Hoe Ben-Gvir Netanyahu steeds verder naar rechts duwt

David Poort (correspondent Midden-Oosten) & Lennard Swolfs (correspondent Israël en Palestijnse Gebieden)

Een minister die geen blad voor de mond neemt

Afgelopen weekend liet extreemrechtse Israëlische minister Itamar Ben-Gvir weer eens van zich horen — en dat ging meteen als een lopend vuurtje. In een podcast met Rom Braslavski, de voormalige beveiliger van het Nova-festival die twee jaar gevangen zat in Gaza, sprak Ben-Gvir over wat hij graag zou willen zien gebeuren in de Gazastrook. Zonder omhaal zei hij: “We moeten iedere nacht gerichte aanvallen uitvoeren in Gaza — dertig, veertig mensen uitschakelen.” En toen kwam het nog scherper: “Er zijn daar mensen die het leven niet waard zijn. Ze zouden niet moeten leven. Het zijn niet eens mensen.”

Hij pleitte ook opnieuw voor het verdrijven van Palestijnen uit Gaza — een standpunt dat teruggaat naar de ideologie van de verboden Kach-beweging, waarvan zijn politieke wortels stammen.

“Dit is bijna oorlogsmisdadig”

Reacties waren snel binnen — en ze waren scherp. Yossi Mekelberg van de Britse denktank Chatham House noemde de uitspraken “afschuwelijk” en zei tegen de NOS: “Dit komt bijna neer op verklaren dat je oorlogsmisdaden wil plegen. Dit zou ronduit veroordeeld moeten worden.”

Op straat in Israël was de stemming verdeeld. De ene Telavivse vrouw had het nieuws amper opgemerkt: “Als hij dat echt gezegd heeft, is hij gewoon gek. We weten allemaal dat Ben-Gvir gestoord is — dus besteed er geen aandacht aan.” Volgens haar wordt hij in het buitenland veel belangrijker gevonden dan hij in Israël zelf is. Een andere Israëliër reageerde juist met ongelovigheid: “Ik geloof niet dat hij dit echt heeft gezegd. Misschien is het wel AI-manipulatie!” En zij benadrukte dat Israël volgens haar alleen doelt op terroristen — als reactie op de aanvallen van 7 oktober.

Van randfiguur tot onmisbare kracht

Dat Ben-Gvir voor sommigen zo’n ‘niet-figuur’ lijkt, staat haarscherp tegenover zijn echte politieke invloed. Hij komt uit de radicale beweging rond rabbijn Meir David Kahane, wiens Kach-beweging in Israël als terroristisch is aangemerkt. Als jonge kolonist en activist kreeg Ben-Gvir al vroeg te maken met de rechter — in 2007 werd hij veroordeeld voor racisme en steun aan een terroristische organisatie.

Tot 2022 stond hij aan de allereindste rand van de Israëlische politiek. Maar na de verkiezingen van dat jaar moest premier Netanyahu een coalitie vormen — en daarvoor had hij de steun nodig van religieuze én uiterst rechtse partijen. Zo werd Ben-Gvir minister van Nationale Veiligheid, met zeggenschap over politie en gevangenissen. Hoewel hij géén bevelsbevoegdheid heeft over het leger, is hij politiek onmisbaar voor Netanyahu. Dat bleek begin 2025: toen Netanyahu akkoord ging met een bestand met Hamas én de vrijlating van gijzelaars, stapte Ben-Gvir direct uit de regering. Twee maanden later keerde hij terug — nadat Israël de grootschalige aanvallen op Gaza had hervat.

Druk van rechts: wat Ben-Gvir wil, moet gebeuren

Ben-Gvir gebruikt zijn positie om Netanyahu continu vanaf rechts onder druk te zetten. Hij is fel tegen elke concessie aan Hamas, wil Israëlische nederzettingen in Gaza, pleit voor verdrijving van Palestijnen, heeft strengere omstandigheden voor Palestijnse gevangenen doorgevoerd én wist de doodstraf voor Palestijnen in de wet te laten opnemen.

In diezelfde podcast werd hij zelfs gevraagd of hij de terroristen die Braslavski hadden gekidnapt, persoonlijk zou willen ophangen. Zijn antwoord? “Ik zou me daarvoor inzetten.” En de executies noemde hij “één van mijn grootste dromen”.

