Waarom Nederlandse jongeren steeds slechter lezen: ‘Oorzaak is veelkoppig monster’
Even simpel is het niet
Als je denkt dat er één duidelijke reden is waarom Nederlandse jongeren slechter lezen, dan moet je die gedachte snel laten varen. Een deel van de oplossing ligt op school – daar schreven we eerder al over, met schoolbibliotheken en beter leesonderwijs. Maar wat er buiten de school gebeurt, is minstens zo belangrijk.
Lezen is niet meer vanzelfsprekend
Toch komt één ding steeds terug: lezen is in Nederland niet meer iets wat je gewoon doet. Niet alleen jongeren lezen minder, ook thuis en op school lijkt er een brede leescultuur te ontbreken. Dat zegt Tamar van Gelder van Stichting Lezen. Om goed te leren lezen, moet je gewoon veel en regelmatig lezen. En juist die routine zijn veel jongeren kwijtgeraakt.
Jongeren vinden lezen gewoon niet leuk
Onderzoek naar het leesgedrag van Nederlandse jongeren laat zien dat ze er weinig plezier aan beleven. Ongeveer 60 procent leest alleen als het echt moet, en 42 procent vindt lezen zelfs zonde van de tijd. Die cijfers komen uit PISA 2018, dus het probleem met leesmotivatie speelt al veel langer. Volgens Van Gelder ontstaat daardoor een vicieuze cirkel: “Wie lezen niet leuk vindt, doet het minder. Wie minder leest, oefent minder. En wie minder oefent, wordt er ook niet beter in.” Die combinatie van leesgedrag en leesmotivatie is volgens haar een belangrijk deel van het probleem.
De smartphone doet ook een duit in het zakje
Lezen heeft er de afgelopen jaren een flinke concurrent bij gekregen: de smartphone. Jongeren zitten gemiddeld 5,1 uur per dag op hun telefoon. “Dat is een enorme afleiding”, aldus Van Gelder. Toch is schermtijd niet automatisch de enige oorzaak van de dalende leesvaardigheid – daarvoor is het probleem te ingewikkeld. “De oorzaak is echt een veelkoppig monster”, legt ze uit. Maar duidelijk is wel dat lezen moet opboksen tegen eindeloze video’s, berichten en meldingen die constant om aandacht vragen. De telefoon versterkt het probleem dus: jongeren pakken steeds minder snel uit zichzelf een boek.
We missen een echte leescultuur
En dan komen we bij iets diepers: de Nederlandse leescultuur. Een rijke leescultuur betekent volgens Van Gelder dat lezen vanzelfsprekend, zichtbaar en iets gezamenlijks is. Het gaat niet alleen om een verplichting, maar vooral om plezier. “Die vanzelfsprekendheid lijkt in Nederland minder sterk te zijn”, zegt Van Gelder. “We missen in Nederland echt een brede leescultuur.”
Ouders spelen daarin een grote rol. “Kinderen hoeven niet alleen te horen dat lezen belangrijk is, ze moeten het ook zien”, aldus Van Gelder. “Een kind dat een ouder ziet lezen, is veel sneller geneigd zelf ook een boek open te slaan.” Ze noemt ook de e-reader: “Een e-reader kan lezen laagdrempeliger maken, maar het leesgedrag is voor een kind minder zichtbaar. Wie een ouder met een e-reader ziet, legt niet automatisch de link met lezen. Bij een fysiek boek is dat verband veel directer.” Juist zulke zichtbare voorbeelden kunnen bijdragen aan een omgeving waarin lezen normaal wordt.
Lezen is als een spier die je moet trainen
“Leesvaardigheid is geen fietsen of zwemmen, wat je niet verleert. Leesvaardigheid moet je onderhouden, net als een spier die je moet trainen”, legt Van Gelder uit. Willen Nederlandse jongeren beter gaan lezen, dan is de vraag niet alleen wat hen ervan weerhoudt. Volgens Van Gelder gaat het er ook om lezen weer aantrekkelijk, normaal en vanzelfsprekend te maken.
Bus geborgen na heftig ongeluk in Zwitserland: slachtofferaantal nog onduidelijk
Meer dan zestien uur na het zware ongeluk met een Nederlandse bus in Zwitserland is het nog steeds niet duidelijk hoeveel slachtoffers er precies zijn. De Zwitserse politie liet eerder weten dat er meerdere doden en gewonden zijn, maar wilde geen aantallen noemen. Eerst moeten de nabestaanden op de hoogte worden gebracht, zeggen ze.
Hulpdiensten zijn de hele avond in touw geweest om de lichamen te bergen. Inmiddels is de bus vanochtend weggehaald en is de weg weer open voor verkeer.
