Deze ‘toverstaf’ zou klachten oplossen — maar experts twijfelen sterk

Misschien heb je ze wel eens gezien op Instagram of TikTok: een therapeut met een dunne, metalen stok in de hand, die zacht heen en weer wiegt terwijl er vragen worden gesteld. Die stok wordt vaak luchtig ‘de toverstaf’ genoemd — en is eigenlijk een biotensor. Die wordt regelmatig gebruikt bij NEI-therapie, een alternatieve benadering die de laatste jaren steeds meer aandacht krijgt. In Brabant werkt bijvoorbeeld meer dan een kwart van alle NEI-therapeuten met deze methode. Maar wat gebeurt er nou eigenlijk tijdens zo’n sessie? En waarom kijken wetenschappers er zo sceptisch naar? Omroep Brabant ging op onderzoek uit.

Wat is NEI én wat doet die ‘toverstaf’ eigenlijk?

NEI staat voor Neuro Emotionele Integratie — een naam die klinkt alsof er echt iets neurologisch aan de hand is. Volgens de Vereniging van NEI-therapeuten (VVNT) helpt de methode om emotionele knopen, lichamelijke klachten en onverwerkte gebeurtenissen los te maken. Een veelgebruikte manier om dat te doen? De biotensor: een soort metalen staafje dat volgens therapeuten ‘ja’ of ‘nee’ kan antwoorden via subtiele bewegingen.

De VVNT houdt niet bij hoeveel leden daadwerkelijk met de biotensor werken — officieel begon NEI met spiertesten, maar in de praktijk kiezen veel therapeuten gewoon voor de stok. Uit onderzoek van Omroep Brabant blijkt dat NEI-therapeuten met biotensor in 54 van de 56 gemeenten in Brabant actief zijn. Acht van hen vertelden uitgebreid hoe het werkt: de beweging van de stok zou signalen uit het onderbewustzijn oproepen, waarna er samen over wordt gesproken. Zo zou je binnen een paar sessies sneller bij de kern van het probleem kunnen komen.

Een sessie kost tussen de 65 en 145 euro — afhankelijk van de therapeut en duur (één tot anderhalf uur). Klachten variëren enorm: van burn-out en trauma tot chronische pijn of slaapproblemen bij kinderen. Vaak zijn het mensen die al lang gezocht hebben in de reguliere zorg, maar geen verlichting vonden. Zoals Amanda Bax, NEI-therapeut uit Lage Zwaluwe en Breda: “Mensen komen meestal omdat ze ergens doorheen willen, maar vastzitten. Vaak hebben ze al GGZ of andere hulp geprobeerd — en nu kijken ze verder.”

Wetenschappelijk gezien: veel vragen, weinig bewijs

NEI-therapie en de biotensor zijn niet wetenschappelijk onderbouwd. Toch wilde Omroep Brabant weten wat experts ervan vinden. Daarom spraken ze met Kim de Jong en Bart Verkuil — beiden universitair hoofddocent Klinische Psychologie aan de Universiteit Leiden én werkende klinisch psychologen.

Ze benadrukken dat wetenschap niet per se ‘nee’ betekent tegen nieuwe methodes: “We staan open voor innovatie — maar we vragen wel om duidelijke bewijsvoering.” En die ontbreekt. Volgens hen is NEI een mengeling van verschillende technieken die nooit samen zijn getoetst. Ook de naam Neuro Emotionele Integratie roept bij hen een wenkbrauw op: “Zulke modellen bestaan niet in de wetenschappelijke literatuur. De naam geeft alleen een ‘wetenschappelijk sausje’ — alsof er echt iets neurologisch aan de hand is.”

En dan is er nog het feit dat NEI volgens therapeuten bijna alle klachten zou kunnen helpen — van angst tot buikpijn. “Dat is vrij ongebruikelijk”, zegt De Jong. “Als dat echt zou kloppen, zou het een enorme doorbraak zijn. Maar daar is tot nu toe geen enkel bewijs voor.”

