Coalitie stevent af op botsing over belasting op winst uit aandelen en crypto

Roel Bolsius en Marleen de Rooy, politiek verslaggevers bij de NOS, melden dat de regeringscoalitie steeds duidelijker op een botsing afsteven. Het knelpunt? De vraag of er snel een belasting komt op winst uit aandelen, cryptomunten en andere vermogens – oftewel: de vermogenswinstbelasting voor box 3.

Uit geheime stukken van het ministerie van Financiën blijkt dat een snelle invoering van zo’n belasting toch nog technisch mogelijk zou zijn – ook al zeiden ministers jarenlang dat het niet kon. De VVD wil die stap graag nog vóór eind dit jaar zetten, maar CDA en D66 trekken zich meteen terug. Zij vinden het politiek onhoudbaar om miljarden vrij te maken voor vermogenden terwijl er tegelijkertijd wordt bezuinigd op de sociale zekerheid.

Met die stukken in de hand was minister Heinen (VVD) al een heel eind gevorderd in onderhandelingen met JA21 en de SGP over een begrotingsdeal. Die partijen zijn zelfs bereid om vanaf 2028 een vermogenswinstbelasting in te voeren – wat betekent dat de schatkist komende jaren veel minder geld binnenkrijgt. Maar D66 en CDA floten Heinen terug. Zij willen de steun van oppositiepartij Pro niet verliezen, die juist eist dat de belasting op vermogen verder wordt verhoogd.

De onderhandelingen tussen D66, VVD en CDA liepen daarom hoog op. Uiteindelijk konden ze het niet eens worden en besloten ze het hele onderwerp box 3 gewoon te parkeren – voorlopig, tenminste. Al is er alweer onduidelijkheid: de ene kant zegt dat het besluit ‘geparkeerd’ is, terwijl Heinen vandaag tijdens de ministerraad nog wel duidelijk maakte dat hij het plan toch nog snel wil doorzetten: “Het kan” en “Ik ben er wel al uit”, aldus de minister.

Even een snelle uitleg voor de duidelijkheid:
– Bij de huidige vermogensaanwasbelasting betaal je elk jaar belasting over de winst die je theoretisch hebt gemaakt – ook als die winst nog vastzit in aandelen of crypto.
– Bij de nieuwe vermogenswinstbelasting betaal je pas belasting op het moment dat je daadwerkelijk verkoopt – dus pas als de winst ‘echt’ is.

Jarenlang werd gezegd dat zo’n systeem op korte termijn niet haalbaar was. Maar ambtenaren van Financiën concluderen nu dat het in theorie toch nog zou kunnen – mits Eerste en Tweede Kamer er nog vóór eind dit jaar mee instemmen. Al is het een dure keuze: een volledige vermogenswinstbelasting zou de schatkist tussen de 11 en 25 miljard euro per jaar kosten. En er zijn ook praktische risico’s: de Belastingdienst zou de aangiftes in het eerste jaar – en misschien langer – nauwelijks kunnen controleren, omdat de systemen nog niet klaar zijn.

JA21 zet intussen extra druk op het kabinet. De partij wil alleen meedoen aan een begrotingsdeal als de vermogenswinstbelasting op korte termijn wordt ingevoerd. Kamerlid Michiel Hoogeveen: “Wat ons betreft is vermogensaanwas een gepasseerd station. Het is een fundamenteel oneerlijk systeem.”

Box 3 is al jaren een hoofdpijndossier. Sinds eind 2021 is het oude systeem onwettig, nadat de Hoge Raad een streep zette door de manier waarop de Belastingdienst de belasting berekende. Daarom draait er nu een tijdelijk systeem – dat vooral voordelig is voor mensen met hoge rendementen. Gevolg: de schatkist krijgt al jaren minstens 2,4 miljard euro per jaar minder binnen.

Er is wel een politieke meerderheid voor een vermogenswinstbelasting – alleen was die tot nu toe altijd ‘niet haalbaar op korte termijn’. Daarom is er de afgelopen jaren gezocht naar een tijdelijke oplossing: de huidige combinatie van vermogensaanwas (voor spaargeld en beleggingen) én vermogenswinst (voor tweede woningen en aandelen in start-ups). CDA en VVD stemden destijds in de Tweede Kamer wel in met dat compromis, maar kregen na hevige kritiek uit hun eigen achterban grote twijfels. In de Eerste Kamer steunen ze het voorstel nu niet meer – en een meerderheid is daardoor uit zicht.

