Helmond Sport pakt een punt tegen RKC Waalwijk — maar de eerste zege blijft wachten
Vrijdagavond was het weer zo ver: Helmond Sport kreeg RKC Waalwijk op bezoek in het MySteel Stadion, en het werd een spannende, emotionele avond — met uiteindelijk een 1-1 als eindstand.
Een vroege boost voor de thuisploeg
Helmond Sport begon sterk en liet meteen merken dat ze vanavond wel degelijk wilden winnen. Al na achttien minuten was het raak: Mauro Lenaerts zorgde voor de openingstreffer, na een fraaie combinatie via Wassim Lantaki en Ingason. De energie in het stadion was meteen op peil — en RKC had in de eerste helft echt moeite om daar iets tegenover te stellen.
Rust met voorsprong… maar dan komt de tweede helft
Na de pauze bleef Helmond Sport de boel redelijk onder controle. Lenaerts bleef een constante bedreiging, en doelman Menno Bergsen hield de ploeg met een paar knappe reddingen op de been. RKC probeerde langzaam meer grip te krijgen, maar tot diep in de tweede helft leek de voorsprong veilig.
RKC slaat toe in de slotfase
Totdat het in de 79e minuut gebeurde: RKC Waalwijk maakte gebruik van wat ruimte in het strafschopgebied en knikte de bal rustig in het net. 1-1. Plotseling was de spanning terug — en Helmond Sport ging op zoek naar de winst. Er kwamen nog wissels, er kwam frisse energie op het veld… en vlak voor tijd kreeg Livio Cicero een grote kans. Zijn schot ging echter net over de lat — en daarmee bleef het bij één punt.
Na drie duels: nog geen overwinning
Met dit gelijkspel staat Helmond Sport na drie speelrondes van de Keuken Kampioen Divisie op twee punten — na eerst een gelijkspel en vervolgens een nederlaag. De eerste zege van het seizoen blijft dus nog uit. Trainer Frédéric Frans en zijn ploeg gaan nu volop voor de volgende uitdaging — die, zoals afgesproken, vrijdagavond op het programma staat.
De wedstrijd werd geleid door scheidsrechter Thomas Hardeman.
Zandvoort zegt vaarwel aan Formule 1 — met volle tribunes, maar ook met een knoop in de maag
Zondagavond sloot Zandvoort na zes jaar zijn Formule 1-boekje — met een klap, een knik in de nek en een dikke dosis nostalgie. Niet met een triomfantelijke finish van Max Verstappen, maar met een vroege uitval op het circuit tussen de duinen. En toch: de tribunes stonden stampvol, de sfeer was feestelijk, en de emoties waren puur. Geen gekunstelde glimlach, geen geforceerde bravoure — gewoon écht gevoel.
“We stoppen op ons hoogtepunt”
Dat was de mantra van de organisatie in de aanloop naar deze Final Lap. En hoewel het hoogtepunt misschien drie jaar geleden al voorbij was — toen Max voor de derde keer op rij won tijdens een compleet uitverkocht weekend — voelde het zondag toch als een eerlijke, menselijke afsluiting. Sportief directeur Jan Lammers keek terug met een glimlach: “Dit was de leukste editie, omdat alles zo eerlijk overkwam. Iedereen die er misschien wat mee had, dacht ineens: wacht even… dit was gewoon te gek.”
En ja, Max viel uit. Maar volgens Lammers is dat helemaal niet erg. “Niet elke Oscarwinnaar heeft een happy end. Dit is autoracen. We willen natuurlijk dat hij het probeert — maar ik zie liever dit dan dat hij kleurloos zevende of achtste wordt. Het publiek begreep dat ook wel.”
Volle zaterdag, volle zondag — maar vrijdag? Een beetje stil
Met 105.000 bezoekers op zaterdag én zondag was het nog steeds een enorm evenement. De tribunes waren weer vol — net als de jaren ervoor. Alleen op vrijdag bleven er zo’n vijfduizend tickets onverkocht. Geen ramp, maar wel een klein signaal. In de eerste jaren moest je zelfs loten om een ticket te bemachtigen. Nu is de nieuwigheid langzaam weggeëbd. En zonder Max’ zege op zondag ontbrak ook de euforie van de allereerste edities.