“Ieder z’n eigen pad” — maar is dat altijd veilig?

De NEI-therapeuten die Omroep Brabant sprak, kennen de scepsis. Ze horen vaak: “Is dat niet gewoon pseudowetenschap?” Maar ze blijven overtuigd van hun werk — vooral omdat ze zien dat cliënten zich beter gaan voelen. “Er zijn altijd mensen die het raar vinden,” zegt Bax. “Maar als je het raar vindt, dan moet je niet komen. Iedereen heeft z’n eigen pad.”

Waarom werkt het dan soms toch?

Online staan vooral positieve reviews. Hoe zit dat, als er geen wetenschappelijk bewijs is? De Jong en Verkuil wijzen op een bekend verschijnsel: het placebo-effect. Een warme, luisterende therapeut, een overtuigend verhaal over hoe de ‘toverstaf’ werkt, en hoop op verbetering — dat kan al heel wat teweegbrengen.

Maar het is niet zomaar ‘baat het niet, dan schaadt het niet’. “Mensen hebben vaak al veel geprobeerd zonder resultaat, of zitten op lange wachtlijsten,” leggen de experts uit. “Als ze nu hoge verwachtingen koesteren van NEI — en die niet uitkomen — kan dat juist leiden tot meer teleurstelling en desillusie.”

Heb jij ervaring met NEI-therapie of de biotensor? Laat het weten via [email protected]

Bekijk origineel artikel

Hij werd bestraft voor twee moorden, maar eigenlijk doodde hij drie broers

65 jaar geleden schopte Marie van der Schans het kleine Sprang-Capelle op de kaart — en niet op een leuke manier. Op een zaterdag in september 1961 (precies op 2 september) viel het mensen op dat er geen melkbussen stonden bij de boerderij van broers Antoon (74) en Hendrik (72) van Zelst aan Oosteind 28. De luiken waren dicht — en dat was helemaal niet hun stijl. Bezorgde buren gingen met politie en dokter kijken… en vonden een gruwelijke scène: de broers lagen dood, met zware verwondingen aan het hoofd. Antoon was bovendien gewurgd.

De eerste verdachte? Hun eigen broer Dirk, die met zijn gezin naast hen woonde. Op maandag 4 september werd hij naar het politiebureau gehaald. Zijn dochter Dir kreeg een telefoontje om brood te brengen — en haar vader kwam pas ’s avonds om halfzes terug. Een gebroken man. “Ze zeggen dat ik het heb gedaan”, bleef hij herhalen. Zijn zoon Piet weet nog goed: “De dader heeft geen twee mensen vermoord, maar drie.”

Maar het was niet Dirk. Het was Marie van der Schans. Hij had 550 gulden van de broers geleend — en toen ze hun geld wilden terug, sloeg zijn zelfbeheersing op. Na de moorden probeerde hij ook nog eens hun boerderij in brand te steken… maar dat mislukte. Twee lucifers werden gevonden — en een politiehond rook Marie’s geur eraan.

In eerste instantie kreeg hij twintig jaar cel. Later bleek hij een hersenafwijking te hebben, waardoor zijn straf werd teruggebracht tot acht jaar. Maar hij bleef de rest van zijn leven onder toezicht.

En ja — hij liet zich ook in de gevangenis niet onopgemerkt. Op 13 december 1963 klom hij tot aan de nok van de koepelgevangenis in Breda. Toen de adjunct-directeur hem probeerde te kalmeren, greep Marie hem beet en probeerde hem over de balustrade te trekken. Gelukkig mislukte dat op het nippertje. Daarna belandde hij in de Rijkspsychiatrische Inrichting in Eindhoven — waar hij op 16 januari 1964 samen met een medegevangene een deur openbrak en vluchtte. Twintig minuten later was hij al weer gepakt, in Best.

