Iran en Oman zijn bijna klaar met deal over de Straat van Hormuz

Volgens een Iraanse woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn de laatste puntjes op de i nog aan het worden gezet in de overeenkomst met Oman — denk aan een gezamenlijke verklaring en andere formele details. De twee landen liggen allebei aan de Straat van Hormuz, een superbelangrijke zeegang waar sinds het uitbreken van de oorlog tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran amper nog schepen doorheen varen.

Iran houdt vrachtschepen tegen die de straat willen verlaten — vooral die met olie aan boord — terwijl de VS op hun beurt schepen blokkeren die naar Iraanse havens willen varen. Nu proberen Teheran en Muscat samen een regeling te vinden voor een veilige doortocht door de straat, én dat alles zonder af te zien van hun eigen soevereiniteit.

Gisteren liet president Donald Trump weten dat hij de Straat van Hormuz zou uitroepen tot Amerikaans grondgebied zodra de VS ‘de oorlog tegen Iran hebben gewonnen’. Vanochtend reageerde de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken direct: “De Straat van Hormuz blijft Iraans.” Hij voegde eraan toe dat Iran nog moet beslissen of het al dan niet verder wil onderhandelen met de VS om de oorlog te beëindigen. En zolang de VS volgens Iran weigert hun nederlaag te erkennen, blijft de blokkade van de straat ook van kracht.

Trump probeert al een tijdje een uitweg te vinden uit deze impasse. Hij heeft herhaaldelijk gesprekken aangekondigd, maar Teheran ontkent telkens weer dat er daadwerkelijk sprake is van onderhandelingen. Volgens recente berichten hoopt Trump vooral op een economische instorting van Iran als manier om een ‘Amerikaanse overwinning’ te forceren — zo zei hij onlangs tegen de Amerikaanse nieuwswebsite Axios. “We onderhandelen maar half met ze”, aldus Trump. “We kijken gewoon wat er gebeurt met Iran: met hun enorme inflatie, met het feit dat ze geen geld meer hebben.” En volgens hem zit Iran economisch ‘in een heel slechte situatie’.

Bekijk origineel artikel

Vrouwen en kinderen onder de slachtoffers bij Israëlische luchtaanvallen op Libanon

Bij twee Israëlische luchtaanvallen in Zuid-Libanon zijn in totaal elf mensen omgekomen — waaronder meerdere vrouwen en kinderen. Dat melden zowel Libanese autoriteiten als lokale media.

De eerste aanval trof het dorp Ansar, waar zeven mensen het leven lieten. Twee van de slachtoffers waren vrouwen, drie waren kinderen. Volgens president Michel Aoun was het een ‘hele familie’ die bij deze aanval om het leven kwam.

Een tweede aanval vond plaats in Deir El Zahrani, waar vier mensen werden gedood. Daarnaast meldden Libanese media ook luchtaanvallen op het dorp Qalaat al-Meis, ongeveer 40 kilometer ten zuiden van Beiroet.

Premier Najib Mikati (ook wel Salam genoemd in sommige berichten) noemde de doelen van de aanvallen geen militaire locaties — en sprak van een duidelijke escalatie van Israël. Ook president Aoun veroordeelde de acties als een schending van het internationaal recht, vooral gezien het dodental onder burgers.

Israël daarentegen zegt dat de aanvallen gericht waren op Hezbollah: de sjiitische beweging die volgens Tel Aviv een grote bedreiging vormt. Het Israëlische ministerie van premier Netanyahu beweerde dat Hezbollah-strijders eerder op dezelfde dag Israëlische soldaten hadden aangevallen in de zogeheten veiligheidszone in Zuid-Libanon — waarbij drie militairen gewond raakten.

Later op die dag bevestigde het Israëlische leger (IDF) dat bij de aanval op Ansar een Hezbollah-commandant werd gedood. Volgens hen was de commandopost het doelwit — niet de familie waarbij hij zich bevond. Hezbollah zelf spreekt over elf doden en kondigde via Telegram een ‘gepaste tegenreactie’ aan.

Premier Mikati benadrukte dat dit soort escalatie de stabiliteit in Zuid-Libanon verder ondermijnt — terwijl er binnenkort, begin september, nieuwe vredesbesprekingen zouden moeten plaatsvinden in Rome, met Amerikaanse bemiddeling.

Maar voor veel Libanezen is dat allemaal nog ver weg. In Zuid-Libanon draait alles om vertrouwen: wie mag terug naar huis, wie moet blijven vluchten — en dat vertrouwen is nu bijna volledig verdwenen. Hoe dat voelt, leggen lokale bewoners uit in de video hieronder.

