Reijnders over zijn stap naar Saudi-Arabië: “Ik een zakkenvuller? Dat kan ik niet ontkennen”

Van AZ naar AC Milan. Van Milan naar Manchester City. En dan, op z’n 28ste — precies wanneer de grote jaren eigenlijk moeten beginnen — naar Al-Qadsiah in Saudi-Arabië. Ja, die zomerse transfer van Tijjani Reijnders kwam voor veel mensen als een verrassing. En hij is er ook volkomen eerlijk over: “Ik een zakkenvuller? Dat kan ik niet ontkennen.”

Op de training voelt hij zich meteen op zijn gemak — vooral tijdens een rondo-oefening, waarbij hij samen met Joey Veerman in een groen hesje in het midden staat als centrale verbinding. In tien minuten geen enkel balverlies. Ook bondscoach Xavi mist dat niet.

Om 11.00 uur geven Xavi en aanvoerder Virgil van Dijk gezamenlijk een persconferentie — live te volgen op NOS.nl en in de NOS-app. Voor het eerst meldt Reijnders zich bij Oranje als speler van Al-Qadsiah, de huidige nummer vier in de Saudische competitie. Twee punten achter koploper Al-Hilal, waar ook landgenoot en mede-international Crysensio Summerville speelt. In vijf duels al drie goals voor Reijnders.

Natuurlijk begrijpt hij de vragen over zijn keuze. Hij staat in de bloei van zijn carrière, heeft bewezen dat hij op het allerhoogste niveau meekan — maar bij City was hij niet gelukkig. Hij ziet zichzelf als een dynamische ‘nummer 8’, heen en weer pendelend tussen verdediging en aanval. Bij City werd hij steeds vaker ingezet als ‘nummer 10’: de creatieve, aanvallende middenvelder.
“In de voorbereiding merkte ik dat het weer die kant opging, en toen begon ik te denken: wil ik dat nog een seizoen zo? Het eerlijke antwoord was nee. Ik wilde verder kijken — en toen hoorde ik van de club dat het mocht.”

Er waren wel opties in Europa: Atlético Madrid, Juventus, zelfs clubs in Engeland. Maar allemaal liepen ze stuk op de financiële voorwaarden van City. Al-Qadsiah kon wel 61 miljoen euro ophoesten. Reijnders zelf moest nog overtuigd worden.
“Veel mensen denken dat je carrière als topvoetballer daarmee voorbij is. Dat gevoel had ik eerst ook.”

Tot hij ging praten met coach Brendan Rodgers. Die legde hem uit dat hij hier prima drie of vier jaar met veel plezier kan spelen — en daarna weer terug kan naar Europa. “Dat is ook mijn doel.”

En dan: de olifant in de kamer — het geld. In vier jaar zou hij ongeveer honderd miljoen euro verdienen. Een bedrag dat zelfs voor een topvoetballer doet huiveren.
“Je kunt altijd de moraalridder uithangen, maar ik denk dat iedereen daar ja op zegt. Ik wil na mijn carrière niet meer werken. Dat hoefde ik al niet meer na City — maar nu kan ik ook generaties na mij goed neerzetten.”
Kort gezegd: “Als door deze keuze ook mijn kleinkinderen goed kunnen leven, waarom zou ik het dan niet doen?”, zegt de oud-AZ’er.

Hij woont nu in Khobar, een stad bij de Perzische Golf met ruim 400.000 inwoners, vlakbij de grote havenstad Dammam. Het is daar momenteel 38 graden. ’s Nachts koelt het af tot rond de 31 graden. Overdag is het te warm om te voetballen — dus trainen gebeurt ’s avonds.

Over het niveau is hij enthousiast: “Het is niet zo dat ik elk duel op 65 procent kan spelen. Ik schat de Saudische competitie, met al die grote namen, zelfs hoger in dan de Eredivisie. Als mensen een oordeel willen vellen over het voetbal daar, moeten ze het eerst zien.”

Bondscoach Xavi sprak het een dag eerder al openlijk uit op de persconferentie: “Als je de competitie volgt, zie je dat het geen slecht niveau is. En als een speler daar levert, is er geen probleem voor mij om hem te selecteren.”
Uitspraken die Reijnders duidelijk sterk maken. Dankzij Xavi voelt hij frisse energie bij Oranje: “Na de eerste meeting had ik meteen zin om het veld op te gaan. Nieuwe ideeën, een nieuwe manier van voetballen. Ik denk dat het ook goed is voor de groep.”

Tijdens deze XXL-interlandperiode verschijnt elke dag een nieuwe NOS Voetbalpodcast — met verslaggevers, commentatoren en analisten die je bijpraten over alles wat speelt bij het Nederlands elftal. Te vinden in je favoriete podcast-app.

