Rekenkamer: grote zorgen over watertekort — overheid moet nu echt meer regie pakken

De droogte is geen tijdelijk weerfenomeen meer — het is een structureel, steeds urgenter wordend probleem dat blijft. En volgens de Algemene Rekenkamer is de overheid er nog lang niet genoeg mee bezig. Na een diepgaand onderzoek naar 26 waterprojecten uit het Deltaprogramma Zoetwater concludeert de Rekenkamer: veel van deze projecten lopen behoorlijk achter, en dat heeft serieuze gevolgen.

Driekwart van de onderzochte initiatieven was al drie jaar vertraging opgelopen. En die vertraging heeft een prijs: de uiteindelijke kosten van de projecten zijn daardoor gemiddeld 40 procent hoger geworden dan oorspronkelijk begroot. Maar de echte schade zit ‘daarbuiten’: voor boeren die hun gewassen niet kunnen beregenen, tuinders die hun planten kwijtraken, schepen die vastlopen in te ondiepe rivieren, industrieën die hun productie moeten afremmen, drinkwaterbedrijven die onder druk staan, en natuurgebieden die droogvallen of zelfs in brand vliegen. Die schade is moeilijk te meten — maar miljoenen, of zelfs miljarden euro’s, is zeker geen overdrijving als je kijkt naar wat de droogte in 2018 al kostte: tussen de 0,5 en 2 miljard euro.

En ja — wat we deze zomer meemaakten, is volgens de rekenmodellen van het KNMI straks gewoon de nieuwe norm: een extreem droge zomer wordt binnen afzienbare tijd gemiddeld. Niet alleen in Nederland, maar ook in heel Europa leidden droogte en hitte tot talloze bosbranden. Droogte is dus niet iets wat ‘over is als de regen terugkomt’. Het blijft. En het wordt erger.

Waar zit het probleem?

De Rekenkamer ziet een gebrek aan structurele aandacht — zowel bij het kabinet als bij de Tweede Kamer. “Droogte is een urgent probleem, wordt de komende jaren alleen maar urgenter en gaat niet meer weg”, zegt Barbara Joziasse van de Rekenkamer. Nederland heeft eeuwenlange ervaring met te veel water — daar zijn duidelijke normen, wetten en procedures voor. Maar voor te weinig water? Daar ontbreekt het aan. Er zijn nog geen heldere, bindende doelen voor watertekortbestrijding, en de bestaande doelen van het Deltaprogramma zijn vaag en onduidelijk.

Wat zegt de minister?

Minister Karremans (VVD) van Infrastructuur en Waterstaat erkent de kritiek en de zorgen. Hij geeft toe dat het totaalplaatje beter moet — ook al gaan sommige dingen wel goed. Zo functioneerde het IJsselmeer deze zomer als een soort ‘regenton’: door slim water te beheren, konden boeren in het noorden nog steeds voldoende water halen voor hun akkers. Dat is een voorbeeld van wat wel werkt.

Maar op andere plekken ging het mis. In diverse provincies werd het beregenen verboden, met alle gevolgen voor landbouw en tuinbouw. Rivieren werden zo ondiep dat scheepvaart en industrie schade opliepen. Waarom lopen projecten nou zo achter? De Rekenkamer en de minister noemen dezelfde knelpunten: ingewikkelde bezwaar- en beroepsprocedures, strikte stikstof- en PFAS-regels, erfgoedkwesties… en soms gewoon te weinig personeel.

De Rekenkamer vraagt daarom expliciet: de minister moet meer regie nemen, sneller handelen én realistischer omgaan met kostenramingen. Karremans belooft actie: hij wil onderzoeken of bezwaarprocedures versimpeld kunnen worden — specifiek omwille van het water. En hij benadrukt: “Ik wil dat projecten in uitvoering gaan. We moeten nu doorpakken voor volgende zomer.”


Bekijk origineel artikel

Frans Bauer en Ahoy: een liefdesverhaal op het podium

Frans Bauer en Ahoy? Dat is geen gewone artiest-locatie-relatie — dat is écht samen. De zanger uit Fijnaart stond al maar liefst 53 keer met een eigen show op het Rotterdamse podium. En ja, hij komt volgend jaar weer terug: voor zijn grote 40-jarig jubileum, met twee speciale concerten in Ahoy.