Als eerste op de hoogte van het laatste nieuws

Bekijk origineel artikel

In Liechtenstein kan straks ook een prinses de troon bestijgen — maar pas over een paar decennia

In 2019 was hij nog duidelijk: geen sprake van een vrouwelijke troonopvolger in Liechtenstein. Maar nu heeft erfprins Alois juist aangekondigd dat dat wel gaat veranderen — en wel op een vrij fundamentele manier. Tijdens de nationale feestdag Staatsfeiertag in de hoofdstad Vaduz maakte hij bekend dat het vorstendom voortaan een absoluut eerstgeboorterecht gaat hanteren. Dat betekent: wie als eerste geboren wordt, wordt troonopvolger — ongeacht of het een jongen of een meisje is.

Tot nu toe konden alleen mannen uit de regerende familie de troon bestijgen. Die regel verdwijnt dus. Volgens Alois is het een stap om het vorstelijk huis én het land beter mee te laten gaan met de tijd. “Met deze wetswijziging willen we ervoor zorgen dat zowel het Vorstendom Liechtenstein als het Vorstelijk Huis worden bestuurd door de persoon die het best is toegerust voor deze taak”, zei hij tegen duizenden toeschouwers.

De wijziging werd vorig jaar formeel aangevraagd — en woensdag kreeg ze de groene licht van twee derde van de stemgerechtigde familieleden. Ook krijgen vrouwelijke familieleden vanaf nu dezelfde inspraak bij beslissingen binnen het vorstelijk huis als hun mannelijke familieleden.

Maar wees niet te enthousiast: het effect is nog lang niet zichtbaar. De nieuwe regel geldt alleen voor kinderen die nog geboren moeten worden. Dat betekent dat prinses Marie Caroline — de enige dochter van Alois en zijn tweede kind — geen kans maakt om haar oudste broer, prins Joseph Wenzel, ooit op te volgen. Haar twee jongere broers staan wel in de lijn van opvolging.

Interessant is ook de wending in Alois’ denken. Zeven jaar geleden, rond het 300-jarig bestaan van Liechtenstein, zei hij nog in een interview met een Zwitserse krant dat hij zich niet kon vinden in een wijziging van de wet. Toen vond hij dat stabiliteit en voorspelbaarheid binnen een erfelijke monarchie belangrijker waren dan gelijkheid — en dat gelijkheid in zo’n systeem zelfs ‘niet realistisch’ was.

Liechtenstein is met zijn 40.000 inwoners een klein, conservatief Alpenland tussen Zwitserland en Oostenrijk. Vrouwen kregen er pas in 1984 stemrecht — als laatste land van Europa. Abortus is in bijna alle gevallen strafbaar. En hoewel het een parlementaire democratie is, heeft de vorst veel macht: hij kan referendumuitslagen vetoën, rechters benoemen en de regering ontslaan. Sinds vorig jaar heeft het land wel een vrouwelijke premier — wat in dit kader best opmerkelijk is.

Bekijk origineel artikel

Kwetsbare jongeren op wachtlijst voor ‘Kamer met Aandacht’: het topje van de ijsberg

Je kunt een kamer verhuren en er flink mee verdienen… of je kunt diezelfde kamer gebruiken om een jongere uit een onveilige situatie te halen. Dat is de keuze die Lenie de Boer en haar man Lex maakten — en ze doen dat al ruim drie jaar. Zij zijn deel van Kamers met Aandacht, een initiatief dat woonruimte biedt aan jongeren die uit een onveilige thuissituatie komen, dak- of thuisloos zijn, of net de jeugdzorg verlaten hebben. Het draait niet om hoge huur, maar om ruimte, steun en een beetje menselijkheid: particuliere verhuurders stellen een kamer beschikbaar, luisteren af en toe, en vragen een redelijke prijs.

Het project begon in 2020 als pilot in twaalf gemeenten — en groeide snel. Vandaag werkt Kamers met Aandacht in 115 gemeenten, en nog eens twintig gemeenten hebben recent aangegeven mee te willen doen. Maar daar zit een groot ‘maar’ aan: er is geen budget om de uitbreiding écht op poten te zetten. En terwijl studenten misschien pas over een paar maanden op zoek gaan naar een kamer voor het nieuwe schooljaar, is die woonruimte voor deze jongeren nu nodig.

