Schuldbewuste Xavi: “Mijn excuses — die slechte eerste helft was puur mijn fout”

Oranje-bondscoach Xavi Hernández heeft na het 2–2-gelijkspel tegen Griekenland meteen de verantwoordelijk op zich genomen. Geen geflankte uitspraken, geen verwijten naar spelers — gewoon duidelijk en eerlijk: “De eerste helft waren we zo, zo slecht. En ik denk dat dat mijn fout is als trainer.”

Voor rust stond Oranje terecht op 0–2 achter. Het team leek onzeker, ondoordachte beslissingen namen, de structuur ontbrak — en Xavi erkent openlijk dat dat niet bij de spelers lag, maar bij zijn eigen aanpak.

In de rust greep hij direct in: drie wissels (Ryan Gravenberch, Noa Lang en Tijjani Reijnders), een scherpe herstructurering van het systeem — en plotseling begon het te kloppen. Lang bracht frisse energie en gevaar vanaf de flank, Reijnders knalde kort voor tijd de gelijkmaker binnen. Maar Xavi wil geen individuele lof uitdelen: “Liever bespreek ik geen individuele spelers. Ik denk vooral dat het systeem anders was. We gingen met een ruit op het middenveld spelen en daardoor creëerden we meer kansen. Het veld kwam meer open te liggen en we hadden meer snelheid met de bal.”

En ja — hij zei het ook tegen de ploeg: “Sorry, want ik denk dat dit mijn fout is. Vergeet de eerste helft, nu gaan we de boel herstructureren in de tweede.” Geen tierende coach in de kleedkamer, maar iemand die rustig en doortastend herstelt — precies omdat de spelers al zelf teleurgesteld waren.

“Het was een wedstrijd met twee gezichten, maar dat hoort bij het proces van structurering”, legt Xavi uit. En het proces gaat door: “Zondag nog een wedstrijd in eigen huis, die moeten we winnen. We hebben alle spelers nodig: we hebben er nu 23 en ik denk dat dat genoeg is.”

Oranje speelt op zondag 4 oktober om 20.45 uur tegen Servië in Eindhoven.

Bekijk origineel artikel

Hij staat! — De momenten die Nederland voor altijd in het geheugen zijn gebrand

Nieuws: wanneer de wereld stilstond

Voor bijna iedereen, ongeacht leeftijd, is één nieuwsgebeurtenis het meest onvergetelijke tv-moment van de afgelopen 75 jaar: de aanslagen van 11 september 2001. De beelden van de vliegtuigen die zich in de Twin Towers boorden — live op televisie — zaten bij veel Nederlanders letterlijk in het netvlies. Maar wat écht indruk maakte, verschilt sterk per generatie. Jongeren (18–35) noemen vaak ook de ramp met MH17. Bij mensen tussen de 36 en 55 jaar blijft de Bijlmerramp levendig in het geheugen. En voor veel 56-plussers was de maanlanding een van de eerste grote live-uitzendingen die ze ooit zagen — samen met de moord op John F. Kennedy of de vuurwerkramp in Enschede. Ook de coronapandemie liet sporen na: van de lege straten tijdens de lockdown tot de regelmatige toespraken van Mark Rutte vanuit het Torentje.

Sport: wanneer een sprong alles veranderde

Sport op tv is een echte gemeenschapservaring — en sommige momenten worden daardoor onuitwisbaar. Oudere kijkers denken meteen aan het EK van 1988: de finale, de huldiging, de rondvaart door Amsterdam. Maar voor jongere generaties is het andere beeld dat blijft hangen: Epke Zonderland op de rekstok tijdens de Olympische Spelen van Londen in 2012. Zijn oefening was zo nieuw, zo precies, zo onvoorstelbaar — en toen hij landde…
“En hij stááát!”
Die woorden van commentator Hans van Zetten werden meteen legendarisch. Een perfecte landing. Een olympische gouden medaille. En een moment dat Nederlandse turngeschiedenis schreef — én voor altijd in het collectieve geheugen brandde.

Programma’s: waar je als kind mee opgroeide (of later mee in de ban raakte)

Wat blijft hangen op tv, hangt vaak af van wanneer je opgroeide. Kinderen onder de 35 denken meteen aan Telekids. Bij de 55-plussers roept Swiebertje nog steeds een warm gevoel op. En wie tussen de 36 en 55 jaar is? Die denkt direct aan Ron’s Honeymoonquiz: de speelse, luchtige quiz van Ron Brandsteder waarin pasgetrouwde stellen tegen elkaar optraden — met humor, spanning en een vleugje romantiek. Een klassieker die gewoon bijbleef.