Één ding is wel duidelijk voor alle coalitiepartijen: vakbonden en werkgevers moeten mee aan tafel bij de oplossing voor box 3. Het idee is om in één keer een grote pakt deal te sluiten over zowel box 3 als de toekomst van de sociale zekerheid. Alleen: de bonden en werkgevers zeggen nog van niets te weten. VNO-NCW is verrast, FNV noemt het ‘redelijk bizar’ dat het kabinet hiervoor naar de polder wijst. Een woordvoerder van de FNV benadrukt: “Het is aan het kabinet om dit verder uit te werken. Voor ons is één ding helder: die begroting mag niet ten koste gaan van de sociale zekerheid. Dat zullen we niet accepteren.”

Bekijk origineel artikel

Verdeelde reacties op stikstofplannen: blijdschap, bezorgdheid én rechtszaken in aantocht

Boeren, bouwers en natuurbeschermers kijken allemaal heel anders naar het nieuwe rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) over het stikstofpakket van het kabinet. En ja — die verdeeldheid zorgt alvast voor wat opwindende ontwikkelingen: er wordt verwacht dat er binnenkort weer nieuwe rechtszaken op gang komen.

Wat zegt het PBL eigenlijk?

Kort samengevat: Nederland gaat niet meteen van het stikstofslot, maar het kabinet is wel degelijk op de goede weg. Het pakket is ambitieus — misschien zelfs grensverleggend — en volgens het PBL ligt het haalbaarheidsgewijs net aan de rand van wat in tien jaar te realiseren is. De doelen zijn duidelijk: tegen 2035 moet de stikstofuitstoot bij de landbouw met 42 tot 46 procent omlaag, terwijl verkeer en industrie hun uitstoot moeten halveren. Dat leidt wel tot een flinke afname van de stikstofbelasting in veel gebieden — al is het probleem in 2035 pas volledig opgelost in 14 van de 120 kwetsbare natuurgebieden.

Bouwers: eindelijk licht aan het einde van de tunnel

Voor Bouwend Nederland is het rapport een soort ademhalingsoefening. “Het stikstofpakket haalt Nederland uit de impasse en brengt perspectief”, zegt Arno Visser. Volgens hem is het nu tijd om echt aan de slag te gaan: “We zijn de afgelopen jaren nog niet zo dicht bij een oplossing geweest.” En afzwakken? Geen sprake van.

Natuurorganisaties: dit is de minimale basis

Natuurmonumenten noemt het pakket de “minimale ondergrens van wat nodig is voor natuurherstel”. Natuur & Milieu sluit zich daarbij aan: “Dit pakket is nodig om de balans tussen landbouw en natuur weer te herstellen.” Kortom: geen knusse oplossing, maar wel een begin dat moet blijven staan.

Boeren: ‘te zwaar’, ‘te duur’, ‘we zijn de weg kwijt’

Veel boeren zien het anders. Agractie spreekt van een situatie waarin “Nederland de weg volledig kwijt is”. Voor veehouders is het vaak simpelweg onbetaalbaar om aan alle nieuwe eisen te voldoen — en het PBL bevestigt dat: het is inderdaad niet voor iedereen financieel haalbaar. De verwachting is dat sommige boeren dan ook met hun bedrijf zullen stoppen. LTO wil daarom meer keuzemogelijkheden voor boeren: “vanuit vakmanschap en ondernemerschap” moeten ze zelf kunnen kiezen welke maatregelen passen bij hun bedrijf. En één ding is voor hen absoluut onbespreekbaar: de zogeheten generieke korting — oftewel: dieren wegdoen als de doelen niet gehaald worden. Het PBL vindt die dreiging ook averechts: waarom investeren in duurzame verbeteringen als je later toch dieren kwijtraakt?

En de minister? Vastberaden — maar ook realistisch

Minister Van Essen houdt vast aan de generieke korting als “noodrem”, hoewel hij benadrukt dat het kabinet die niet wil inzetten. Zijn doel is duidelijk: zorgen dat vergunningverlening weer mogelijk wordt, door voldoende vertrouwen te geven in de richting van het beleid.

MOB: “Te weinig, te laat”

Mobilisation for the Environment (MOB) ziet het hele pakket als een grote teleurstelling. Volgens Johan Vollenbroek is het “veel te weinig”, vooral omdat het stikstofdoel pas in 2035 — en niet in 2030 — wordt bereikt. Zijn oplossing? Een halvering van de veestapel. En als het beleid blijft wankelen? Dan komt de rechter weer aan bod: “Als we dit wankele beleid zien, dan zullen wij toch weer de rechter gaan vragen om natuurvergunningen in te trekken.” Hij voert momenteel al tientallen soortgelijke procedures.

