Waarom draait Rotterdam niet gewoon de winteropvang open?
Het is dat ene spreekuurtje in Rotterdam dat me telkens op het hart drukt: iedere winter zie ik weer dezelfde wondjes die sneuvelen in de kou. Straat- en huisarts Michelle van Tongerloo weet als geen ander waar ze het over heeft. “Zodra de thermometers naar beneden vallen, komen de kapotte handjes, voeten en vergeten knieën als vanzelf langs,” vertelt ze. “En o wee, nuchter vul ik meestal al gauw een ic-plek in.” Een wond wordt namelijk supersnel een lekke band voor je hele lijf als je nergens naar binnen mag.
Daarom post Michelle tien dagen lang elke dag één misselijkmakende foto van een wond van een dakloze op X. Het doel: de winteropvang pas sluiten als het weer boven de tien graden is, in plaats van pas openen als het vriest. Want nu geldt in Rotterdam: gevoelstemperatuur onder nul? Okay, deur open. Maar hoor ik van de mensen op mijn spreekuur: motregen plus kou, dat is pas echt pesten. Je kunt dus doodgaan bij tien graden en miezer, maar onder de huidige regelgolf blijft de poort dicht.
Een van de foto’s toont de hand van Felipe – al jaren zijn vriendin de straat. Hij redt zich met blikjes uit prullenbakken en andere schatten, maar sinds die bakken boven dicht zijn gemetseld, scheurt hij regelmatig zijn handen open. Michelle stuurt hem door, komt terug met bloedvergiftiging icht-teken, en ja: Felipe is ziekenhuiswaardig. Niet uniek, want de spoedeisende hulp lag al een andere dakloze te koesteren.
Meer cijfers dan gezichten
Naast het menselijke drama hangt er altijd een bonnetje aan de ellende. Voor Felipe tikte het klokkie al ruim 12.000 à 18.000 euro aan. Peanuts vergeleken met de paar honderd euro voor simpele wondzorg en een flinke portie antibiotica die in een vroeg stadium al hadden volstaan. Michelle rekent keihard voor: “Deze kosten zijn voor honderd procent voorkoombaar.”
Door de foto’s en het rekenvoorbeeld hoopt ze dat de gemeente inziet dat het niet wachten is tot het sneeuwt, maar slim organiseren is. “Tuurlijk, het is een politieke keuze in Rotterdam hoe ze de opvang regelen. Ik laat alleen zien wat het ons én hen kost – véél meer dan alleen geld.” En geld? Daar raakt Michelle mild over. “Voor mij gaat het om de mensen die iedere avond hopen dat ze hun handen nog samen kunnen vouwen.”
Olifanten vieren kerst met knallende kerstboom-lunch in Safaripark Beekse Bergen
Wie zegt dat alleen mensen december-decoraties moeten opruimen? In Safaripark Beekse Bergen krijgen de olifanten een groot kerstantrek. Ze schuiven rechtstreeks aan bij een speciale kerstmaaltijd – mèt kerstbomen als dessert!
Op deze allereerste kerstdag gaat de groene poort open en komen de grauwe reuzen behoedzaam naar buiten. Hun verwarring slaat in fikse kindersterretjes als ze de versierde spaar-en-dennen zien: alle bomen blinken van paprika’s, appels, peren en pompoenen. Eén olifant geeft een voorzichtige slag met zijn slurf, dommelt de boompjes omver en schommelt de hele decoratie rechtstreeks naar binnen. Want die dennentakken? Die gaan natuurlijk ook mee de mondmat in.
Hoofdverzorger Yvonne Vogels kijkt met brede smile toe. “Olifanten eten bomen, dus kerstbomen zijn in feite alleen een beetje extra feestelijk,” lacht ze. “Die naalden? Niet erg. In Afrika eten ze acacia’s met mega-doornen. Dat is pas echt prikken!”
Bavianen-speciaal: snel werk of gillende buurman
Terwijl de olifanten zich op hun prikbordverjaardag storten, duiken de bavianen in actie. De aap die het eerst de versierde bomen spot, geeft een gil die door het halve park schalt – het startsignaal voor rooftocht. Handig stelen ze de paprika-toppers en sprinten ze terug omhoog, ruim op tijd voor de landslide van 3000 kilo olifant. “Ze kennen onze kersttraditie ondertussen beter dan ik soms,” grinnikt Yvonne tussen twee olifant-indrukken door.
Publiek staat te juichen
Langs het pad schaart zich enthousiaste menigte. Ingrid knikt: “Zo fijn om te zien hoe nieuw iets simpels is, gewoon een paar kerstbomen en ze zijn onvoorstelbaar blij.” Rob, 11 jaar, wijst naar een jong olifantje: “Kijk, hij gooit zelfs de kerstboom in de lucht en vangt hem op met zijn slurf – volledige show!” Het animo is zo groot dat de bezoekers nu al hun telefoons uit de zakken halen voor een foto-sessie terwijl zijn moeder toejuicht.