Waar en wanneer?
Het ongeluk gebeurde gisteren aan het einde van de middag tussen de dorpen Zernez en Susch, in het oosten van Zwitserland. Er zaten 49 mensen in de bus: 48 passagiers en een chauffeur. De lokale politie denkt dat de meeste, zo niet alle passagiers, Nederlanders zijn. Het gaat om een busreis van de Nederlandse organisatie Oad. De bus is eigendom van touringcarbedrijf Hartemink uit Eibergen, in de Achterhoek.
Nog veel onduidelijk
Alarmcentrale Eurocross kan ook nog niks zeggen over het aantal slachtoffers, maar verwacht later vandaag meer duidelijkheid. Meerdere Eurocross-medewerkers zijn onderweg naar Zwitserland om de hulpdiensten te helpen. Voor bezorgde thuisblijvers is er een Nederlands noodnummer ingesteld: 071-364 1841.
Volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken is onder meer de Nederlandse ambassadeur in Zwitserland onderweg naar de plek van het ongeluk. Daar houdt hij contact met de lokale autoriteiten en verleent hij consulaire bijstand. Buitenlandse Zaken kan nog niks zeggen over slachtoffers; dat aantal moet eerst door de lokale autoriteiten worden bevestigd.
Hoe kon dit gebeuren?
Het is nog niet bekend hoe het ongeluk kon gebeuren. De Zwitserse politie zegt tegen lokale media dat het om een eenzijdig ongeval gaat. Het gebeurde op een plek waar wegwerkzaamheden waren. De rijstroken zouden versmald zijn en de bus zou door de vangrail zijn gereden en op zijn zij terecht zijn gekomen. Mogelijk moest de chauffeur uitwijken voor een steen of rots op de weg. De Zwitserse politie heeft een noodnummer geopend voor familie van de reizigers.
Direct na het ongeluk werden er massaal hulpdiensten ingezet. De hele avond waren hulpdiensten, onder meer met helikopters, aanwezig op de plek van het ongeval.
Dode en twee gewonden na achtervolging na inbraak tankstation bij Venlo
Wat is er gebeurd?
Bij een politieachtervolging na een inbraak bij een tankstation in Kessel (Limburg) is vannacht een dode gevallen. De politie meldt dat het gaat om een 48-jarige man zonder vaste woon- of verblijfplaats. Twee andere inzittenden van de auto raakten gewond.
De achtervolging en crash
De auto van de verdachten crashte op de afrit Venlo-Zuid van de A73. De politie kreeg na 02.30 uur een melding van de inbraak bij het tankstation aan de Baarloseweg. Na de inbraak gingen de dieven ervandoor.
De politie zag de vluchtauto vervolgens in Blerick rijden. Omdat de bestuurder het stopteken negeerde, zetten agenten een achtervolging in. Daarop vloog de auto met de drie verdachten van de weg op de afrit Venlo-Zuid.
Onbekende ernst verwondingen
Over hoe ernstig de verwondingen van de twee gewonde personen zijn, is op dit moment nog niets bekendgemaakt.
ASML legt 171 miljoen euro neer bij gemeente Eindhoven voor uitbreiding
Hoeveel betaalt ASML eigenlijk?
Chipmachinefabrikant ASML legt eenmalig 85,7 miljoen euro neer bij de gemeente Eindhoven. Daarmee krijgt het bedrijf toegang tot de helft van de grond die het nodig heeft op de Brainport Industries Campus (BIC). De andere helft volgt later, en dan betaalt ASML weer hetzelfde bedrag. Alles bij elkaar komt dat neer op ruim 171 miljoen euro voor de gemeente.
ASML had de grond eigenlijk liever gewoon gekocht, maar is toch blij met hoe het nu geregeld is: “Dit werkt voor ons.” Vrijdagochtend werd de deal bekendgemaakt tijdens een persmoment in het gemeentehuis.
Iedereen tevreden
Wethouder Brainport Stijn Steenbakkers is net als het techbedrijf tevreden. Dankzij deze deal kan ASML op termijn groeien met nog eens 20.000 medewerkers. Dat is precies hetzelfde aantal dat nu al op de andere ASML-locatie in Veldhoven werkt.
Waarom geen gewone gronddeal?
Door regels die de gemeente eerder heeft vastgesteld, kon ASML de grond niet gewoon kopen. Daarom mag het bedrijf de grond langdurig gebruiken, terwijl de gemeente eigenaar blijft. Binnen een paar jaar moet ook de andere helft van de grond geregeld zijn.