Bekijk origineel artikel

34 (!) Verdachten in zaak-Overasselt: zo pakt de recherche zo’n monsterklus aan

Onderwerp van artikel

Het onderzoek naar de gewelddadige schietpartij bij Overasselt is een ware reuzenklus voor de politie. Tijdens het incident kwam de 51-jarige beveiliger Berry om het leven, en raakten twee agenten gewond. Nu zijn er maar liefst 34 verdachten — en van hen zitten er nog steeds 32 vast. Dat zijn zestien Fransen, elf Nederlanders, twee Algerijnen, één Libiër, één Oekraïner én één Belg.

De voorgeleidingen (de eerste officiële confrontatie met de rechter-commissaris) waren al ‘een enorme uitdaging’, zo zei plaatsvervangend hoofdofficier van justitie Monique Vinkesteijn. Vijf rechters-commissarissen deden de voorgeleidingen — sommige zelfs via videoverbinding, omdat de verdachten verspreid zitten over verschillende huizen van bewaring. “Ik heb het zelf niet eerder meegemaakt, dus wat dat betreft is het ook een bijzondere prestatie”, benadrukte ze.

Hoe houd je 32 mensen tegelijk vast?

Dat vraagt om serieuze logistiek. Bestuurder Patrick Fluyt van vakbond ACP — die al 35 jaar bij de politie werkt en zelf jarenlang verhoren deed — legt uit: “We hebben verschillende cellenblokken op verschillende locaties, in verschillende huizen van bewaring.” En het wordt nog ingewikkelder: de verdachten mogen alleen contact hebben met hun advocaat. Geen bezoek, geen telefoontjes — volledige communicatiebeperkingen.

Achter elk verhoor zit een heel team

Voor zo’n massale zaak zijn meerdere verhoorkoppels nodig — en daarachter staat een groot onderzoeksteam: “Een heel backoffice aan mensen.” Denk aan forensisch onderzoekers, digitale experts, maar ook gedragswetenschappers die lichaamstaal analyseren. De onderzoeksleider overlegt continu met de officier van justitie, die uiteindelijk de zaak voorlegt aan de rechter.

Hoe werkt zo’n verhoor nu eigenlijk?

Volgens Fluyt begint het vaak simpel: “Wie ben jij? Wat is je achtergrond? Waar kom je vandaan?” Dan komt de kernvraag: “Wat deed je daar, op dat moment, op die plek — en waarom?” Dat verhaal wordt dan stuk voor stuk gespiegeld aan het bewijs: camerabeelden, DNA, vingerafdrukken, kruitsporen — en ook de verklaringen van andere verdachten.

“Stel, iemand zegt: ‘Ik wandelde gewoon door Overasselt, het was mooi weer.’ Dan confronteer je hem direct: ‘Hoe kan het dan dat we kruitsporen op jouw hand vinden? En jouw DNA op het wapen?’”

En ja — groepsloyaliteit speelt vaak een rol. “Dan is het maar de vraag hoe stevig die persoon in zijn schoenen staat. En wat de straf of beloning is als je je mond houdt, binnen het milieu waar hij vandaan komt.”

Geen onderscheid — nog niet

Het Openbaar Ministerie laat weten dat er momenteel geen onderscheid wordt gemaakt tussen mogelijke schutters en anderen. Nader onderzoek moet duidelijk maken wat de precieze rol van iedereen was. Een bekentenis is trouwens niet het doel op zich. “Ook als iemand blijft ontkennen, kan ander bewijs voldoende zijn om een zaak te bouwen,” zegt Fluyt. Het echte doel? Een duidelijke, technisch onderbouwde tijdlijn — die de officier van justitie later gebruikt bij de rechter.

En de tolken dan?

Omdat veel verdachten uit het buitenland komen, zijn beëdigde tolken essentieel. Bij eenvoudige zaken kan dat telefonisch, maar hier? “Bij zware verdenkingen verwacht ik dat tolken fysiek aanwezig zijn. Want nuances tellen — niet alleen wat de verdachte zegt, maar ook wat hij juist niet zegt.”

