Totale chaos na Lyon-Fenerbahçe-duel: Guendouzi onder vuur — en dan ook nog aangevallen
Het was al een heet onderwerp voordat de bal rolde, maar het duel tussen Lyon en Fenerbahçe in de Champions League-play-offs ontplofte écht na afloop. Woensdagavond werd het stadion in Lyon niet alleen een voetbalveld, maar ook een scène van pure verwarring: vechtpartijen op het gras, schermutselingen in de gangen, en een middenvelder die middenin de storm stond — Mattéo Guendouzi.
Van warming-up tot vuistgevecht
Al tijdens de warming-up kookte het. Guendouzi, ex-Marseille (en daarmee automatisch een ‘vijand’ voor veel Lyon-supporters), werd met spreekkoren en beledigingen begroet. Zijn reactie? Een duidelijk gebaar naar de tribune — zijn middelvinger omhoog. Dat was pas het begin.
Na de eindfluit — en na Fenerbahçe’s 2-1-overwinning (genoeg om door te stoten naar het hoofdtoernooi, na de 1-1 in Istanbul een week geleden) — ging Guendouzi rechtstreeks richting de Lyon-bank. Niet om te feliciteren, maar om verhaal te halen. Daarop volgde een opstootje op het veld: spelers van beide kanten kwamen bij elkaar, emoties liepen hoog.
De aanval in de catacomben
Toen de spanning even leek te zakken, zette Guendouzi zijn weg naar de kleedkamer voort — nog steeds gebarend, nog steeds woedend. En toen gebeurde het: een man stormde uit de Lyon-kleedkamer, rende op Guendouzi af en probeerde hem te schoppen. Volgens Franse media zou het gaan om Lyon’s keeperstrainer António Ferreira.
Daarna barstte de chaos pas echt los. In de gangen onder het stadion ontstond een flinke vechtpartij, met spelers van zowel Lyon als Fenerbahçe betrokken.
“Ze beledigden mijn moeder, mijn kinderen…”
Guendouzi legde later uit waarom hij zo reageerde: “Wanneer 60.000 mensen je familie beledigen — je moeder, je kinderen — en niemand doet er iets aan… In Frankrijk zou er dan normaal gesproken worden omgeroepen, of de wedstrijd zou worden stilgelegd. Dit was gewoon respectloos.”
Een uitspraak die zowel verontwaardiging als begrip oproept — maar vooral laat zien hoe snel sport kan omslaan in iets heel anders.
Aanvoerder van Oranje: wanneer hockey én zorg samenkomen
Renée van Laarhoven (28) uit Tilburg draagt deze week niet alleen de oranje trui — ze draagt ook de aanvoerdersband voor de Nederlandse hockeyvrouwen tijdens het WK. En ja, dat is écht bijzonder: het is alweer de vierde keer op rij dat Oranje in eigen land speelt om WK-goud te pakken. Maar voor Renée is dit toernooi nog wat extra speciaal, want haar ‘tweede leven’ speelt zich af op een plek waar het vaak heel zwaar wordt: het Prinses Máxima Centrum in Utrecht.
“De band is een eer — geen extra druk”
Renée is samen met Marijn Veen aanvoerder van het team — en ze vindt het gewoon fijn, écht fijn. “Leuk en bijzonder dat ik deze waardering van de spelersgroep én de staf krijg”, zegt ze. Het is dus geen kwestie van ineens harder roepen of meer commando’s geven op het veld. Voor haar draait het vooral om verbinding: luisteren, steunen, elkaars kracht versterken. En die rol past als een handschoen. “Het voelt niet als extra druk — maar ja, druk in het Nederlands team is er altijd. We zijn topfavoriet, en alles onder goud is simpelweg geen optie.”
