Eerste verkeersbrug tussen Noord-Korea en Rusland officieel geopend
Na jaren van plannen en bouw is er eindelijk een echte wegverbinding tussen Noord-Korea en Rusland: de eerste brug die specifiek bedoeld is voor wegverkeer — geen spoor, geen vliegtuigen, maar gewoon auto’s, bussen en vrachtwagens.
De brug is ongeveer één kilometer lang en overspant de Tumeng-rivier, precies tussen het Russische stadje Khasan en het Noord-Koreaanse Tumangang. Tot nu toe waren de enige directe verbindingen tussen beide landen spoorbruggen en luchtvluchten. En ja — via die bestaande routes werd al militair materieel vervoerd. Maar deze nieuwe brug is anders: hij is ontworpen voor algemeen verkeer, dus ook voor handel, toeristen én goederen.
Volgens Russische premier Michaïl Misjoestin moet de brug juist de samenwerking tussen de twee landen op allerlei vlakken versterken — denk aan economie, toerisme en logistiek. Meer samenwerking betekent volgens hem ook meer banen, zowel in Rusland als in Noord-Korea.
Maar niet iedereen ziet het zo rooskleurig. Oekraïense mensenrechtenorganisaties, zoals Truth Hounds, waarschuwen dat de brug vooral een strategisch instrument is. Zij beweren dat hij gebruikt wordt om Noord-Koreaanse soldaten, ingenieurs en legerfunctionarissen naar Rusland te brengen — en omgekeerd om Russische technologie, wapens en andere gevoelige goederen naar Noord-Korea te smokkelen, zonder dat het makkelijk opvalt.
De band tussen Pyongyang en Moskou is inderdaad steeds hechter geworden sinds de oorlog in Oekraïne begon in 2022. Er zijn rapporten over duizenden Noord-Koreaanse militairen die naar Rusland zijn gestuurd om mee te vechten. In ruil zou Rusland Noord-Korea onder andere moderne luchtverdedigingsraketten en drones leveren. En sinds 2024 hebben beide landen zelfs een officieel verdrag waarin ze elkaar wederzijdse steun beloven als één van beiden wordt aangevallen.
In deze video zie je hoe Noord-Koreaanse soldaten in Rusland hun uitrusting ontvangen om deel te nemen aan de strijd tegen Oekraïne:
Man overleden in woning waar politie eerder met zwaar geschut binnenviel
In een huis aan de Brouwersstraat in Heeswijk-Dinther is maandag een man overleden. De exacte oorzaak van zijn dood is nog onbekend — de politie onderzoekt wat er precies is gebeurd en heeft forensisch specialisten op de locatie gehaald.
Interessant (en wat opvallend) is dat dit hetzelfde huis is waar de politie al eerder een grote inval deed: in januari. Toen werd namelijk de Dienst Speciale Interventies (DSI) ingezet, inclusief een gepantserd voertuig — de zogeheten ‘bearcat’. Dat soort voertuigen wordt normaal gesproken alleen gebruikt als er sprake is van verhoogd risico, bijvoorbeeld als er wapens in het spel zouden zijn.
De aanleiding voor die inval was informatie over één of meerdere vuurwapens in de woning. Agenten doorzochten toen niet alleen het huis en de garage, maar ook vier auto’s die bij de woning stonden. Volgens een bewoonster zou het echter geen echt vuurwapen betreffen, maar een luchtdrukpistool. De man die destijds werd aangehouden, werd een dag later weer vrijgelaten.
Voor wat er maandag gebeurde, houdt de politie alle mogelijkheden open — niets is uitgesloten, zeggen ze nu.
🌊 Zeldzame albino-zeehond opgevallen op het strand van Neeltje Jans
Gisteravond trok een bijzondere gast de aandacht op het strand bij Neeltje Jans: een zeehond met albinisme — dus een volledig witte vacht, vaak met roodachtige ogen en een extreem lichtgevoelige blik. Volgens de stichting Reddingsteam Zeedieren is dit de eerste keer dat zo’n dier in Zeeland is gezien. “Echt uniek”, aldus Jaap van der Hiele van de stichting, in gesprek met Omroep Zeeland.
