Oranje smijt Argentinië eraf: 0-4 in miezerig Santiago del Estero

De Nederlandse hockeysters waren dinsdagavond ijzig efficiënt tegen Argentinië: vier kansen, vier doelpunten, 0-4. De Pro League-wedstrijd in Santiago del Estero eindigde vier minuten voor tijd vanwege een plensbui die het veld blank zette, maar tegen die tijd hing de zeus al lang in de lucht.

Matla-show in de eerste helft

De eerste kansen waren voor de thuisploeg, maar keepster Anne Veenendaal hield haar doel schoon. Toen Joosje Burg onderuit werd getrokken, greep Frédérique Matla de strafbal met beide handen aan; 0-1. Vrij in de cirkel en na een pass van Felice Albers knalde ze er kort daarna ook 0-2 in. Argentinië miste ondertussen liefst zeven strafcorners – Oranje schoot slechts drie keer op doel en stond toch tweemaal voor.

Moes en Dicke maken het af

Na rust tikte Freeke Moes fraai de 0-3 binnen, gevolgd door de rebound van Pien Dicke: 0-4. De regen kreeg toen de overhand, waarna de scheids het spel vervroegd af floot. Met deze ruime overwinning blijft Oranje op koers in de strijd om een direct ticket voor de Spelen van 2028 in Los Angeles.

Op naar de volgende tegenstanders

De ploeg van Raoul Ehren blijft nog even in Argentinië: morgen nacht alweer tegen Duitsland en zondag opnieuw tegen de Albiceleste. Daarna reist Oranje begin februari naar Spanje voor duels met China en Engeland. Vijf van de laatste zes Pro League- edities gingen naar Nederland – als het zo doorgaat, wordt dat zes uit zeven.

Bekijk origineel artikel

Max kan er niet onderuit: overal klinkt één vraag – ‘Wat nu met Helmut?’

Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan, kleurt deze avond oranje-rood. Niet vanwege het beroemde zijdehandelscentrum, maar omdat de hele autosportwereld zich er verzamelt voor het jaarlijkse FIA-gala. De wereldkampioenen van alle klassen – van kart tot Formule 1 – krijgen hier hun officiële kroontje. Voor Max Verstappen betekent dat: pakken, das om en glimlachen. Al is de glimlach er eentje meteen dubbele bodem. Want hoe vaak hij ook zegt dat hij vooral ‘lekker thuis wil zijn’, hij weet: niemand laat hem met rust over de abrupte exit van zijn mentor Helmut Marko.

Waar is mijn dreamteam gebleven?

Loop even mee door de gangen van het ’safari’-hotel waar de coureurs verblijven. Je hoeft geen fluisterstem te gebruiken om te horen dat Red Bull dit jaar meer lijkt op een lopende exit dan op een stabiele renstal. Eerst vertrok Adrian Newey, de architect van alles wat snel was. Daarna Wheatley, Courtenay, Marshall en een handjevol monteurs dat al sinds de Toro Rosso-dagen meedraait. Met Marko verdwijnt nu ook de laatste oude rot – de man die destijds met gestreken das een zestienjarige Nederlander naar de Formule 1 loodste. Het team waarmee Verstappen zijn vier wereldtitels verzamelde, lijkt letterlijk verdampt.

‘Geen gedwongen vertrek – puur mijn eigen keuze’

Marko zelf praat kalm over zijn beslissing. In een interview met het Oostenrijkse ORF zegt hij dat ‘er iets knapte’ na de laatste race van het seizoen. “Ik hoefde het met niemand te bespreken. Ik voelde gewoon dat het klaar was.” De top van Red Bull probeerde hem nog om te praten, maar gaf het snel op. “We namen afscheid als vrienden.” De telefoon met Verstappen volgde kort daarna. Geen standaard-groet-gesprek, vertelt Marko, eerder een “melancholische terugblik op twintig jaar samen”. Max zou hebben gezegd dat hij nooit had durven dromen van zo’n carrière – en dat hij zijn mentor eeuwig dankbaar blijft.