Rotterdam Ahoy is er duidelijk blij mee — en dan wel écht blij. “Wij zijn dankbaar én vereerd dat Ahoy zo’n groot deel uitmaakt van zijn lange carrière”, zegt algemeen directeur Jolanda Jansen. Dat Frans juist hier wil vieren dat hij al vier decennia voor ons zingt, vindt ze bijzonder. En terecht: de band tussen de zanger en de concertzaal is in de jaren hecht geworden. “Dat hij zich hier echt thuis voelt, zie je aan het recordaantal shows. Daardoor is er een bijzondere band ontstaan — én die hopen we nog lang te kunnen voortzetten, samen met hem én al zijn trouwe fans die elke keer weer naar Ahoy afreizen.”

Hoe het allemaal begon… en weer nieuw begon

De eerste keer dat Frans op het Ahoy-podium stond? Dat was al in 1998. Sindsdien groeide de concertzaal geleidelijk uit tot zijn vaste ‘thuisbasis’ — totdat hij in 2011 voorlopig afscheid nam. Het duurde dan ook helemaal dertien jaar voordat hij weer terugkeerde. En toen gebeurde het: tijdens zijn shows in oktober 2024 (de 52e én 53e!) schreef hij geschiedenis. Niemand anders heeft ooit zo vaak met een eigen concert op het Ahoy-podium gestaan.

Inmiddels staat hij solo bovenaan de lijst van 456 artiesten die ooit één of meer shows in Ahoy hebben gegeven. En Ahoy liet dat niet onopgemerkt voorbijgaan: speciaal voor de gelegenheid maakte een kunstenaar een glazen portret van Frans. Die plaquette hangt nu bij de artiesteningang — naast het borstbeeld van Lee Towers, die met 51 shows jarenlang de oude recordhouder was.

Een emotioneel terugkeren

De shows in 2024 waren niet alleen bijzonder vanwege het record — ze waren ook diep emotioneel. Na zijn afscheid in 2011 dacht Frans zelf nooit meer dat hij ooit weer in Ahoy zou staan. Zeker niet na het overlijden van zijn vader Chris, die niet alleen zijn steun en toeverlaat was bij de grote optredens, maar ook bij alle 51 eerdere shows in Ahoy aanwezig was.

Nieuw hoofdstuk: 40 jaar zingen!

En nu komt het volgende hoofdstuk: op 9 en 10 april 2027 staat Frans weer twee avonden in Ahoy — dit keer om zijn 40-jarig jubileum te vieren. “40 jaar zing ik nu al voor jullie. Daar wil ik iets moois van maken”, schrijft hij op Instagram. Kaarten voor die twee speciale avonden gaan op 14 september in de verkoop.

Bekijk origineel artikel

Buitenbeentje Nederland zet nu ook vaart achter een nationale investeringsbank

Bart van der Heijden, redacteur Economie

Nederland is eindelijk van plan om – na jaren wachten – zijn eigen nationale investeringsbank op te zetten. Uit de gelekte Prinsjesdagstukken blijkt dat het kabinet er 3,3 miljard euro in wil steken. Het doel? Nederlandse innovatieve bedrijven beter ondersteunen, helpen groeien én vooral: ervoor zorgen dat ze hier blijven.

Tot nu toe was Nederland een echte uitschieter in Europa: terwijl Italië (met Cassa Depositi), Duitsland (KfW Development Bank), Frankrijk en Portugal al lang een publieke investeringsbank hebben, stond Nederland er alleen voor. Een soort buitenbeentje, dus. En dat terwijl we ooit wel zo’n bank hadden: na de Tweede Wereldoorlog werd er een opgericht om de wederopbouw te financieren. Die evolueerde later tot de NIBC Bank – die onlangs door ABN AMRO werd overgenomen.

Vandaag bestaan er wel al fondsen zoals Invest-NL, maar de nieuwe nationale investeringsinstelling komt naast die bestaande structuren. Minister Herbert van Economische Zaken legde uit dat dit geen vervanging is, maar een aanvulling: “Om bedrijven hier te laten groeien én vasthouden, is simpelweg meer geld nodig.” En omdat de overheid haar schouders erachter zet, verwacht ze dat durfinvesteerders, pensioenfondsen en banken ook mee willen doen. “De overheid zorgt daarom voor een basisinvestering”, aldus Herbert. “Daardoor wordt de pot met geld nog veel groter.”