Netanyahu: pragmatisme boven principes?

Netanyahu hoeft Ben-Gvir niet altijd te volgen — hij heeft hem eerder genegeerd bij onderhandelingen over bestanden en gijzelaars. Maar zijn afhankelijkheid van uiterst rechtse steun geeft Ben-Gvir een macht die veel verder reikt dan zijn ministerspost. Mekelberg zegt het ronduit: “Netanyahu is aan niemand toegewijd behalve aan zichzelf. Als hij Ben-Gvirs stem nodig heeft om premier te blijven — of om te voorkomen dat de oppositie een coalitie vormt — dan zal hij zonder aarzelen weer met hem samenwerken.”

En dat samenwerkingsverband is volgens Mekelberg niet alleen moreel verwerpelijk, maar ook schadelijk voor Israël zelf: “Alles om verkiezingen te winnen. Niets is meer heilig.” Dat deze discussie over Ben-Gvir zelfs in Nederland wordt gevoerd, laat volgens hem zien hoezeer het Israëls internationale positie ondermijnt.

Wat er na de verkiezingen eind oktober gebeurt, durft hij niet te voorspellen. Gaza, Libanon, Iran, Syrië, de Westelijke Jordaanoever — overal kunnen nieuwe vonken ontstaan. En wie weet: een nieuwe escalatie kan Netanyahu juist politiek in de kaart spelen. “In de Israëlische politiek is alles mogelijk,” zegt Mekelberg. “Het zou heel onverstandig zijn om te voorspellen hoe dit er over drie maanden uitziet.”

Bekijk origineel artikel

Studenten aangeklaagd voor cocaïnehandel op Amerikaanse universiteit — ontgroening werd ‘drugswerk’

In Pennsylvania, op de campus van Penn State University, zijn veertien mensen aangeklaagd voor grootschalige cocaïnehandel. Wat opvallend is: onder de verdachten zitten niet alleen studenten, maar ook aspirant-leden van studentenverenigingen — en voor sommigen was het snijden en verpakken van drugs letterlijk onderdeel van hun ontgroening.

Dertien van de verdachten zijn huidige of voormalige studenten. De veertiende is de vader van één van hen. Volgens de procureur-generaal draaide het om een strak georganiseerde, zeer winstgevende drugshandelbende — met de codenaam Operation Drugs Unlimited. Hoewel nog onduidelijk is hoeveel cocaïne er precies is verhandeld, is wel bekend dat de activiteiten minstens plaatsvonden in 2023 én 2024.

Twee mannen, Agostino Abbatiello en Thomas Robinson, worden gezien als de kopstukken van de groep. NBC News noemt Abbatiello de “grootste drugsdealer van Penn State”. Hij en Robinson zouden regelmatig heen en weer reizen tussen Philadelphia en New York om grote partijen cocaïne op te halen. Abbatiello heeft zichzelf volgens de officiële aanklacht bij de politie afgemeld.

De drugs werden versneden en verpakt in studentenhuisjes van twee studentenverenigingen — vaak door leden én aspirant-leden. En ja: voor sommige nieuwelingen was dat niet zomaar een klusje, maar een soort inwijdingsritueel. De cocaïne ging vooral naar medestudenten van Penn State.

Abbatiello en Robinson staan samen met twee anderen terecht voor zware feiten zoals deelname aan een criminele organisatie, samenzwering en witwassen. De andere acht jongeren riskeren een veroordeling voor drugsbezit en het bezit van “drugsgerelateerde attributen”. De vader van Robinson wordt verdacht van het belemmeren van het onderzoek — onder meer door contant geld en drugs te verbergen in een kluis.

Penn State reageert geschokt: “Voor criminele activiteiten én ontgroeningen is geen plek op onze universiteit.” Één van de betrokken verenigingen is tijdelijk geschorst; de andere wordt al langer niet erkend door de universiteit. Daarnaast komen er snel lesprogramma’s om ontgroeningen te voorkomen — die starten al volgende week, melden lokale media.