Marie zat zijn straf uit, kwam vrij, en leidde daarna een zwervend leven. Op 11 maart 1996 overleed hij — en werd begraven in Sprang-Capelle. Tot op de dag van vandaag wordt zijn graf regelmatig vernield. Want 65 jaar na die gruwelijke moordpartij is het dorp hem nog steeds niet vergeten… en zeker niet vergeven.

Bekijk origineel artikel

Pers kan nauwelijks lachen om Trump op het White House Correspondents’ Dinner

Donald Trump was weer eens de grote aandachtstrekker op het White House Correspondents’ Dinner – maar dit keer klonk het gelach van het publiek eerder verveeld dan vrolijk.

Hij had eigenlijk een veel scherpere speech in gedachten, gaf hij zelf toe. Maar omdat het gala drie maanden geleden werd verstoord door een mislukte aanslag, wilde hij dit jaar ‘milder’ zijn. “Fijn om hier te zijn. Ik zie veel mensen die ik leuk vind – en sommigen totaal niet – maar ik respecteer jullie allemaal”, begon hij. En ja, hij benadrukte ook dat politiek geweld nooit de oplossing is: “Een meningsverschil beslecht je niet met kogels, maar met debat.”

Maar die vredesstemming duurde niet lang. Al snel kwam het weer op gang: nepnieuws, scherpe klappen voor verslaggevers, en beledigende opmerkingen over Democratische politici. Het publiek keek wat ongemakkelijk toe – alsof iedereen wist wat er ging komen, en liever ergens anders was.

De beveiliging was overduidelijk opgevoerd: één ingang, honden, metaaldetectors, Secret Service-agenten met machinegeweren, én een persoonlijke QR-code én identiteitsbewijs nodig om binnen te komen. Geen wonder: Trump had het evenement jarenlang boycot, precies omdat het traditioneel een avond is waarop de president de pers op de hak neemt – en de pers hem terug. Dit jaar was er geen stand-upcomedian, dus Trump mocht volop uitdelen. Toch kreeg hij ook wat terug: via een AI-gegenereerde videoboodschap deed een van de Founding Fathers een subtiele oproep om de persvrijheid te beschermen – en een paar andere plaagstootjes wezen er stilletjes op dat het Witte Huis wel eens wat minder agressief tegen journalisten moest zijn.

Aan het begin leek hij daar zelfs mee in te stemmen: complimenten aan journalisten, nadruk op het belang van het evenement na de gewelddadige onderbreking van de vorige keer… Maar toen kwam het weer: aanvallen op beroemdheden, Democraten, en vooral op journalisten die volgens hem ‘fake news’ verspreiden.

Hij analyseerde bijna hardop zijn eigen, stoeiende relatie met de media: “Vroeger lieten mijn woordvoerders interviewverzoeken gewoon links liggen. Dus heb ik mijn directe telefoonnummer maar uitgedeeld. Ik word om de 3,7 minuten gebeld. Meestal druk ik ze weg – maar soms neem ik op.” Zijn redenering? “Als je niet met de pers praat, krijg je altijd een slecht verhaal. Als je ze wel spreekt, heb je ten minste een kans dat het een goed verhaal wordt.” Dat leverde hem applaus op – maar hij bleef erbij dat hij toch constant verkeerd werd begrepen: “Je moet niet sarcastisch doen. Ik ben sarcastisch. En dan heb je slechte mensen die het letterlijk opschrijven.”

Die ongemakkelijke dynamiek kwam goed uit in beeld tijdens de prijsuitreiking voor de beste nieuwsverhalen van het afgelopen jaar. Toen het bericht over zijn relatie met Jeffrey Epstein werd genoemd als winnaar, reageerde Trump met een schouderophalen: “Mag ik daar voortaan over meedenken?” Volgens hem bewees dat alleen maar dat hij de media goede kijkcijfers en abonnementen oplevert: “Als ik er niet meer ben, gaan jullie failliet. Over wie moet je dan berichten? Niemand geeft een reet om iemand anders. The New York Times had gisteren vijf verhalen over mij.”