De man die een tiende-klasser zonder rijbewijs een F1-bolide gaf

Om te begrijpen waarom dit afscheid zo’n bries doet waaien, moet je terug naar 2014. Marko zag in Verstappen een fenomeen en gaf hem ondanks gegrom uit de paddock meteen een stoeltje bij Toro Rosso. De rest is, tja, geschiedenisboekwaardig. De twee ontwikkelden een vertrouwensband die gedijde op snelheid, brutaliteit en wederzijdse loyaliteit. Toen Marko vorig jaar in een machtsstrijd met Christian Horner verwikkeld raakte, stond Verstappen pal naast hem: “Als Helmut weg moet, vertrek ik ook.” Horner verdween, Marko leek te winnen – en stapt nu toch op.

Ook een keerzijde: corona-kamp en controverses

Niet alles aan Marko is heldhaftig. De Oostenrijker sprak zichzelf geregelfd in de voet. Denk aan zijn halfserieuze plan om alle Red Bull-coureurs vroeg in de corona-periode te besmetten (“jonge, sterke mannen, dan zijn ze meteen immuun”). Of zijn uitspraak dat Sergio Pérez “minder gefocust is, omdat hij Zuid-Amerikaans is”. Tel daarbij de fabel dat Mercedes-prove Kimi Antonelli Lando Norris expres voorbij zou hebben gelaten in Qatar, en je begrijpt waarom de FIA hem met grote regelmaat op de vingers tikte. Journalisten schrokken er niet voor terug: Marko leverde altijd krantenmateriaal – zelden saai, vaak ondeugend.

Troostzoekers in Tasjkent

En dus belandt Verstappen in een koepel waarin iedere microfoon dezelfde vraag herkauwt: “Wat betekent dit voor jou?” Hij heeft zich in het verleden al eens ziek gemeld voor dit gala; vandaag is aanwezigheid verplicht. Zijn antwoorden zijn kort, beleefd, herhaaldelijk. Tegelijkertijd weet hij dat hij het nieuwe seizoen aanreist met een technisch team dat voor tweederde bestaat uit nieuwe gezichten. Teambaas Laurent Mekies probeert orde te scheppen in een bouwput, terwijl de geest van ‘Der Helmut’ nog als een rood-oxiderende walm boven de paddock hangt.

Einde van een tijdperk, maar geen pensioen

Marko zelf is helder over zijn toekomst: “Geen paddock als analist, geen duiven voeren.” Hij heeft plannen zat – lezen, reizen, misschien een boek – en hij sluit niet uit dat hij Max nog ergens in de pitstraat opwacht. “We komen elkaar vast weer tegen,” luidt zijn laatste woord. Voor journalisten betekent dit afscheid een minder kleurrijke perskamer; voor Verstappen het verlies van een klankbord dat nooit vermoeide en altijd scherp was. En dus klinkt in Tasjkent, tussen de glitter en de gala-toast, een vraag die nog lang na-ebt: wat nu, zonder Helmut?

Bekijk origineel artikel

Oranje trapt straks in Eindhoven af tegen Ecuador: laatste test voor WK!

Het Nederlands elftal komt op dinsdag 31 maart naar het Philips Stadion in Eindhoven om het op te nemen tegen Ecuador. De interland is puur bedoeld als laatste opwarmertje voor het WK dat dit jaar in de VS, Canada en Mexico wordt gespeeld, laat de KNVB weten. De vorige keer dat Oranje tegen de Zuid-Amerikanen speelde was op 25 november 2022, in de groepsfase van datzelfde WK in Qatar – dat duel eindigde in 1-1, met een doelpunt van Cody Gakpo.
Oranje werd vorige week bij de loting in het WK-schema gezet met Japan, Tunesië en de winnaar van play-off B (denk aan Oekraïne, Zweden, Polen of Albanië). Vier dagen vóór de clash in Eindhoven (in de Arena tegen Noorwegen) krijgen de mannen van bondscoach nog een extra gelegenheid om ritme op te doen. Net voor het échte toernooi staan er nog twee extra oefenpotjes gepland, al is nog niet bekend wie er dan tegenover het team komen te staan.