En buiten het veld? Dan wordt het ook serieus genomen: of het nou om een partijtje pingpong gaat of een ronde boerenbridge — competitiefheid is overal aanwezig. 😅
Waarom werk in een kinderziekenhuis juist helpt bij topprestaties
Renée werkt als onderzoeker in het Prinses Máxima Centrum, het nationale centrum voor kinderoncologie. Daar onderzoekt ze de late effecten van kinderkanker: wat gebeurt er met kinderen jaren na de behandeling? Want hoewel het overlevingspercentage de laatste jaren flink omhoog is gegaan, blijven veel jonge patiënten last houden van bijwerkingen of nadeleffecten van hun ziekte of therapie. Renée en haar collega’s willen dat je op 30, 40 of 50 zo min mogelijk last hebt van iets wat je als kind doormaakte.
En ja — daar komt het heftige van: ouders die slecht nieuws krijgen, situaties die zwaar wegen. Renée heeft niet altijd direct contact met kinderen of ouders, maar in zo’n ziekenhuis loopt alles door elkaar — en dat betekent dat je wel eens middenin emotionele momenten terechtkomt. Toch is het ook een plek van hoop: van kleine en grote mijlpalen die worden gevierd, van vooruitgang die echt verschil maakt. “Natuurlijk wil je liever niet als patiënt in een ziekenhuis zijn — maar als het moet, dan is dit dé plek.”
En precies daarom werkt het voor haar: omdat ze niet alleen op hockey focust, neemt de druk af — en het plezier neemt toe. “Als het vroeger een keer tegenzat met hockey, zat dat erg in mijn hoofd. Nu heb ik iets anders wat me vasthoudt, wat me aardigheid geeft, wat me herinnert aan wat écht belangrijk is.”
Wat PSV en Feyenoord vanavond écht kunnen verwachten bij de Champions League-loting
Vanavond om 18.00 uur is het zover: de blik van heel Nederland (en veel verder) is gericht op Monaco, waar de loting voor de groepsfase van de Champions League plaatsvindt. Voor PSV en Feyenoord begint hiermee officieel hun Europese avontuur — en ja, het wordt dit jaar weer wat anders dan vroeger.
Gone zijn de duidelijke potten met één tegenstander per pot. Nu doen er 36 clubs mee aan de groepsfase, en iedere club krijgt via een supercomputer van de UEFA acht tegenstanders toegewezen — twee uit elke pot (Pot 1 tot en met Pot 4). Dat betekent dat zowel PSV als Feyenoord automatisch twee sterke teams op hun lijst krijgen, inclusief één thuis- én één uitduel tegen elk van die acht.
Er zitten wel een paar belangrijke regels aan vast:
– Clubs uit hetzelfde land spelen elkaar niet in deze fase (dus geen PSV-Feyenoord, en ook geen Ajax-PSV of Feyenoord-Ajax — al doet Ajax dit seizoen niet mee).
– Een team mag maximaal twee tegenstanders uit één land treffen.
– En er geldt een soort ‘herhalingsscherm’: als een Nederlandse club de afgelopen twee seizoenen al tweemaal op eigen veld tegen een bepaalde club speelde, dan is die combinatie nu even uitgesloten. Daardoor is bijvoorbeeld een wedstrijd tussen Liverpool en Real Madrid in Engeland onmogelijk — en ook Inter tegen Arsenal in Milaan kan niet. Maar in Madrid of Londen? Die duels zijn wél mogelijk.
Na de loting zijn de exacte data en tijden van de wedstrijden nog niet bekend. De UEFA gaat zich daar de komende dagen over buigen. De eerste speelrondes worden afgerond op 8, 9 en 10 september.
Deel artikel: Advertentie via Ster.nl (opent in nieuw venster)
Bayern begint Bundesliga-seizoen zonder Musiala — hij zit nog even aan de kant door absencesyndroom
Bayern München gaat dus écht zonder Jamal Musiala van start in het nieuwe Bundesliga-seizoen. De 21-jarige aanvallende middenvelder, die eerder dit jaar nog vol energie voor Duitsland op het WK speelde, is nog niet klaar om weer te voetballen — ook al voelt hij zich prima.