En dan nog die oude klappen: nep-CNN, de ‘falende’ New York Times, Kaitlan Collins (die ‘te weinig lacht’), Don Lemon (‘de domste man op tv’), Biden’s vergeetachtigheid, Springsteen’s kritiek – die hij parodieerde met een herbenoeming van Born in the USA naar Bored in the USA. Geen van die grappen trok veel lachreacties. Zelfs zijn ‘grootste hit’ – een mop over de leeftijd van senatoren – sloeg mis. Toen de punchline niet landde, legde hij hem uit… en toen hij het uiteindelijk opgaf met een zucht (“terwijl ik het het enige echt grappige vond in deze hele domme toespraak”), daar lachte de zaal dan eindelijk wel om.

Stroeve relatie of niet: Trump kondigde aan dat hij volgend jaar terugkomt – “tenzij jullie nog gemener worden”. En misschien nog vaker: het petje dat hij droeg, met ‘Trump 2028’, leek wel een sarcastische knipoog naar een derde termijn – ongrondwettig of niet.

Hij sloot af met: “Allemaal bedankt voor een interessante avond. Ik wist niet wat ik kon verwachten – maar het was veel erger dan ik vooraf had gedacht.”

Bekijk origineel artikel

Veel jonge lhbti+’ers durven niet zijn wie ze zijn — thuis, op school of zelfs op straat

Vandaag begint de WorldPride in Amsterdam: een feest van zichtbaarheid, vrijheid en trots. Maar voor veel lhbti+-jongeren is ‘zichzelf kunnen zijn’ nog lang geen vanzelfsprekendheid — zeker niet als het om hun eigen thuissituatie, klaslokaal of straat gaat.

Een grote vragenlijst van NOS Stories, ingevuld door bijna 8000 lhbti+-jongeren tussen de 13 en 19 jaar, laat schrijnend zien hoeveel van hen zich onveilig voelen — vaak op meerdere plekken tegelijk.

Thuis: ‘Ik ben uitgemaakt voor een straf van God’

Ruim de helft van de jongeren die meededen, heeft het nog niet aan hun ouders verteld dat ze homo, lesbisch, bi, trans of op een andere manier lhbti+ zijn. Soms omdat ze het gewoon nog niet durven — uit angst dat hun ouders het niet zullen accepteren. Een kwart zegt zich niet veilig te voelen bij één of beide ouders.

Eén jongere vertelt anoniem: “Ik ben uitgemaakt voor een straf van God, een genetische mislukkeling en iets wat eigenlijk niet zou horen te bestaan.”
Een ander zegt: “Mijn ouders reageren al fel als er in een tv-programma een koppel langskomt met mensen van hetzelfde geslacht. Als ze al zo reageren op vreemden, hoe gaan ze dan reageren op hun eigen dochter?”

Het COC vindt de cijfers “heel verdrietig”. Ze benadrukken wel dat veel jongeren lang wachten met het vertellen — maar dat de angst voor een slechte reactie vaak onnodig is: “Veruit de meeste ouders accepteren uiteindelijk wél dat hun kind lhbti+ is.”

Op school: “Elke dag weer bang voor uitroepen”

Op school is het ook vaak geen veilige plek. Vier op de tien jongeren voelt zich daar niet veilig als lhbti+. Meer dan de helft zegt dat er regelmatig negatieve opmerkingen over lhbti+ worden gemaakt.

“Ik weet dat als ik naar school ga, de kans dat ik word uitgescholden, elke dag aanwezig is. Al sinds de eerste klas heb ik moeten vechten.”
Een andere jongere: “Je hebt bij mij op school lhbti+-mensen die er wat meer open in zijn. Als die in de gang lopen, worden ze uitgescholden en weleens geduwd. Ik denk dan: oké, mooi dat jullie dat over mij niet weten.”

