Ophef rond Converse-reclame: kritiek op ‘onbedoelde’ KKK-associaties
Op een gloednieuwe campagnefoto van het schoenenmerk Converse toont K-popster Karina een rok — en door de manier waarop het licht valt, ontstaat er op de stof een duidelijke driehoek. Veel mensen op sociale media zagen daar meteen de iconische witte puntkap van de Ku Klux Klan in. Ja, die KKK: de Amerikaanse extreemrechtse beweging die decennialang blanke suprematie propageerde en racistische lynchpartijen pleegde, vooral tegen zwarte Amerikanen, vanaf 1865 tot ver in de jaren ’80.
Maar dat was niet het enige wat opviel. Op een tweede foto houdt Karina een paar klassieke All Stars vast — maar door de belichting lijken de schoenen alsof ze in de lucht bungelen… alsof er iemand aan hangt. Ook dat wekte bij veel kijkers onmiddellijk associaties met gewelddadige lynchpartijen.
Snel kwam de vraag op: hoe kon zo’n foto nou ooit door alle interne checks heen? Hoe werd dit niet opgemerkt tijdens de creatieve review, de marketinggoedkeuring of zelfs de juridische screening?
Converse — onderdeel van het Nike-concern en wereldberoemd om zijn All Stars — reageerde snel met een officiële verontschuldiging. Het merk verwijderde de campagne direct en zei:
“Het spijt ons. We begrijpen waarom deze afbeelding zo aanstootgevend is en erkennen dat we hierin een fout hebben gemaakt. Dit had niet mogen gebeuren en we zullen het in de toekomst beter doen.”
Toch bleef de kritiek hardnekkig. Burgerrechtenadvocaat Lee Merritt uit Texas (die regelmatig optrad in racisme-gerelateerde zaken) schreef op Instagram dat de excuses alleen maar een klein stukje van het probleem aanpakken — en dat het eigenlijk over veel meer gaat: over falende processen in juridische beoordeling, marketingstrategie én leiderschap.
Student neemt geen genoegen met een 8 voor zijn scriptie — en wint uiteindelijk bij de hoogste bestuursrechter
Een student van de Universiteit Leiden had helemaal geen zin om zich te schikken in het cijfer dat hij kreeg voor zijn masterscriptie. Hoewel zijn werk inhoudelijk werd beoordeeld met een dikke 9, kreeg hij uiteindelijk een 8 op zijn eindcijfer — simpelweg omdat hij zijn scriptie een paar dagen te laat inleverde. Maar wat volgde daarna, was een juridische reis die tot bij de Raad van State leidde… en waarbij de student uiteindelijk gelijk kreeg.
Wat gebeurde er precies?
De student, die studeerde in de master Civiel recht, moest zijn scriptie uiterlijk op 6 juni 2025 om 12.00 uur inleveren — vlak voor het pinksterweekend. In plaats van de definitieve versie, stuurde hij toen een conceptversie met de belofte dat de eindversie voor het einde van het weekend zou volgen. Een van de examinatoren reageerde zelfs per mail: hij was bereid om de student tijdens het weekend door te laten werken, en daarna de definitieve versie te beoordelen.
Toch leverde de student zijn scriptie pas op tweede pinksterdag in — dus ruim drie dagen na de officiële deadline. Enkele weken later kreeg hij het nieuws: inhoudelijk een 9, maar door de vertraging werd het eindcijfer afgetopt naar een 8. De reden? Volgens de examinatoren had hij beter moeten plannen.
Van beroep tot hoogste bestuursrechter
De student vond het onterecht dat zo’n groot cijferverlies (één heel punt!) automatisch volgde uit de tijdsduur van de vertraging — vooral omdat niemand hem ooit duidelijk had uitgelegd hoeveel vertraging welke aftrek zou opleveren. Hij ging eerst naar het College van Beroep voor de Examens (CBE), maar dat gaf de universiteit in eerste instantie gelijk. Volgens het CBE mocht de student niet in een gunstigere positie komen dan medestudenten die hun werk wel op tijd inleverden.
Maar de student liet het daar niet bij. Hij stapte door naar de Raad van State — de hoogste bestuursrechter van Nederland. En daar kreeg hij wel gelijk. De Raad stelt namelijk dat de examinatoren weliswaar rekening mochten houden met de extra tijd die ze zelf hadden toegestaan, maar dat ze vooraf nooit hebben aangegeven dat de omvang van de vertraging (bijv. één dag versus drie dagen) zou bepalen hoeveel punten er afgingen.
