaars complete tegenstelling: Paul Spierings uit Sint-Michielsgestel kan wel twintig woorden per minuut praten en droomt hardop van minstens drie dagzeges. Zijn co-piloot Jan Pieter van der Stelt uit Werkendam is kalm, ingetogen en hoopt stiekem op die ene perfecte etappe. Maar zodra de motoren brullen en het zand in het rond vliegt, zijn ze één.

Paul laat er geen twijfel over bestaan: hij gaat voor een nieuwe toptijd. Vorig jaar pakte hij al twee dagzeges, dus waarom nu geen derde? De andere jongens in het uitgebreide team (meer dan vijftig mensen, een monsterploeg dus) geven alles en hij zet de laatste versnelling in. Jan Pieter kijkt een stuk nuchterder naar wat er nog komt. “We tellen het achterstallige huiswerk van week 1 af en starten nu opnieuw. Eén dagzege zou al knallen. En ja, we kunnen echt meedraaien, maar dan moet alles meezitten – en dat geldt voor iedereen.”

Van motorliefde naar crossdroom

Jan Pieter is niet zomaar ingestapt. Hij kende Paul eerst van hun gedeelde enduro-lijntjes en motorritjes. Toen Paul als motorcoureur de Dakar in zicht kreeg, was Jan Pieter een van zijn sponsoren. Tegen-deal? Paul leerde hem rallyrijden, Jan Pieter pakte de zak. Toen Paul overstapte naar een vierwieler kwam de vraag vanzelf: “Wil jij naast me zitten?” In Polen werd de klik getest, de kus kwam bij thuiskomst. Nu five dakar-edities verder is Jan Pieter helemaal hooked. “Als dromerig kind al hing ik aan autocross op tv. De motor was te spicy voor me, maar in deze cockpit voelt het veilig én gaaf.”

Baan in de buggy = baan in het leventje

In de cockpit is het duidelijk. Paul geeft gas, maar Jan Pieter bepaalt de koers. “Als ik iets zeg, stopt hij met babbelen en stuurt hij”, lacht Jan Pieter. Hij runt daarnaast een eigen zaak én heeft vier kinderen – waarvan twee bengels al stiekem de crossmicrobe hebben. Hoe krijgt hij dat allemaal rond? “De Dakar is even stof door je hoofd afblazen. Niks rekeningen, nits planningstools – alleen dat zandpad naar de finish. Heerlijk helder.”

En dus rijdt het ongrijpbare duo verder – branie en bedachtzaamheid in één YXZ-framework – op weg naar nieuwe avonturen. Ze willen meedoen in de top, letterlijk én figuurlijk.

Bekijk origineel artikel

Early exit op weg naar Melbourne: geen hoofdtoernooi voor Rus en Den Ouden

Crash al bij de start: zowel Arantxa Rus als Guy den Ouden ging in de eerste ronde van de kwalificaties hard op z’n plaat. Geen gezellig doordeweeks tripje naar de opening grandslam van het jaar dus.

Rus tegen Australische blatende teleurstelling

Tegen de Australische Olivia Gadecki, die ruim lager ingeschat staat, had Rus het simpelweg moeilijk. Na een gelijk opgaande openingsfase (2-2) vloog haar servicegame er plots uit en viel daarna ook set één met 2-6.

Set twee deed echter geen beter verhaal: nog voordat ze kon uithijgen, stond ze meteen een break achter. Ze reageerde direct met zelf een break, maar kon haar eigen service vervolgens niet veiligstellen. Gadecki duldde daarna geen verr meer en serveerde de partij naar huis: 4-6.

Bekijk origineel artikel