De zeehond werd door gewone strandgangers opgemerkt — en gelukkig oogde hij gezond. Van der Hiele denkt dat het dier met hoogwater weer zelfstandig terug naar zee is gezwommen.
Albinisme betekent dat het lichaam geen pigment kan aanmaken. Daardoor is de vacht witter dan wit, en zijn de ogen vaak rood of roze — en vooral heel gevoelig voor licht. “Daarom houdt deze zeehond zijn ogen meestal dicht”, legt Van der Hiele uit. “En gezien het feit dat zeehonden normaal al slecht zien, is het zicht van deze albino bijna nihil.”
De laatste keer dat hij zo’n zeehond zag? In Rotterdam — maar dat is alweer zo’n twintig jaar geleden. “Net zo bijzonder als nu”, benadrukt hij.
En voor de volledigheid: het tegenovergestelde van albinisme heet melanisme. Dat leidt tot een overmaat aan pigment — en dus een volledig zwarte zeehond. Ook dat komt af en toe voor bij grijze zeehonden, vertelt het Reddingsteam Zeedieren.
We werken massaal op dinsdag en donderdag op kantoor: ‘werkgevers op kamelenjacht’
Je kent het wel: dinsdagochtend de lift vol, de koffieautomaat overvol, en in de vergaderruimte moet je al een week van tevoren reserveren. Donderdag is bijna net zo druk. Maar maandag? Rustig. Woensdag? Alsof iedereen op vakantie is. En vrijdag? Bijna spookachtig stil.
Dat is geen toeval — het is een patroon dat zich in Nederland steeds sterker heeft ingegraven. Dinsdag en donderdag zijn simpelweg de piekdagen voor kantoorwerk. Op die twee dagen komt ruim 65 procent van de kantoormedewerkers naar binnen — op vrijdag slechts 19 procent. Het gevolg? Overbelaste kantoren, knusse treinen in de ochtendspits, en een filezwaarte op dinsdag en donderdag die samen bijna 60 procent van alle ochtendspitsen in de eerste helft van 2026 uitmaakt.
En ja — dat piek-piek-verloop lijkt verdacht veel op de twee bulten van een kameel. Vandaar de naam: het ‘kamelenprobleem’.
Waarom zit iedereen nou juist op dinsdag en donderdag?
Het begon al lang voordat corona er was — denk aan deeltijdcontracten, vaste vrije dagen of 36-urige werkweken — maar sinds de komst van hybride werken is het alleen maar erger geworden. Kenniswerkers werken nu gemiddeld ongeveer de helft van hun tijd thuis, en zo’n 38 procent op kantoor. En wat doen ze dan? Ze kiezen massaal voor dezelfde twee dagen: dinsdag en donderdag.
Volgens gedragsdeskundige Liza Luesink van Duwtje is dat pure menselijke natuur: “We houden het liefst zoals het nu is. En als iedereen op dinsdag naar kantoor gaat, dan voelt het ook ‘normaal’ om daarheen te gaan. We zijn kuddedieren — we willen erbij horen.”
De NS, de Rijksoverheid en Van Lanschot Kempen: allemaal op kamelenjacht
Dus wat doen werkgevers nu? Ze gaan op kamelenjacht: op zoek naar manieren om die twee bulten af te vlakken. Niet door mensen te dwingen, maar door slimme prikkels, sociale afspraken en praktische aanpassingen.
Bij de NS, bijvoorbeeld, is de vrijdagochtendspits 45 procent rustiger dan die op dinsdag of donderdag. En hoewel treinen in de ‘hyperspits’ vol zitten, is een trein over de dag heen gemiddeld maar voor 30 procent gevuld. Een klein tijdsverschuiving — zes procent van de reizigers een kwartiertje later — kan dus een groot verschil maken. Daarom zijn de PrijsTijd Deals recent uitgebreid: goedkoper reizen buiten de spits, om mensen écht te verleiden om een andere tijd of dag te kiezen.