Joost van Hees van ASML: “We zijn blij dat we nu al kunnen beginnen.” In 2028 moeten de deuren op het eerste deel van het nieuwe terrein opengaan. Het gaat om een eeuwigdurende erfpacht. Over de prijs zegt Van Hees: “De prijs is marktconform. Er is een taxatie gedaan en toen zijn we hierop uitgekomen.” Daarmee bedoelt hij dat een onafhankelijke deskundige heeft bekeken wat een passende prijs voor de grond is.
Steenbakkers benadrukt dat de gemeente niet alleen geld ontvangt, maar ook moet investeren in bijvoorbeeld nieuwe wegen. Tegelijk prijst hij ASML, dat volgens hem veel betekent voor de regio: “Ze nemen meer verantwoordelijkheid dan volgens de wet nodig is.”
Harmonie met de buren
Wat de locatie bijzonder maakt, zijn de vele ‘buren’. Daarom waren vrijdag ook staatssecretaris van Defensie Derk Boswijk en vertegenwoordigers van Eindhoven Airport, de Militaire Luchthaven Eindhoven, de Generaal-Majoor De Ruyter van Steveninckkazerne en het bijbehorende militaire oefenterrein op de Oirschotse Heide aanwezig. Deze partijen hebben afspraken gemaakt zodat ASML vooruit kan, zonder Defensie in de weg te zitten.
“We willen meer economische activiteit, maar ook meer oefenen met Defensie, meer militairen in het straatbeeld en F-16’s in de lucht”, aldus Boswijk. Er zijn onder meer afspraken gemaakt over de hoogte van de ASML-gebouwen, zodat ze het vliegverkeer niet hinderen. Ook wordt rekening gehouden met geluidshinder en trillingen door Defensie. Van Hees van ASML hecht aan “een goede harmonie met de buren” en heeft alle vertrouwen in de afspraken.
Spottersplek
Onderdeel van de plannen is ook dat de Spottersweg, waar vliegtuigspotters hun hobby uitoefenen, wordt aangepakt. De weg wordt verbreed, maar de gemeente verzekert dat er plaats blijft voor spotters. Mogelijk verdwijnt de plek op termijn wel, maar dan kijkt de gemeente naar een nieuwe locatie.
Drie jaar in razend tempo
De plannen voor de nieuwe locatie van ASML begonnen drie jaar geleden. In een razendsnel tempo is alles doorlopen: van tekeningen tot vergunningsaanvragen. Op de locatie staan onder andere een fabriek met cleanrooms en een kantoorgebouw gepland.
Vijf Nederlanders omgekomen bij busongeluk in Zwitserland, drie ernstig gewonden
Er is een vreselijk ongeluk gebeurd in Zwitserland. Een Nederlandse tourbus is omgekomen en vijf Nederlanders zijn overleden. Drie mensen raakten ernstig gewond.
Wat er precies is gebeurd
In de bus zaten 48 Nederlandse passagiers en een chauffeur. Ze waren op een meerdaagse groepsreis naar Oostenrijk en maakten een dagtrip naar Zwitserland. Het ongeluk gebeurde gisteren rond 17.00 uur op de Engadinweg tussen Zernez en Susch. Dat is een eenrichtingsweg waar op dat moment werkzaamheden waren.
De chauffeur moest plotseling uitwijken, waarschijnlijk voor een rotsblok. Door die uitwijkmanoeuvre is de bus op zijn kant gekomen en een stuk naar beneden gegleden.
Reddingsactie ter plaatse
Volgens de lokale politie is de plek redelijk goed bereikbaar. “Er zijn veel ambulances en reddingshelikopters ingezet. Werkelijk iedereen die beschikbaar was, is naar dit incident geroepen.” Reddingswerkers waren met zwaar materieel aanwezig. Er is tot ’s avonds laat doorgewerkt om de lichamen van overleden mensen te bergen.
Bus geborgen
Het bergen van de Nederlandse tourbus is deze ochtend voltooid, meldt de omroep RTS. Op beelden bij de omroep is te zien hoe het voertuig niet langer op het wegdek ligt, en hoe de vangrail is vervangen.
Hulp voor slachtoffers
Alarmcentrale Eurocross stuurt vandaag twee hulpverleners naar Zwitserland om slachtoffers te ondersteunen en hulp te organiseren. Ook een ambassadeteam met de Nederlandse ambassadeur in Zwitserland is onderweg naar Susch.
