Danny vluchtte uit huis: ‘Ze zeiden dat ik minder waard was dan de hond’
Even staat hij weer stil in de Zaanstraat in Veghel — voor het witte twee-onder-een-kapwoning waar hij als kind woonde met zijn vader Piet, stiefmoeder Toos en stiefbroer. Een heel gewoon huis, maar daar gebeurde van alles wat nooit had mogen gebeuren. Danny Markus (bijna 40) liep er meerdere keren vandaan, werd talloze keren mishandeld én vernederd — zowel fysiek als met woorden die dieper sneden dan elke klap. Hij schreef erover in zijn boek Blauw Oog: niet alleen om het zelf te verwerken, maar ook om jongeren in een vergelijkbare situatie te laten weten: je bent niet alleen.
“Ik ben hier nog weleens langs gereden, maar nu sta ik er echt bij stil. Nu komt het weer boven. Uit dat raam ben ik weleens naar beneden gesprongen en gevlucht.”
— Danny wijst naar de dakkapel aan de voorkant van het huis.
Zijn moeder overleed toen hij vier was. Daarna verhuisde hij met zijn vader naar dit huis. En daar begon de nachtmerrie. Hij werd geslagen, opgesloten — soms zelfs zonder klink in de deur. “Als ik naar de wc moest, deed ik mijn behoefte maar in de hoek van de kamer. En daar kreeg ik dan weer klappen voor.”
Maar de fysieke pijn was misschien nog wel het minste. Het ergste was hoe hij zich voelde: onzichtbaar, onbelangrijk, onwaardig. “Ik herinner me een keer dat ik op mijn kamer werd opgesloten toen Sinterklaas kwam. Ik hoorde de Pieten op het dak, maar zat boven vast. De volgende ochtend was ik vrij — maar ik had geen cadeautje gekregen. Mijn stiefbroer wel.”
En dan die zin, die hem nooit meer losliet:
“Ze zeiden tegen me dat ik minder waard was dan de hond.”
Danny: “Als ik werd mishandeld, was dat bijna een soort aandacht — hoe pijnlijk ook. Maar de woorden… die bleven zitten.”
Hij probeerde het steeds opnieuw: weglopen bij vriendjes, bij een vrouw uit de buurt. Maar de politie of jeugdzorg bracht hem telkens terug. Hij koestert geen wrok tegen hen. “Ze deden hun best. Ik denk dat ik ook niet goed genoeg kon uitleggen wat er thuis gebeurde.”
Op zijn tiende ging het definitief mis — en definitief goed. Hij sprong uit de auto terwijl zijn ouders in een meubelzaak waren, rende naar zijn oom en tante aan de andere kant van Veghel, en vertelde alles. Zijn tante nam het op cassette — en belde de politie. Tijdens de rechtszaak werd het bandje afgespeeld. De rechter besloot: Danny blijft bij zijn oom en tante. Zij kregen de voogdij. “Eindelijk een veilige plek, waar geen deuren op slot zitten. Dankzij hen was de nachtmerrie voorbij.”
Jaren later kwam er nog een bizarre wending: Piet bleek niet zijn biologische vader. Twee vrouwen meldden zich als halfzussen — en een DNA-test bevestigde het. Danny was dus mishandeld door twee mensen die allebei geen bloedverwanten van hem waren. “Misschien heeft dat wel een rol gespeeld. Maar hoe kun je zoiets doen tegen een kind? Het is bizar.”
Op 21 leerde hij zijn biologische vader kennen. Ze kregen een goed contact, maar geen echte vader-zoonband. “Op zijn sterfbed hebben we wel heel goede gesprekken gehad.”
Vandaag staat hij weer voor dat witte huis in Veghel — waar nu hele andere mensen wonen. Het doet wat met hem. De verschrikkelijke tijd daar staat in schril contrast met zijn leven nu: een liefdevolle relatie, vier kinderen (twee eigen, twee bonus), en een baan waar hij blij mee is.