In de uitspraak staat zelfs letterlijk:
“Hij heeft op de zitting gemotiveerd te kennen gegeven dat hij de scriptie eerder tijdens het Pinksterweekend zou hebben ingeleverd als hij zou hebben geweten dat de omvang van de termijnoverschrijding van invloed zou zijn op de mate van puntaftrek.”
Daarom vindt de Raad van State dat de universiteit onvoldoende heeft onderbouwd waarom precies één punt werd afgetrokken — en niet bijvoorbeeld een halve of anderhalve.
Wat nu?
De uitspraak betekent niet dat de student meteen een 9 op zijn diploma krijgt. De examinatoren moeten binnen zes weken een nieuw besluit nemen over het cijfer — dit keer met volledige aandacht voor het oordeel van de Raad van State.
🚨 Aanval op synagoge in Belleville: schutter en agent gewond tijdens Jom Kippoer
Gisteren vond er een zware schietpartij plaats bij een synagoge in Belleville, een stad in de Canadese provincie Ontario — zo’n 180 kilometer ten oosten van Toronto. De aanval gebeurde precies op het moment dat leden van de joodse gemeenschap bijeen waren om Jom Kippoer te vieren: de heiligste en meest bezinnelijke dag van het joodse jaar.
Volgens de politie begon het met een beschieting van het gebedshuis. Daarna ontstond er een vuurgevecht tussen de dader en een politieagent die het gebouw bewaakte — rond 19.10 uur. Zowel de schutter als de agent raakten gewond. De schutter ligt nu in kritieke toestand in het ziekenhuis; de agent is ook opgenomen, maar zou inmiddels op weg zijn naar herstel.
Direct na de schoten rukte de politie massaal uit met gepantserde voertuigen en drones, op zoek naar mogelijke medeplichtigen of extra bedreigingen. Tot nu toe lijkt het erop dat de dader alleen handelde.
In de synagoge waren op dat moment zo’n 20 mensen. Getuigen hoorden “minstens 20 schoten” — sommigen spreken zelfs van verschillende geweren. De glas-in-loodramen van het gebouw zouden door kogels zijn doorboord.
De politie onderzoekt het incident via een speciaal team. Bewoners in de omgeving zijn gevraagd om uit de buurt te blijven van het onderzoeksgebied. Hoewel er geen directe dreiging meer is, is de politie in Toronto extra op patrouille — ook al omdat eerder dit jaar, in maart, meerdere synagoges in die stad werden beschoten (gelukkig zonder gewonden). Voor die eerdere aanslagen zijn drie verdachten aangehouden.
Ook de hoogste politieke autoriteiten reageerden geschokt. Doug Ford, premier van Ontario, noemde het een “diepe schok”:
“Joden moeten samen kunnen komen en zonder angst hun geloof kunnen belijden. Ik ga ervan uit dat iedereen die hiervoor verantwoordelijk is, wordt opgepakt en vervolgd.”
De burgemeester van Belleville sprak van een “tragische dag” en zei:
“Zoiets hebben we nog nooit meegemaakt in Belleville, het is verschrikkelijk. Onze gedachten zijn bij de joodse gemeenschap en iedereen die getroffen is door het incident.”
Kinderen in asielnoodopvang: het mag echt niet langer zo blijven
De Raad voor de Kinderbescherming en de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) geven een harde waarschuwing: de manier waarop Nederland momenteel kinderen opvangt in asielnoodopvang is onveilig, onvoldoende en onaanvaardbaar. En dat moet écht snel beter — binnen zes maanden, zeggen ze. Vandaag komt de minister van Asiel en Migratie met een reactie.
Wat is nou eigenlijk asielnoodopvang?
Dat is geen officiële, langdurige opvangvorm — maar juist een tijdelijke ‘oplossing’ die steeds vaker blijft hangen. Denk aan leegstaande kantoren, oude schepen, hotels of containercomplexen. Het COA en gemeenten gebruiken die plekken om asielzoekers onder te brengen wanneer er gewoon te weinig reguliere opvangplekken zijn. Terwijl het idee is dat mensen daar maar kort verblijven, blijven veel gezinnen — en vooral kinderen — maandenlang zitten. Op dit moment leven zo’n 6.900 van de 17.000 asielkinderen in zo’n noodopvanglocatie.