Bekijk origineel artikel

Premier Jetten analyseert WK-hockeyduel en zijn verloofde: ‘Rete irritante hockeyer’

Rob Jetten, de minister-president van Nederland, heeft vlak voor het tweede groepsduel van Oranje op het WK hockey tegen Argentinië zijn persoonlijke kijk op de wedstrijd losgelaten — met een vleugje humor, veel warmte en een flinke dosis familietrots.

“Ik ben geen hockeyexpert”, bekent hij met een knikje. “Ik ben vooral een grote fan, maar ik kijk soms nog wel als een leek naar het spel.” Zijn passie voor de sport is trouwens niet zomaar ontstaan: die draait grotendeels om zijn verloofde, de Argentijnse hockeyinternational Nicolás Keenan — die dinsdagavond juist tegen Nederland speelt.

De spanning rondom de wedstrijd? Die is er wel, maar volgens Jetten vooral bij de toeschouwers aan de zijlijn. “Bij mij wel, hoor — maar vooral omdat ik zowel mijn eigen familie als mijn schoonfamilie mee heb. En die waren zo zenuwachtig dat er bijna geen woord meer werd gewisseld!”

Afgelopen zondag was hij al op de tribune te vinden: eerst in een oranje shirt voor de wedstrijd van Nederland tegen Nieuw-Zeeland, daarna in het blauw-wit van Argentinië voor hun duel tegen Japan. “Zondag was ik de hele dag vrij, dus kon ik écht genieten van beide wedstrijden.” Vandaag staat hij strak in pak, met een oranje sjaal om zijn nek. “Ja, het is wat saai, moet ik toegeven. Ik heb de hele dag gewerkt en ben net snel vanuit Den Haag hierheen gekomen.”

Zijn missie vanavond? “Nederland aanmoedigen — en een heel klein beetje ook voor mijn verloofde. Misschien scoort hij wel een goal voor Argentinië… maar uiteindelijk wil ik natuurlijk dat Nederland wint.”

Zoals een echte analist hoort, kijkt hij ook naar de tactiek. Na de wedstrijd van afgelopen zondag vond hij Nederland na een lastig begin wel sterk worden tegen Nieuw-Zeeland — vooral toen ze het tempo opvoerden. “Als ze dat vandaag tegen de Argentijnen doen, dan moeten ze ‘m kunnen pakken. Maar ik verwacht wel dat de Argentijnen een moeilijke, gepassioneerde en felle pot gaan maken.”

En wie moet je vooral in de gaten houden? Vanzelfsprekend: Nicolás Keenan — nummer zeven van Argentinië. “Hij speelt al jaren in Nederland, bij Klein Zwitserland in Den Haag, en ook al lang voor Argentinië — samen met zijn neefje.” Wat maakt hem zo bijzonder?
“Hij is een rete irritante hockeyer. Supertechnisch, altijd met de bal hoog, rent het hele veld over — en op momenten dat de rest het bijna opgeeft, is hij degene die denkt: we gaan er nog één keer vol voor. En dan komt-ie met een creatieve oplossing om de wedstrijd weer spannend te maken.”

De wedstrijd is een welkome ademhaling — morgen is het weer tijd voor de realiteit: het minderheidskabinet moet verder met de begroting voor Prinsjesdag. “We zijn er druk mee bezig, en morgen gaan we er weer mee door.”

Bekijk origineel artikel

Betaalbare kerst voor mensen met een kleine beurs dreigt te verdwijnen — zonder winkel

De Kerstkringloopwinkel in Eindhoven staat voor de grootste uitdaging sinds haar bestaan: dit jaar riskeert ze helemaal geen winkelpand te hebben. En dat terwijl er negentig enthousiaste vrijwilligers klaarstaan om kerstspullen te controleren, repareren, in elkaar zetten en prijzen — allemaal met één doel: een betaalbare, feestelijke kerst mogelijk maken voor wie niet veel op zak heeft.

Maar zonder een geschikt pand? Dat kan niet. De organisatie moet vóór oktober een nieuwe locatie vinden van zo’n 400 vierkante meter. “We zitten echt met onze handen in het haar”, zegt Hub van Loon namens het team. Want deze winkel is meer dan alleen spulletjes verkopen: elke euro die binnenkomt gaat naar goede doelen die kankeronderzoek steunen. En dat zit diep in de kern van de groep — ook onder de vrijwilligers zijn er mensen die zelf of via dierbaren met kanker te maken hebben gehad. “Daarom willen we hier absoluut mee doorgaan.”

