Man springt uit hoogwerker na aanval hoornaars en ligt nog in ziekenhuis
Een boomverzorger uit Vught is woensdagmiddag van grote hoogte naar beneden gesprongen nadat hij werd aangevallen door Aziatische hoornaars. De man ligt nog in het ziekenhuis en heeft meerdere botbreuken en steekwonden opgelopen.
Wat er gebeurde
De man was woensdagmiddag rond één uur bezig met het snoeien van bomen aan de Sint Elisabethstraat in Vught, in opdracht van de gemeente. Hij stond op zo’n negen meter hoogte in een hoogwerker toen hij plotseling op een nest van de geelpoothoornaar stuitte — zoals de Aziatische hoornaar tegenwoordig wordt genoemd. De hoornaars vielen hem direct aan. In paniek sprong de man uit de hoogwerker naar beneden.
Reactie van zijn werkgever
Het boomverzorgingsbedrijf Idverde, waar de man werkt, laat donderdag aan Omroep Brabant weten dat hij diverse botbreuken heeft opgelopen. “Uit de eerste onderzoeken blijkt dat hij diverse botbreuken heeft opgelopen. Momenteel wordt hij verder onderzocht en behandeld”, aldus het bedrijf, dat een kantoor heeft in Den Bosch. Ook is de man gestoken door de geelpoothoornaars. Idverde zegt de man en zijn familie te steunen.
Nest vernietigd
De gemeente Vught wist naar eigen zeggen niet dat er een hoornaarsnest in de boom zat. Na de aanval is het nest meteen uit de boom gehaald en vernietigd. Dat gebeurt met een speciale techniek waarbij de inhoud van het nest wordt bevroren en daarna opgezogen, waarna het nest wordt vernietigd. “Zo lopen we niet het risico dat het nog eens misgaat”, zegt een gemeentewoordvoerder.
Hulpdiensten
Omstanders schoten de man woensdagmiddag direct te hulp en verleenden eerste hulp. Voor het ongeluk werd een traumahelikopter opgeroepen en kwamen meerdere politiewagens en ambulances ter plaatse. De man werd met spoed naar een ziekenhuis in Tilburg gebracht.
Canada en Europa trekken samen op, maar VS nog steeds onmisbaar
Von der Leyen schetst somber beeld in State of the Union
Tijdens haar jaarlijkse State of the Union-toespraak schetste de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, gisteren een dreigend beeld: “We hebben nu te maken met een openlijk vijandige wereld.” Volgens haar moet Europa daarom nauwer samenwerken met gelijkgestemde landen. “In deze nieuwe wereld moeten we onze partnerschappen dringend herzien en wereldwijde coalities smeden om onze veerkracht en onze democratieën te waarborgen”, stelde Von der Leyen.
Canada als ‘geassocieerd lid’ van de EU
Het eerste concrete voorbeeld daarvan is haar voorstel om Canada ‘geassocieerd lid’ van de EU te maken. Voorstanders zien dat als een stap om minder afhankelijk te worden van een steeds onvoorspelbaarder en assertiever Amerika. Maar veel deskundigen betwijfelen of dat wel kan. Canada zou maar beperkt de economische, technologische en militaire rol van de VS kunnen overnemen.
‘Teken aan de wand’
De toenadering tussen Europa en Canada is significant, vindt Paul Verhagen, geopolitiek en techexpert bij het Den Haag Centum voor Strategische Studies (HCSS). “Dat Canada nu vrienden en partners zoekt buiten de VS, terwijl het economisch en militair misschien wel het meest blootstaat aan Amerika, is toch wel een teken aan de wand.” Maar volgens hem is Canada, net als andere middelgrote landen, geen vervanger voor de relatie met de VS: “Ze hebben simpelweg niet genoeg gewicht in de schaal.”
Economische realiteit
Want er gaan jaarlijks honderden miljarden meer om in de handel tussen de VS en de EU. Het is goed voor bijna 18 procent van Europa’s handel, Canada daarentegen voor minder dan 2 procent. Ook op technologisch vlak blijft Amerika ongeëvenaard. “Met name voor cloud computing en AI is Europa afhankelijk van de VS.” Zo leveren Amerikaanse techgiganten Amazon, Microsoft en Google samen zo’n 70 procent van de clouddiensten in Europa.