Tot nu toe hebben meer dan 2200 jongeren zich aangemeld — en ruim 460 kregen daadwerkelijk een plek. Zoals Hala (21), die een aantal jaar geleden vanuit Syrië naar Nederland vluchtte. Ze belandde in een asielzoekerscentrum, voelde zich alleen en kwam zich als ‘een nummertje’ voor. “Ik was nog een kind, mijn ouders konden helaas niet mee — en ik was op zoek naar veiligheid.” Via Kamers met Aandacht kreeg ze een kamer bij Lex en Lenie in Utrecht, voor 350 euro per maand. “Zonder vast inkomen was zelfstandig huren onmogelijk. Het voelde spannend, maar ook goed — dus heb ik het gedaan.”

En dat ‘goed voelen’ werkt twee kanten op. Lex: “We verhuurden eerder kamers aan studenten, maar die zijn al zelfstandig, hebben een netwerk. Waarom zouden we dat gat niet opvullen voor jongeren die echt hulp nodig hebben?” Voor hen was het een kwestie van klik — en die klik was er meteen.

Maar het blijft niet bij een goede klik. Er is veel meer nodig: screening van zowel verhuurder als jongere, matchgesprekken met alle partijen, en — cruciaal — externe begeleiding gedurende het hele traject. “Dat is niet aan de verhuurder”, benadrukt oprichter Bianca van der Neut. “Professionals checken regelmatig bij de jongeren.” De kosten daarvoor? Ongeveer 8500 euro per jongere, voor werving, screening, matching en begeleiding.

Niet alle gemeenten kunnen of willen dat betalen. Leeuwarden bijvoorbeeld doet niet mee, ondanks dat er wel kamers beschikbaar zijn. “Ik kan geen professional uit Utrecht naar het noorden sturen”, zegt Van der Neut. “Met landelijke financiering zouden we in elke gemeente jongeren helpen. Onze wachtlijsten zijn het topje van de ijsberg — als je bedenkt hoeveel jongeren er daadwerkelijk in een onveilige situatie verkeren.”

Het ministerie van Binnenlandse Zaken zegt dat landelijke subsidie voor hospitaverhuur wel is verlengd — maar die geldt vooral voor voorlichting en bekendheid. Niet voor de extra begeleiding en matching die Kamers met Aandacht specifiek biedt. “Die aanpak onderscheidt zich juist door die individuele, ondersteunende dimensie”, legt het ministerie uit.

Van der Neut vindt dat jammer. Want de behoefte is er — en de wil ook. Lex en Lenie hebben geen seconde spijt. En Hala? Zij start in september met rechten en denkt na over zelfstandig wonen. “Als Hala hier weggaat, doen we het gewoon weer opnieuw”, zegt Lex.

Bekijk origineel artikel

Dit maak je nergens mee: het kleine Nirwana Tuinfeest is al 50 jaar groot

Vijftig jaar lang – ja, vijftig – draait het Nirwana Tuinfeest zijn rustige, zonnige, volledig ongedwongen rondjes in een tuin net buiten Lierop. Geen gigantische arena’s, geen VIP-afsluitingen, geen gedrang bij de bierstand: gewoon een festival dat zo blijft zoals het begon – klein, warm, en vreselijk menselijk.

“Ons geheim? We zijn groot geworden door klein te blijven.”

Dat zegt voorzitter Ronald Verberne, die al sinds zijn jeugd op het terrein rondloopt – eerst als bezoeker, later als organisator. En dat klinkt niet als een lege slogan: het feestje laat per dag maar iets meer dan 5.000 mensen binnen. Niet omdat ze geen ruimte hebben, maar omdat ze willen dat het zo blijft. Kleinschaligheid is hier geen beperking – het is het hele punt.

En dat merk je overal: in de eindeloze rij fietsen (de meeste bezoekers komen uit de buurt), in de 600 vrijwilligers die het festival draaiende houden (dat is bijna één op vier inwoners van Lierop!), en vooral in de sfeer: geen haast, geen stress, geen ‘moet-ik-nu-snel-naar-dat-podium’. Alleen: kom je even lekker tot rust.

Vrijdag en zaterdag: uitverkocht – zondag: gratis voor omwonenden

De eerste twee dagen zijn al lang uitverkocht. Maar zondag is speciaal: een gratis familiedag voor de mensen die in Lierop wonen. Een gebaar van dankbaarheid – want ja, er is wel wat overlast tijdens het feest. En dus: kinderen mogen spelen, ouders ontspannen, en iedereen mag gewoon aanwezig zijn, zonder ticket.

