De 1.000 meter op het OKT: De Boo wint, Nuis pakt nipt ticket, Prins heeft pech
Jenning de Boo heeft het helemaal geflikt! Na zijn overwinning op de 500 meter, heeft hij nu ook de 1.000 meter op het Olympisch Kwalificatie Toernooi (OKT) gewonnen. Met een tijd van 1.06,84, de op één na snelste tijd ooit in Thialf, heeft de 21-jarige Groninger zijn tweede ticket voor de Spelen binnen. Wat een prestatie!
Joep Wennemars, de huidige wereldkampioen, moest genoegen nemen met de tweede plek. Hij finishte op een halve seconde achter De Boo met 1.07,34, maar dat is meer dan genoeg voor zijn olympische avontuur in Milaan. Goed gedaan, Joep!
Het echte drama speelde zich af om die derde en laatste plek. Kjeld Nuis en Tim Prins reden een bloedstollende slotrit, waarbij ze allebei dezelfde tijd van 1.07,54 neerzetten. Maar Kjeld was net, maar dan ook héél net, 0,005 seconden sneller. Tim Prins greep dus op het allernipst voorbij aan dat felbegeerde olympische ticket. Wat een hartverscheurend verschil!
De situatie vooraf was eigenlijk best overzichtelijk. De top drie van de 1.000 meter staat zo hoog in de kwalificatiematrix, dat een plekje in de top drie van dit OKT automatisch betekende: op naar de Spelen! Voor De Boo was het al zeker, maar Wennemars kon die top drie-notering goed gebruiken om zijn plaats veilig te stellen.
In de achtste rit mocht De Boo als eerste favoriet het ijs op. Hij reed tegen Merijn Scheperkamp en kwam binnen een halve seconde van het baanrecord, dat eerder deze maand door de Amerikaan Jordan Stolz werd gezet. Een geweldige prestatie! Wennemars, die in november nog Nederlands kampioen op de kilometer werd, liet vervolgens zien dat hij in vorm is door Wesly Dijs ruim achter zich te houden.
En toen kwam de slotrit. Wat een duel tussen ploeggenoten Nuis en Prins! Tim Prins, die op het NK afstanden tweede werd ondanks een kapot pak, nam een flinke voorsprong in de eerste 600 meter. Maar Kjeld Nuis, met al zijn ervaring op de 1.500 meter, reed een ijzersterke laatste ronde en kroop met die minimale marge voorbij. Aan de finish was het één en al emotie: pure vreugde voor de een en intens verdriet voor de ander, gescheiden door nog geen honderdste van een seconde.
NAC-directeur Remco Oversier: ‘Genieten is lastig’, maar de club gaat onvermoeibaar door
Sportief ziet het er niet rooskleurig uit voor NAC, want de club staat onderaan in de Eredivisie. Toch wil directeur Remco Oversier absoluut niet spreken van een crisis. Voor hem was 2025 juist een belangrijk en goed jaar voor de club, waarin flinke stappen vooruit zijn gezet. Dat doet hij allemaal terwijl hij elke dag nog de pijn voelt van het verlies van zijn dochtertje Keet, die in 2014 overleed.
Oversier is een man die vooruitkijkt. Toch blikt hij rond de jaarwisseling even terug en ziet dan een jaar waarin NAC zich handhaafde in de top, voor het eerst in jaren weer winst maakte, het stadion terugkreeg en uitbreidde. “Alles hangt samen”, zegt hij. “Zonder handhaving geen verbouwing, zonder stabiliteit geen financiële vooruitgang.”
Het woord ‘succes’ gebruikt hij bewust niet. Met die laatste plaats op de ranglijst voelt dat niet gepast. “We zijn er nog lang niet. We hebben wat veldslagen gewonnen, maar de oorlog nog niet.” Na jaren van problemen is NAC op de goede weg, maar sportief blijft het een gevecht. Oversier weet dat dit tijd kost: “Dit is een proces van jaren.”
Volledige overgave aan de club
Wie hem ziet werken, ziet iemand die er helemaal voor gaat. Zestig tot zeventig uur per week maakt hij, waarbij avonden, weekenden en wedstrijddagen in het teken staan van NAC. “Ik zit er met mijn hele hart in. Dat moet ook, anders kan ik dit werk niet doen.”