En het feest gaat nog een rondje
Morgen, tweede kerstdag, mogen de slurfspulken nog een keer aanschuiven – en daarna ook de andere dieren trouwens. Want geen olifant hoeft de rest van het jaar met lege maag verder. Voor Tobie (13) betekent het dat de hele zoo als tafeltafel dienst doet: “Straks gaan wij thuis pasteitjes bakken, zij vandaag paprika’s uit een boom peuteren.” Karin knikt en knipt in haar croissantje: “Ja, wij houden het nét even luxer. Geen spar, maar jus d’orange erbij!” De feestdagen blijken in Brabant dus niet alleen gezellig voor twee poten, maar ook voor vier of vier gezichten – en zeker met slurf.
Handtas met pistool en nog eens drie wapens: politie tilde vijf mannen uit Rotterdam op
Hongerige blik op een ‘gestoorde’ auto
Gisteravond rond 20:00 uur spotten agenten op de Spijkenissestraat in Rotterdam-Zuid een auto die hun neus niet beviel. Toen ze dichterbij kwamen, stapte al snel één van de vier inzittenden uit – en prompt lag er naast de bumper al een pistool op straat. Dat was reden genoeg om de “benaderingstechniek gevaarlijke personen” van stal te halen: zware bodyarmor, spervuur aan verbale commando’s en – ja – met getrokken wapen op het viertal aflopen.
Plankenkoorts in de Pinokkio-openingsact
Zo geschiedde. De vier mannen (26, 29, 31 en 35 jaar oud, allemaal Rotterdammer) werden bukend en met handen op het hoofd langs het asfalt gefietst. In dezelfde slag kregen de agenten een tweede vuurwapen te pakken – en ze waren nog lang niet klaar.
Razzia door wijken IJsselmonde, Tarwewijk én Vreewijk
Vervolgens trok de zoektocht naar firepower de wijken in. Bij huizen met een link naar deze mannen klopte de politie aan, viel binnen en vond nog eens twee extra knallers. Tijdens één van die huiszoekingen kroop ook een vijfde verdachte (32) uit de kast – die mocht direct aansluiten bij het feestje op het bureau.
Waarom precies? De politie zwijgt
Wat de vijf van plan waren – een straatroof, afrekening, of pokemonkaarten ruilen – houdt de politie nog even voor zich. Vooralsnog tellen we twee vuurwapens in de auto en twee wapens in woningen, vijf minder vrije heren en heel veel nieuwsgierige buren.
Brrrr… Officiële eerste winterijsdag alweer voorbij!
Vandaag konden we volle bak op onze klaprozen staan in De Bilt: het thermocol bleef hier de hele dag onder nul steken (-0,2 °C als hoogtepunt). Daardoor heeft deze Tweede Kerstdag destatus ‘eerste nationale ijsdag’ te pakken. Knap laat eigenlijk, want gemiddeld gebeurt dat al op 19 december.
Late of vroege winter?
Vorig jaar waren we nog trager (28 december), terwijl we twee winters geleden op 30 november al een echte ijskastdag hadden. De laatste keer dat ons land breed uitpuffte was 18 januari, maar lokaal reed Hoogeveen nog tot en met 13 februari op natuurijs.
Langzame verschuiving
Pak 30 jaar terug was 6 december doorsnee. Die komt dus langzaam december in. In de vorige eeuw viel zo’n dag nog vaak in november; dit millennium slechts drie keer: 2004, 2010 en 2023. Recordlaat was 1948 – toen moesten we wachten tot 18 februari. En ja, 1911 overtreft alles: toen duurde het zelfs tot 5 april voordat de thermometer in Den Helder en Maastricht nét geen + meer liet zien.
Feitje
Een winter zonder ijsdag is er nog nooit geweest, al sneuvelde dat record bijna in 2020. Toen kregen we op één winterdag net een ijsdag — januari, -0,1 °C in Ell. Hoogtepunt blijft 1947 met 61 (!) ijsdagen in het Drentse Eelde. In Vlissingen kleurde het geheel 42 dagen blauw, ook een regionale primeur.
Bout & moer op het been: Karlijn en Jaron vieren tien jaar “bouthuwelijk” met hilarische couples-tattoo
Samen is leuker, maar samen met een flinke scheut humor is helemaal goud. Karlijn Wijten (39) uit Bergeijk wist al langer dat haar man Jaron (37) dé man voor haar is, maar hoe vier je in tien jaar huwelijk iets unieks? Nou, niet met hartjes en prinsessenkroontjes, maar met een stoere bout en een stevige moer als tatoeage.