Kansen op het gebied van energie en grondstoffen
Toch valt er wel wat bij Canada te halen, zegt Verhagen. “Wat erin zit voor de Europeanen is energie, maar ook kritieke grondstoffen.” Hij verwijst naar mineralen zoals lithium, die Canada in overvloed heeft, en Europa nodig heeft voor bijvoorbeeld batterijen voor elektrische auto’s. Canada staat op plek vier en vijf ter wereld als het gaat om olie en gasproductie. Dat is belangrijk, vindt Lucia van Geuns, energie-expert bij HCSS. “De importafhankelijkheid die aanvankelijk bij Rusland lag, is eigenlijk ingenomen door de importafhankelijkheid van Amerika, in de vorm van vloeibaar gas.” Die toevoer uit de VS is goed voor 26 procent van Europa’s gasimport.
Infrastructuur als uitdaging
Toch is het vervangen van Amerikaans gas en olie door Canadese leveringen niet eenvoudig. “Het probleem is niet de hoeveelheid reserves, maar de infrastructuur”, legt Van Geuns uit. “Canada is nog heel erg gericht op Amerika en Azië.” Zo gaan Canadese oliepijpleidingen naar buurland Amerika en zijn er geen gasexportterminals aan Canada’s oostkust, richting Europa. Het kan dus nog jaren duren voordat er een grootschalige toevoer uit Canada komt.
Militaire afhankelijkheid blijft groot
De EU en Canada trekken sinds dit jaar samen op om gezamenlijk wapens in te kopen. Toch is Europa ook op militair vlak nog altijd ‘sterk afhankelijk’ van de VS, zegt voormalig commandant der Landstrijdkrachten Mart de Kruif. “Denk aan satellietcommunicatie, inlichtingensystemen, strategisch transport en grote vliegtuigen”, zegt hij tegen RTL Nieuws. “Dat is allemaal Amerikaans.” Het gaat volgens hem niet alleen om de systemen zelf, maar ook om de software, reserveonderdelen en productiecapaciteit erachter. “De defensie van de Europese NAVO-landen is voor een groot deel integraal opgebouwd samen met de VS”, vertelt De Kruif. “Als je die afhankelijkheid wilt afbouwen binnen aanvaardbare grenzen, ben je minstens vijf tot tien jaar verder.”
Omgekeerde ontwikkeling bij drones
Maar er zijn ook gebieden waar Amerika juist afhankelijker wordt van Europa. “Bij drones zie je juist de omgekeerde ontwikkeling”, zegt De Kruif. “De innovatie die uit Oekraïne komt wordt in Europa sterker opgepakt dan in de VS.”
Risico’s spreiden
Ondanks de nog steeds grote afhankelijkheden blijft de zoektocht naar nieuwe partners een belangrijke strategische keuze, concludeert Verhagen: “Ik denk niet dat het gaat om totale onafhankelijkheid van de VS, maar om het spreiden van risico’s.”
Negende dode vrouw gevonden in Zuid-Afrika in dezelfde regio bij Johannesburg
Elles van Gelder, correspondent Afrika
De politie in Zuid-Afrika heeft vandaag ten oosten van Johannesburg weer een lichaam van een vermoorde vrouw gevonden. Het is al de negende. Er zijn zorgen dat er een seriemoordenaar actief is.
Half juli werd de eerste vrouw gevonden ten oosten van Johannesburg, niet ver van het internationale vliegveld. In augustus volgde opnieuw een macabere vondst in hetzelfde gebied. En in september zijn er nu zelfs al zeven vermoorde vrouwen gevonden. “We kunnen niet op deze manier lichamen blijven oprapen”, verklaarde de nummer twee van de nationale politie, Tebello Mosikili.
Zorgwekkende overeenkomsten
De Zuid-Afrikaanse politie spreekt over ‘zorgwekkende overeenkomsten’ tussen de sterfgevallen. De meeste vrouwen zijn in de dertig en werden halfnaakt en met zichtbare kneuzingen aangetroffen. Er is ook sprake van sporen van seksueel geweld. En dan zijn er de locaties, die niet ver van elkaar liggen. Er is een speciaal rechercheteam op de zaak gezet om te onderzoeken of er verband is tussen de moorden. Vooralsnog is niet vastgesteld dat het om dezelfde dader of groep daders gaat, benadrukt de politie.