Bekijk origineel artikel

Advies: zet werk centraal vanaf dag één voor nieuwkomers

Als je net in Nederland bent aangekomen — of je nu een asielzoeker bent, net je verblijfsstatus hebt gekregen of gevlucht bent uit Oekraïne — dan is het belangrijk dat werk meteen een hoofddoel wordt. Niet pas na jaren wachten, maar écht vanaf het begin. Denk daarbij aan een soort ‘talentscan’: een gesprek waarin je ambities, ervaring en vaardigheden snel in kaart worden gebracht. Zo weet iedereen wat je kunt én wat je wilt doen — en kan de begeleiding daaraan worden afgestemd.

De Sociaal-Economische Raad (SER) pleit daarom voor een flinke ommezwaai: gemeenten moeten een duidelijke wettelijke taak krijgen om nieuwkomers direct te ondersteunen bij het vinden van passend werk én bij participatie in de samenleving. En daar moet ook structureel geld voor komen — want zonder capaciteit lukt het niet.

Werk geeft niet alleen inkomen, maar ook voldoening, zelfstandigheid en eigenwaarde. En veel nieuwkomers hebben talenten die nu onbenut blijven. Minister Aartsen van Werk en Participatie benadrukte dat eerder dit jaar: “Nieuwkomers kunnen en willen werken.” Zijn doel? Binnen vier jaar 75.000 statushouders en asielzoekers met grote kans op verblijf aan het werk krijgen. Maar de praktijk blijft achter. De Algemene Rekenkamer concludeerde begin dit jaar nog dat Nederland er nauwelijks in slaagt om statushouders te koppelen aan banen — vooral niet in sectoren met grote personeelstekorten. En CBS-cijfers bevestigen het: acht jaar na het verkrijgen van hun status heeft slechts 57% van hen betaald werk — tegenover 81% in de rest van Nederland. Veel mensen werken bovendien onder hun niveau: denk aan artsen die als bezorger aan de slag gaan.

Een groot probleem zit hem in de manier waarop asielopvang en inburgering nu zijn ingericht. Veel wachttijd, regelmatige verhuizingen, taallessen overdag — inclusief reistijd — maken het bijna onmogelijk om werk en inburgering tegelijkertijd op te pakken. De SER stelt daarom: draai de logica om. Laat werk of opleiding het uitgangspunt zijn — en organiseer taal en inburgering daaromheen.

En wat betreft het zoeken naar werk: asielzoekers mogen wel vanaf drie maanden na hun aanvraag werken (eerder was dat pas na zes maanden), maar ze moeten het helemaal zelf regelen. Het COA geeft advies, maar bemiddelt niet. Dat moet veranderen. De SER vindt: gemeenten moeten hierbij de brug slaan — ook voor asielzoekers en Oekraïense vluchtelingen. En landelijke werkgevers- en werknemersorganisaties moeten concrete afspraken maken met sectoren als zorg en techniek, waar de behoefte aan medewerkers groot is.

Maar let op: het gaat niet alleen om of mensen aan het werk komen. Het gaat ook om welk werk. De ambitie van 75.000 banen is belangrijk — maar even belangrijk is dat mensen werken op hun niveau, met passende opleiding en goede begeleiding.

Bekijk origineel artikel

Rotterdamse huizen doorzocht in Knaken-zaak: ‘Verdachten op de korrel’

Bij de huisdoorzoekingen in Rotterdam in het kader van het onderzoek naar Knaken is niemand gearresteerd. Of dat kwam omdat de betrokkenen gewoon niet thuis waren, wil de woordvoerder van het Openbaar Ministerie (OM) niet zeggen — het strafrechtelijk onderzoek is immers nog gaande. Ook de precieze reden voor de doorzoekingen blijft onduidelijk: wat er specifiek aanleiding gaf, durft of kan de woordvoerder niet prijsgeven. Normaal gesproken gebeurt zo’n actie als er een vermoeden bestaat dat ergens nog bewijs te vinden is — bijvoorbeeld documenten, digitale sporen of andere relevante spullen.

Wel bevestigt het OM dat er verdachten op de korrel staan — maar hoeveel dat er zijn, blijft onder de pet. Waarschijnlijk gaat het om mensen uit de hoogste regionen van het bedrijf dat eind juli failliet werd verklaard. Knaken was in 2017 opgericht, en volgens het eerste faillissementsverslag speelt oprichter en eigenaar Ronald Jonkers een centrale rol — hij wordt daar expliciet genoemd als belangrijke mogelijke verdachte.