Toch was het nog steeds een festival: artiesten, poncho’s tegen wind en regen, en een sfeer die nergens anders in Nederland te vinden is.
Niet alles liep soepel — en dat viel op
De laatste editie was niet vlekkeloos. Voor de eerste keer sinds jaar en dag ontstond er op vrijdag een gigantische opstopping voor de hoofdtribune: fans stonden urenlang te wachten. Op zaterdag kwamen duizenden te laat voor de sprintrace — door drukte en een kleine storing op Amsterdam Centraal. De NS zette wel extra treinen in vanaf 05.00 uur, maar blijkbaar wilde niemand al zo vroeg vertrekken… en kwamen veel supporters pas op het allerlaatste moment.
Op het circuit zelf was de sprintrace ook een teleurstelling: “De saaiste sprintrace ooit gezien, met maar twee inhaalacties”, concludeerde voormalig F1-engineer Ernest Knoors in de NOS-podcast. En inhalen? Bijna onmogelijk — behalve in de Tarzanbocht, waar af en toe een auto langs gleed. Net als de vorige vijf keer: wie van poleposition startte, won ook.
Een mooie afscheidsceremonie — koning, popstars en allemaal samen
De zwanenzang kreeg een passend slot: een prijsuitreiking door koning Willem-Alexander, optredens van Davina Michelle en Martin Garrix, en een gevoel van ‘ja, dit was echt iets bijzonders’.
En terwijl de Formule 1 in Nederland nog steeds enorm populair is — Verstappen had zijn contract net verlengd tot 2030 — voelde je in Zandvoort ook de verandering: elk jaar een beetje minder bruisend, een beetje minder onweerstaanbaar. Door nu te stoppen, voorkomt de organisatie een scenario als in 1985: toen vertrok de Formule 1 gewoon, omdat het circuit verouderd was… en niemand was rouwig. Nu is iedereen rouwig. En dat zegt genoeg.
Lammers: “Dit waren fantastische jaren. Max drie keer gewonnen, volle tribunes. Economisch een succes, regionaal een succes.”
Eindelijk eens een afscheid dat niet wankelt op het laatste moment — maar met respect, realisme en een knikje naar wat was.
Van Bommel: terug van de knie, vol gas en alweer op topniveau
“Soms heb ik het gevoel dat ik nog sterker én sneller ben dan voorheen”, zei PSV-aanvaller Ruben van Bommel gisteren na de 5-1 overwinning op FC Groningen. En ja hoor — hij had er alle reden toe. Tegen Groningen was hij gewoonweg de man van de avond: twee assists, constante dreiging, én een speelwijze die zowel fans als analisten deed opkijken.
Oud-international én voormalig PSV’er Wim Kieft was meteen onder de indruk. In de nieuwste NOS Voetbalpodcast noemde hij Van Bommel: “Ik denk dat hij een grote speler gaat worden.” Hij vergeleek hem zelfs met Cody Gakpo — maar dan met meer neiging om buitenom te opereren. En dat alles nog geen jaar na een zware kruisbandblessure.
Op 21 september vorig jaar scheurde Van Bommel zijn voorste kruisband tijdens de wedstrijd tegen Ajax. Daarna volgde een lange, eenzame revalidatie. Zijn officiële rentree vond plaats op 18 juli — precies driehonderd dagen later — in een oefenduel met Union Sint-Gilles op De Herdgang. Sindsdien is het een gestage opmars:
– 45 minuten in de Johan Cruijff Schaal tegen AZ
– 45 minuten tegen Fortuna Sittard
– 63 minuten tegen Excelsior
– En nu: 68 minuten tegen Groningen
Langzaam maar zeker richt hij zich op het volledige duel. “Het belangrijkste voor mij is wedstrijden spelen en een steeds hoger niveau halen”, zei hij gisteren. “Daar doe ik mijn best voor — en ik ben blij dat het nu lukt.”