En dat is ook de kern van Blauw Oog:
Je kunt ondanks een rotjeugd toch succesvol én gelukkig worden.
Verzengend hete zomer: recordaantal hittedoden in Europese steden
Afgelopen zomer was geen gewone zomer — het was een hitte-apocalyps voor veel Europese steden. Wetenschappers van Imperial College London en de London School of Hygiene & Tropical Medicine schatten dat er tienduizenden mensen extra zijn overleden door de extreme temperaturen. We spreken hier niet over een paar honderd, maar over zo’n 50.000 extra sterfgevallen in ruim 850 stedelijke gebieden verspreid over 30 Europese landen — waar samen ongeveer 40 procent van de bevolking woont.
Voor vergelijking: in de vorige hitte-records (2022 en 2003) waren dat respectievelijk 29.000 en 28.000 doden. Dit jaar ging het dus flink boven die cijfers uit.
“De afgelopen zomer bestond uit extreme hittegolven op het hele continent. Sinds mei waren er maandelijks zware hittegolven”, legt klimaatwetenschapper Clair Barnes uit.
Vooral West-Europa brandde — gemiddeld was de zomer daar 2,9 graden Celsius warmer dan het normale gemiddelde van 1991–2020. En die hittegolf eind juni? Die was echt hard: in Nederland werd zelfs code rood afgekondigd. Volgens de onderzoekers viel bijna een derde van alle hittedoden in de periode van 17 juni tot en met 1 juli — toen de temperatuur gemiddeld 5 graden boven het normale niveau lag. En omdat het zo vroeg in het seizoen was, waren veel mensen er nog niet aan gewend. Dat maakte het effect alleen maar gevaarlijker.
Niet alleen ouderen — ook jongeren werden getroffen
Ja, de meeste slachtoffers waren inderdaad ouderen. Maar het verhaal is niet zo eenvoudig. Ruim 6.000 mensen onder de 65 jaar overleden ook door de hitte — waaronder meer dan 800 tussen de 20 en 44 jaar.
“Het was zeker niet beperkt tot de ouderen”, benadrukt wetenschapper Garyfallos Konstantinoudis. Veel jongere slachtoffers hadden al eerder chronische gezondheidsproblemen, maar dat maakt het niet minder schokkend. Hitte-expert Carolina Pereira Marghidan van het KNMI (die niet bij het onderzoek betrokken was) benadrukt: “Ik denk dat niet iedereen zich realiseert dat het ook jongeren raakt — en niet alleen ouderen. Dat is de afgelopen 20 jaar wel het beeld geweest, maar we zien nu duidelijk dat dat niet meer klopt.”
Waar gingen de meeste mensen dood?
Italië, Spanje en Frankrijk telde de hoogste aantallen, maar Duitsland en het Verenigd Koninkrijk bleven ook niet gespaard. En ook in Nederland was het zwaar: het RIVM meldde bijvoorbeeld ruim 900 extra sterfgevallen tijdens de hittegolf van eind juni/begin juli. De Britse onderzoekers schatten voor heel Nederland zo’n 1.300 extra hittedoden over de volledige zomer — een cijfer dat goed aansluit bij de Nederlandse data.
Klimaatverandering: de onmiskenbare schuldige
Wat nog zwaarder weegt: van die 50.000 doden zou naar schatting 32.000 direct te wijten zijn aan klimaatverandering. Hoe komen ze daaraan? Door de werkelijke temperaturen te vergelijken met wat er zou zijn geweest zonder de menselijke uitstoot van broeikasgassen — en dat te koppelen aan medische modellen over hoe hitte sterfte veroorzaakt.
Pereira Marghidan vindt dit een belangrijke stap: “Zo zie je niet alleen de sterfte, maar laat je ook zien welk deel je kunt koppelen aan klimaatverandering. Dat verband is goed onderbouwd — bij temperatuurgerelateerde sterfte lukt dat beter dan bij veel andere weerfenomenen.”