Weg uit Woensel — maar waar naartoe?

De afgelopen vijf jaar had de winkel haar thuis in het oude Zeeman-pand in Winkelcentrum Woensel. Maar daar zijn nu horecazaken gevestigd, dus de Kerstkringloop moet verhuizen. En hoewel de winkel officieel pas rond kerst open is, draait het werk het hele jaar door: mensen doneren voortdurend kerstdecoraties, speeltuigen, lampen, sieraden en nog veel meer — soms zelfs per winkelwagen. “Tijdens de kerstperiode krijgen we tien tot twintig volle winkelwagens aan kerstspullen”, vertelt Van Loon. En dan begint het echte werk: uitpakken, checken, repareren, versieren, prijzen… en samen kerststukjes maken. “We zijn een heel hecht team — écht.”

Te klein, te ver, te ongeschikt

De gemeente Eindhoven bood wel een alternatief aan, maar dat viel flink tegen. Het pand was met slechts zo’n 200 vierkante meter gewoon te klein. “Dan past niet iedere vrijwilliger erbij. En dat maakt het voor ons geen optie”, legt Van Loon uit. “Het sociale en maatschappelijke aspect is net zo belangrijk als het verkopen zelf. Voor onze vrijwilligers én onze bezoekers zou het een grote teleurstelling zijn.”

De zoektocht is nu gericht op een pand van ongeveer 400 m², beschikbaar van 1 oktober 2026 tot medio januari 2027. Een locatie in een aangrenzende gemeente is toegestaan — maar de voorkeur gaat duidelijk uit naar Woensel of Nuenen. “Daar is de winkel bekender, en daar wonen ook veel van onze vrijwilligers”, zegt Van Loon. En dat is geen klein detail: veel van hen zijn al wat ouder, en reizen naar bijvoorbeeld Valkenswaard wordt dan ineens een flinke klus.

Jij kunt helpen!

Heb je een geschikt pand (of ken je iemand die er eentje heeft) dat tijdens die periode beschikbaar is? Neem dan contact op met de Kerstkringloopwinkel. En als je kerstspullen over hebt die nog mooi en bruikbaar zijn — denk aan sieraden, lichtsnoeren, kerstboomversieringen of zelfgemaakte kerstkaarten — dan zijn die ook van harte welkom. Je donatie helpt niet alleen een betaalbare kerst mogelijk te maken, maar draagt ook direct bij aan kankeronderzoek.

Bekijk origineel artikel

De ‘datakluis’-affaire: kabinet biedt excuses aan na jarenlange waarschuwingen

Het is april dit jaar als CDA-Kamerlid Inge van Dijk een bericht krijgt van het ministerie van Financiën: er is een kluis ontdekt met minstens 64 miljoen documenten. Mogelijk bevat die kluis stukken over de toeslagenaffaire — stukken die eigenlijk al lang geleden hadden moeten worden overgedragen aan de parlementaire enquêtecommissie over fraude en dienstverlening.

“Dit kan toch niet waar zijn”, denkt Van Dijk. “Iedere keer denk je: nu hebben we alles wel gezien. En dan komt er weer wat naar boven.” Volgens haar is het zo’n onrustige, herhaalde opkomst van nieuwe informatie dat het dossier gewoon niet afgerond kan worden.

En dat is juist het bizarre: uit onderzoek blijkt dat ambtenaren al in 2022 waarschuwden dat documenten uit die datakluis naar de enquêtecommissie moesten. Accountantsbureau BDO vond later deze zomer zelfs dat het goed mogelijk was dat er relevante documenten in zaten — precies voor de parlementaire onderzoekscommissie.

Waarom kwam niemand eerder met de kluis naar buiten?

Meerdere Kamerleden stelden deze zomer Kamervragen. Ze vinden het ongelofelijk dat zo’n enorme kluis met zoveel stukken simpelweg ‘gemist’ werd. Van Dijk zegt dat ze steeds meer moe wordt van signalen die genegeerd worden — vooral in een zo gevoelig dossier als de toeslagenaffaire.