De blessure gaf hem weliswaar tijd om fysiek aan zichzelf te werken… maar voordelen? Nee. “Nee, deze blessure heeft geen voordelen”, zei hij duidelijk. “Van zo’n lange periode word je niet vrolijk.” En angst om weer geblesseerd te raken? Die kent hij niet. “Dat heb ik vanaf moment één niet gehad. Daar ben ik blij mee. Je kan beter vol een duel ingaan dan half — want als je het half doet, heb je grotere kans om weer geblesseerd te raken.”
En het resultaat? Tegen Excelsior maakte hij alweer zijn eerste doelpunt sinds zijn comeback. Tegen Groningen leverde hij twee assists, creëerde hij continu gevaar — en miste alleen een doelpunt. “Ik had zeker kunnen scoren, maar over het algemeen heb ik goede keuzes gemaakt”, erkende hij. “Vaak koos ik voor de pass naar iemand die er beter voor stond.”
Coach Peter Bosz was laaiend enthousiast: “Ruben was werkelijk geweldig. Hij heeft vandaag laten zien dat hij iedere keer zo’n actie kan maken — niet één keer in de twintig minuten.” Volgens Bosz moet zijn actieradius verder omhoog, “dat is nodig om de top te halen”. En wat zegt hij over Van Bommels potentie? “Hij is hartstikke sterk, lang, goed in één tegen één, snel, kan goed koppen, heeft inzicht, een goede trap, maakt goals, geeft assists. Dat is wat je in het moderne voetbal zoekt in een vleugelspits.” Met een knipoog voegde hij eraan toe: “Dan heb je heel wat voorwaarden om een recordtransfer te gaan maken. Maar alleen als je het ook laat zien. Iedere week. Iedere wedstrijd.”
Wim Kieft beaamt het in de NOS Voetbalpodcast: “Hij barst van de ambitie en pakt nu het moment. Hij wil het echt heel graag — en doet wel wat aan Cody Gakpo denken.”
FC Eindhoven pakt zware klap in Den Bosch: 5-2-nederlaag in Stadion De Vliert
FC Eindhoven heeft zondag een pittige pak slaag gehad van stadsgenoot FC Den Bosch — en dat in eigen huis! In Stadion De Vliert ging het met een duidelijke 5-2 verloren. Hoewel de start veelbelovend leek, wist de ploeg de momentum niet vast te houden en raakte al snel op de achtervolging.
Het begon zelfs best rooskleurig: al in de achtste minuut maakte Kevin van Veen — weer terug bij de club — de openingstreffer. Een nette voorzet van Mika de Jonge werd door hem koel binnengetikt. Maar genieten mocht niet lang: vijf minuten later was de stand alweer gelijk. Vanaf dat moment nam FC Den Bosch de touwtjes stevig in handen. Sebastian Karlsson-Grach en Kevin Monzialo zorgden vervolgens voor de 3-1, en vlak voor rust had Siegert Baartmans nog een kans om terug te komen — maar zijn kopbal werd afgekeurd wegens buitenspel.
Den Bosch blijft ongenaakbaar
In de tweede helft bleef de druk van Den Bosch onverminderd. Devon de Corte maakte in de 53e minuut de 4-1, waarmee de wedstrijd praktisch beslist leek. FC Eindhoven probeerde nog wat terug te doen: Hyman Ali scoorde met een kopbal in de slotfase, maar daarna was er geen houden meer aan — Den Bosch maakte in blessuretijd de eindstand 5-2.
Volgende week zondag wacht alweer een nieuwe uitdaging: Heracles Almelo komt op bezoek in het Jan Louwers Stadion. Aftrap is om kwart over twaalf.
Hoe verder met Zandvoort nu de Formule 1 weg is?
Benieuwd of het weer ‘oude troep’ wordt?