Van de meeste vrouwen is geen naam vrijgegeven. Eén slachtoffer geeft de zaak wel een gezicht: de 38-jarige Elizabeth Moselakgomo. Zij was een fanatieke hardloopster die op 9 september haar gebruikelijke rondje liep in de buurt van Rhodesfield, maar niet thuiskwam. Haar achtjarige dochter sloeg alarm. Het lichaam van de hardloopster werd enkele dagen later gevonden in haar wijk, achter een hotel.
Shocks in de hardloopgemeenschap
De vondst veroorzaakte een shock in de hardloopgemeenschap. De politie waarschuwt vrouwen extra alert te zijn. Zo worden ze opgeroepen niet alleen te wandelen of hard te lopen en in groepjes de straat op te gaan. Vrouwen die in het gebied wonen geven aan dat ze zich nergens meer veilig voelen. Ze vertellen aan lokale media dat ze zelfs angst ervaren in hun eigen auto, in de sportschool of tijdens een korte wandeling naar een winkel die amper 200 meter verderop ligt. Ook is er woede omdat ze het gevoel hebben binnen te moeten blijven, terwijl geweld tegen vrouwen onvoldoende wordt aangepakt.
Nationale crisis
Geweld tegen vrouwen en femicide zijn al jaren een groot probleem in Zuid-Afrika. Dagelijks worden er ongeveer vijftien vrouwen vermoord. Daarmee horen de femicidecijfers in Zuid-Afrika tot de hoogste ter wereld. Uit een Zuid-Afrikaans onderzoek uit 2022 blijkt dat meer dan een derde van de volwassen vrouwen ooit te maken heeft gehad met fysiek en/of seksueel geweld.
President Cyril Ramaphosa verklaarde gendergerelateerd geweld en femicide vorig jaar tot een nationale crisis. Kort daarna werd het formeel als een nationale ramp geclassificeerd. Daarmee moest de bestrijding beter worden gecoördineerd en moesten meer middelen en aandacht worden vrijgemaakt. In juni zei Ramaphosa dat het kabinet een actieplan had goedgekeurd. De nadruk zou moeten komen te liggen op preventie, zoals programma’s rond positieve mannelijkheid voor jongens en jonge mannen. Daarnaast wordt ingezet op betere ondersteuning van slachtoffers en betere samenwerking tussen politie, justitie, gezondheidszorg en sociale diensten.
‘Genoeg is genoeg’
In Kempton Park zeggen bewoners en activisten dat zij daar weinig van merken. Tijdens een protest vandaag eisten inwoners per direct meer politie op straat om vrouwen en kinderen in de buurt te beschermen. Ook de Zuid-Afrikaanse Commissie voor Gendergelijkheid dringt aan op onmiddellijke maatregelen. De commissie wil onder meer kijken naar straatverlichting, cameratoezicht en veiligere looproutes. Want zoals de demonstranten vandaag scandeerden: ‘Genoeg is genoeg.’
Voor bijna de helft van de nieuwbouwwoningen is er geen plek op het stroomnet
Het stroomnet in Nederland zit al een tijd behoorlijk vol. Toch zegt een woordvoerder van Netbeheer Nederland dat er in de eerste helft van dit jaar meer aanvragen zijn binnengekomen dan ooit tevoren. “We zien een enorme golf aan aanvragen”, aldus de woordvoerder. Er zijn ruim twee keer zoveel aanvragen gedaan voor kleinverbruikaansluitingen als vorig jaar.
Waarom ineens zoveel aanvragen?
Dat heeft alles te maken met nieuwe regelgeving die op 1 juli is ingegaan. Door die regels hebben projectontwikkelaars massaal stroomaanvragen ingediend voor woningen die nog gebouwd moeten worden, zodat ze niet op een wachtlijst terechtkomen.
Meer dan de helft kan waarschijnlijk worden aangesloten
Gelukkig kan meer dan de helft van de woningbouwaanvragen naar verwachting wel worden aangesloten op het net. Daarmee zit het aantal woningen in lijn met de ambitie van het kabinet om jaarlijks 100.000 woningen te bouwen, zeggen de netbeheerders.