Ook de Rijksoverheid experimenteert al geruime tijd met de kamelenjacht. Volgens gedragswetenschapper Reint Jan Renes is het niet genoeg om alleen een extra lunch of een fietsvergoeding aan te bieden: “Dan moet je ook sociale druk gebruiken — denk aan teamafspraken. Als ik moeite doe om op woensdag te komen, verwacht ik dat jij ook je best doet.”
En bij Van Lanschot Kempen, waar het kantoor in Amsterdam veel te klein is voor de 1100 medewerkers, is het al aardig op gang gekomen. Ze hebben teams gevraagd om niet alleen op de piekdagen te komen, maar te spreiden — en zelfs directievergaderingen van dinsdag en donderdag gehaald, omdat die een soort ‘aanzuigende werking’ hadden. Het resultaat? De bezetting is nu stabiel van maandag tot donderdag. “Vroeger hoefde je op woensdag nooit een vergaderruimte te reserveren — nu zijn ze allemaal bezet,” zegt Philippe Glaubitz. Toch is het nog niet klaar: vrijdag loopt beter, maar haalt het nog niet bij de andere dagen. “Een cultuurverandering bereik je niet van de ene op de andere dag.”
Kortom: het is geen technisch probleem — het is een menselijk probleem
Het kamelenprobleem is eigenlijk een mooi voorbeeld van hoe makkelijk we in een patroon blijven zitten — ook al kost het geld, energie en frustratie. En hoewel de oplossing eenvoudig klinkt (gewoon op een andere dag komen), is het veranderen van gewoontes lastiger dan het lijkt. Maar één ding is zeker: de jacht op die kameel is echt begonnen.
Zestig jaar bij dezelfde opticien — en Carlo (80) is nog lang niet klaar
Zestig jaar. Niet zes, niet zestien — maar zestig. Dat is de tijd dat Carlo Battes werkt bij opticien Van Wely in Roosendaal. En ja, hij is inderdaad al 80 jaar oud — maar stoppen? Daar heeft hij voorlopig helemaal geen zin in. Twee dagen per week staat hij nog steeds achter de toonbank, tussen de brillen, met een knipoog en een opvallend montuur op zijn neus.
Dat hij ooit zou belanden in de wereld van lenzen en monturen, was niet van tevoren uitgestippeld. Carlo zat eerst op de kweekschool, maar merkte al snel: onderwijs is niet zijn ding. Toen iemand hem vroeg: “Is optiek niet iets voor jou?”, pakte hij de kans aan — en zo belandde hij via een beetje toeval bij Van Wely. “Daar leerde ik het vak: één dag per week naar school in Utrecht, de rest van de week in de zaak.” Dat was zestig jaar geleden. En sindsdien is hij nooit meer weggegaan.
Wie Carlo ziet, weet meteen: deze man leeft voor brillen. Op deze dag draagt hij een strak zwart-wit montuur — en zelfs zijn horlogebandje is daarop afgestemd. “Dat doe ik expres”, lacht hij. “Dan komt het gesprek over brillen vanzelf op gang. Ik probeer klanten te overtuigen dat ze meer brillen moeten hebben. Je hebt toch ook niet elke dag dezelfde jas aan?” Voor Carlo is een bril geen puur functioneel ding — het is een kledingstuk. “Morgen draag ik misschien een spijkerbroek, dan heb ik er een blauwe bril bij.”
Toen Carlo begon, waren ze met z’n drieën in de zaak. Vandaag telt Van Wely 36 medewerkers. De techniek is flink veranderd: van handgeslepen glazen naar geavanceerde machines die het sneller en preciezer doen. Maar één ding is nooit veranderd: het persoonlijke contact. “Van sommige families help ik nu al de derde generatie. Ik ken mijn klanten. Ik weet welke bril past — en welke niet.”
Carlo houdt van opvallende monturen — en dat zie je ook in de showroom: tussen de kleurrijke brillen hangen foto’s van hem, van jochie tot zestigjarige, tot de 80-jarige die hij nu is.
En die band met klanten? Die is echt wederzijds. Klanten komen expres langsgaan om hem te feliciteren — zoals Toni Schenkelaars, die zelfs vanuit Amerika terugkwam voor een nieuwe bril. Of José en Peter van Akkeren, die in de loop der jaren vijf brillen bij hem kochten. Voor zijn jubileum brachten ze een flinke reep chocolade mee.