Het COC noemt dit “heel triest” en herinnert eraan dat scholen wettelijk verplicht zijn om voor veiligheid te zorgen. Dat betekent: altijd optreden bij pesten of schelden, en docenten duidelijk laten zien dat ze lhbti+-jongeren steunen.

Op straat: “Je wordt aangevallen, achternagezeten, uitgescholden”

Zes op de tien jongeren voelt zich ook op straat niet veilig. Bijna de helft krijgt soms negatieve opmerkingen; drie op de tien zegt soms agressie te ervaren.

“Je wordt gewoon uitgescholden, je wordt aangevallen, je wordt achternagezeten. Bij mij thuis ben ik al bang om te zijn wie ik ben — en in de buitenwereld ook.”

Steun is er wel — en soms komt die van waar je het least verwacht

Het COC wijst op verschillende mogelijkheden voor steun: vertrouwelijk praten via hulplijnen zoals Switchboard of Genderpraatjes, of aansluiten bij een GSA (Gender and Sexuality Alliance) op school — een club voor lhbti+-jongeren én hun vrienden.

En dan is er nog iets wat veel jongeren benadrukken: gekozen familie.
“Als er iets is dat heel vaak terugkomt in de community, dan is het wel ‘chosen family’. Het gaat niet altijd je moeder zijn, het gaat niet altijd je zus zijn. Maar dan is het je beste vriendin van wie je weet dat ze dag en nacht voor je klaarstaat.”

💡 Let op: Deze vragenlijst is ingevuld door 8019 jongeren (13–19 jaar) via sociale media. Het is geen representatief onderzoek, maar geeft wel een krachtig beeld van wat veel lhbti+-jongeren nu meemaken.

Bekijk origineel artikel

Halsoverkop vertrekken om bosbrand? Dit zijn jouw rechten als vakantieganger

Bosbranden in Zuid-Europa – denk aan Frankrijk en Spanje – zorgen voor veel onrust onder vakantiegangers. Sommige mensen zitten met de handen in het haar: mogen ze gewoon doorreizen? Kunnen ze eerder thuiskomen zonder geld te verliezen? En wat is er eigenlijk verzekerd als er plotseling rook boven de camping hangt of een evacuatiebevel valt? RTL Z sprak met verzekeraars én de Consumentenbond om uit te leggen wat je wél en níét kunt verwachten.

Wat zegt het reisadvies van Buitenlandse Zaken?

Het ministerie van Buitenlandse Zaken geeft per land een kleurcode: groen, geel, oranje of rood. Dat bepaalt gedeeltelijk wat je wel of niet kunt claimen.
– Voor Frankrijk geldt op dit moment een geel reisadvies: je mag er heen, maar er zijn veiligheidsrisico’s vanwege de hitte én het bosbrandengevaar.
– Voor Spanje is het advies groen: geen officiële waarschuwing, dus je kunt rustig reizen.
Een oranje of rood advies daarentegen kan vaak wel leiden tot vergoeding – maar alleen als je daarvoor een annuleringsverzekering hebt én die voorwaarden daar ook expliciet voor voorziet.

Annuleren op eigen initiatief? Dan krijg je meestal niets

Als je gewoon ‘zo maar’ besluit om eerder terug te keren omdat je bang bent – bijvoorbeeld door nieuwsberichten of sociale media – dan is dat helaas niet verzekerd. “Angst is in principe niet iets dat verzekerd is”, legt Babs van der Staak van de Consumentenbond uit.
Wel kun je vaak iets terugkrijgen als je vertrekt omdat er een officieel evacuatiebevel is, een lokaal noodbevel geldt, of het verblijf door brand onbruikbaar is geworden – mits je de juiste verzekering hebt.

Wie helpt je écht als het misgaat?