Geen romantisch type, wel een grandioos idee
“Ik word eigenlijk een beetje onpasselijk van al dat zoetgevooisde gedoe,” vertelt Karlijn lachend. Toch wilde ze het jubileum niet zomaar voorbij laten gaan. Na een zoektocht op internet stuitte ze op een schets van een bout en moer. Ding hits: Jaron werkt in de installatietechniek en is altijd met schroeven en moeren bezig. “Perfect,” vond Karlijn. “Nét even anders en met een knipoog.”
Drie dagen voor hun trouwdag was er nog een plekje vrij bij de tattooshop. “Toeval bestaat niet,” zegt Karlijn. De moer prijkt nu op haar kuit, de bout op die van Jaron. Als ze naast elkaar staan, past Jaron precies in Karlijn – letterlijk en figuurlijk.
Flink wat tegenslag, maar dubbel zoveel liefde
Achter het grappige idee schuilt een serieuze laag. Drie jaar geleden kreeg Karlijn long-covid en werd Jaron onverwacht haar fulltime mantelzorger. “Hij deed alles: huishouden, kids van 5 en 7, z’n werk. En hij lacht nog steeds.” Ze somt het laconiek op, maar het raakt haar zichtbaar. “Humor is onze redding. Slogans als ‘Ik geef een hele moer om jou’ en ‘Ik heb echt een bouthuwelijk’ laten ons lachen op momenten dat huilen makkelijker zou zijn.”
Geen tweede tattoo, wel oneindig veel ‘schroefdraadverbinding’
Een volgende gezamellijke tattoo zit er niet in: “Onze melkflesbenen zie je toch bijna nooit, maar als we de clou wel showen, moeten we zelf weer kapot van het lachen.” De bout en moer zijn genoeg; samen zijn ze sterker dan staal en veel blijkt zelden zo warm als deze lieflijke, nerdy twist.
Minder priesters, maar wel bomvolle kerken: hoe doen ze dat met kerst?
Kerstmis is voor katholieken dé pu-ding-van-het-jaar, maar voor veel parochies ook dé stress-test. Terwijl het aantal priesters in Nederland jaar na jaar keldert, groeien de rijen bij de kerstmissen namelijk juist. Hoe krijg je vijf, zes of soms wel zeven diensten op een dag voor elkaar als je halverwege 2024 nog maar 542 priesters overhoudt, tegen 610 in 2020? Antwoord: je belt de globale hulpdienst.
Uit India, Nigeria en verder – internationale priesters redden het feest
In het bisdom Den Bosch rijdt inmiddels één op de vijf herders z’n Renault rond mét buitenlands nummerbord. Pastoor René Wilmink van de Sint-Jorisparochie in Eindhoven lacht er gekscherend over: “Vroeger stuurden wíj zendelingen naar Afrika, nu komt Afrika naar ons kerstavondje.” Inderdaad zoekt hij steeds vaker zijn toevlucht tot collega’s zoals kapelaan Arockiadoss Belavendran (India) en kapelaan JohnBosco Ezedimbu (Nigeria). Die laatste vierde deze kerst zijn derde jaar op rij in Eindhoven en noemt het “de mooiste werkdag van het jaar”. Terwijl hij straks nog twee kerkomroepdiensten en een Engelstalige mis schuift, krijgt hij hulp van tientallen nationaliteiten op de kerkbanken – Nederlanders incluis. Yo, Kerstmis als mini-Wereldwinkel dus!
Volle banken, leeg organisatie-lijstje
Zondag 180 parochianen, kerstavond gewoon 600. Dat is geen uitzondering, maar regel. Toch waarschuwt cultuurtheoloog Frank Bosman dat die piek geen structurele lifeline betekent. Het katholieke ledenaantal krimpt gewoon door: van 3,6 miljoen in 2022 naar 3,45 miljoen in 2024. “De internationale hulppriesters zijn superfijne pleisters, maar genezen de wond niet,” zegt hij. De vraag is zelfs: hoe lang houden we ze nog nodig als straks nog minder gebouwen en gelovigen overblijven?
Tussenoplossing, toekomstmuziek of beide?
Voor nu zetten kapelaan Ezedimbu en zijn collega’s gewoon de pedalen op het metaal. Zaal huren, Engelstalige koorleden oproepen, schuifschema’s puzzelen – alles om iedereen in kerstsferen te krijgen. En terwijl Nederland langzaam een reversed-missionary-hotspot wordt, besluit Wilmink lachend: “Eindhoven is internationaal, dus dit past perfect.” Hoe lang die volle kerken volhouden? Geen idee, maar voor deze kerst heeft iedereen dankzij de buitenlandse hulp in elk geval een plekje – en dat gevoel is nu al goud waard.