Een ‘sluipmoordenaar’ die onder de radar blijft
De werkelijke cijfers zijn waarschijnlijk nog hoger. “Hitte wordt wereldwijd ondergerapporteerd”, zegt onderzoeker Malcom Mistry. “Het wordt ook wel een sluipmoordenaar genoemd.” Mensen merken vaak niet hoe zwaar hun hart, longen of nieren lijden onder de hitte — en artsen noemen het zelden als oorzaak van overlijden op het doodsoorzaakformulier.
Daarom waarschuwen de wetenschappers: Europa moet zich sneller en beter wapenen tegen deze stille bedreiging.
“Het wordt steeds duidelijker dat onze steden niet goed zijn aangepast aan de toenemende hitte”, zegt onderzoeker Pierre Masselot.
Met haar fotocamera geeft Anita mensen met een beperking een gezicht
Het hart van Anita van de Manakker (41) klopt al twintig jaar in de zorg – specifiek bij mensen met een verstandelijke beperking. Fotografie? Dat was tot voor kort een heel ander universum: interessant, maar ver weg. Tot ze op een dag haar camera richtte op haar oom Robert, die het syndroom van Down heeft. En daar begon alles.
In haar knusse woonkamer in Heeze vertelt ze met een warme glimlach:
“Fotograferen fascineerde me altijd, maar ik had nul ervaring – en had nog nooit echt een camera vastgehouden. Tijdens corona zat ik veel thuis, dus besloot ik gewoon een online cursus te volgen… met m’n telefoon! Had ik toch genoeg tijd.”
Stap voor stap ontdekte ze wat licht doet, hoe je sfeer vangt, waarom een blik soms meer zegt dan tien zinnen.
“Ik werd er echt mee meegenomen. De liefde voor fotografie ontstond langzaam – en toen het vuurtje eenmaal brandde, is het nooit meer uitgegaan.”
Haar familie was vanaf het begin haar eerste inspiratiebron. Ome Robert hoort daarbij als vanzelfsprekend bij – al woont hij sinds zijn zesde in een instelling. Toch was hij jarenlang regelmatig onderdeel van hun gezinsleven: carnaval, kerst, weekendbezoeken. En ook na het overlijden van haar opa en oma komt hij nog steeds graag langs.
“Dat is écht zijn plek. Er staat een fauteuil met voetenbankje – en daar zit hij dan, vaak met Bassie en Adriaan op de tv. Gewoon… thuis.”
Op een gegeven moment pakte Anita haar camera en volgde ze hem een hele dag – zonder sceneprogramma, zonder poseeropdrachten. Alleen: Robert, zoals hij is. Zijn werk op de boerderij, zijn wekelijkse zwemles, zijn rustige momenten als hij zich even terugtrekt.
“Dat laatste is ook onderdeel van wie hij is. En dat herkennen wij allemaal. Daarom liet ik het zo zijn.”
Toen ze de foto’s aan haar familie liet zien, raakten ze diep geraakt.
“Ze zagen hoe gelukkig en op hun plek Robert daar is. Dat raakte hen écht. En toen dacht ik: dit moet ik blijven doen.”
Vandaag legt Anita het dagelijks leven vast van mensen met een verstandelijke beperking – in de momenten die voor hun dichtstbijzijnden het meest betekenen. Een meisje van 7 met ernstige epilepsieaanvallen. Een intieme bruiloft, met de vader als stralend middelpunt. Negen bewoners van een Thomashuis, samen met hun begeleiders, één hechte gemeenschap.
Haar foto’s vertellen wat woorden vaak niet kunnen: niet door te regisseren of te verzachten, maar door te zien.
“Het is altijd een beetje zoeken naar de juiste afstand én nabijheid. Ik wil eigenlijk die vlieg op de muur zijn. Maar dat moet je opbouwen – je kunt niet zomaar binnenstappen en verwachten dat niemand je ziet. Mijn jaren in de zorg helpen me daarbij.”