Die totale inzet heeft een keerzijde: genieten is lastig. “Ik gun mezelf die tijd gewoon niet”, geeft hij eerlijk toe. “We moeten door. Succes vieren kost tijd, en tijd hebben we niet. Misschien komt dat moment later nog wel eens.”
Het gemis dat altijd meegaat
Achter de directeur schuilt een man met een gezin dat sinds september 2014 niet meer compleet is. Zijn dochter Keet overleed toen ze twee jaar oud was. “Dat verlies is altijd aanwezig”, zegt Oversier. Vooral op stille momenten, zoals verjaardagen en kerst, komt het gemis hard binnen.
Zoals op 14 december, tijdens Wereldlichtjesdag. Terwijl Oversier voor zijn werk bij NAC – FC Utrecht was, droeg zijn andere dochter in hun dorp een gedicht voor voor haar zusje. “Er was een filmpje van gemaakt en dat kreeg ik doorgestuurd tijdens de wedstrijd. Dat doet iets met je.” Op zo’n moment lijkt NAC even heel onbelangrijk.
De blik op 2026: vechten, bouwen en verbinden
Vooruitkijkend naar 2026 is de missie helder: sportief gaat het opnieuw om handhaven in de Eredivisie, waar ook in de kerstperiode hard aan wordt gewerkt. Daarnaast wil NAC verder bouwen aan het stadion en de club stap voor stap sterker maken.
Zijn grootste wens gaat niet over geld of resultaten. “We moeten bij elkaar blijven”, benadrukt hij. “Door weer en wind. Sportief staan we niet waar we willen, maar ik heb het volste vertrouwen dat we ons gaan handhaven. Reuring hoort bij NAC. In goede en in slechte tijden. En we hebben bewezen: we zullen altijd weer opstaan.”
Voor Remco Oversier wordt 2026 opnieuw een jaar van vechten, bouwen en volhouden. Geen opgave, maar een vanzelfsprekendheid. Zolang het vuurtje brandt, gaat hij door. Met alles wat hij heeft. Voor NAC. En met alles wat hij meedraagt.
Timman (74) zag schaken veranderen, stopte in stilte maar heeft nog altijd het eindspel
Een mensenleven lang zat Jan Timman met zijn vingers aan antieke schaakstukken. Krijg je geen genoeg van, dat gevoel. Toch stopte de 74-jarige grootmeester dit jaar. In stilte.
De geest en het lijf stribbelen tegen. Zes uur volledig opgaan in een partij put te veel uit. “Langdurige concentratie neemt af naarmate je ouder wordt. Het fysieke spel is te zwaar geworden.” Erg is dat niet en van Timman hoeft zijn schaakpensioen ook niet groot in de krant. Hoewel hij, inclusief verrassende rentree vorig jaar op het NK, bijzonder lang heeft doorgeschaakt. “Veel van mijn leeftijdsgenoten zijn al jaren geleden gestopt.”
De beste van het Westen
Timman hoorde bij de generatie van Anatoli Karpov, maar trof ook oudere en jongere Russen als Boris Spasski en Garri Kasparov. Tussen die wereldberoemde Sovjet-schakers was de Nederlander in de jaren zeventig en tachtig ‘The best of the West’, zelfs even de nummer twee ter wereld.
Fysiek is het lastig, maar met het geheugen is op 74-jarige leeftijd niets mis. Timman speelt zijn beste overwinning nog zo voor je na. Zet voor zet. Uit 1982 tegen Karpov, van wie Timman in 1993 de strijd om de wereldtitel verloor.
“Wat je nalaat, zijn de partijen die je gespeeld hebt. Als ik denk aan Botvinnik of Capablanca, dan denk ik aan de partijen die zij speelden, dat is hun nalatenschap. Daarmee laat je een karakter van jezelf achter in de sport.”
Een leven voor het eindspel
Timmans schaakkarakter ligt in het eindspel, de laatste fase van een partij waarin het kleinste foutje fataal is. Prijswinnende boeken schreef hij over zijn fascinatie. In zijn recentste 100 eindspelstudies die je moet kennen diept Timman de kunst op een bijna “wetenschappelijke” manier uit.