Fluyt benadrukt het onzichtbare werk: “Wat we nu doen, ziet niemand. Terwijl dit vakmanschap van de recherche bepaalt of verdachten wel of niet worden veroordeeld.”

En terwijl deze zaak zich ontvouwt, wijst premier Jetten erop dat het steeds vaker voorkomt dat de criminele onderwereld zijn weg vindt naar boven — en dat het niet meer uniek is in Nederland.

Bekijk origineel artikel

Ontworteld en lelijk: hoe de AfD Bauhaus wil ‘ont-Duitsen’

In de Oost-Duitse stad Dessau-Roßlau — in de deelstaat Saksen-Anhalt — staat het iconische Bauhaus-gebouw. Toen het in 1926 opende, was het een ware revolutie: hoekig, strak, zonder één versiering. Geen neogotische torentjes, geen pruik van stucwerk — alleen staal, beton en glas. Het was bedoeld om goedkoop, gezond én functioneel te zijn. “Kunstenaars en architecten wilden echt vernieuwen”, legt de Nederlandse architectuurhistoricus Tino Mager van de Rijksuniversiteit Groningen uit. “Ze keken: wat heeft een gebouw echt nodig? En kwamen tot de conclusie: versieringen zijn overbodig, puntdaken niet meer nodig, en veel licht is gewoon fijn.”

Zondag zijn er verkiezingen in Saksen-Anhalt — en de AfD is de grote favoriet. Peilingen van de afgelopen weken geven de partij steeds 40 procent of meer, met ruime voorsprong op de CDU (maximaal 23 procent). Er is zelfs een reële kans dat de AfD een absolute meerderheid haalt — en dat zou de eerste keer zijn dat de partij op regionaal niveau kan regeren. Want andere partijen weigeren samen te werken met AfD (de zogeheten Brandmauer), dus zonder absolute meerderheid geen regeringsmacht.

En wat doet de AfD als ze aan de macht komt? Ze willen een ‘nieuw patriottisch cultuurbeleid’ — gericht op het herstellen van ‘Duits zelfvertrouwen’. En daarbij is het Bauhaus-gebouw een van hun belangrijkste doelwitten.

Waarom? Omdat het volgens hen on-Duits is. Niet vanwege de bouwstijl per se, maar omdat het internationaal was: ongeveer een kwart van de studenten kwam uit het buitenland, en de filosofie draaide om universele vormen — dingen die iedereen herkent, ongeacht waar je vandaan komt. “Bauhaus staat voor ontworteling, voor ontwrichting van de architectuur”, zegt Hans-Thomas Tillschneider, cultuurwoordvoerder van AfD, tegen Reuters. “Overal ter wereld dezelfde gebouwen neerzetten — dat is Bauhaus. Het is de architectuur van de globalisering.”

Daar moet volgens AfD drastisch mee ophouden. In hun verkiezingsprogramma klagen ze: “Openbare gebouwen die na 1990 in Saksen-Anhalt zijn gebouwd, zijn vaak buitengewoon lelijk.” Ze willen ‘traditieloze constructies’ vermijden en alleen nog regionale bouwmaterialen gebruiken. Geïnspireerd door Trump willen ze bovendien een wet invoeren waarin staat dat openbare gebouwen door de meerderheid van de bevolking als mooi moeten worden ervaren — en een duidelijke ‘historische identiteit’ moeten uitstralen.

Zelfs het officiële motto van de deelstaat moet weg: #moderndenken, een verwijzing naar de innovatieve rol van Bauhaus. AfD noemt dat “het beleid van identiteitsloosheid tot het uiterste drijven”. Het alternatief? #deutschdenken — Duits denken.

Voor veel AfD-kiezers is dit soort cultuurbeleid trouwens niet de reden om te stemmen. Migratie, stijgende levenskosten of ontevredenheid over Berlijn spelen veel groter. De nieuwe bouwregels? Dat is zogezegd ‘gratis bijvangst’. Maar juist hier ligt de kracht: cultuurbeleid valt onder de bevoegdheid van de deelstaten — terwijl grote thema’s als migratie landelijk worden geregeld.

Julia Leser, onderzoeker op het gebied van rechtsextremisme aan de Universiteit van Hamburg, maakt zich zorgen: “De vrijheid van kunst is wel grondwettelijk beschermd — maar de financiering niet. Die hangt grotendeels af van de overheid. In het ergste geval dreigen bezuinigingen.”