De financiële problemen begonnen onder meer toen Knaken een lening van 2,3 miljoen euro had verstrekt aan een ander bedrijf van Jonkers. Dat werd pas echt kritiek toen de Autoriteit Financiële Markten (AFM) Knaken geen vergunning wilde geven. Vanaf dat moment moest het bedrijf zijn klanten hun tegoeden terugbetalen — maar dat leek niet te lukken. Eind mei ging de website zelfs op zwart, en voor veel klanten leek het alsof hun geld voorgoed verdwenen was.

Voor het OM was dat blijkbaar genoeg reden om in te grijpen — zeker nadat er ‘zeer zorgwekkende’ informatie van de AFM binnenkwam. Op basis daarvan vroeg het OM het faillissement aan, dat op 16 juli werd uitgesproken.

Bekijk origineel artikel

Maud en Matthijs hebben zeker vrienden… toch voelen ze zich soms écht alleen

Eenzaamheid. Misschien denk je meteen aan ouderen die in een rustig huis wonen, of aan iemand die lang alleen woont. Maar het is veel breder dan dat: 3 op de 10 Nederlanders voelt zich wel eens eenzaam — ook jonge volwassenen met een actief sociaal leven. Zoals Maud (25) uit Tilburg en Matthijs (25) uit Breda. Ze hebben vrienden, familie, sociale kringen… en toch? Ja, toch.

“Iedereen zit op zijn eigen treintje”

Maud heeft een beste vriendin met wie ze alles kan delen, een leuke vriendengroep én een hecht gezin. Toch merkt ze dat ze zich best vaak alleen voelt. “Iedereen zit op zijn eigen treintje en is hard bezig carrière te maken. Mensen doen veel dingen met hun partner — wat natuurlijk fijn is, maar het zijn ook momenten die ik soms lastig vind.” Denk aan een avond alleen op de bank, terwijl je op sociale media ziet dat anderen wél samen zijn, ergens naartoe gaan of gewoon ‘iets beleven’. “Dan heb ik het idee dat ik ook iets moet gaan doen. Zeker in de vakanties of rond kerst voel ik dat sterk.” Daarom heeft ze TikTok verwijderd en alle Snapchat-meldingen uitgezet.

“Je hebt het liever gewoon gezellig”

Matthijs herkent dat gevoel tot in de puntjes. Ook hij mist het niet aan vrienden — en toch voelt hij zich soms eenzaam. Bijvoorbeeld als niemand tijd heeft om spontaan wat te gaan doen. Of als hij alleen in de rij staat bij een concert en niemand ziet die hij kent. Maar volgens hem is het méér dan alleen ‘geen plannen’: “In de trein, op school, in de horeca — iedereen zit op zijn telefoon. We zijn allemaal samen, maar toch elk in onze eigen wereld.” Als hij afspreekt, is het vaak leuk — “maar dan blijft het vaak bij een lulpraatje”. De diepe, kwetsbare gesprekken die echt verbinding geven? Die ontbreken vaak. “Je hebt het liever gewoon gezellig”, zegt hij.

“Het is gênant om fysiek contact te hebben”

Tila Pronk, universitair hoofddocent sociale psychologie aan de Tilburg University, ziet dezelfde patronen bij haar studenten: meer eenzaamheid, minder levensvreugde — en steeds vaker een afkeer van fysiek contact. “Sommige jongeren gaan het zelfs uit de weg. Ze vinden het gênant.” In plaats daarvan blijven ze liever in een veilige chatomgeving, waar je woorden kunt overwegen en niemand jouw lichaamstaal ziet. Ze krijgt veel mails van jongeren die worstelen met dit gevoel — en ook bedankjes dat ze het thema in haar colleges bespreekt. Dat motiveert haar om het nog vaker op tafel te leggen.

“Deze generatie heeft de hardste klappen gehad”

Maud voelt zich nu minder vaak eenzaam dan een paar jaar geleden. “Na corona verloor ik het contact met veel vrienden, omdat ik van sommigen bewust afstand wilde nemen. Zij wilden alles inhalen wat ze door corona hadden gemist — maar die behoefte voelde ik gewoon niet.” Pronk noemt dat geen toeval: “Deze generatie jongeren heeft met corona de hardste klappen gehad. Ze werden letterlijk op afstand gezet van leeftijdgenoten. Dan kun je verwachten dat dat op langere termijn negatieve gevolgen heeft. Als je op 18-jarige leeftijd niet oefent in fysiek contact, wordt het later moeilijker om diepe gesprekken te voeren.” En dan is er nog dat gevaarlijke waanbeeld: “Als je je afzondert en alleen kijkt naar anderen — via sociale media of van een afstand — dan krijg je snel het idee dat iedereen plezier heeft en een fijn leven. Alsof jij de enige bent die dat niet heeft.”