Een tijdje leek stoppen ineens dichterbij — na een hersenbloeding moest Carlo even pauzeren. Maar hij herstelde volledig. “Ik heb er niets aan overgehouden, dus ik kan weer door.” En dat doet hij met volle overtuiging: “Mensen blij de deur uit laten gaan — dat is het mooiste wat er is.” Want een bril kopen? Dat doe je niet elke dag. Dat moet een feestje zijn.
Winst AfD kan ook Nederlandse bedrijven raken: ‘Onzekerheid is nooit goed voor de economie’
“Voor de economie is onzekerheid gewoon nooit goed”, legt Gerard Pfann, hoogleraar Duits-Nederlandse economische betrekkingen, uit. En juist nu heeft Duitsland behoefte aan duidelijke, daadkrachtige besluiten. Hoewel het om de uitslag van lokale verkiezingen gaat, spreekt de overwinning van de AfD in Saksen-Anhalt — met maar liefst 43,8 procent — boekdelen: een groot deel van de bevolking heeft weinig vertrouwen meer in de huidige Duitse regering.
Veel Duitsers waren al ontevreden over bondskanselier Friedrich Merz en zijn kabinet, zoals bleek uit een peiling van opiniepeiler Forsa in mei. Merz beloofde bij zijn aantreden de Duitse economie flink op te voeren — maar dat is tot nu toe niet gebeurd. De Duitse economie zakt al jarenlang langzaam weg. Volgens Pfann moet de regering vooral investeren in technologische innovatie — denk aan het volledig automatiseren van betalingsverkeer. Op dat gebied halen andere grote landen Duitsland al links en rechts in. Weliswaar heeft het kabinet-Merz daarvoor flink wat geld vrijgemaakt… maar door de groeiende politieke onzekerheid zullen grote projecten waarschijnlijk worden uitgesteld. En dat helpt absoluut niet om de Duitse economie veerkrachtiger te maken.
En waarom zou dat jou als Nederlandse ondernemer of werknemer interesseren? Omdat Duitsland onze belangrijkste handelspartner is. Als de economische problemen in Duitsland blijven hangen — en nog erger worden door politieke spanningen — dan kan dat ook Nederlandse bedrijven dwarszitten. Nederlandse producenten verkopen namelijk veel van hun goederen naar Duitsland. Minder investeringen en minder vertrouwen in Duitsland betekent dus ook minder vraag naar Nederlandse producten. “Dat heeft direct gevolgen voor Nederlandse exporteurs”, benadrukt Pfann.
Vooral sectoren als chemie en auto-industrie staan al onder druk in Duitsland — en die industrieën hebben vaak Nederlandse toeleveranciers. Als de politieke onzekerheid daar nog eens bovenop komt, kan de vraag naar hun producten snel afnemen. Philip Bokeloh, econoom bij ABN Amro, zegt het kort en krachtig: “Het is voor Nederland belangrijk om een economisch goed functionerend land naast zich te hebben.”
En het wordt niet makkelijker: ook in de komende lokale verkiezingen in Mecklenburg-Voorpommeren en Berlijn groeit de AfD — hoewel de strijd daar nog lang niet beslist is. In Saksen-Anhalt kon de AfD geen absolute meerderheid halen, dus moet er een coalitie worden gevormd. Dat kan lastig worden, en brengt opnieuw onzekerheid met zich mee.
Economen en topbestuurders waarschuwden al eerder voor de plannen van de AfD — bijvoorbeeld rond het aantrekken van arbeidskrachten. De partij is sterk tegen immigratie en wil migranten zo veel mogelijk uitzetten. “Dat is zorgwekkend”, zegt Pfann. “De economie van die deelstaat is daar absoluut niet mee gediend. Deze mensen zijn hard nodig.”
Merz zelf noemde zich ‘zwaar geschokt’ door de uitslag — maar hij denkt niet aan opstappen. Hij blijft doorgaan, ook al blijft de druk op hem groeien.