En dan die ontroering, keer op keer:
“Dat ik op deze manier van betekenis kan zijn voor anderen? Wauw. En ja – ik houd het vaak niet droog. Als ik zelf ontroerd ben door wat ik heb vastgelegd, dan weet ik: ik heb het verhaal goed gevangen.”
Nagelstickers die GHB opsporen: bescherming of schijnveiligheid?
Merel werd afgelopen zaterdag gedrogeerd in een uitgaansgelegenheid in Schiedam. Rond één uur voelde ze zich ineens niet meer zichzelf. “Ik werd duizelig en misselijk en vermoedde in eerste instantie dat ik gewoon vermoeid was. Ik probeerde nog een gesprek aan te gaan, maar dat lukte niet meer. Ik kreeg paniek en kon vrijwel niets meer zien. Ik wilde snel naar huis in de hoop dat ik dan weer tot mezelf zou kunnen komen”, schrijft Merel op Facebook. Net buiten de kroeg zakt ze in elkaar. Merel wordt met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. “Ik snapte niets meer, viel de hele tijd weg en was volledig onaanspreekbaar. Ik had die avond vijf drankjes op, wat niet veel meer is dan ik normaal zou drinken. Eenmaal in het ziekenhuis bleek het om een drogering te gaan.”
Ze deelt haar verhaal op Facebook om anderen te waarschuwen — en krijgt onder de vele steunbetuigingen ook een opvallend advies: gebruik bij het uitgaan een nagelsticker die drugs in je drankje zou kunnen opsporen.
De claim? De gele nagelstickers — verkrijgbaar als hartje, sterretje of vlinder — zouden van kleur veranderen als je ze een paar seconden in je drankje houdt én er GHB in zit. Klinkt als een handige veiligheidsmaatregel, toch? Maar hoe betrouwbaar zijn die stickers echt?
Het idee om drugs via nagelproducten te detecteren is trouwens al langer rond. Al in 2014 presenteerden vier studenten van North Carolina State University het concept van een ‘veranderende nagellak’ die reageert op stoffen die vaak bij drogeringen worden gebruikt. Het kreeg veel media-aandacht — maar het product kwam nooit op de markt.
Eva Ehrlich, senior wetenschappelijk medewerker bij drugsinfo.nl van het Trimbos-instituut, is duidelijk: “Ik raad het echt af. Het creëert alleen maar een vorm van schijnveiligheid.”
De stickers zijn wel degelijk te koop — via verschillende buitenlandse websites die ook naar Nederland leveren. Tien stuks kosten tussen de 16 en 20 euro. Maar volgens Ehrlich is vaak onduidelijk waarop ze eigenlijk testen. “Je leest nergens echt duidelijk welke stoffen ze precies kunnen detecteren. Soms staat er ‘GHB’, maar ‘such as GHB’ is veel te vaag. Welke drugs nog meer dan? Het is heel onwaarschijnlijk dat zo’n sticker op meerdere stoffen kan testen. Als de test negatief is op bijvoorbeeld GHB, zegt dat niets over andere stoffen.”
Hetzelfde geldt voor de zogeheten GHB-teststrips. En daar komt nog iets bij: om een stof te detecteren, moet er een bepaalde concentratie in het drankje aanwezig zijn. Ook de manier waarop je test speelt een rol. “Als iemand snel iets in je drankje gooit, heeft die persoon vaak geen tijd om te roeren. De drugs zakken dan naar de bodem. Als je je nagel alleen bovenin het glas houdt, registreert de sticker niet wat onderin zit. Je denkt dan dat je drankje veilig is, terwijl dat helemaal niet zo is.”
Overigens meldde de Drugs Infolijn van het Trimbos-instituut dit jaar al 2300 telefoontjes en e-mails (chat niet meegerekend). In 81 gevallen ging het om een vermoeden van drogering. Landelijke cijfers ontbreken echter — en drogering is vaak lastig vast te stellen of te bewijzen. “Dat drogeren gebeurt echt wel, maar het is nou ook weer niet zo dat het schering en inslag is.”