Dat sommige aanvragen niet direct kunnen worden aangesloten, betekent volgens een woordvoerder van de vereniging van alle elektriciteit- en gasnetbeheerders van Nederland niet dat het definitief onmogelijk is. “De situatie op het stroomnet verandert voortdurend. Netuitbreidingen, slimmer gebruik van het net en wijzigingen in projectplanningen kunnen op een later moment extra ruimte opleveren.”
Per gebied grote verschillen
De mogelijkheden verschillen sterk per gebied en soms zelfs per station of project. In sommige gebieden kunnen veel woningbouwprojecten worden ingepast, terwijl in andere gebieden nauwelijks of geen capaciteit beschikbaar is.
Sinds 1 juli houden netbeheerders geen ruimte meer gereserveerd op het net voor kleinverbruikers. Eerder gebeurde dat wel om de bouw van nieuwe woningen mogelijk te maken. De overgangsregeling moest voorkomen dat nieuwbouwprojecten die al in ontwikkeling waren vertraging zouden oplopen.
Enexis: 140.000 aanvragen, voor 86.000 geen ruimte
Enexis, een van de grote netbeheerders in Nederland, liet eerder op donderdag al weten 140.000 aanvragen te hebben gekregen voor woningen die de komende drie jaar gebouwd moeten worden. Enexis, dat actief is in Noord-, Oost- en Zuid-Nederland, stelde voor zo’n 86.000 van die woningen die via de overgangsregeling een aanvraag hebben ingediend geen ruimte op het net te hebben.
NL-Alert als het stroomnet te vol raakt?
Inwoners van Utrecht krijgen in de toekomst misschien een pushbericht als het stroomnet te vol raakt. In Frankrijk en Engeland werken ze met een vergelijkbaar systeem – en dat helpt.
Derde malariadode in Frankfurt: overleden persoon woonde vlakbij het vliegveld
In Frankfurt is weer iemand overleden aan malaria. Het is alweer de derde keer in korte tijd dat iemand aan deze ziekte sterft. In juli en augustus overleden namelijk twee mensen die op de luchthaven van Frankfurt werken. Eerder deze week kregen twee andere personen, ook in Frankfurt, te horen dat ze malaria hebben. Een van hen is nu dus overleden. Deze twee mensen werkten niet op de luchthaven en ze waren ook niet in een land geweest waar malaria normaal gesproken voorkomt. De persoon die overleed, woonde wel in de buurt van de internationale luchthaven, in de wijk Schwanheim.
Malaria kun je niet van mens op mens krijgen, maar je krijgt het via muggen. In juli en augustus raakten zes medewerkers van de luchthaven besmet met het virus. Volgens de plaatselijke gezondheidsdienst zijn de twee nieuwe gevallen besmet geraakt door een mug die in een vliegtuig is meegekomen naar Frankfurt. In alle gevallen gaat het om malaria tropica, de gevaarlijkste vorm van het virus.
Sinds het begin van deze week heeft de gezondheidsdienst geen nieuwe malariagevallen meer gemeld. De dienst heeft artsen aangeraden om bij patiënten met koorts ook aan malaria te denken, zelfs als die patiënten niet in een malariagebied zijn geweest. Dat geldt vooral voor mensen die op of rond de luchthaven zijn. Bewoners in de buurt van het vliegveld hebben het advies gekregen om medisch advies te vragen als ze klachten krijgen, en dan te zeggen dat ze dicht bij de luchthaven wonen.
De malariabesmettingen staan los van het westnijlvirus, dat ook door muggen wordt verspreid. Dat virus heeft deze week in Nederland een vierde leven geëist.
In dit dorp zijn inwoners mede-eigenaar van hun eigen energie
De provincie wil het makkelijker maken om mee te doen
Het moet voor omwonenden eenvoudiger worden om mede-eigenaar te worden van duurzame energieprojecten. De provincie is van plan de regels voor zonnevelden en windmolenparken aan te passen, zodat het verplicht wordt om mensen uit de buurt de kans te geven mee te doen aan nieuwe projecten. Het uiteindelijke doel is dat de helft van alle energieprojecten in lokale handen komt.