“Contact is geen luxe — het is levensnoodzakelijk”

Pronk vindt het dringend nodig om vaker over eenzaamheid te praten — en niet alleen praten, maar ook leren. “Ik zou willen dat jongeren relatie-les kregen op school. Waarom is contact zo belangrijk? Hoe bouw je een relatie op? Hoe ga je met elkaar om? Zo’n les op de middelbare school zou niet misstaan.” Want één ding is zeker: “Het is verschrikkelijk ongezond om eenzaam te zijn. De kwaliteit van ons sociale netwerk is de belangrijkste voorspeller van een gezond leven. Uiteindelijk hebben we allemaal een diepe behoefte aan verbinding. Dat hoort bij ons als mensen — anders kunnen we gewoon niet gelukkig zijn.”

Bekijk origineel artikel

Inwoners ruiken een zware gaslucht — maar waar komt het vandaan?

In Oisterwijk was het woensdagochtend plots heel raar: overal in het dorp roken mensen een sterke, onaangename gaslucht. Van het centrum tot aan de buitenwijken — mensen meldden het via de meldkamer, en sommigen zeiden zelfs dat ze de geur binnen in hun huis konden ruiken.

Rond half acht ‘s ochtends kwamen meerdere hulpdiensten al massaal opdagen: de brandweer, Enexis-medewerkers en andere experts. De brandweer reed met meetploegen door het hele dorp, terwijl Enexis onder andere keek bij gasverdeelpunten — net waar je zou verwachten dat zo’n geur vandaan kan komen.

Maar hier wordt het gek: rond half tien bleek uit alle metingen dat er geen gas vrijkwam. Geen lekkage, geen verhoogde concentratie — en toch ruikte iedereen het. Zelfs de brandweermedewerkers die op straat stonden, roken het duidelijk. En het was niet eens constant: zoals een verslaggever van Omroep Brabant opmerkte, “je ruikt de gaslucht het ene moment wel, en het volgende moment is-ie gewoon weg”.

Eén inwoner vertelde zelfs dat ze de lucht gisteravond al rook toen ze haar hond uitliet — maar ook zij heeft geen flauw idee waar het vandaan komt.

De brandweer houdt daarom verschillende scenario’s open. Zo werd ook gekeken of een goederentrein misschien ergens gas had gelekt in de buurt van Oisterwijk. Maar ProRail liet weten dat dat niet mogelijk is — dus dat lijkt afgevallen. Voorlopig blijft de oorzaak dus een groot mysterie. Het onderzoek loopt nog steeds.

Bekijk origineel artikel

Zestig partijen willen verder met failliete fietsfabrikant Batavus en Sparta

Zestig verschillende partijen hebben zich al gemeld met interesse om delen van de failliete fietsfabrikant Accell — waaronder iconische merken als Batavus en Sparta — over te nemen of een doorstart te organiseren. Dat melden curatoren Thijs Hekman en Erik Schuurs in hun eerste faillissementsverslag, dat net is verschenen.

Accell was ooit één van de grootste fietsproducenten ter wereld en jarenlang een ware beursfavoriet. Maar nadat de Amerikaanse investeerder KKR het bedrijf in 2022 van de beurs haalde, begon het steeds meer onder druk te komen — vooral door een zware schuldenlast. Na meerdere mislukte reddingspogingen ging Accell uiteindelijk in augustus failliet.

Al eerder bleek dat er flink wat belangstelling was voor een nieuw begin. Zo toonde de Ierse investeerder Quanta Capital, via voormalig profwielrenner Mel Sutcliffe, duidelijk interesse. Sutcliffe verkocht ooit de Ierse tak van Raleigh aan Accell — dus hij kent het fietsbedrijf goed. Ook de Singaporese speler DuTech onderhandelt met de curatoren over een mogelijke overname van enkele merken. En in Frankrijk is het lokale management bezig met een doorstart van Lapierre — waarvoor al tussen de 10 en 15 gegadigden zich hebben aangemeld.

Goed nieuws: de curatoren hebben ook afspraken gemaakt met belangrijke schuldeisers om de kansen op een succesvolle doorstart te vergroten. Een bankenconsortium bestaande uit ABN AMRO, ING, Rabobank en Deutsche Bank — die samen 110 miljoen euro aan Accell hebben geleend — heeft ingestemd met het blijven verkopen van voorraden fietsen en onderdelen. Daardoor kan het bedrijf, althans voorlopig, gewoon doordraaien. De banken hadden wel voorraden als onderpand, dus de curatoren zijn bij de afwikkeling van het faillissement sterk afhankelijk van deze schuldeisers.

Bekijk origineel artikel