Frankrijk zucht onder torenhoge staatsschuld: “Dit gaat pijn doen”
De Franse regering heeft onder druk van aanhoudende protesten beloofd er 3000 extra leerkrachten bij te krijgen. Maar de echte druk zit hem ergens anders: de overheidsfinanciën. Frankrijk geeft al jaren structureel meer uit dan er binnenkomt, en de oplopende rente maakt het alleen maar lastiger.
Een traditie van protest en dure beloftes
Frankrijk heeft al sinds de Franse Revolutie van 1789 een traditie van massale protesten die nog wel eens uit de hand lopen. Of het nu gaat om investeringen in schoolgebouwen of het terugdraaien van pensioenbezuinigingen: toegeven aan de eisen van demonstranten kost de staat geld. Geld dat er simpelweg niet is.
“De opgave om te bezuinigen was al heel groot, maar door de oplopende rentes wordt het nog veel moeilijker”, zegt Rabobank-econoom Maartje Wijffelaars. Een door de Franse regering aangesteld panel van economen adviseert maar liefst 126 miljard euro te bezuinigen om de staatsschuld tegen 2032 te stabiliseren. “Dat gaat pijn doen”, aldus Wijffelaars, “want je kunt niet alle huishoudens en bedrijven ontzien.”
Schuld van 3500 miljard euro
Volgens de meest recente Europese statistieken bedraagt de Franse staatsschuld inmiddels ruim 3500 miljard euro. Dat is opgelopen tot 119 procent van het bnp, terwijl de EU een schuld van maximaal 60 procent wenselijk vindt. Frankrijk is al vaker op de vingers getikt door Brussel vanwege het hoge begrotingstekort en de torenhoge schuld.
Beleggers beginnen te twijfelen
Ook beleggers kijken steeds kritischer naar Frankrijk. Het vertrouwen dat het land op lange termijn zijn schulden kan afbetalen, neemt af. Dat zie je terug in de oplopende rente op staatsschuld: wie voor tien jaar geld uitleent aan Frankrijk, krijgt nu bijna 5 procent rente per jaar. Anderhalf jaar geleden was dat nog 3,5 procent.
Beleggers eisen die hogere rente omdat ze twijfelen aan de kredietwaardigheid van het land. Het gevolg: Frankrijk kampt niet alleen met een hoge schuld, maar de rente vreet ook steeds meer van de begroting op.
Lastig parket voor premier Lecornu
Terwijl de schulden en rentelasten oplopen, zit de regering van premier Sébastien Lecornu in een lastig parket. De komende periode moet hij de begroting voor 2027 door het parlement loodsen, maar net als in Nederland heeft zijn regering geen meerderheid. Vorig jaar lukte dat nog dankzij een deal met de socialisten, maar dit jaar wordt het een stuk moeilijker. Met de presidentsverkiezingen in het vooruitzicht zullen oppositiepartijen zich niet snel branden aan impopulaire bezuinigingen.
Lecornu heeft één troef achter de hand: hij zou de begroting eventueel buiten het parlement om erdoorheen kunnen loodsen. Maar eerder leidde het inzetten van dat omstreden wetsartikel tot een regeringsval, dus dat is ook een risico.
Het renteverschil met andere landen groeit
Ook andere landen kampen met een torenhoge staatsschuld, zoals het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Zelfs Nederland en Duitsland zien de rente oplopen. Maar in Frankrijk stijgt de rente een stuk harder. Dat renteverschil, de zogeheten ‘spread’, was een jaar geleden nog 0,8 procent en is inmiddels opgelopen tot 1,5 procent.
“Dat lijkt misschien weinig, maar het is wel een punt van zorg”, zegt ING-econoom Bert Colijn. Gezien de omvang van de staatsschuld gaat het om miljarden. “Als dat verschil te groot wordt, leidt dat tot twijfels bij beleggers, banken en andere landen over de kracht van de hele Europese Unie”, legt Colijn uit.