SP-leider Jimmy Dijk legt het nog sterker: “We hebben het over 64 miljoen documenten, waarvoor al lang geleden gewaarschuwd is. Daar is niet zorgvuldig mee omgegaan, er is niks mee gedaan. Dit zaakje stinkt.”

Staatssecretarissen: “Dit had niet mogen gebeuren”

Staatssecretaris van Financiën Eelco Eerenberg (D66) en staatssecretaris Herstel Toeslagen Sandra Palmen (voorheen NSC, nu partijloos) reageren vandaag schriftelijk op vragen van Kamerleden én RTL Nieuws. Ze bevestigen dat een medewerker van de Belastingdienst in 2022 twee keer vroeg hoe de datakluis moest worden aangepakt — en dat die signalen niet serieus genoeg werden genomen.

Ze noemen het “zeer kwalijk” dat er dus al jaren geleden duidelijke waarschuwingen waren over de bestaansreden van de kluis in relatie tot de enquête. “Dit had niet mogen gebeuren.” En ja: volgens hen moest de kluis ook daadwerkelijk naar de enquêtecommissie — ook al is de inhoud ervan nog steeds niet helemaal duidelijk.

Al sinds juli vorig jaar wisten ze van het probleem…

Opvallend is dat het al in juli vorig jaar duidelijk werd dat er mogelijk problemen waren met de datakluis. Toen werd de staatssecretaris van Fiscaliteit en Herstel Toeslagen geïnformeerd — maar de Tweede Kamer bleef in het duister. In een nota stond zelfs dat de kluis mapnamen bevatte als ‘fraude’, ‘handhavingsregie’ en ‘Appelbloesem’ — een gastouderbureau dat bekend staat vanwege de toeslagenaffaire.

Die zomer werd wel afgesproken dat de Dienst Toeslagen zich zou richten op communicatie met de Kamer, terwijl de Belastingdienst eerst probeerde te achterhalen wat er nou precies in de kluis zat. Maar toen in oktober vorig jaar ambtenaren meldden dat ze zeker documenten hadden gevonden met raakvlakken bij de enquête — en dat die stukken ‘indertijd geleverd hadden moeten worden’ — besloten de staatssecretarissen weer om niets te zeggen tegen de Kamer.

Er was zelfs onenigheid binnen de dienst: de Dienst Toeslagen wilde snel informeren, de Belastingdienst was terughoudender — vanwege het ‘beperkte inzicht in de inhoud’ en de mogelijke ‘implicaties’.

En op 6 november schreven ambtenaren nog eens duidelijk: “De Kamer moet geïnformeerd worden over dit proces. Hoe langer we hiermee wachten, hoe kwetsbaarder het wordt.”

“Dat spijt ons”

Vandaag erkennen Eerenberg en Palmen dat ze de Kamer veel eerder op de hoogte hadden moeten stellen. “Dat spijt ons.” Ze noemen het “zeer ongelukkig” dat juist rond de toeslagenaffaire opnieuw documenten niet werden gedeeld. “We realiseren ons ook goed dat we na de Toeslagenaffaire de schijn tegen hebben.”

Ze benadrukken wel dat er geen aanwijzingen zijn dat de datakluis opzettelijk is achtergehouden — en dat het niet per definitie betekent dat er sprake is van strafbaar gedrag.

Maar Jimmy Dijk (SP) heeft daar weinig mee. Juist omdat de bewindspersonen zelf zeggen dat ze de schijn tegen hebben, vindt hij dat er nu een extern onderzoek moet komen: “Laat dan de rijksrecherche en het OM onderzoek doen naar mogelijke overtredingen en ambtsmisdrijven.”

En Inge van Dijk vraagt zich af waarom men niet eenvoudigweg de grondwet heeft gevolgd: artikel 68 zegt immers dat bewindspersonen de Tweede Kamer actief moeten informeren. “Ze hadden ons op de hoogte moeten stellen — juist vanwege de toeslagenaffaire.”

Oud-staatssecretaris Eugene Heijnen (BBB) wil tegen RTL Nieuws geen uitspraken doen over de datakluis en verwijst naar de huidige bewindspersonen.