Het Ecodorp in Boekel als voorbeeld
Het Ecodorp in Boekel laat zien hoe dat er in de praktijk uitziet: de gemeenschap is daar al eigenaar van een eigen zonnepark en een warmteaccu. Ad Vlems, die aan de basis stond van de duurzame woongemeenschap, loopt trots rond op het terrein. “We willen een inspiratie zijn voor anderen. Zo vangen we regenwater op voor de toiletten, hebben we een voedselbos met meer dan honderd verschillende gewassen en gebruikten we voor de huizen duurzame bouwmaterialen.”
Een eigen energieopslagsysteem
Daar blijft het niet bij, vertelt hij: “En we hebben een eigen energieopslagsysteem, waarmee we zonne-energie van onze 600 zonnepanelen kunnen opvangen.” Hij doelt op de warmteaccu midden op het terrein. Die werkt op dit moment nog niet, maar daar wordt aan gewerkt. “Als het straks flink zonnig is, kunnen we die energie opslaan als warmte voor een later moment.”
Zelf beslissen over je energie
De warmteaccu en de honderden panelen zijn volledig in eigen beheer van het ecodorp. “We hebben een eigen energiecoöperatie. Als vastgoedvereniging hebben we deze zonnepanelen aangeschaft, waardoor we minder van het energienet hoeven te halen. Daardoor zijn we minder afhankelijk van de energieprijzen.” Nog een voordeel is volgens Ad dat je zelf de keuzes maakt, bijvoorbeeld bij het uitzoeken van zonnepanelen. “Onze zonnepanelen komen niet van ver, maar juist uit Europa. Daarnaast kunnen ze veel beter tegen extreem weer, zoals stevige hagelbuien of wind.”
Strengere regels voor ontwikkelaars
De provincie wil het Boekelse voorbeeld nu op meer plekken aanjagen en vastleggen dat omwonenden kunnen deelnemen aan duurzame energieprojecten zoals wind- en zonneparken. Het streven is dat uiteindelijk de helft van de zonnevelden (vanaf 50 megawatt) en windparken (vanaf 15 megawatt) in lokaal eigendom is. Tot nu toe was het vooral de bedoeling dat de helft van nieuwe zonne- en windparken in lokale handen zou komen; de provincie wil daar nu strengere regels voor invoeren. Ontwikkelaars van nieuwe energieprojecten moeten omwonenden de kans geven om mede-eigenaar te worden. Ook moeten zij laten zien welke stappen ze hebben gezet om inwoners, energiecoöperaties en andere lokale partijen bij het project te betrekken.
Iedereen uit de gemeente mag meedoen
“Ik ben heel blij dat de provincie ervoor zorgt dat burgers zelf ook kunnen investeren in een zonneveld en kunnen profiteren van de stroom én het geld dat het oplevert.” Om zo veel mogelijk mensen mee te laten doen, wordt ‘lokaal’ ruim gedefinieerd: iedereen uit de gemeente waarin het project ligt, mag sowieso meedoen. Voor zonnepanelen geldt dat als een buurgemeente binnen 50 meter ligt, ook alle inwoners van die gemeente mee mogen doen. Voor windmolens geldt hetzelfde, maar dan met een afstand van tien keer de tiphoogte.
Een krachtig voorbeeld van de energietransitie
Energiegedeputeerde Bas Maes (SP) noemt het Ecodorp in Boekel een ‘inspirerend voorbeeld’. Maar in de nieuwe regels draait het vooral om het aanjagen van lokaal (mede-)eigendom van energieprojecten. Toch kunnen de twee volgens Maes mooi samengaan: “Als inwoners zich al hebben georganiseerd in een gemeenschap en vervolgens ook mede-eigenaar worden van een windturbine of zonnepark, dan ontstaat er iets extra’s. Dan profiteren mensen niet alleen van duurzame energie, maar hebben ze er ook samen invloed op en delen ze in de opbrengsten. Juist die combinatie kan een heel krachtig voorbeeld zijn van hoe de energietransitie van en voor de omgeving wordt.” Vrijdag buigen Provinciale Staten zich over het voorstel voor meer mede-eigendom van nieuwe duurzame energieprojecten.