Herinneringen aan de Griekse schuldencrisis
Dat doet denken aan 2010, toen de Griekse schuldencrisis losbarstte. De enorme schuld van Griekenland leidde tot afnemend vertrouwen in de euro. Na lang crisisoverleg verschafte de EU noodleningen aan het land, waardoor Europa politiek bij elkaar bleef en de euro niet verder wegzakte.
Volgens Colijn kan de druk op de Europese Centrale Bank om te hulp te schieten toenemen, maar is het echt eerst aan Frankrijk zelf om de problemen op te lossen.
Drie Brabantse bruggen storten niet zomaar in, schrijft minister na ophef
Het risico dat drie Brabantse bruggen plotseling instorten, is klein. Dat schrijft minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat in een brief aan de Tweede Kamer.
Onderzoek van Follow The Money
Uit onderzoek van journalistiek platform Follow The Money (FTM) kwamen deze week drie Brabantse bruggen naar voren als mogelijke risicobruggen: het viaduct Cadettenkamp (A27 bij Breda), het spoorviaduct van de A67 bij Geldrop en de Oosterhoutsebrug in Oosterhout. Deze drie bruggen horen bij een groep van zestien bruggen en viaducten in Nederland die mogelijk gevoelig zijn voor zogenoemde waterstofverbrossing.
Wat is waterstofverbrossing?
In de bruggen zitten staaldraden onder hoge spanning verwerkt in het beton, ook wel voorspanstaal genoemd. Door waterstofverbrossing kunnen er scheurtjes in het staal ontstaan. Daardoor is er een grote kans dat die staaldraden knappen, waardoor een brug zonder waarschuwing kan instorten. Dat schreef FTM eerder al.
Rijkswaterstaat volgde waarschuwingen niet volledig op
Het journalistiek platform onthulde deze week dat Rijkswaterstaat waarschuwingen van onderzoeksinstituut TNO niet volledig had opgevolgd. Zo zouden aanbevolen inspecties en onderzoeken niet overal of niet op tijd zijn uitgevoerd. De aanleiding voor het onderzoek van Rijkswaterstaat was het instorten van de Carolabrug in het Duitse Dresden in 2024.
Reactie van de minister
In zijn brief geeft Karremans toe dat niet alle aanbevelingen zijn uitgevoerd. “Dat sommige acties uit de aanbevelingen (nog) niet zijn uitgevoerd, houdt verband met de uitvoeringstijd van de maatregelen en met het feit dat in de loop van de tijd nieuwe inzichten zijn ontstaan”, schrijft de minister deze week. Volgens hem betekent dat niet dat de veiligheid van de bruggen in gevaar is gekomen. De situatie is volgens de minister “niet één-op-één vergelijkbaar met die in Dresden”.
Rijkswaterstaat heeft de constructies de afgelopen jaren laten inspecteren. Ze heeft berekeningen laten uitvoeren en aanvullend materiaalonderzoek gedaan. “Op basis van de beschikbare informatie zijn er daarom geen aanwijzingen voor een acuut veiligheidsrisico”, schrijft Karremans.
Onzekerheid blijft
Tegelijkertijd erkent de minister dat niet alle onderdelen van de bruggen kunnen worden onderzocht. Daardoor valt volgens hem niet volledig uit te sluiten dat er op plekken die nog niet zijn bekeken aantasting van het staal aanwezig is. “Het is dus mogelijk dat voorspanstaal is aangetast op plaatsen waar de constructie nog niet is onderzocht.” Toch ziet Karremans ook daarin geen direct veiligheidsrisico en geen reden voor onmiddellijke maatregelen.
Maatregelen bij andere bruggen
Bij sommige andere bruggen in Nederland zijn inmiddels verkeersbeperkingen ingesteld of wordt extra materiaalonderzoek uitgevoerd. Voor de Brabantse viaducten Cadettenkamp, het spoorviaduct bij Geldrop en de Oosterhoutsebrug ziet Rijkswaterstaat daar op dit moment geen aanleiding voor. De minister benadrukt dat de bruggen de komende jaren wél extra in de gaten worden gehouden door Rijkswaterstaat. Nieuwe onderzoeksresultaten kunnen leiden tot aanvullende maatregelen als dat nodig is, zoals eerder al bij de Merwedebrug is gebeurd.