Het spelen van lange, klassieke partijen lukt niet meer, het schrijven over schaken zeker wel. Timman publiceert nog acht keer per jaar “een uitvoerig artikel” in het toonaangevende schaakblad New In Chess.
“Momenteel schrijf ik een boek over mijn jeugdjaren.” Ook over zijn kindertijd in Delft, waar hij opgroeide met twee wiskundige ouders. Hij zoekt nog een uitgever. “Mijn vader wilde dat ik ook wiskundige werd. Maar op zulk universitair leven was ik niet zo gesteld, omdat ik dan vroeg op moest. Een schaakleven was veel vrijer.”
De computer veranderde alles
Hangend boven het toetsenbord komen oude schaakherinneringen nog weleens terug. Soms verbaast hij zich over de huidige schaakwereld. Maar hij houdt alles “in alle rust” intensief bij. Behalve die korte, online partijtjes. Die boeien Timman niet. Hij speelt ze niet, hij volgt ze niet. Nooit gedaan ook. “Men moet snel spelen en dan is het niveau niet zo hoog.”
Toch is de computer, als informatiebron en vanwege de opkomst van online schaken, onmisbaar geworden voor het spel. En dat had gevolgen. “Schakers worden alsmaar jonger omdat ze met de computer kunnen omgaan.” “Toen ik een jaar of twaalf was, kon ik niet zo snel beter worden als de jonge generatie van nu, die door de computer heel snel vorderingen maakt.”
Het spel verandert erdoor, ziet Timman, die zich door de moderne maatschappij beweegt zonder eigen mobiele telefoon. Hij merkt: de schaakcomputer bepaalt veel.
Timman: “Vroeger volgde ik wat de grote schakers over hun eigen partijen schreven. Dat vond ik het interessantste lesmateriaal. Tegenwoordig denk ik dat de jongste generatie er toch anders over denkt. Die volgt toch vooral wat de computer vindt. Dat is een soort kentering in het schaken geweest.”
Verdwenen levendigheid en romantiek
Een vleugje romantiek is uit het schaken verdwenen, stelt Timman. “Het is nu een heel ander soort bezigheid. Vroeger waren er veel bohemiens. Tegenwoordig zijn het degelijke mensen die goed met de computer overweg kunnen. De levendigheid van toernooien is een beetje verdwenen.”
De digitalisering bracht het schaken een miljardenpubliek, maar ook grimmigheden. Vals spel online is een serieuze bedreiging voor de sport, merkt Timman op. Beschuldigingen zijn snel gemaakt en lastig te bewijzen. Bij fysieke toernooien is de dreiging minder groot.
Vriendschappen tussen de Russische grootmeesters
De levendigheid waar Timman over spreekt, vond hij in zijn tijd vooral bij enkele Sovjet-schakers. Toen zij met de astronauten, balletdansers en acteurs tot de intellectuele elite van het land behoorden. “Goede manier van denken en spreken, hadden ze. Groot gevoel voor humor ook. Geen lid van de Communistische Partij. De iets meer vrijgevochten geesten.”
Met de begin 2025 overleden Spasski ontstond een ware vriendschap. Ook met rivaal Karpov was de band sterk. “De laatste keer dat ik Karpov uitvoerig sprak was in Moermansk, in 2016. Speelden we een korte match. We hadden het over van alles, niet zozeer schaken. Wel over de politieke problemen van de wereld, toen was Oekraïne natuurlijk ook al zorgwekkend.”
Een Nederlandse wereldkampioen op komst?
Tussen de Russen bouwde Timman in 56 jaar vanaf zijn zeventiende een onberispelijke reputatie op in de wereldtop. In eigen land komt eerst nog wereldkampioen Max Euwe. Dan gauw Timman. En waar staat Anish Giri dan, de Nederlander die komend voorjaar schaakt voor een plek in de wereldtitelstrijd?
Als Giri net zo speelt als afgelopen jaar ziet Timman kansen voor hem op dat kandidatentoernooi. Veel hooggerankte schakers ontbreken. Sterker nog: een tweede Nederlandse wereldkampioen is niet uitgesloten, gelooft Timman. Moet Giri wel dat niveau vasthouden.