Dat de AfD zich zo scherp richt op moderne kunst — en specifiek op Bauhaus — roept herinneringen op aan honderd jaar geleden. Toen waren nationalisten ook al tegen de vernieuwing: zij zagen in de 19e-eeuwse neogotiek een ‘typisch Duitse’ stijl — terwijl die eigenlijk uit Frankrijk kwam, zoals Mager benadrukt. De nazi’s hadden hun eigen ideeën over kunst: het moest een ‘zuivere Duitse identiteit’ uitdrukken — met vakwerk, gotische spitsen en ornamenten. Moderne stromingen werden ‘ontaard’, ‘kosmopolitisch’ of ‘Joods-marxistisch’ genoemd. Ook Bauhaus werd het slachtoffer — en moest in 1933 onder dwang dicht.

Dat oude argument duikt nu weer op. “Vanuit het perspectief van de AfD zijn we te globalistisch — en dus niet Duits”, zegt de huidige directeur van het Bauhaus-museum tegen Reuters. “De historische context is natuurlijk fundamenteel anders, maar elementen van de retoriek van de NSDAP zijn vandaag terug te vinden in de kritiek op Bauhaus en moderne architectuur”, voegt Mager eraan toe. “Juist het internationale karakter maakte Bauhaus zo invloedrijk — en dat maakt het er niet minder ‘Duits’ om.”

Volgens Leser gaat het AfD eigenlijk niet om de kunst zelf. “Kunst en cultuur zijn instrumenten om onze gezamenlijke identiteit te definiëren. Door zich af te zetten tegen moderne kunst, zetten ze zich af tegen de moderne tijd.”

Na de sluiting van de kunstacademie in 1933 trokken docenten en studenten de wereld over — en namen hun ideeën mee. Bouwen zonder versieringen, platte daken, grote ramen: dat werd wereldwijd normaal. En is het nog steeds.

Bekijk origineel artikel

Fietsers vereeuwigd tot kunstwerk: ‘Veilig met de handen aan het stuur’

Wie over de snelfietsroute F50 in Veghel fietst, wordt onderweg verrast door tien levensgrote beelden — elk een echte inwoner van Meierijstad, omgezet in een uniek kunstwerk. Het zijn geen willekeurige figuren, maar mensen die dagelijks op hun fiets zitten: van speedpedelec-rijders tot natuurfotografe met statief en rugzak. Vrijdag was het zover: de laatste twee standbeelden werden onthuld — en daarmee werd het gehele project afgerond.

“Superverantwoord”: helm op, handen aan het stuur

Wethouder Luc van den Tillaart had duidelijke woorden voor het nieuwste beeld: “Deze is superverantwoord, met de handen aan het stuur én een helm op.” Hij doelt op Eric Lakké, de fietser die als allereerste speedpedelec-rijder in brons werd gegoten. Eric had zichzelf aangemeld toen er een oproep kwam voor modellen — en hij vroeg expliciet of hij mocht poseren op een speedpedelec. Eigen exemplaar had hij niet, maar gelukkig kreeg hij er eentje geleend van een lokale fietsenwinkel. En ja: tijdens het poseren droeg hij zijn helm én hield hij stevig de stuurhanden vast. “Zo hoort het,” zegt hij zelf — met een knipoog naar de discussie die eerder al rond één van de beelden was ontstaan.

Toch even wat ophef…

Want ja, het eerste beeld dat aandacht trok — van ‘Lonneke’, een fietser met losse handen — zorgde voor flinke gedeeltes in de media. Sommigen vonden het geen goed voorbeeld van veilig fietsgedrag. Wethouder Van den Tillaart erkent dat: “Het riep inderdaad nogal wat vragen op.” Maar volgens hem past dat ook bij kunst: “Kunst kan schuren of vragen oproepen. Is het een meisje dat met losse handen naar school fietst? Of juist een wielrenner die juichend over de finish komt? Dat is precies wat kunst doet: iedereen ziet wat hij wil zien.”

Eric vindt de bombarie wel ‘apart’, maar ziet ook het lichtpuntje: “Jammer wel, maar ja — het heeft wel voor veel bekendheid gezorgd. Al moet ik zeggen: iedereen fietst toch weleens met losse handen. Zeker vroeger.”

