Droogte legt economisch belang van Nederlandse wateren bloot

De aanhoudende droogte begint flink zijn tol te eisen op het Nederlandse waternetwerk. Aankomende nacht worden de parksluizen in Rotterdam afgesloten, waardoor het beton, zand en metaal dat normaal over de Delftse Schie wordt vervoerd er niet meer overheen kan. Eerder ging de sluis bij Eefde al dicht, waardoor het Twentekanaal werd afgesloten.

De afgelopen weken is pijnlijk duidelijk geworden dat de droogte voor serieuze problemen zorgt in de binnenvaart. Door de lage waterstand kunnen schepen niet meer volgeladen worden en sommige waterwegen zijn zelfs helemaal afgesloten. Maar hoe belangrijk zijn die 7000 kilometer aan bevaarbare waterwegen eigenlijk voor onze economie?

Kosten lopen snel op voor ondernemers

Laten we beginnen met de sluiting van het Twentekanaal. Dat kost ondernemers al tonnen per dag. En voor de aangekondigde sluiting van de Delftse Schie schat Koninklijke Binnenvaart Nederland dat de kosten kunnen oplopen tot honderdduizenden euro’s per week.

Als we breder kijken, is de binnenvaart goed voor 22.000 banen en voegde de sector vorig jaar 1,8 miljard euro aan waarde toe, volgens het CBS. Dat is met nog geen half procent van de totale economie niet enorm, maar in deze cijfers zit niet de indirecte waarde voor bedrijven die afhankelijk zijn van aan- en afvoer over het water.

Denk bijvoorbeeld aan veevoerproducent ForFarmers in Lochem of de Rouwmaat Group, die beton maakt en daarvoor zand en grind vervoert. Beide zijn afhankelijk van het Twentekanaal. Door de lage waterstand kunnen ze nu duidelijk minder vervoeren. Ook de bouwsector is sterk afhankelijk van vervoer over water. “Het belang van de binnenvaart is daar heel groot. Sommige bedrijven zijn zo ingericht om duizenden kilo’s via het water te vervoeren”, zegt binnenvaartexpert Ricky Voorn van Evofenedex. Zij kunnen nu nog maar een fractie vervoeren van wat ze normaal doen.

Wat vervoeren we eigenlijk over het water?

In 2025 vervoerde de binnenvaart 333 miljoen ton goederen. Ertsen en delfstoffen – stoffen die uit de aarde worden gehaald, zoals ijzer en koper – vormen een groot deel van het vervoer. Daarnaast zijn brandstoffen en verwerkte olieproducten zoals benzine, diesel en kerosine een grote groep. Ook de chemische industrie is afhankelijk van watertransport, bijvoorbeeld voor grondstoffen voor rubber, kunststof en plastics.

“Als ze één schip niet kunnen laten varen, heb je tientallen vrachtwagens nodig om dat op te vangen”, zegt Voorn. Maar sommige bedrijven hebben niet eens de keuze om hun lading te verminderen of op te delen. Koninklijke Van der Wees uit Dordrecht is zo’n bedrijf. Zij vervoeren meterslange stalen buizen, helikopterplatforms en zelfs hele transformatoren van honderdduizenden kilo’s, die nodig zijn voor het verzwaren van het stroomnet.

Wachten op water in Duitsland

Door de lage waterstand kunnen zij die zware objecten nu niet vervoeren. Met spanning kijken ze naar de tweewekelijkse neerslagverwachting in het Duitse Kaub. “En dat ziet er de komende tijd nog niet hoopvol uit”, zegt Wouter Lambregts. Het waterpeil op die plek bepaalt namelijk of zware vrachtschepen de Rijn kunnen overvaren. “Daarom is het voor ons voorlopig gewoon wachten.”

Die wachttijd is goed zichtbaar op het terrein in Dordrecht: een leeg ponton kan nu niet naar Duitsland om daar een transformator op te halen. Dat heeft ook maatschappelijke gevolgen, want die transformatoren zijn nodig voor het verzwaren van het stroomnet. “Wij kunnen dit niet over de weg vervoeren, omdat zo’n object meer dan 300 ton weegt en viaducten dat niet aankunnen”, legt Lambregts uit.