Merwedebrug
De Merwedebrug op de A27 bij Gorinchem is sinds half juli dicht voor vrachtwagens en voertuigen zwaarder dan 3,5 ton, omdat delen van de stalen boogconstructie minder sterk zijn dan verwacht. Onlangs is er een asfaltlaag vervangen, zodat de brug veilig gebruikt kan blijven worden tot de bouw van de nieuwe Merwedebrug klaar is.
Weerbericht: Herfstachtig weekend, maar zachter weer op komst
Een wisselvallige vrijdag
We krijgen een herfstachtig weekend, maar begin komende week keren de aangename temperaturen terug. Dat vertelde Berend van Straaten van Weerplaza vrijdagochtend in het radioprogramma KEIgoeiemorgen op Omroep Brabant.
Deze vrijdag is volgens Van Straaten tamelijk wisselvallig. “Meerdere buien worden aangevoerd vanuit het westen en de zon gaan we niet of nauwelijks zien. De temperatuur komt uit tussen de 14 en 16 graden. Dat is een stuk frisser dan eerder deze week.” Ook spreekt hij over flink wat wind uit westelijke richting, af en toe windkracht vijf. “Windkracht zes sluit ik ook niet uit. Ook dat zorgt er voor dat het een beetje onstuimig aanvoelt.”
Pittig koufront vrijdagavond
Vrijdagavond voorspelt hij een ‘pittig koufront’ dat over de provincie trekt. “Dan gaan de buien nog wat steviger uitpakken en doet ook de wind er een schepje bovenop.”
Zaterdag: wisselvallig en fris
Ook zaterdag wordt volgens de weerman een wisselvallige dag, met flink wat wind. “We hebben dan te maken met buien die worden aangevoerd vanaf de Noordzee. Maar dan zijn er wel wat meer droge momenten, we gaan de zon wat vaker zien. Wel is het zaterdag aan de frisse kant, hooguit 14 graden. Ook zaterdagavond is er veel wind en kans op windstoten.”
Zondag: droger maar nog fris
Zondag neemt het aantal droge momenten toe. Dan zien we de zon nog wat vaker. Maar het blijft ook dan fris: 14 of 15 graden.
Vooruitzicht: zachter weer volgende week
Maar komende week gaat de zon wat vaker schijnen en loopt de temperatuur weer iets op. Dinsdag en woensdag kan het weer zo’n 18 graden worden. “Dat is aan de zachte kant voor de tijd van het jaar.”
Kinderen moeten gemiddeld zeven maanden wachten op zwemles
Wachttijden bij zwemlesaanbieders
Uit onderzoek van de NRZ blijkt dat bij 86 procent van de onderzochte aanbieders kinderen op een wachtlijst staan. De vraag naar zwemlessen blijft dus groot, zo concludeert de raad. Tegelijkertijd hebben aanbieders te maken met een tekort aan personeel, beschikbare lestijd en zwemwater.
Eerdere berichtgeving over lange wachtlijsten
In 2021 schreef RTL Nieuws al over de lange wachtlijsten. Ook toen moesten kinderen op sommige plekken meer dan een jaar wachten. De wachttijden liepen destijds extra op doordat er een periode geen zwemles gegeven kon worden vanwege de coronaregels.
Gevolgen voor kinderen en kosten
De meeste kinderen beginnen rond hun vierde met zwemles. Doordat de wachttijden soms oplopen tot meer dan een jaar, kunnen kinderen pas veel later beginnen. Daarnaast rijzen de kosten voor zwemlessen de pan uit. Ouders betalen gemiddeld 1050 euro voor het volledige Zwem-ABC.