Monumentenwachters Patrick en Raimond hebben passie voor Brabants Erfgoed
Een dagje op pad met de monumentenwachters
“Het is prachtig om dit werk te doen, iedere dag is een feestje”, aldus monumentenwachter Patrick Daniëls. Samen met zijn collega Raimond Smulders inspecteert hij op een druilerige dag kasteel Bouvigne in Breda. Hun werk is misschien minder opvallend dan het monument zelf, maar het is ontzettend belangrijk voor het behoud van het Brabantse erfgoed.
Een dakpan die zingt
“Als je goed luistert, hoor je deze dakpan zingen. Dat is een goed teken”, zegt Raimond terwijl hij er met een schroevendraaier tegenaan tikt. Hij is een doorgewinterde monumentenwachter en kent de daken van de gebouwen op Landgoed Bouvigne als zijn broekzak. Meteen ziet hij een paar blootliggende panlatten. “Die zijn verrot en moeten vervangen worden.” Zijn bevindingen noteert hij in zijn rapport.
Honderden inspecties per jaar
De Monumentenwacht Noord-Brabant voert jaarlijks honderden inspecties uit bij zo’n 3500 aangesloten monumenten. Het grootste deel daarvan, ongeveer tachtig procent, zijn particuliere woonhuizen. Daarnaast bekijken de monumentenwachters bijna alle Brabantse kerken. Ook molens en jonger erfgoed, zoals de oude Philipsgebouwen op Strijp-S en het Evoluon in Eindhoven, krijgen regelmatig een bezoek van de inspecteurs.
Geen handhavers, maar adviseurs
Directeur-bestuurder Sanne de Koning-van Weert benadrukt dat een inspectie van de Monumentenwacht niet verplicht is. “We zijn geen handhavende instantie. Onze abonnees nodigen ons uit om hun monument te onderzoeken. Daarna krijgen ze een uitgebreid rapport waarin we de gebreken beschrijven en adviseren hoe en in welke volgorde ze het herstel het beste kunnen aanpakken.”
Voorkomen is beter dan genezen
Eigenaren van rijksmonumenten hebben een wettelijke plicht om hun monument te onderhouden. Als ze dat nalaten, kan de gemeente ingrijpen. Juist door problemen op tijd te signaleren, kan volgens Sanne veel ellende worden voorkomen. “Een klein gebrek dat nu wordt aangepakt, kan een grote en kostbare restauratie schelen. Wanneer eigenaren goed geadviseerd worden, zijn ze ook eerder geneigd om de onderhoudswerkzaamheden daadwerkelijk te laten uitvoeren. Ik durf daarom wel te stellen dat de monumenten die door ons geïnspecteerd worden over het algemeen in goede staat zijn.”
Kleine reparaties ter plaatse
De monumentenwachters draaien hun hand niet om voor kleine reparaties. “Een kapotte dakpan of een kleine lekkage lossen we ter plaatse op. We laten alles wind- en waterdicht achter”, zegt Raimond. Ondertussen voegt Patrick de daad bij het woord. Een verstopte regenafvoer blijkt de boosdoener van een overstromende dakgoot. De twee maken de opening vrij en het water stroomt weer weg. “Dat is ook weer opgelost”, lacht Patrick.
Capaciteit en vakmanschap
Er is volop werk voor de veertien inspecteurs in de provincie. De Monumentenwacht is dan ook niet actief op zoek naar nieuwe klanten. “We hebben het al heel erg druk en zijn daardoor beperkt in onze capaciteit”, zegt Sanne. Tegelijkertijd blijft het lastig om nieuwe monumentenwachters te vinden. “We zoeken mensen die dit werk op de juiste manier kunnen uitvoeren en kennis van monumenten hebben. Een opleiding tot monumentenwachter bestaat niet binnen het reguliere onderwijs. Daarom leiden we nieuwe medewerkers zelf op. Dat vraagt tijd en ervaring. Je moet niet alleen handig zijn, maar ook passie hebben voor monumenten.”
Kerken onder druk
Dat vakmanschap hard nodig is, ondervindt Raimond vooral bij kerken waarbij het onderhoud onder druk staat. “Ze worden minder goed onderhouden door een gebrek aan financiële middelen. Dat doet wel iets met je. Als we door een kleine reparatie een steentje kunnen bijdragen aan het behoud, geeft dat een goed gevoel.”
Open Monumentendag
Tijdens Open Monumentendag kunnen bezoekers dit weekend zelf ontdekken hoeveel bijzonder erfgoed Brabant heeft. Voor Patrick is het lastig om één favoriet te kiezen. “Er is zoveel moois hier. Maar kasteeltje Bouvigne is natuurlijk prachtig.” Collega Raimond knikt vanaf zijn ladder instemmend. Landgoed Bouvigne is zondag 13 september van 11.00 tot 17.00 uur geopend voor publiek.