Het probleem? Musiala heeft absencesyndroom: een vorm van epilepsie waarbij er kortstondig een onderbreking in de hersenactiviteit optreedt. Geen paniek — hij kan er gewoon mee voetballen, vertelde hij zelf eerder, en er zijn geen extra gezondheidsrisico’s. Maar nu is er wel sprake van een medicatieaanpassing, en dat betekent: rust tot alles stabiel zit.
Dat geldt ook voor de Duitse Supercup tegen Borussia Dortmund (2–1), waarbij hij net als in de oefenduels tegen Hoffenheim en RB Leipzig niet meedeed. Die inzinkingen tijdens de voorbereiding waren de eerste signalen dat er iets aangepast moest worden.
Trainer Vincent Kompany, pas gekroond tot ‘Trainer van het Jaar’ in Duitsland, legde uit waarom Musiala ook niet in de selectie staat voor de eerste competitiewedstrijd tegen VfB Stuttgart:
“Het gaat goed met Jamal. Vandaag traint hij met de ploeg, maar hij zal nog niet in de selectie zitten voor de wedstrijd van vrijdag. Hij reageert goed op zijn aangepaste behandeling. We bekijken de situatie samen met de nodige experts — en op een bepaald moment zal hij er weer bij zijn.”
Kortom: geen reden tot zorg, maar wel geduld nodig. Musiala is duidelijk op weg — alleen niet (nog) op het veld.
🎾 Muchová & Mensik pakken de US Open-gouden medaille in het gemengd dubbel!
Wat een dag in New York! Het Tsjechische duo Karolina Muchová en Jakub Mensik heeft de titel in het gemengd dubbelspel van de US Open gewonnen — en dat met stijl. In de finale versloegen ze het Zwitsers-Italiaanse koppel Belinda Bencic en Flavio Cobolli met 6–3, 1–6 en 10–6 in de supertiebreak. Een ware rollercoaster — maar uiteindelijk écht hun dag.
Hoe het begon: vol zelfvertrouwen
De Tsjechen kwamen meteen hard van wal. Geen gedoe, geen wachten: al in de vierde game sloegen ze toe met een break, waardoor ze op 4–1 voor lagen. Bencic en Cobolli kregen amper lucht om te ademen in die eerste set — en dus viel die ook vrij overtuigend op naam van Muchová en Mensik: 6–3.
En dan… de tweede set
Daar veranderde alles. Bencic en Cobolli schakelden over op een veel agressievere manier van spelen, drukten harder op de rally’s en lieten zich niet meer afschrikken. Na acht keer proberen wisten ze eindelijk de service van hun tegenstanders te breken — en daarna was het een kwestie van afmaken: 6–1 voor het Zwitsers-Italiaanse koppel.
De beslissende supertiebreak
Twee sets, één winnaar nog open — tijd voor de supertiebreak (die bij de US Open tot zes games gaat, tenzij er een tiebreak nodig is; hier werd dus tot tien punten gespeeld). En wat een spannende! Lang bleven beide koppels vlakbij elkaar — maar op het juiste moment trokken Muchová en Mensik aan de touwtjes. Mensiks harde service en zijn snelle netwerkspel maakten het verschil. Bij 9–6 kregen ze drie matchpoints — twee werden weggevochten, maar op eigen service sloot Mensik af met een ace. Klaar!
Eerste grandslam samen — en een dikke prijs
Voor zowel Muchová als Mensik is dit hun eerste gezamenlijke grandslamtitel, en wat een manier om die te halen! En ja — de beloning is flink: 1 miljoen dollar (ongeveer €860.000) mogen ze onderling verdelen. Dat is een flinke stijging ten opzichte van vorig jaar, nu de prijzenpot is opgevoerd.