Ook voor de handel met het buitenland belangrijk

Niet al het vervoer is bestemd voor binnenlands gebruik. Van de goederen die vorig jaar Nederland binnenkwamen, kwam ruim de helft uit België (54 procent) en iets minder uit Duitsland (38 procent). Van alles wat Nederland naar het buitenland vervoert, gaat het meeste juist naar Duitsland (53 procent). Een derde van de binnenvaart is nog steeds bestemd voor vervoer van en naar plekken in Nederland.

“We hebben het ook nodig, want niet alles kan over de weg”, zegt Voorn. “Omdat we in de toekomst vaker dit soort extreme situaties kunnen tegenkomen, is het wel noodzakelijk dat bedrijven hier plannen voor maken, bijvoorbeeld door transport te spreiden.” Al moet dat dan wel mogelijk zijn.

Onzekerheid blijft

Hoelang de droogte nog aanhoudt, is niet duidelijk. De waterstand van de Rijn is historisch laag. Rijkswaterstaat ziet dat de onzekerheid in de neerslagverwachting groot is en verwacht dat de komende 15 dagen de afvoer van de Rijn onder het niveau blijft dat nodig is om de waterverdeling in Nederland goed te regelen.

Bekijk origineel artikel

Onderwerp van artikel

Wenen, Oostenrijk, heeft vandaag een gloeiendhete recorddag beleefd met precies 41 graden in de middag. De stad en het omliggende gebied zitten in code rood, en om het nog erger te maken, woedt er ook nog een natuurbrand op ongeveer 70 kilometer ten zuiden van de hoofdstad. Het oude nationale record uit 2013, dat op 40,5 graden stond in een dorpje aan de Slowaakse grens, is daarmee ruimschoots verbroken. Voor Wenen zelf werd gisteren al een record gevestigd, maar dat hield dus maar één dag stand. De hoogste temperaturen worden ook nu weer in het oosten van het land gemeten, simpelweg omdat dat gebied lager ligt dan de rest. Toch is het ook in de Alpenprovincies Tirol en Vorarlberg flink warm. Zo gaf de thermometer in Innsbruck rond 15.30 uur 35 graden aan, en dat was hetzelfde in Bludenz en Feldkirch in het westen. De weerstations hoog in de bergen registreren iets koelere lucht. Ter vergelijking: het Nederlandse hitte-record staat nog altijd op 40,7 graden, gemeten in 2019 in Gilze-Rijen. Daarvoor was het record van 38,6 graden uit augustus 1944 tientallen jaren onaangetast. En alsof de hitte nog niet genoeg was, zaten er vandaag ook nog eens drie stadsdelen van Wenen urenlang zonder water. Een kapotte leiding op een bouwplaats zorgde voor een flink waterverlies. Na zo’n drie uur was de watervoorziening gelukkig weer hersteld. In de deelstaat Burgenland, vlakbij de Hongaarse grens, is ondertussen een bosbrand uitgebroken bij het kleine dorp Sieggraben. Tientallen bluswagens zijn ingezet, maar door de harde wind (kracht 5) en de kurkdroge grond lukt het nog niet om het vuur te bedwingen. Ook in Hongarije, Kroatië, Slowakije en delen van Tsjechië en Duitsland is het extreem heet. Regensburg in Beieren tikte de 39 graden aan en Boedapest was ook ruim 39 graden. Door de aanhoudende droogte staat de Donau, die van Duitsland door Oostenrijk en Hongarije naar de Zwarte Zee stroomt, zo laag dat de Hongaarse kerncentrale in Paks deels is stilgelegd. Er is simpelweg te weinig koelwater. De centrale produceert nu nog maar zo’n 10 procent van het normale vermogen. Premier Magyar hoopt dat het waterpeil aan het eind van de week weer stijgt, want donderdag wordt er regen verwacht in Oostenrijk.

Bekijk origineel artikel

Onderwerp van artikel

Een slimme dame uit Den Bosch heeft afgelopen zondag een dief op heterdaad betrapt, dankzij haar slimme horloge. Het onverlaat had haar telefoon en pinpas gestolen in het uitgaansgebied van Den Bosch, maar dat kwam hem duur te staan.

Op haar smartwatch zag de vrouw precies welke route haar telefoon aflegde door het centrum. Samen met de politie kon ze de dief en haar spullen zo snel opsporen. De dief had inmiddels met de gestolen pinpas 300 euro gepind, zo meldt de politie op Instagram. Dankzij het slimme horloge kon hij tot op de meter nauwkeurig worden gevolgd.