En dan… de tv zelf

Op 2 oktober 1951 begon het allemaal officieel: Jeanne Roos opende de eerste Nederlandse televisie-uitzending vanuit Studio Irene in Bussum met de woorden: “Goedenavond dames en heren. Vanavond is het een heel bijzondere avond.” Zevenenvijftig jaar later — en dus nu al 75 jaar televisiegeschiedenis — is het medium nog steeds onmisbaar. Maar zal het ook nog bestaan over 25 jaar? Daarover is het publiek verdeeld: 42% denkt van wel, 43% van niet. Opvallend: juist jongeren geloven het meest in de toekomst van de traditionele tv — 57% van de 18–35-jarigen verwacht dat er dan nog gewone zenders met een vaste uitzendrooster zijn. Bij 66-plussers is dat maar 32%.

Bekijk origineel artikel

Code geel voor mist in het noordoosten – maar vanmiddag schittert de zon én het wordt 21 graden!

Goed nieuws voor wie vandaag even wil ontsnappen aan de herfstgrauw: na een mistige start wordt het een écht zonnige dag, vooral vanaf de middag. En ja, je leest het goed: het wordt écht aangenaam weer – tot wel 21 graden!

Mistig begin in het noordoosten (code geel!)

Vandaag begint het in Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel wat rommelig: mist of zelfs dichte mistbanken. Daarom heeft het KNMI code geel afgegeven – een waarschuwing om extra oog te hebben op het zicht, vooral bij het autorijden. Gelukkig is die mist meestal al verdwenen tegen de late ochtend. Verder blijft het droog, rustig en vrij windstil – perfect om even lekker langzaam wakker te worden.

Vanochtend: helder, zacht en stil

De zon komt langzaam door, soms ondersteund door wat hoge sluierbewolking uit het zuidwesten. Tegen het middaguur klimt de temperatuur al naar 16–17 graden. Geen zorgen over wind: het is bijna spiegelstil, ook langs de kust.

Vanmiddag: zon, stapelwolken en 21 graden!

Vanaf de middag wordt het pas écht leuk: veel zon, af en toe wat mooie stapelwolken, en langs de westkust blijft het gewoon volop stralen. Alleen in het uiterste noorden – denk aan de Waddeneilanden – is er een piepkleine kans op één geïsoleerde regenbui. Maar verder? Droog als een boterham. En de temperatuur stijgt tot een heerlijke 21 graden, met nog steeds nauwelijks wind – de wind komt zwak uit het zuidwesten (aan zee matig).

Vanavond en vannacht: helder, fris en eventueel nevelig

Vanavond schijnt de zon nog even, daarna wordt het helder met wat sluierbewolking. Vannacht kan zich hier en daar nevel of mist vormen – vooral op lagere plekken. De temperatuur daalt verder: van rond de 11 graden aan de kust tot 5 graden in het oosten en zuiden.

Wat staat er morgen en zondag op het programma?

Morgen en zondag blijven we genieten van fraai herfstweer: na eventuele ochtendnevel of mist wordt het weer zonnig, met alleen wat sluier- of stapelbewolking. Temperatuur? Ook dan blijft het prettig: 20–21 graden, met in het Waddengebied ‘slechts’ 19 graden. En de wind? Nog steeds bijna onmerkbaar.

En volgende week?

Maandag blijft het even zo – maar vanaf dinsdag wordt het geleidelijk wisselvalliger: meer bewolking, af en toe wat regen of een bui, en de temperaturen zakken langzaam terug naar wat normaal is voor deze tijd van het jaar (rond de 17 graden in de middag, dus iets lager dan nu).

Bekijk origineel artikel

Dit stel plukt hun wijn gewoon uit de achtertuin: ‘Je wordt er zen van’

Voor een fles goede wijn hoef je echt niet naar Bordeaux of de Kaap te vliegen. Soms is het al genoeg om even naar achteren te lopen — in dit geval naar de tuin van Wim en José Maas in Eersel. Tussen de bomen, struiken en zonovergoten druiventrossen groeit daar sinds bijna twintig jaar een kleinschalige, maar volop functionerende wijngaard.

En ja: hun Kempische wijnen doen absoluut niets onder voor die uit Frankrijk of Zuid-Afrika.

Van geiten naar druiven: een onverwachte wijnreis

Vroeger stonden er melkgeiten in diezelfde tuin. “Die wandelden elke dag met ons mee naar het Kempenmuseum, hier verderop in de straat, om te grazen. We hadden dagelijks tien liter melk”, herinnert José zich met een glimlach.

De wijnkoorts sloeg toe tijdens een fietsvakantie in Kent — tent op de bagagedrager, pedalen op hoogtetoeren. Toevallig kwamen ze terecht bij de oudste wijngaard van Engeland. En toen was het meteen duidelijk: Als dat daar kan, waarom dan niet hier?