En over GHB zelf: volgens Ehrlich heeft het een sterke, superzoute smaak. “Onder normale omstandigheden proef je het echt wel, maar als je al dronken bent, merk je het misschien minder snel op.” En omdat je er relatief snel te veel van binnenkrijgt, kun je snel buiten bewustzijn raken of extreem sloom worden.
Haar belangrijkste advies? Houd je drankje goed in de gaten — en neem geen drankje aan als je niet weet wat ermee is gebeurd. “Het belangrijkste is dat je in ieder geval niet in een gevaarlijke situatie terechtkomt. Zorg dat je met anderen bent en houd elkaar in de gaten. Gaat iemand even naar de wc en komt diegene terug terwijl die zich vreemd gedraagt? Vraag dan even: ‘Hé, voel je je wel goed?’ Let op elkaar.”
En hoewel Merel juist wel goed op haar drankje lette, ging het toch mis. “Ik schrijf dit bericht zodat mensen niet hetzelfde hoeven mee te maken als ik zaterdag. Moet je naar het toilet? Neem je drankje mee en let goed op jezelf!”
Wie vermoedt te zijn gedrogeerd, kan contact opnemen met de politie. Bij vermoeden van seksueel misbruik kan ook het Centrum Seksueel Geweld hulp bieden. Drogering is strafbaar — maar achteraf bewijzen welke stof iemand heeft binnengekregen, is vaak lastig. Toch helpt aangifte altijd, zowel de politie als Ehrlich benadrukken dat. “Met meerdere aangiftes kunnen er wel maatregelen volgen.”
Tenslotte: medicijnen via het internet bestellen is ook niet altijd verstandig. De politie heeft recent drie mensen aangehouden en 30 websites offline gehaald waarop illegale medicijnen en harddrugs werden verkocht. Zij worden verdacht van het opzettelijk verkopen van schadelijke medicijnen, die de dood van drie vrouwen zouden hebben veroorzaakt.
Dader vuurwerkschade staat minder sterk bij verzekeraar door verbod
Op 1 augustus is het landelijk vuurwerkverbod voor consumenten van kracht geworden. Dat betekent: bijna alle vuurwerk is nu verboden — behalve de supergezellige, veilige F1-soorten zoals knalerwten, sterretjes of sierfonteintjes voor op een taart. Vuurpijlen, knalbommen en andere ‘echte’ vuurwerken? Die mogen alleen nog met een vergunning — dus voor jou als consument: nee. En dat heeft gevolgen, vooral als er schade ontstaat.
Waarom de dader nu sneller in de problemen komt
Het Verbond van Verzekeraars legt uit dat wie vuurwerkschade veroorzaakt, nu veel kwetsbaarder staat bij zijn of haar verzekeraar. “Wat vroeger gewoon legaal was, is nu strafbaar”, zegt woordvoerder Elias van Hees. En dat maakt het verschil: als je bewust verboden vuurwerk gebruikt of zelfs maar bewaart, kan je verzekeraar de dekking weigeren — of ná de schade regres nemen. Dat betekent: de verzekeraar betaalt eerst de schade aan het slachtoffer, maar probeert daarna de kosten terug te halen van jou als dader.
En ja, dat geldt ook als je het vuurwerk alleen in huis hebt, zonder het af te steken. Want volgens Van Hees is de vraag niet of het vuurwerk al is afgestoken, maar of je bewust iets gevaarlijks en illegaals in huis haalt of bewaart. Ontstaat er daardoor brand, een explosie of schade aan buren, auto’s, woningen of mensen? Dan kun jij persoonlijk aansprakelijk worden gesteld — en je verzekeraar hoeft geen cent te betalen.
“Verzekeringen zijn bedoeld voor onvoorziene schade, niet als vangnet voor bewust gevaarlijk en strafbaar gedrag.”
Wat betekent dit voor slachtoffers?