Op weg naar de finale: geen makkelijke weg
Het was trouwens geen wandeling naar de titel. Al eerder op de dag hadden Muchová en Mensik in de halve finale een echte thriller overleefd tegen Mirra Andrejeva en Andrej Roeblev: 5–4, 3–5, 11–9, met twee matchpoints weggevochten uit een 7–9 achterstand.
Bencic en Cobolli waren overigens ook niet zomaar in de finale beland: zij versloegen Jelena Svitolina en Gaël Monfils (die met een wildcard speelden en voor het eerst samen op een grandslam actief waren) met 4–5 (7), 4–1 en 10–5.
Let op: het bijzondere toernooi in New York is, net als vorig jaar, een week naar voren gehaald door de organisatie — zodat wereldtoppers nog mee kunnen doen, voordat volgende week het enkelspel van start gaat.
De captain van deze succesploeg ziet heel heftige dingen op de werkvloer
Renée van Laarhoven (28) uit Tilburg draagt niet alleen de aanvoerdersband voor de Oranje hockeyvrouwen tijdens het WK — ze draagt ook een hele andere soort verantwoordelijkheid elke dag in het Prinses Máxima Centrum in Utrecht. En ja, daar ziet ze echt heftige dingen op de werkvloer.
Een band die voelt als een eer — niet als last
Dit WK is extra bijzonder: Oranje speelt in eigen land en gaat voor haar vierde opeenvolgende WK-goud. Renée is samen met Marijn Veen aanvoerder — een rol die ze met veel respect en warmte benadert. “Leuk en bijzonder dat ik deze waardering van de spelersgroep en staf krijg”, zegt ze. Het is geen kwestie van harder roepen of meer commando’s geven: “Het gaat vooral om de verbinding in de groep en het versterken van elkaars krachten. Die rol past gewoon goed bij mij.”
En ja, de druk is er wel — altijd. Topfavoriet zijn in eigen land betekent dat alles onder goud al een teleurstelling is. Maar binnen de ploeg voelt Renée geen gemakzucht: “We willen ons bewijzen. We geven alles.” En buiten het veld? Ook daar is de competitie niet weg: of het nou om een partijtje pingpong of boerenbridge gaat — het wordt fanatiek gespeeld.
Waarom haar werk haar sport helpt (en niet andersom)
Voor Renée is het écht niet mogelijk om alleen op hockey te focussen. “Alleen sport werkt bij mij niet.” Dat is waarom haar baan in het Prinses Máxima Centrum — waar ze onderzoek doet naar de late effecten van kinderkanker — zo’n belangrijke balans is.
“Als het vroeger een keer tegenzat met hockey, dan zat dat erg in mijn hoofd. Door deze combinatie is de druk een beetje weggenomen en het plezier in hockey toegenomen.”
Ze onderzoekt hoe kinderen die kanker hebben overwonnen, later in het leven zo min mogelijk last blijven houden van hun ziekte of behandeling. “Het overlevingspercentage is best hoog, maar hoe zorgen we ervoor dat de kwaliteit van leven óók hoog blijft? Dat is onze focus.”
Heftig én hoopvol — elke dag opnieuw
Op het hockeyveld is alles helder, gestructureerd, gericht op prestatie. In het ziekenhuis is het anders: daar loopt ze regelmatig langs ouders die net slecht nieuws hebben gehad. Ze heeft niet altijd direct contact met kinderen of hun familie — maar in het Máxima Centrum loopt iedereen door elkaar heen. Dat betekent dat je de zwaarte van de situatie vaak wel voelt, zelfs als je niet direct betrokken bent.
Maar het is niet alleen zwaar. Er zijn ook mooie momenten: wanneer er vooruitgang is, wanneer er wordt gevierd dat een patiënt weer een stap verder is, of gewoon wanneer iemand zich veilig en begrepen voelt. “Natuurlijk wil je het liefst niet als patiënt in een ziekenhuis zijn, maar als het dan toch moet, dan is dit de juiste plek.”