De geiten kregen een nieuw onderkomen, en in 2005 kochten Wim en José hun eerste wijnstokken. “Er was toen weinig bekend over wijnteelt in Nederland. Ik ben gewoon het internet opgedoken om alles uit te vogelen”, zegt Wim met een knipoog.

Gezond, biologisch én handgemaakt

Vandaag staan er honderd wijnstokken in de tuin — van verschillende, speciaal ontwikkelde rassen. “Het zijn geen ‘oude’ druivenrassen, maar geënte en gekweekte varianten die goed bestand zijn tegen meeldauw en schimmels. Daardoor kunnen we helemaal zonder bestrijdingsmiddelen werken”, legt José uit.

Geen machines, geen snelle oogstbanden: alles gebeurt met de hand, druif voor druif. Een karwei dat — zo zeggen ze — aangenaam zen maakt. Elke vrijdag komen vrienden helpen, na een stuk zelfgebakken appeltaart met een flinke klodder slagroom.

“We halen alle druiven direct van de tros — dus geen spinnetjes, geen steeltjes, geen restjes. Daarom hoeven we onze wijn ook niet te klaaren, zoals bij veel commerciële wijnen”, vertelt Wim. Tijdens het plukken maken ze meteen een voorselectie: mooie druiven in de grote bak, aangetaste exemplaren naar de composthoop.

Daarna gaan de druiven tussen twee grote walsen door, zodat sap en pulp loskomen. Het sap belandt in grote glazen flessen, waar het zes weken lang rustig gist — de gist zet de suiker om in alcohol. Dan wordt het helder, rustig… en is er wijn.

Een oogst vol plezier (en geen verkoop)

De oogst uit de achtertuin levert zo’n 150 flessen op. Maar verkopen? Nee. “Die blijft mooi op ons eigen château”, lacht José. De kelder staat vol, en ieder weekend klinkt er een plop van de kurk.

Regelmatig nodigen ze vrienden en bekenden uit voor een gezellige proefavond: de zelfgemaakte pizzaoven wordt aangestoken, de flessen rood en wit worden ontkurkt, en de sfeer is altijd warm en ontspannen. “Dat zijn mooie momenten. Mensen voelen zich echt bevoorrecht als ze worden uitgenodigd om hier te proosten.”

Bekijk origineel artikel

De Oranjes en het koloniale verleden: een onderzoek dat écht los van de troon is gegaan

Hij had het al eerder gezegd: het was hoog tijd dat iemand eens goed keek naar wat het Huis Oranje-Nassau allemaal te maken had met Nederland’s koloniale geschiedenis. En dan bedoelt onderzoeker Gert Oostindie niet ‘een beetje kijken’ — maar echt diep duiken, vanaf 1600 tot nu. Niet lang daarna belde de koning zelf. Wil je komen praten? En eind 2022 kwam de vraag: wil jij dit onderzoek leiden? “Een aanbod dat je niet kunt weigeren”, noemt Oostindie het zelf.

Straks worden de resultaten van dit jarenlange, onafhankelijke onderzoek officieel gepresenteerd aan koning Willem-Alexander — degene die het zelf opdracht gaf én ook financieel ondersteunde. Volgens Oostindie is dat geen kleinigheid: “Het is echt deze koning die wilde dat we dit onderzochten. Die heeft de gouden koets gestopt, excuses gemaakt voor het slavernijverleden én voor het geweld in Indonesië. Dat zegt iets.”

De opdracht was duidelijk: wat was (en is) de rol van de Oranjes in het koloniale verhaal? En toen kreeg de onderzoekcommissie — Oostindie samen met Esther Captain, Kathleen Ferrier en Henk ten Velde — volledige vrijheid. Geen tussenkomst, geen ‘even langs komen voor een update’. Alleen aan het einde de conclusies. “Zo wilde de koning het ook. Want als je telkens op thee moet, dan is het onderzoek niet meer onafhankelijk. En dat is precies wat we moesten waarborgen.”

Dat de koning zich de laatste jaren bewust richt op de pijnlijkere delen van zijn familiegeschiedenis, valt op. Zo sprak hij kritisch over zijn overgrootmoeder koningin Wilhelmina en haar houding tijdens de Tweede Wereldoorlog. En tijdens de herdenking van het slavernijverleden in 2023 ging hij nog een stap verder: hij herhaalde niet alleen de regeringsexcuses, maar vroeg ook persoonlijk vergiffenis voor het gedrag van zijn voorgangers. En ja — hij startte dit grote onderzoek.