Louis Dekker, verslaggever Formule 1:
“Ik ben benieuwd of het hier straks weer oude troep gaat worden”, grijnst Jos Verstappen tijdens het laatste Formule 1-raceweekend in Zandvoort. Dat is dé vraag die boven het circuit hangt — en die herklinkt als een echo uit 2014. Toen zei hij, na een Formule 3-race van zijn toen 16-jarige zoon Max: “Wat een oude troep. Dit is vergane glorie. Hier heeft de Formule 1 niets te zoeken.”
Vier wereldtitels en drie F1-thuiszeges van Max later is de Dutch Grand Prix voorlopig voorbij. Een evenement dat zijn hele bestaansrecht ontleent aan die ene Nederlandse ster — nu 28 jaar oud. “Zonder Max zouden we nooit een terugkeer van de Nederlandse grand prix hebben meegemaakt”, erkent sportief directeur Jan Lammers. Toch stopt de race, ook al heeft Verstappen net tot 2030 getekend. “Fans hebben nu zes keer de kans gehad Max hier te zien — geweldige weekends met die oranjemassa. Maar je mag niet verwachten dat mensen altijd blijven komen.” Toch laat Lammers de deur op een kier: “Deze grand prix kan zo weer van de waakvlam schieten.”
“Het ligt er prima bij”
Michael Bleekemolen, 76, ex-F1-coureur en Aerdenhouter, reageert laconiek op de vraag ‘hoe nu verder?’ — en wijst naar de geschiedenis: “Er is hier tussen 1985 en 2021 ook geen Formule 1 geweest… en toch lag het circuit er nog.” Hij is optimistisch: “Wereldwijd draaien wel duizend circuits als een tierelier. Waarom zou dat hier niet kunnen? Het ligt er prima bij. Veel beter dan tien jaar geleden.”
“Het draait niet alleen om actie op de baan”
Circuitdirecteur Robert van Overdijk hoort vaak dezelfde vraag: “Ziet de toekomst van het circuit er zonder F1 heel slecht uit?”
Hij begrijpt de bezorgdheid — maar noemt het “onwetendheid”. “We hebben een vergunning voor 330 dagen per jaar, en er zijn er standaard 300 gevuld.” Volgens hem verkijken mensen zich op de mogelijkheden: “Er zijn hier ook congressen, zakelijke evenementen, trainingen… Straks komen er zes weken in het hoogseizoen vrij. Onze belangrijkste huurders zitten daarop te wachten. De toekomst van het circuit heeft er nog nooit zo rooskleurig uitgezien — zelfs zonder grand prix.”
Maar is het wel écht zo makkelijk?
Claire Dubbelman, oud-topfunctionaris van de FIA en jarenlang verbonden aan Zandvoort, ziet het wat genuanceerder. Ze wijst op de ‘magneetwerking’ van de Formule 1: “Als er een grand prix is, willen mensen ook graag met hun eigen Porsche, Ferrari of Mazda hier rijden. Zonder F1 wordt een circuit een stuk minder aantrekkelijk.”
Mensen gaan dan elders heen — zoals in Duitsland is gebeurd. “Ik denk dat het een behoorlijke uitdaging wordt om de baanbezetting op peil te houden.” Ze kent het circuit van binnen en van buiten — en weet hoe snel het klimaat kan kantelen: “Toen ik een jaar of tien geleden uit Nederland vertrok, stond de autosport hier heel slecht voor. Het waren zware tijden, ook voor het circuit. Autosport was een vies woord. De komst van Max Verstappen heeft dat naar de achtergrond gedrukt.”
Haar Nederlandse autosporthart zou het fantastisch vinden als Zandvoort ooit weer op de F1-kalender komt — maar dat wordt lastig: “Europa wordt steeds minder de focus van de Formule 1.”
En wat zegt Mercedes?
Toto Wolff, leider van Mercedes, is rustig: “Deze baan is de komende jaren ook zeer geschikt voor andere raceklassen — en de passie van de Nederlandse fans is ongeëvenaard.”