Toen de agenten een 50-jarige Bosschenaar staande hielden op de plek waar de telefoon zich bevond, liet de vrouw via haar smartwatch een alarm afgaan. “Wellicht tot niemands verbazing ging er een alarm af in de zak van de persoon die bij de collega’s stond”, aldus de politie. In zijn zakken vonden zij de telefoon, de pinpas én de 300 euro.

De verdachte beweerde dat hij de spullen had gevonden. En waarom hij dan 300 euro had gepind? Hij vond dat hij recht had op vindersloon. “Wij vonden dat uiteraard geen goed recht”, schrijft de politie. De man is aangehouden voor diefstal en heling en moet zich later voor de rechter verantwoorden.

Bekijk origineel artikel

Duitsland wil af van de achterstelling van ex-kankerpatiënten

Het recht om vergeten te worden – dat is de kern van een nieuw plan in Duitsland. Het idee is simpel: als je een bepaalde periode (meestal vijf jaar) medisch gezien kankervrij bent, dan hoeft je oude diagnose niet meer overal te worden gemeld. Het doel? Voorkomen dat mensen die kanker hebben overwonnen, nog jarenlang worden benadeeld – bijvoorbeeld bij het afsluiten van een verzekering, het krijgen van een hypotheek of in hun werk.

De Duitse Sociaaldemocraten (SPD) hebben hier een wetsvoorstel over ingediend. Ze willen dat iedereen die medisch is genezen van kanker, op geen enkel terrein in het leven blijvend nadeel ondervindt. Dit speelt vooral bij verzekeringen, kredietverlening en arbeidsrecht. De plannen zijn opgepikt door internationale media en laten zien dat Duitsland hierin nog een inhaalslag moet maken.

Wie zit er achter dit voorstel?

Eén van de initiatiefnemers is Adis Ahmetović, woordvoerder buitenlands beleid voor de SPD-fractie. Hij kreeg op zijn dertigste de diagnose lymfoom en is inmiddels 33 jaar. Sinds oktober vorig jaar is hij tumorvrij. Medisch gezien zou hij in 2029 officieel kankervrij kunnen worden verklaard. Hij wordt gesteund door Manuela Schwesig, minister-president van Mecklenburg-Voorpommeren. Zij overleefde zelf borstkanker en vindt dat Duitsland binnen de EU nog steeds een buitenbeentje is. In veel andere Europese landen is het al geregeld dat ex-patiënten gewoon weer normaal kunnen plannen – een huis kopen, een gezin stichten – zonder dat hun medische verleden hen blijft achtervolgen. Volgens haar zijn vrijblijvende afspraken niet genoeg: er moet een echte wet komen.

Hoe zit het in Nederland?

In Nederland zijn de afgelopen jaren al stappen gezet om de positie van ex-kankerpatiënten te verbeteren. De Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK) wijst op een belangrijke mijlpaal: de zogeheten schonelei-regeling. Deze houdt in dat mensen die tien jaar kankervrij zijn, hun ziekteverleden niet meer hoeven te melden bij een aanvraag voor een overlijdensrisicoverzekering. Voor mensen die jonger waren dan 21 toen ze kanker kregen, geldt een kortere termijn van vijf jaar. Daarnaast is er een termijntabel, waardoor voor sommige vormen van kanker zelfs nog kortere termijnen kunnen gelden.

Het belang van zo’n regeling werd in 2020 al benadrukt door Kim en Dennis, die vertelden hoe cruciaal het is dat ex-patiënten niet worden benadeeld door hun verleden.

Bekijk origineel artikel

Bliksem treft twee Belgische jongeren in de Pyreneeën: 14-jarige krijgt hartstilstand

Wat een angstaanjagend moment moet dat zijn geweest. Twee Belgische jongeren zijn tijdens een wandeling in de Franse Pyreneeën getroffen door de bliksem. Het meest zorgwekkende nieuws: één van hen, een 14-jarige jongen, kreeg daarbij een hartstilstand.

Volgens de Franse lokale krant La Dépêche maakten de twee jongeren geen deel uit van dezelfde vriendengroep. Ze zaten wel bij een groep van zo’n vijftien wandelaars die bij elkaar waren toen ze plotseling werden overvallen door een onweersbui. Een commandant van de bergreddingsdienst vertelde aan de krant: “Ze werden verrast door hoe snel de buien zich verplaatsten, terwijl ze toch al dicht bij een berghut waren.” De groep bevond zich op zo’n 2700 meter hoogte, meldt de Belgische publieke omroep VRT NWS.