En dan is er nog Miriam — met camera, statief én twee beelden

Het tweede nieuwe kunstwerk is gebaseerd op Miriam Burg uit Schijndel. Zij fietst vaak rond met haar fotocamera op zoek naar mooie natuurbeelden. En ja — ze heeft zelfs twee standbeelden gekregen! Aan de ene kant van de weg staat haar fiets met statief en rugzak in de fietstas. Een stukje verderop staat zijzelf, camera in de hand, bezig met het fotograferen van bloemetjes in de berm. “Ik vind het geweldig hoe hij het gedaan heeft,” zegt ze. “Ik heb er heel erg lang op moeten wachten, maar het is uiteindelijk toch gelukt.”

En over veilig fietsen? Ze lacht: “Ik ben netjes afgestapt om een foto te maken. Al moet ik toegeven dat ik ook weleens fietsend met één hand een foto maak… Dat is inderdaad niet zo slim. Die mislukken dan ook meestal.”

Bekijk origineel artikel

Hoe Ellie uitgroeide tot een van de succesvolste corso-ontwerpers

Ellie Snepvangers uit Zundert noemt zichzelf meteen een echt corso-kindje — en dat is ook geen overdrijving. Net als het Bloemencorso Zundert vierde ook zij dit jaar haar negentigste verjaardag. En wat een rol heeft ze gespeeld in die negentig jaar! Ze was niet alleen één van de allereerste vrouwelijke wagenontwerpers van het corso, maar ook écht succesvol: negen keer de eerste prijs op haar naam. Dat is geen kleinigheid, zeker niet in een tijd dat bijna alle ontwerpers mannen waren.

Het ‘corsovirus’ zat al vroeg in haar bloed. Haar vader was zelf actief betrokken bij het ontwerpen van de wagens voor Buurtschap Klein Zundert. Als klein meisje ging Ellie gewoon mee — naar de werkplaats, naar overleggen, naar andere dorpen. “Toen Valkenswaard begon met het corso, vroegen ze advies aan mijn vader. Ik ben toen een keer met hem mee geweest. Zo ben ik erin gerold”, vertelt ze met een knipoog.

Ze studeerde aan de kunstacademie in Breda, waar ze zich aanvankelijk richtte op mode. Maar mode? “Dat vond ik helemaal niks”, lacht ze er nu om. Toen haar vader op haar twintigste overleed, nam ze — zonder veel te aarzelen — het stokje van hem over. “Je vader was dood en je moest het overnemen. Dat was gewoon een plicht”, zegt ze vol overtuiging. Haar academische achtergrond deed de rest: ze werd direct gezien als de logische opvolger. En zo werd ze in de jaren zestig een opvallende verschijning tussen de voornamelijk mannelijke ontwerpers — zonder dat ze zich daar ooit ongemakkelijk bij voelde. “Ik geloof niet dat ik mij anders heb gevoeld dan alle mannen die er rondliepen. Ze namen aan wat ik zei en dat werd het dan.”

Op haar keukentafel liggen de fotoboeken van decennia corso’s — en terwijl ze bladert, komen de verhalen spontaan boven. De wagen van 1973, Lampionnenoptocht, noemt ze één van de mooiste. Daarbij gebruikten ze een nieuwe methode: systeemwerk. “Je tekende één ding en zaagde het drie of vier keer uit. Zo konden ontwerpen meerdere keren op de wagen worden gebruikt.” Slim én efficiënt — en het werkte.

Haar talent werd herhaaldelijk beloond: in totaal negen keer de eerste prijs, waaronder drie keer op rij in de jaren zeventig. Maar succes had ook zijn keerzijde: “Mensen werden jaloers en zeiden geen gedag meer in de winkel. Bij een ander mocht je juist op de koffie komen. Het was gewoon dorps toen”, blikt ze terug — met een mengeling van nostalgie en humor.

Waar haalt ze haar inspiratie vandaan? “Hiervandaan”, wijst ze direct naar haar hoofd. “Als je ontwerpster bent, doe je dat gewoon. Daar hoef je niet over na te denken.” Zo maakte ze onder andere wagens over Franciscus van Assisi, Pippi Langkous en Vincent van Gogh — altijd met een doordachte, toegankelijke boodschap. Want voor Ellie ging het nooit alleen om schoonheid. “Ik kwam uit een dorp en daar wist je niks. Na de lagere school was het klaar. Ik probeerde vaak een wagen te maken over een onderwerp waar degenen die kwamen helpen met bouwen ook wat van opstaken.”

Het Bloemencorso Zundert is zondag 6 september live te zien op Omroep Brabant televisie en op Brabant+. Hier lees je alle verhalen over het Bloemencorso Zundert.

Bekijk origineel artikel