Dat basisvertrouwen is cruciaal, volgens econoom Roel Beetsma. Innovatieprojecten zijn vaak risicovol – private investeerders willen daarom zekerheid. “Ze durven dat niet volledig zelf op hun naam nemen.” Daarnaast heeft zo’n bank een belangrijk institutioneel voordeel: als hij buiten de politieke begroting valt, kan hij ook buiten het overheidsdeficit blijven. Dat maakt een hefboomeffect mogelijk: de staat steekt een klein deel in, en trekt daarmee veel meer privékapitaal aan.

Eén sector die hard te maken heeft met financieringstekorten is biotech. Dat is ook één van de vier toekomstgerichte domeinen waar het kabinet zich expliciet op richt – net zoals aanbevolen in het rapport-Wennink van eind vorig jaar. Daarin staat helder: “Het ophalen van geld is een significant obstakel.”

En dat beleef je in de praktijk. Willemijn Vader van het Leidse biotechbedrijf Vitroscan geeft toe: driekwart van haar tijd gaat naar het rondkrijgen van geld. “We hebben het over kleinere bedragen – tot maximaal 5 miljoen euro. En die zijn in Nederland gewoon heel lastig op te halen.” Waarom? Omdat pensioenfondsen bijvoorbeeld liever grote pakketten van boven de 100 miljoen beheren. Er is dus een duidelijk gat ontstaan – en dat gat duwt start-ups regelmatig het land uit.

Vitroscan werkt aan tests om te bepalen welk kankermedicijn het beste werkt voor welke patiënt – een typisch innovatief, kostbaar én onzeker traject. “Onderzoek naar nieuwe medicijnen is buitengewoon onzeker én duur, voordat er überhaupt geld binnenkomt”, legt Vader uit. En dan is er nog de constante vraag van buitenlandse investeerders: “Wanneer vertrek je naar Amerika?” De verleiding is groot – en minister Herbert bevestigt: “We zien vaak dat bedrijven naar het buitenland gaan om verder te groeien, omdat ze hier geen financiering vinden.”

Toch blijft de vraag hangen: moet de overheid echt geld steken in zulke risicovolle projecten? Beetsma erkent het individuele risico, maar wijst op het grotere plaatje: “Je moet kijken naar de hele portefeuille. Sommige projecten zullen falen – maar daar staan successen tegenover.”


Bekijk origineel artikel

Ook een andere woning in Overasselt onder vuur: onrust blijft hangen

“Ik schrok wakker van een harde knal”, vertelt een buurtbewoner die vlak bij de woning van de schoonfamilie van Jan G. woont. “Toen ik uit het raam keek, zag ik twee mensen bij de voordeur staan. Even later klonk die knal weer — en toen ging de deur open.” Volgens de bewoner zijn de twee niet naar binnen gegaan. Of ze dat wel van plan waren, is onduidelijk. Nadat er binnen licht aanging en de schoonfamilie van G. naar beneden kwam, zagen de buren hoe de twee snel wegreden in een bestelauto. “De politie was er razendsnel — binnen vijf tot tien minuten stonden ze al op de oprit.”

In deze video geven we een overzicht van wat er allemaal gebeurde in Overasselt. De tekst gaat verder na de video:

Het incident speelde zich af rond vier uur — precies rond het tijdstip dat tientallen bewapende mensen het huis van Jan G. op de Ewijkseweg (een stuk buiten de dorpskern van dit Gelderse dorp) bestormden.

Burgemeester Joerie Minses bevestigde vanavond rond 18.00 uur tijdens een persconferentie dat er ook op andere plekken in Overasselt signalen zijn geweest van incidenten. “Dat is onderwerp van onderzoek”, zei hij. Of hij daarmee specifiek doelt op de woning van de schoonfamilie van G., wilde hij niet bevestigen of ontkennen.