Voor mensen die ongewild schade oplopen — bijvoorbeeld een kapotte ramen of een beschadigde auto door vuurwerk van een buur — verandert er in principe niets. Je kunt de schade gewoon melden bij jouw eigen verzekeraar. Of je uiteindelijk vergoed wordt, hangt wel af van jouw polisvoorwaarden. Maar vaak keert de verzekeraar toch uit — en probeert daarna de kosten terug te halen van degene die het vuurwerk had of afstak.
Hoe ging de inleveractie?
Van 1 september tot en met 9 oktober konden mensen hun illegale vuurwerk gratis en anoniem inleveren. In totaal werd zo’n 7.650 kilo ingeleverd. Dat klinkt veel, maar is in feite een druppel op een gloeiende plaat vergeleken met wat politie en douane vaak in één week al onderscheppen. Het doel van de actie was trouwens nooit om zoveel mogelijk vuurwerk binnen te halen — maar om mensen bewust te maken van het verbod én hen een veilige, straffeloze manier te bieden om los te komen van wat ze niet meer mogen hebben.
Of er daardoor echt minder vuurwerkschade zal zijn tijdens de jaarwisseling? Dat is nog onduidelijk. “Het is nog te vroeg om daar een harde voorspelling over te doen”, zegt Van Hees. Uiteindelijk hangt het af van hoe strikt mensen zich aan het verbod houden — en hoe consequent er wordt gehandhaafd.
En dan nog even een realistische noot: niet iedereen is blij met het verbod. Zoals één man die, ondanks alles, gewoon doorgaat met afsteken: “Jammer dan.”
Historische avond voor Nederlandse clubs: vier zeges, veertien doelpunten, één grote feeststemming
Het was écht een bijzondere donderdagavond voor het Nederlandse voetbal: alle vier de eredivisieclubs die in actie kwamen in Europese competities — AZ, NEC, Ajax en FC Twente — pakten allemaal drie punten. En niet zomaar: ze deden het met stijl, overtuiging én een behoorlijk aantal goals.
Wat gebeurde er precies?
In de UEFA Europa League wonnen AZ (tegen Ararat-Armenia) en NEC (tegen Dinamo Zagreb), terwijl Ajax en FC Twente hun duels in de UEFA Europa Conference League knap afsloten — tegen respectievelijk Atalanta Bergamo en Lincoln Red Imps. Samen maakten ze maar liefst veertien doelpunten, waarbij FC Twente twee keer scoorde in Gibraltar, AZ vier keer in Armenië, NEC drie keer in Kroatië én Ajax pas in de slotfase twee keer in Italië.
Waarom is dit zo bijzonder?
Dit was de eerste keer sinds februari 2012 dat vier Nederlandse clubs op één avond allemaal wonnen in Europees verband. In totaal gebeurde het in de geschiedenis 88 keer dat vier of meer Nederlandse teams tegelijk in actie kwamen — maar slechts vijf keer lukte het om daarbij álle vier te laten winnen. En deze keer deed het kamp nog eens extra indruk: drie van de vier overwinningen werden buitenshuis behaald. Dat was eerder alleen gelukt in augustus 2019 — maar toen waren het nog voorronde-wedstrijden. Deze keer ging het om officiële hoofdtoernooien.
En dan die doelpunten: 14 goals op één avond? Dat was voor het laatst 42 jaar geleden — op 3 oktober 1984, toen Ajax zelfs 14-0 won tegen Differdange.
Wat betekent het voor de toekomst?
Deze resultaten tellen mee voor de UEFA-coëfficiëntenlijst — de ranglijst die bepaalt hoeveel plaatsen Nederland krijgt in de Champions League, Europa League en Conference League. Nederland staat momenteel achter Portugal (en dus met één minder directe Champions League-ticket vanaf volgend seizoen), en België ligt virtueel al voor. Maar met deze sterke start — inclusief de prestaties van PSV en Feyenoord in de Champions League — is er hoop. Nederland haalt in op België én bouwt een flinke voorsprong op landen als Turkije en Griekenland. Kortom: elke Europese zege telt nu dubbel.