Zwemdiploma’s en lestijd
Om diploma A te halen, hebben kinderen gemiddeld 54 uur zwemles nodig. Voor diploma B en C komt daar telkens ongeveer 13 uur bij. Volgens het onderzoek behaalt ongeveer 86 procent ook diploma B, maar haalt uiteindelijk slechts de helft diploma C.
Belang van het volledige Zwem-ABC
De NRZ benadrukt het belang van het volledige Zwem-ABC. “Het volledige Zwem-ABC zorgt ervoor dat kinderen beter zijn voorbereid op verschillende situaties in en rond het water.”
Regelingen voor gezinnen
Voor gezinnen die de zwemlessen niet kunnen betalen, bestaan allerlei regelingen. 91 procent van de onderzochte zwemlesaanbieders werkt samen met fondsen of gemeenten om zwemlessen toegankelijker te maken. Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport & Cultuur en gemeentelijke regelingen worden daarbij het meest genoemd.
Schoolzwemmen
Ook schoolzwemmen bestaat nog. Ruim een derde van de ondervraagde aanbieders verzorgt zwemlessen voor scholen, vooral voor leerlingen uit groep 4 tot en met 6.
Krijgt Trump vanochtend de Nobelprijs? Experts denken eerder aan iemand die hem kan weerstaan
Waar gaat het over?
Vanochtend om 11.00 uur maakt Noorwegen bekend wie dit jaar de Nobelprijs voor de Vrede in de wacht sleept. En één ding lijkt nu al zeker: het wordt waarschijnlijk niet de Amerikaanse president. Dat zal in het Witte Huis niet bepaald in goede aarde vallen.
Vorig jaar was het namelijk ook al raak. Trump riep zichzelf toen uit tot de “rechtmatige” winnaar, maar de prijs ging naar de Venezolaanse oppositieleider María Corina Machado. Zij kreeg hem voor “haar onvermoeibare inzet voor het bevorderen van democratische rechten voor de bevolking van Venezuela”. Het Witte Huis was het daar niet mee eens en vond dat het Nobelcomité “politiek boven vrede” had laten gaan. Trump zelf zei dat hij “acht oorlogen” had beëindigd en dus eigenlijk de enige echte kandidaat was.
Later bood Machado haar prijs alsnog aan Trump aan tijdens een bezoek aan het Witte Huis, kort nadat de VS de Venezolaanse president Maduro hadden opgepakt. Het Nobelinstituut maakte daar echter korte metten mee: een Nobelprijs kun je niet intrekken, delen of zomaar aan iemand anders geven.
Opvallend stil
Dit jaar heeft Trump zich in de aanloop naar de bekendmaking opvallend rustig gehouden. Volgens persbureau Reuters is hij wel genomineerd door Cambodja, Israël en Pakistan. De Israëlische premier Netanyahu nomineerde hem vorig jaar ook al.
Historicus en geopolitiek analist Ivo van de Wijdeven ziet het toch niet snel gebeuren. “Het bestand tussen Hamas en Israël dat vorig jaar werd onderhandeld heeft weliswaar standgehouden, maar er is nog niet echt vrede,” zegt hij. Daar komt bij dat Trump begin dit jaar zelf de oorlog tegen Iran begon. “Een van de criteria is dat je vrede moet bevorderen.”
Omstreden winnaars
De vredesprijs is door de jaren heen wel vaker omstreden geweest. Neem Henry Kissinger (1923-2023), de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. Hij won in 1973 voor “het gezamenlijk onderhandelen over een staakt-het-vuren in Vietnam”, samen met de Vietnamese politicus Le Duc Tho – die de eer trouwens weigerde. Twee leden van het comité stapten op en The New York Times noemde het destijds de “Nobel Oorlogsprijs”. Kissinger was namelijk verantwoordelijk voor zware bombardementen in Noord-Vietnam en Laos, en steunde in datzelfde jaar nog een bloedige staatsgreep in Chili.
Hoe wordt de winnaar eigenlijk gekozen?