Waarom is dat zo riskant voor kinderen?
Omdat het vaak géén veilige, rustige of kindvriendelijke omgeving is. De OVV ziet grote risico’s: fysiek en seksueel geweld, grensoverschrijdend gedrag, misbruik — en bij alleenstaande minderjarigen ook zelfverwonding en suïcidaal gedrag. Andere kinderen worden daarmee geconfronteerd, zonder dat er altijd voldoende begeleiding of bescherming is.
Denk ook eens aan de praktijk: in een leegstaand kantoor worden kamers gemaakt met schotten — maar dan hoor je alles, er zijn te weinig douches of wc’s, en er is geen rust. Kinderen moeten continu alert zijn, omdat er altijd weer nieuwe mensen aankomen of vertrekken. Er is nauwelijks ruimte om te spelen, te ontspannen of huiswerk te maken. En als ze al huiswerk hebben: vaak gaan ze helemaal niet of slechts sporadisch naar school, omdat ze telkens opnieuw verhuizen tussen noodopvanglocaties.
Hoe groot is het probleem eigenlijk?
Grote vraag — en het antwoord is: veel groter dan het ooit moest worden. Inmiddels bestaat meer dan 60 procent van alle asielopvanglocaties uit noodopvang. De spreidingswet, die bedoeld was om meer opvangplekken te creëren, heeft daar niet voor gezorgd. In plaats daarvan werken de betrokken partijen vaak met een ‘crisislogica’: snel iets regelen, compromissen sluiten, en daarmee problemen opschuiven in plaats van oplossen. En wat eerst tijdelijk was, wordt geleidelijk normaal — terwijl het nooit voor kinderen bedoeld was.
En dan nog de kosten: noodopvang is relatief duur. Duurzame, structurele opvang zou goedkoper én veiliger zijn.
De boodschap van de OVV is duidelijk
“Bouw de afhankelijkheid van noodopvanglocaties af en investeer in een duurzaam opvangsysteem”, zegt Chris van Dam, voorzitter van de OVV. “Nederland is door de ondergrens gezakt van wat veilig is voor kinderen.”
Al jarenlang klinken er alarmsignalen — van diverse organisaties sinds 2021. De OVV startte in 2024 met dit onderzoek. En nu is het tijd voor actie. Niet morgen. Niet over een jaar. Binnen zes maanden.
We krijgen midden van de week een duidelijke dip, maar de zon overheerst
De zon krijgt deze week flink wat speelruimte — maar pas op: midden in de week zit er een écht opvallende ‘dip’ in het weer, vertelt weerman Alfred Snoek van Weerplaza maandagochtend tijdens KEIgoeiemorgen op Omroep Brabant.
Maandagochtend begint het nog wat fris en bewolkt, met rond de 12 graden. Maar Snoek verwacht dat de zon vanmiddag steeds vaker tevoorschijn komt. “Dan wordt het echt een fijne, vriendelijke middag”, zegt hij. Het wordt dan 19 of 20 graden, en die wind die de afgelopen dagen nog wat opzwepde, is nu duidelijk minder krachtig.
Een zonnige, perfecte middag om naar buiten te gaan
Met zo’n zonnige, zachte middag is het ideaal om even de deur uit te gaan — denk aan een lunchwandeling of gewoon even genieten op het terras. Niet te warm, niet te koud: precies het soort weer dat je in deze fase van september graag wilt hebben.
Dinsdag blijft het ook meevallen: af en toe breekt de zon door, en het wordt weer rond de 20 graden. En later in de week? Ook dan blijft de zon vaak bovenaan — Snoek vindt het dan ook helemaal niet gek als het ‘s middags richting weekend boven de 20 graden uitkomt.
Let op: woensdag is de ‘dip’
Die beloofde dip? Die treedt op in de loop van woensdag. En donderdag zet het zich voort: dan wordt het tijdelijk winderiger, bewolkter, en valt er af en toe wat regen.
Schreeuwen, schelden en dreigen: tandartsen in Brabant krijgen het steeds zwaarder
Tandartspraktijken in Brabant merken het duidelijk: agressie bij de balie en in de behandelkamer neemt toe. Wat vroeger een uitzondering was, is nu helaas regelmatig — soms zelfs wekelijks — geworden.