Gisteren verscheen er een video met bedreigingen gericht aan Jan G. In de clip — waarvan RTL Nieuws nog niet kan zeggen of die echt is — spreekt een gemaskerde man in het Engels tegen G.: hij heeft twaalf uur de tijd om een partij cocaïne terug te geven. Daarna volgen dreigementen tegen zijn familie en naasten. De politie onderzoekt momenteel of de video authentiek is.

De hele toestand zorgt voor veel onrust in Overasselt. Buurtbewoners voelen zich onveilig — vooral omdat er veel gezinnen met kinderen in de buurt wonen. Één bewoner zegt bang te zijn voor wat er nog meer kan gebeuren. Een ander noemt het ‘leven in angst en onzekerheid’: “Ik durf de kinderen niet alleen thuis te laten, of alleen naar school te laten gaan.”

Burgemeester Minses heeft vandaag besloten de woning van Jan G. voor één jaar te sluiten. Daarnaast geldt er nu een noodbevel voor één van de bewoners: die mag in principe twee weken lang niet in de gemeente Heumen komen — waar Overasselt onder valt. Het is niet de eerste keer dat de burgemeester zo ingrijpt: vorig jaar werd dezelfde woning al eens gesloten. Maar volgens een buurtbewoner hielp dat destijds niet echt. “Het loste niets op. De familie trok toen gewoon om de hoek in een andere woning.”

Bij de woning van de schoonfamilie zou de deurklink geforceerd zijn. Een buurtbewoner zegt dat de schade snel is hersteld: er zit inmiddels een nieuwe deurklink en zelfs een nieuwe vensterbank. De politie geeft op dit moment geen verdere informatie en wil het incident officieel niet bevestigen.

Als eerste op de hoogte van het laatste nieuws

Bekijk origineel artikel

Man breekt in als Sissie beneden aan het werk is: ‘Hij was er al eerder’

Sissie Ploegmakers, eigenaresse van de bekende kapsalon Ploegmakers in Schaijk, is deze week slachtoffer geworden van een onaangename inbraak — en dat terwijl ze rustig aan het werk was in haar kapperszaak beneden. De dief glipte dinsdagochtend rond kwart voor negen via de achterkant van de winkel naar boven, rechtstreeks het huis binnen waar Sissie woont. En ja hoor: ze merkte het pas uren later.

Een herhaling van wat eerder gebeurde

Het ergste? Dit was niet de eerste keer dat dezelfde man in het huis verscheen. Vrijdag daarvoor — dus een paar dagen eerder — betrapte Sissie hem samen met haar vriend al in hun woonkamer. Toen beweerde hij dat hij “de kapsalon zocht”. Geen overtuigende uitleg, want de kapsalon ligt immers onder het huis — en de ingang is duidelijk zichtbaar. Toch liet ze het toen nog rusten. Pas na de inbraak dinsdag viel het kwartje: het was dezelfde persoon. Ze herkende hem op camerabeelden van buiten de kapsalon, die ze ná de inbraak doornam.

Wat verdween er nu precies?

De inbreker liet een behoorlijke puinhoop achter — en nam spullen mee die veel meer dan alleen materiële waarde hebben. Denk aan sieraden van haar overleden moeder, kleren en tassen die emotioneel geladen zijn. “Het doet pijn als je weet dat er iemand aan je spullen heeft gezeten”, zegt Sissie.

Een familiekapsalon met geschiedenis

Kapsalon Ploegmakers is geen gewone kapperszaak: het is een echte familietraditie in Schaijk, opgericht al in 1933. Sissie nam in 2021 het stokje over van haar vader Maarten. Ze woont boven de zaak aan de Pastoor van Winkelstraat — midden in het centrum van Schaijk. Dat maakt de inbraak nog persoonlijker én kwetsbaarder.

Beloning uitgeloft om dader te vinden

In de hoop dat iemand informatie heeft, looft Sissie een beloning van 2500 euro uit voor de gouden tip die leidt tot de arrestatie van de dader. Ze heeft inmiddels aangifte gedaan bij de politie én een bericht op Facebook geplaatst — dat intussen al bijna tweeduizend likes heeft gekregen.