“Ik ben wel eens in een rolstoel afgevoerd…”

Kees, zestiger in hawaïhemd en hoedje, zit zaterdagmiddag met een pilsje op het terras. Hij komt al bijna vanaf het begin – en zijn mooiste moment van gisteren? Een dutje achter de eettent van Vietnamama.
Een man verderop ploft direct na binnenkomst in een luie stoel. “Ik ben geen 18 meer. Het komt wel binnen als je 65 bent.” Zijn meest bijzondere ervaring? “Ik ben wel eens in een rolstoel afgevoerd.” Hij glimlacht er mysterieus bij – en laat het daarbij.

De gezelligheid die je nergens tegenkomt

Ton en Maikel zitten rustig aan een tafel terwijl de band Magazines de Multi Tube-tent al vroeg in de middag doet trillen. “De gezelligheid hier, die kom je niet zo snel tegen op een groter festival”, zegt Ton onder zijn ontdekkingsreizigershoed. “Je komt altijd weer bekenden van vorig jaar tegen.” Maikel knikt: kleinschaligheid én Brabantse gezelligheid – dat is Nirwana.

En dan is er Kim, begin twintig, die vol verwachting het terrein oploopt. Ze komt vooral voor Bente – “Ik heb haar al twee keer misgelopen, dus hoop haar nu eindelijk een keer te gaan zien.” En toen Bente rond drie uur het grote podium opkwam? Barstte het feestje los.

Nog meer Nirwana? Vanaf 3 november is de documentaire te zien

Vanaf 3 november kun je de geschiedenis van vijftig jaar Nirwana Tuinfeest volgen in de documentaire ‘50 jaar Nirwana Tuinfeest’, via Brabant+. En voor wie geen kaartje meer kon bemachtigen: er is ook een livestream met een selectie optredens.

Bekijk origineel artikel

Blushelikopters van Gilze-Rijen springen in bij grote veenbrand in de Ardennen

Twee Chinook-transporthelikopters van de Koninklijke Luchtmacht – beter bekend als de blushelikopters van 298 Squadron – zijn over de grens gevlogen om te helpen bij de enorme veenbrand in de Belgische Ardennen. Ze zijn gestationeerd op vliegbasis Gilze-Rijen in Noord-Brabant, en hun hulp is zowel ongebruikelijk als hard nodig: zo’n grensoverschrijdende blusmissie komt niet vaak voor.

De brand woedt al sinds vrijdagmiddag en blijft zich snel uitbreiden – gistermiddag brak hij pas echt los, en sindsdien verspreidt hij zich met 5 tot 10 kilometer per uur. Ondanks alle inspanningen is hij nog steeds niet onder controle, en boven het gebied hangen reusachtige rookwolken die zelfs van ver weg zichtbaar zijn.

Waarom is dit zo lastig te blussen?

Het natuurgebied Hoge Venen, waar de brand woedt (op slechts zo’n 40 kilometer van Zuid-Limburg), is een moeilijk begaanbaar veengebied. Zware blusvoertuigen kunnen er nauwelijks komen, en de droge turfgrond maakt het nog erger: die is extreem brandbaar én laat vuur ondergronds doorsmeulen – wat het blussen enorm ingewikkeld maakt. De brand heeft inmiddels al 1600 hectare natuur verwoest – meer dan bij de grote veenbrand op dezelfde plek in 2011. En ja: er is zelfs sprake van dat de brand nog wekenlang kan doorsmeulen.

Hoe helpen de Brabantse helikopters precies?

Ze vliegen met een zogeheten bambi-bucket: een gigantische rode waterzak die 7.600 liter water kan bevatten. Die wordt gevuld uit open water – denk aan meren of rivieren – en daarna gericht boven de brand afgeworpen. Speciaal getrainde brandweermensen zorgen voor de precisie bij het droppen. En belangrijk: ze vliegen alleen op verzoek. “Het klinkt misschien gek, maar wij gaan niet zomaar op een brand af”, legt majoor Henk-Jan van Vulpen van het Defensie Helikopter Commando uit. “De brandweer belt ons via de veiligheidsregio – dan pas gaan we aan de slag.”

Hoe lang de Chinooks in België blijven, is nog onduidelijk. Dat hangt af van hoe lang ze daar nodig zijn, maar ook van welke andere taken ze hier in Nederland hebben – en hoe dringend die zijn. Één ding is wel zeker: vanwege veiligheid vliegen ze niet meer na zonsondergang.

Een drukke tijd voor de blushelikopters

Deze missie is geen uitzondering – het is juist een van de meest recente in een reeks. De afgelopen weken waren ze al actief bij een brand in Limburg (bij Venray, vlak over de Brabantse grens) én bij een incident aan de kust bij Ouddorp. Drukke tijden dus – en duidelijk ook een cruciale rol in de brandbestrijding, zowel thuis als over de grens.

Bekijk origineel artikel