“Giri weet heel goed hoe hij strategisch moet profiteren als zijn tegenstander zwakke pionnen of zwakke velden heeft. Dat is inzicht en patroonherkenning. In het eindspel is hij ook heel sterk.” Wie weet komen Timmans eindspelstudies nog van pas.
De blijvende waarde van boeken en stukken
De boeken verkopen overigens nog prima. “De digitale ontwikkelingen hebben er niet toe geleid dat schaakboeken, net als geschreven literatuur, overbodig zijn geworden. Op internet is veel te vinden over schaken, maar die boeken blijven de moeite waard.”
De laatste resten tastbare romantiek van boeken en schaakstukken zullen sowieso niet snel vergaan. Het huis van Timman tover je namelijk zo om tot een schaakmuseum.
AZ maakt veranderingen in technische staf rond hoofdtrainer Pascal Martens
De technische staf van AZ ondergaat een flinke verandering. Assistent-trainer Nick van Aart en keeperstrainer Tim van der Zee nemen allebei afscheid van hun functies bij de club. Het vertrek van Van Aart is een direct gevolg van de aanstelling van Pascal Martens als nieuwe hoofdtrainer, die zijn eigen assistenten meebrengt.
AZ geeft aan met beide mannen in gesprek te zijn om hun kennis en kwaliteiten in een andere rol binnen de club te behouden. Verder laat de club weten dat er op korte termijn een nieuwe keeperstrainer gepresenteerd zal worden. Een nieuwe assistent-trainer wordt er voorlopig niet direct aangesteld.
Het team van Martens staat voor een belangrijke taak. AZ gaat namelijk al vijf competitiewedstrijden op rij zonder zege en staat momenteel zesde in de Eredivisie. De ploeg hervat de competitie op 10 januari met een thuiswedstrijd tegen FC Volendam.
Wielrenner Mathieu van der Poel opnieuw geconfronteerd met hinderlijk publiek tijdens cross
Wielrenner Mathieu van der Poel is maandag opnieuw slachtoffer geworden van een grensoverschrijdende toeschouwer. Tijdens de Azencross in het Belgische Loenhout raakte iemand uit het publiek hem aan terwijl hij door de modder ploegde. Ondanks deze vervelende verstoring bleef hij overeind en won hij de wedstrijd met overtuiging. Het is al de tweede keer in korte tijd dat zoiets gebeurt; vorige week kreeg hij nog een wolk vape-damp in zijn gezicht geblazen.
Het aanraken gebeurde al in de eerste ronde. Terwijl Van der Poel zich een weg baant door het peloton, raakt een hand vanuit het publiek zijn bovenbeen. Je ziet hem even zijn balans verliezen, hij zwijgt uit koers maar kan net voorkomen dat hij valt. Boos kijkt hij om en roept iets naar de kant. Of het opzettelijk was, is niet helemaal duidelijk.
Politie grijpt direct in
De Belgische politie heeft de man meteen meegenomen voor een verhoor. Zowel de organisatie van het evenement als de internationale wielerunie UCI dient een klacht in. Toch relativeert Van der Poel het voorval zelf een beetje. Na de finish zegt hij: “Ik denk dat die man gewoon aan het supporteren was. Zoiets kan gebeuren. Ik heb wel geluk gehad dat ik niet onderuit ging.”
Helaas geen alleenstaand geval
Dit is zeker niet de eerste keer dat Van der Poel dit soort dingen meemaakt. Vorige week nog, tijdens de Plage Cross, blies een toeschouwer expres vape-rook in zijn gezicht. En ook in het verleden kreeg hij al te maken met spugende fans en zelfs met bier en bidons die naar hem werden gegooid tijdens grote koersen zoals de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Bij een eerder incident startte de politie een onderzoek en kreeg een dader een flinke boete.
Zege ondanks alles
Ondanks de aanraking in Loenhout pakte Van der Poel de draad weer snel op. Het was zijn zesde veldrit van dit winterseizoen en ook deze won hij met groot overwicht. Een spannend duel met zijn grote rivaal Wout van Aert bleef opnieuw uit, omdat Van Aert opnieuw pech had met een lekke band. De twee hebben elkaar dit seizoen daardoor nog niet echt kunnen uitdagen.