Bekijk origineel artikel

Van Persie frustreert na dubbel gevoel: “Drie goals en dan alles kapot”

“We komen zó lekker terug tot 3-1, echt super”, schudde Robin van Persie zijn hoofd. “En vanaf dat moment pleuren we het zelf weer in de prullenbak.” De voormalig spits van Feyenoord keek tijdens de bekerkraker naar wat hij ‘fout volharden’ noemde: spelers kwamen uit positie, de ingevallen krachten pakten het matig aan en alles wat daarna draaide, draaide mis.

“Dingen die we normaal nooit doen, deden we nu wel”, verzuchtte Van Persie. “Een- twee passjes, die moet je simpel houden, maar zelfs die gingen mis. We gaven de bal weg alsof de klok terugslaat en renden prompt de tegenaanval op ons af.” De irritatie was duidelijk hoorbaar: “Je mag het mij niet vragen wie de boosdoener is; gewoon iedereen. De jongens die het hele veld al liepen, gingen ineens rare sprongen maken. De meest simpele keuzes? Kregen we gewoon niet voor elkaar.”

Bekijk origineel artikel

Kom maar op Noorwegen, Oranje zit in de flow!

Vanavond barst in Ahoy de knallende halve finale los en de Nederlandse handbalsters staan te trappelen om de regerend olympisch kampioen inkoop te laten maken. “Natuurlijk is Noorwegen te verslaan. Kom maar op!” klinkt het zelfverzekerd in de gangen van de sporthal. Hoewel Oranje historisch weinig kans maakte tegen de Noorsen – 20 overwinningen vóór Noorwegen sinds 2010, slechts 3 voor Nederland – voelt het deze keer nét even anders. Het team rinkelt van energie, het publiek buldert mee en het zelfvertrouwen groeit met elke goal.

Niks te verliezen

“We worden gezien als underdog en dat is chill,” lacht Kelly Dulfer, die met handen en voeten in de dekking tekeer gaat. Nikita van der Vliet knikt: “Iedereen is te kloppen, het moet gewoon fifty-fifty zijn.” De boodschap is simpel: vanaf seconde één vol gas, want tegen Noorwegen tikt elk foutje op de klok.

Bakstenenmuur in het zand

Wat Oranje nu opvalt? Die razend sterke dekking. Nog niet een tegenstander is boven de 25-treffer uitgekomen, mede dankzij keepster Yara ten Holte die alle ballen lijkt te vissen. Daarvoor staan Dulfer, Van der Vliet en powervrouw Romée Maarschalkerweerd (amper 21!) als bakstenen in het zand. Dulfer noemt het botte boerenwerk: “We vertrouwen elkaar blind; dan weet je dat het gaat lopen.” Nikita beaamt: “Dekking is de motor – daaruit kunnen we gaan vliegen in de tegenaanval.”

Lunde’s laatste dans

Tegenover hen staat niemand minder dan Katrine Lunde. De 45-jarige Noorse legende – bijna 400 interlands op de teller – neemt na dit toernooi afscheid en wil op zijn minst goud mee naar huis nemen. Ze heeft een fort vol medailles – 3x olympisch goud, 7x Champions League, noem maar op – en is nog altijd de beste stopper van het WK. Haar geheim? Boekjes vol aantekeningen éen een spelersanalyse waarbij ze haar tegenstanders beter kent dan zij zichzelf.

Feestje in Ahoy

Ondanks de ongenaakbare statistieken, mond Oranje niet heus. “Ze hebben kwaliteit zat, wij hebben thuisvoordeel én een broeierige stadion,” glundert Dulfer. Dus kom maar op met die Noorse bulldozer – vanavond wordt het sowieso een ketelfuif van formaat.

Bekijk origineel artikel