“We voelden ons niet meer veilig”
Bij tandartspraktijk Steenbergen in Oss is de spanning zo hoog opgelopen dat het personeel zich niet meer veilig voelde. Praktijkmanager Miranda Bressers (58), die al vijftien jaar bij de praktijk werkt, vertelt: “Mensen komen echt boos naar de balie. Laatst zei iemand: ‘Ik bel iemand die jullie in elkaar komt slaan.’ Een andere patiënt begon midden in de behandelkamer te filmen — alsof de tandarts per se iets zou verknallen.”
Om het personeel te beschermen, zijn er nu een noodknop bij de balie, camera’s verspreid over het pand én een afgesproken waarschuwingssignaal tussen collega’s. En als er aan de telefoon al een onrustige toon klinkt? Dan zorgen ze ervoor dat er een sterke, mannelijke tandarts aanwezig is tijdens de afspraak.
Na 16.00 uur wordt de voordeur tegenwoordig vaak op slot gedaan — vooral als er maar twee of drie medewerkers over zijn. “Soms is er alleen nog een balieassistente en een mondhygiëniste. Dan komt er ineens iemand binnengestormd zonder afspraak, met pijn, en moeten we zeggen: ‘Er is geen tandarts meer.’ En dan begint het weer: ‘Hoezo? Jullie zijn toch een tandartspraktijk?! Belachelijk, ik moet geholpen worden!’”
Geld is vaak de wortel van de woede
Volgens Bressers draait bijna elk incident om geld. Patiënten kunnen hun factuur niet betalen en proberen er met schreeuwen of dreigementen onderuit te komen. Anderen proberen de tandarts te beschuldigen van fouten — niet omdat er daadwerkelijk iets mis is, maar om gratis opnieuw behandeld te worden.
Ook elders is de lont kort
Fenno Moes (62), die agressietrainingen geeft in allerlei sectoren, ziet hetzelfde beeld: mensen hebben simpelweg een korter lont. “Vooral baliemedewerkers krijgen de volle laag: mensen hangen over de balie heen, kleineren, schelden — ik kan een heel lijstje maken. Sommige praktijken hebben hier dagelijks last van.”
Colosseum Dental, met ruim 100 praktijken in Nederland (waarvan 29 in Brabant), bevestigt dat agressie een groeiend probleem is. “Stemverheffing, schreeuwen, schelden, dreigementen met advocaten of de tuchtcommissie — het komt allemaal voor. Mensen nemen een agressieve houding aan, reiken over de balie of komen heel dichtbij staan.” Fysiek geweld komt gelukkig zeldzaam voor, maar soms probeert iemand wel degelijk toe te slaan — of staat buiten voor de deur te wachten. “Dat is intimiderend, en voor onze collega’s behoorlijk zwaar.”
Waar komt die boosheid vandaan?
Moes wijst op een paar duidelijke oorzaken: rekeningen die te hoog zijn, wachttijden die te lang duren, of een planning die niet past bij de levensomstandigheden van de patiënt. “Mensen vinden dat ze overal recht op hebben — zeker als ze een aanvullende verzekering hebben.” En ja, mensen zijn ook mondiger geworden: veel informatie is online te vinden, en dat maakt sommigen zelfverzekerder — en sneller geneigd om te twijfelen aan de professionele keuzes van de tandarts.
Bressers heeft begrip voor de frustratie. “Tandheelkunde is duur, en alles wordt duurder. Soms kan iemand zijn afspraak niet eens halen omdat hij de benzine niet kan betalen. We zien ook steeds meer patiënten onder bewind staan. Stel je hebt pijn, maar je kunt je kies niet laten trekken omdat je geen geld hebt — of je moet wachten op toestemming van je bewindvoerder. Dat is gewoon frustrerend.”
Kleine gebaar, grote impact
Bressers probeert waar mogelijk coulant te zijn: soms een betalingsregeling, heel af en toe zelfs gratis hulp. Maar “we kunnen niet alles voor niks doen.” Daarom heeft ze het versturen van rekeningen uitbesteed — zodat de balie minder direct betrokken raakt bij financiële discussies.
Haar grootste wens? Dat tandheelkunde weer terugkomt in het basispakket van de zorgverzekering. “Ik denk dat heel veel mensen dan eindelijk wat rust krijgen.”