Bekijk origineel artikel

Smokkelaars op het Kanaal grijpen naar gigantische rubberboten: ‘Een nieuwe tragedie is helaas maar een kwestie van tijd’

Smokkelaars die migranten proberen te smokkelen over het Kanaal hebben een nieuw, gevaarlijk trucje bedacht: in plaats van veel kleine bootjes gebruiken ze steeds vaker één enorm, opgeblazen rubberboot — en proppen er zoveel mogelijk mensen in. Volgens de BBC is dat geen toeval, maar een direct gevolg van een tekort aan kleinere vaartuigen. Om toch zo veel mogelijk geld te verdienen, werken verschillende criminele groepen nu zelfs samen om de beperkte middelen maximaal uit te buiten.

Afgelopen maand kwam bijvoorbeeld een 15 meter lange rubberboot aan in het Verenigd Koninkrijk — met maar liefst 230 mensen aan boord. “Dat is nog zeldzaam, maar wel een duidelijke nieuwe ontwikkeling”, legt Mihnea Cuibus van de Britse denktank The Migration Observatory uit. Enkele maanden geleden was er al een boot met 165 passagiers. Volgens hem is het hoogstwaarschijnlijk dat we de komende maanden nog meer van deze ‘giga-rubberboten’ — of zoals de Britten ze noemen: mega-dinghies — gaan zien tussen Frankrijk en Groot-Brittannië.

De Britse premier Burnham zal dit onderwerp waarschijnlijk bespreken met Franse president Macron, die op bezoek is in Londen. Gisteren werd al bekendgemaakt dat beide landen extra agenten gaan inzetten om juist deze grote, overbelaste boten tegen te houden.

En het is niet alleen de grootte die schrikwekkend is — het aantal mensen per boot is al jarenlang gestaag gestegen. In 2018 zaten er gemiddeld maar zeven migranten in zo’n boot. Vorig jaar (2025) was dat al opgelopen tot rond de 65. Maar deze gigantische exemplaren zijn pas sinds het late voorjaar echt in zwang — en dat heeft een reden. Zoals hoogleraar wereldpolitiek Sarah Wolff van de Universiteit Leiden uitlegt: “Smokkelaars willen meer winst, dus stoppen ze gewoon meer mensen in één boot.” Cuibus beaamt dat — en voegt eraan toe dat autoriteiten ook steeds harder optrekken tegen de hele toeleveringsketen: boten en uitrusting worden vaker in beslag genomen, ook in samenwerking met Duitsland, Bulgarije en Turkije. Dat dwingt smokkelaars om de weinige boten die ze nog over hebben, zo efficiënt mogelijk te gebruiken.

En dat is precies wat hen zo gevaarlijk maakt. “Dat is een van onze grootste zorgen”, zegt Cuibus. “De boten worden steeds voller — en zelfs als ze groter zijn dan vroeger, komt de daadwerkelijke veilige capaciteit nergens in de buurt van het aantal mensen waarvoor ze worden ingezet.”

Daarnaast zien deskundigen nog een andere risicovolle verschuiving: steeds meer bootjes vertrekken nu niet meer vanuit Frankrijk, maar vanaf België. De Belgische politie houdt daarom nu ook de kust in de gaten. “Als één route beter wordt bewaakt, proberen mensen gewoon ergens anders vandaan te vertrekken”, legt Wolff uit. “Dat is al eerder gebeurd — denk aan 2004, toen de controle rond de Straat van Gibraltar verscherpt werd en migranten massaal begonnen te kiezen voor de Canarische Eilanden.”

En dat verandert alles: vanuit Frankrijk is de oversteek ongeveer 45 kilometer — vanuit België is die afstand aanzienlijk langer. En dan moet je ook nog rekening houden met stroming en weeromstandigheden. “Dat maakt de reis gevaarlijker”, benadrukt Wolff.

De combinatie van overvolle boten én langere, onvoorspelbaardere routes betekent één ding: “Het risico op een nieuwe tragedie op het Kanaal is helaas erg hoog”, zegt Cuibus. “De afgelopen jaren hebben we gezien dat mensen bereid zijn enorme risico’s te nemen om hun doel te bereiken.”

Vorig jaar maakten we deze video over hoe een deel van de Britten steeds feller wordt tegen de komst van migranten:

Bekijk origineel artikel