De winnaar wordt gekozen door het Noorse Nobelcomité. De leden daarvan worden geselecteerd door het Storting, het Noorse parlement, voor een termijn van zes jaar – en ze kunnen herkozen worden. Alle leden zijn Noorse staatsburgers.
Om kans te maken moet je genomineerd worden. Wereldwijd hebben tienduizenden mensen het recht om iemand voor te dragen: rectoren van universiteiten, bepaalde hoogleraren, leiders van vredesonderzoeksinstituten en instituten voor internationale betrekkingen, parlementsleden, leden van het Internationaal Strafhof en eerdere winnaars van de vredesprijs.
De deadline voor nominaties is 31 januari. Daarna neemt het vijfkoppige comité alle nominaties door en maakt een selectie, die vervolgens door onafhankelijke deskundigen wordt beoordeeld. Het definitieve besluit valt tijdens de laatste vergadering voor de bekendmaking. Daarbij wordt gekeken naar vier hoofdgebieden: wapenbeheersing en ontwapening, vredesonderhandelingen, democratie en mensenrechten.
Wie dit jaar genomineerd zijn, is niet bekend. Het comité maakt nominaties niet openbaar; de volledige namenlijst wordt pas na vijftig jaar vrijgegeven.
Iemand die Trump kan weerstaan
Haakon Gjerloew, waarnemend directeur van het Vredesonderzoeksinstituut Oslo, zegt tegen persbureau Reuters dat hij verwacht dat er wordt gekozen voor iemand die de druk van Trump kan weerstaan. Hij noemt als voorbeelden paus Leo, het Internationaal Strafhof, het Internationaal Gerechtshof en Francesca Albanese, de speciale VN-rapporteur voor de bezette Palestijnse gebieden.
Historicus Van de Wijdeven verwacht niet dat het comité zich door Trump laat beïnvloeden. Volgens hem stuurt het comité liever een boodschap uit om de aandacht te vestigen op ‘vergeten’ conflicten. “Toen de prijs vorig jaar aan Machado werd gegeven, was dat ook een signaal naar mensen over een conflict dat veel mensen vergeten waren. Dat zie je bij de Nobelprijsuitreikingen wel vaker.”
Van de Wijdeven ziet de Sudan’s Emergency Response Rooms als een mogelijke winnaar. Dat zijn door lokale mensen opgezette netwerken die humanitaire hulp bieden in de Sudanoorlog, die ook wel de grootste crisis ter wereld wordt genoemd, maar relatief weinig aandacht krijgt. Volgens Van de Wijdeven zou dat passen bij de traditie van het Nobelcomité, dat vaak kiest voor “onbekenden en onbeminden”.
Deel artikel: Advertentie via Ster.nl
Saoedi-Arabië: drie staatsburgers gedood bij aanval op luchthaven Riyad
De Jemenitische Houthi-beweging heeft opgeëist dat zij raketaanvallen hebben uitgevoerd op de internationale luchthaven van de Saudische hoofdstad Riyad. Bij die aanvallen kwamen drie Saudische staatsburgers om het leven.
Twee aanvallen, één op een vliegtuig
Volgens de Saudische burgerluchtvaartautoriteit was de eerste aanval gericht op faciliteiten van het vliegveld. De tweede aanval richtte zich op een vliegtuig.
Saudia Airlines bevestigt schade
Luchtvaartmaatschappij Saudia Airlines laat weten dat een van haar toestellen beschadigd is geraakt. Het vliegtuig stond op de grond en er waren geen passagiers aan boord op het moment van de aanval. Een van de slachtoffers is een medewerker van de Saudische luchtvaartmaatschappij.
Achtergrond van het conflict
Het conflict tussen de door Iran gesteunde Houthi’s, die delen van Jemen in handen hebben, en Saoedi-Arabië is de afgelopen maanden weer opgelaaid. Saoedi-Arabië steunt de internationaal erkende regering van Jemen en leidt al jaren een gewapende coalitie tegen de Houthi’s.