Het was de 14-jarige die het zwaarst werd getroffen. De bliksem kwam via zijn oor zijn lichaam binnen en ging er via een van zijn voeten weer uit, zo meldt La Dépêche. Hij werd direct gereanimeerd en kreeg een hartstilstand. Het andere slachtoffer, ook een jongere, raakte eveneens gewond. Beide jongeren zijn inmiddels opgenomen in het ziekenhuis. Volgens de VRT zijn ze inmiddels buiten levensgevaar.

Ongelooflijk heftig, en een mooie reminder hoe snel het weer in de bergen kan omslaan. Hopelijk knappen beide jongeren snel op.

Bekijk origineel artikel

Onderwerp van artikel

Tegenstanders van bedrijventerrein Wijkevoort blijven vechten, ook na de zitting bij de Raad van State.


Tegenstanders na zitting over Wijkevoort: ‘Strijd is nog lang niet voorbij’

Het was een gespannen dagje in Den Haag, waar tien partijen dinsdag hun laatste kans grepen om de komst van bedrijventerrein Wijkevoort in het Tilburgse buitengebied te blokkeren. Wat de uitspraak ook wordt, tegenstander Marjolein de Graaff en haar man Stan Maessen geven zich niet zomaar gewonnen. “Ze moeten nog natuurvergunningen aanvragen. Samen met de BMF kunnen we die aanvechten en de plannen nog jaren vertragen.”

Vijf jaar lang hebben ze gewacht op deze zitting bij de Raad van State om af te rekenen met de plannen van de gemeente Tilburg. Een bus vol met dertig tegenstanders uit het gebied en de wijk Reeshof trok naar Den Haag. De angst is dat Wijkevoort een groot logistiek terrein wordt: grote distributiecentra, een continue stroom vrachtwagens door het groen en natuur die eraan gaat. De gemeente ziet het juist als een groene, hoogwaardige plek voor kennisintensieve bedrijven in de maakeconomie en voor slimme, schone logistiek.

Moeilijke woorden

Marjolein de Graaff vertelt aan het begin van de zitting hoe lastig het is om juridisch je zin te krijgen. “Als burger kun je wel bezwaar indienen”, zegt ze. Maar dat valt nog niet mee. “Alleen al de terminologie is overweldigend.” Ze somt op: “Relativiteitsvereiste, passende beoordeling, additionaliteit, zienswijze, vergewisplicht. Voor ons was het abracadabra. Maar na al die jaren strijd voeren, leer je een hoop bij.”

Tijdens de rechtszaak volgt een urenlange ondervraging over achttien onderwerpen door twee rechters van de afdeling bestuursrechtspraak. “Wat bedoelt de gemeente in het bestemmingsplan met werklandschap Wijkevoort? Wat is het verschil tussen een uitgifteteam en een kwaliteitsteam? Waar staat hoe groot de behoefte aan logistiek is?” vraagt een van de rechters aan de advocaat van de gemeente.

Na afloop reageert Marjolein de Graaff vooral gelaten. “Ik weet eigenlijk niet hoe het gegaan is. Ik kan er geen peil op trekken. Vanochtend was de rechter heel kritisch, maar na de lunch was er minder vuurwerk. Misschien betekent dat dat ze niet zoveel vragen meer hebben, ik weet het niet.”

Femke Dingemans, directeur van de Brabantse Milieu Federatie (BMF), is blij dat de zaak na vierenhalf jaar wachten eindelijk behandeld is. “De rechters hebben goed naar ons geluisterd. Het viel me op dat de meeste vragen voor de gemeente waren. Die had duidelijk meer uit te leggen dan wij.”

Provincie op slot

Dingemans denkt dat het, ook als het bestemmingsplan wordt goedgekeurd, nog lang kan duren voordat de eerste schop de grond in kan. “Daarvoor moet ook nog een natuurvergunning bij de provincie worden aangevraagd. Maar de provincie zit op slot, dus dat gaat waarschijnlijk nog jaren duren.”

De gemeentewoordvoerder doet geen inhoudelijke uitspraken over de zitting. “Het leeft onder een groep betrokken inwoners, dat laat de zitting vandaag goed zien. Als gemeente blijven we hen, en alle andere betrokken inwoners, goed informeren over het proces. Voor nu rest ons niets anders dan te wachten op de uitspraak.” De uitspraak volgt meestal binnen zes weken, maar de rechter waarschuwde dat het deze keer langer kan duren.

Bekijk origineel artikel