Waarom? Volgens Koninklijk Huis-verslaggever Simone Tukker is het niet alleen een kwestie van geweten. “De koning wil transparant zijn. Maar het is ook een strategische keuze: om de monarchie toekomstbestendig te houden, moet de familie meebewegen met de tijd.”

Is alles nu bekend? “Het is nooit af — geschiedenis blijft leven — maar we hebben zo grondig onderzocht, met zoveel mensen, dat de kern van het verhaal nu wel duidelijk is”, zegt Oostindie. Zes tientallen onderzoekers zijn betrokken geweest, en bijna iedereen vond iets nieuws — stukken die nog nooit eerder waren bekeken.

Bianca Groen Gallant, directeur van het NiNsee (Nationaal Instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis), zal aanwezig zijn bij de presentatie. Ze noemt het “zeer waarderend” dat de koning dit onderzoek liet plaatsvinden — en bovendien de koninklijke archieven openstelde. “Dit onderzoek doet recht aan het structurele onrecht dat langdurig en met geweld is toegebracht.”

Voor haar is dit de eerste stap naar reparatory justice: herstel en rechtvaardigheid. En herstel begint met waarheidsvinding. Maar het moet verder gaan: naar gelijke kansen — in het onderwijs, in de economie, in het collectieve geheugen. “Ook dit is onze geschiedenis”, benadrukt ze. Het NiNsee hoopt dat de koning nu het voortouw neemt in de gesprekken die moeten volgen — net zoals voormalig premier Rutte begon met excuses en de beroemde ‘na de komma’-opmerking. Nu is het tijd voor wat daarna komt.

Bekijk origineel artikel

Verhoging vergunningskosten zorgt voor onrust: ‘Festivals maken Breda’

De verhoging van de vergunningskosten voor evenementen in Breda roept flinke ophef op — niet alleen bij organisatoren, maar ook op straat. Mensen vragen zich af: wat als de Grote Optocht of het Breda Jazz Festival opeens te duur worden om te houden? “Dat kan toch gewoon niet. Die festivals maken Breda”, klinkt het herhaaldelijk.

De gemeente wil de vergunningskosten voor grote evenementen met maar liefst 112 procent omhoogschroeven. Dat betekent dat een evenement als de Grote Optocht of het Breda Jazz Festival straks bijna €37.000 moet neertellen — tegenwoordig is dat nog €17.000. En dat heeft gevolgen: het voortbestaan van de Grote Optocht staat zelfs ter discussie.

Politieke partijen reageren scherp op het plan van het gemeentebestuur. Maar ook gewone Bredanaars zijn bezorgd. “Ik zou dat heel jammer vinden. Ik heb al mijn hele leven carnaval hier”, zegt een vrouw. Een andere passant, tijdens het winkelen in het centrum: “Die optocht hoort bij Breda. Dat is altijd zo geweest.” En een man lacht er wel om, maar meent het serieus: “Ondenkbaar. Het hoort bij de stad. Als ze verdwijnen, breken er rellen uit, denk ik.”

Ook het Jazz Festival raakt in het vizier — en daar valt weinig mee te lachen. “Ik zou het heel erg vinden. Als ik zie wat voor een feest het is en hoeveel mensen het samenbrengt… Het is hetzelfde als Breda zonder carnaval of Breda zonder NAC. Dat gaat helemaal niet.” Voor één vrouw is het festival bovendien een persoonlijk plekje: “Ik heb mijn man daar bijna 45 jaar geleden leren kennen. Tijdens een van de eerste edities. We gaan er nog altijd naartoe — want we wonen in de buurt. Heerlijk.”

Wethouder Arjen van Drunen legt uit dat de verhoging nodig is omdat Breda tot nu toe slechts een klein deel van de werkelijke kosten rond vergunningsaanvragen doorberekende — nu wordt pas zo’n twintig procent gedekt. “We hebben geprobeerd om de stijging beperkt te houden, maar helaas… alles wordt duurder”, zei hij eerder tegen Omroep Brabant. Volgens hem liggen de nieuwe tarieven nog steeds onder de volledige kostendekkende waarde — en dat wil Breda de komende jaren wel bereiken.

Maar veel mensen op straat denken anders: deze evenementen horen gewoon thuis in Breda. “Het is een studentenstad, dus al die festivals horen erbij”, zegt iemand. Een ander: “Het kenmerkt Breda juist dat wij evenementen weten te organiseren. De optocht is iets heel moois. Dat geldt ook voor het Jazz Festival. Je ontmoet en ontvangt mensen uit de hele omgeving. Het heeft echt iets cultureels.” En een man maakt zich zorgen over de toekomst: “We zijn een grote, toeristische stad en die heeft evenementen nodig. Het moeten er juist meer worden — in plaats van minder.”

Bekijk origineel artikel