Vanaf oktober gaat een speciale onderzoekscommissie onder leiding van oud-Kamerlid Senna Maatoug (GroenLinks-PvdA) onderzoek doen naar wat er precies in die kluis zit — en waarom het zo lang duurde voordat iemand het vertelde.

Bekijk origineel artikel

Geen keiharde bass, wel een potje Risk: rustige introductie is dé hit bij TU/e-studenten

Geen feestjes met oorverdovende muziek, maar liever een ontspannen potje bordspellen, een boek lezen, samen gamen of zelfs zwaardvechten in een rustige hoek — dat is de nieuwe norm voor veel eerstejaars aan de TU Eindhoven. Dit jaar is de prikkelarme introductieweek populairder dan ooit. En het mooiste? Iedere nieuwkomer kan nu echt kiezen wat bij hem of haar past.

Twee jaar geleden begon de TU/e met een kleine proefversie van zo’n rustigere intro. Vorig jaar was het alleen ’s avonds beschikbaar — precies wanneer de meeste feesten op volle kracht draaien. Maar dit jaar? Nu draait het prikkelarme programma ook overdag. “We zetten de hele week twee parallelle trajecten naast elkaar”, legt Esther Lutterman, communitymanager van de TU/e, uit. “Het ene is vol energie, geluid en onvoorspelbaarheid — het andere is rustiger, voorspelbaarder en minder overweldigend. Maar ook daar maak je vrienden, vind je je plek en heb je een warme, veilige start.”

De behoefte aan zo’n alternatief groeit duidelijk. “Studenten vinden het echt fijn dat we dit aanbieden”, zegt Lutterman. Ze hoort regelmatig van eerstegroepers die zich eerst helemaal niet wilden aanmelden voor de intro — tot ze hoorden dat er ook een rustige versie bestond. En dan kiezen ze toch mee.

Internationals zijn ook enthousiast

Na de succesvolle pilot van twee jaar geleden deelden de TU/e en partners hun ervaringen met andere universiteiten. Het resultaat? Steeds meer hogescholen en universiteiten lanceren nu zelf een prikkelarm programma. Ook internationale studenten stappen er massaal bij. Voor hen draait het vaak minder om bierdrinken en dansen, en meer om écht kennismaken. Zo kiest een internationale student bijvoorbeeld liever voor een bordspelletje in de rustige zone dan voor een drukke clubavond. “Er zijn hier niet zoveel mensen, dus is het makkelijker voor mij om me hier te ontspannen. Ik vind dit leuker dan feesten.”

Jasmijn herkent dat direct: “Als het te veel wordt, ga ik gewoon even naar de rustige ruimte. Feestjes zijn nou eenmaal niet mijn ding.” En een andere student knikt instemmend: “Ik ben gewoon niet zo’n partygoer — fijn dat er nu écht keuze is.”

Ruimte om écht te verbinden

Jesse van Meer van Stichting Donatues, die het prikkelarme programma mede organiseert, benadrukt dat het hier vooral om verbinding gaat — op een laagdrempelige, ongedwongen manier. “Geen bombarie, geen dwang tot smalltalk. Gewoon samen een spel spelen, praten over wat je leuk vindt — of juist over wat je bezighoudt, zoals de onrust in de wereld. Je komt als student alleen aan, dus het is geweldig om ook veiligheid en geborgenheid te vinden.”

En dat blijkt ook te werken. Volgens Van Meer komen allerlei soorten studenten langs: sommigen die dol zijn op feesten, maar tussendoor écht behoefte hebben aan rust; anderen die helemaal geen feest willen, maar wel graag contact maken. “Op een feest zie je de losbandige kant van iemand. Hier leer je elkaar kennen via hobby’s, verhalen, interesses — en dat geeft een heel ander soort verbinding.”

Waarom nu écht meer dan ooit?

Die behoefte aan rust én contact werd tijdens de coronajaren extra duidelijk. Daarom ligt de nadruk in het prikkelarme programma nu vooral op de persoon, niet op de activiteit. “Studenten zoeken waar ze erbij horen”, zegt Van Meer. “Als het feest is, valt al veel af — maar hier blijf je écht jezelf.”

Bekijk origineel artikel