Eerst contact opnemen met je reisorganisatie of accommodatie: zij kunnen vaak snel vervanging regelen, vooral bij pakketreizen. Pas daarna komt je reisverzekeraar in beeld – want een reisverzekering is meestal een secundaire verzekering.
Bel direct de alarmcentrale van je verzekeraar als er iets gebeurt: zij helpen bij het regelen van nieuwe overnachtingen, extra vervoer, medische hulp of zelfs repatriëring (terugreis als je niet meer zelf kunt vertrekken).

Wat is nou precies verzekerd?

Dat hangt sterk af van jouw polis – dus lees die goed! Maar in grote lijnen:
Medische kosten, extra reiskosten en repatriëring zitten vaak standaard in een goede reisverzekering.
Schade aan bagage (zoals tent of kampeerspullen) door rook, vuur of bluswater? Dat is meestal alleen gedekt met een aanvullende bagagedekking. Een caravan of vouwwagen heeft een aparte verzekering nodig.
Niet-bewoonbaar verblijf door brandschade? Soms vergoed via de annuleringsdekking – maar vaak alleen als er géén vergelijkbare plek in de buurt beschikbaar is.
Achtergebleven spullen na evacuatie? Sommige verzekeraars (zoals ANWB) geven daar soms een vergoeding voor – afhankelijk van de situatie. Andere (zoals Centraal Beheer/Interpolis) vergoeden soms zelfs de kosten om later terug te keren om je spullen op te halen.

En dan nog even: wat moet je doen om écht vergoed te worden?

  • Bewaar alle bonnetjes: van taxi’s, hotels, treinkaartjes of medicijnen.
  • Maak zo veel mogelijk foto’s van schade – aan bagage, accommodatie of omgeving.
  • Neem zo snel mogelijk contact op met je verzekeraar – en begin altijd bij de alarmcentrale.
  • Check of je reisorganisatie lid is van de Stichting Calamiteitenfonds Reizen (SCR): dan kun je in sommige gevallen nog extra steun krijgen.

Kort samengevat: een goede reisverzekering is geen luxe, maar een echte noodzaak – zeker nu bosbranden steeds vaker voorkomen. Maar vergeet niet: wat je uiteindelijk krijgt, hangt af van jouw polis, de situatie op dat moment, en of je alle stappen goed volgt. Lees dus altijd de voorwaarden én ga niet op gevoel – maar op feiten.

Bekijk origineel artikel

Enorme natuurbrand dreigt Madrid te bereiken – rook hangt zelfs in het centrum

Inmiddels zijn al 67.000 mensen uit dorpen ten westen van Madrid geëvacueerd. En dat is misschien nog maar het begin: Isabel Ayuso, de president van de metropoolregio Madrid, zegt vrij open dat er vandaag mogelijk nog meer ontruimingen op stapel staan. “Mensenlevens staan bovenaan”, benadrukt ze tijdens een persconferentie – en ze meent het echt. Bewijs daarvan? Zelfs het NASA-station ten westen van Madrid is leeggehaald. Ja, dat station: het Madrid Deep Space Communications Complex, waar wetenschappers het heelal afspeuren op sporen van buitenaards leven. Nu staat ook dat gebied onder druk – en de mensen die daar werken, zijn tijdelijk weg, omdat het simpelweg te gevaarlijk is om te blijven. De apparatuur kan wachten; mensen niet.

Ayuso geeft toe dat niemand op dit moment precies weet hoe groot de brand eigenlijk is. “Het lijkt erop dat het gebied dat in brand staat bijna is verdubbeld, tot bijna 12.000 hectare – maar de exacte omtrek is nog niet vastgesteld”, legt ze uit. En ze waarschuwt: vandaag wordt ‘een extreem moeilijke dag’. Sommige delen van de brand liggen zo onbereikbaar dat blussen gewoon niet lukt. Al meer dan duizend brandbestrijders zijn inzet, en vandaag komt versterking uit Italië en Griekenland.

Voor de 7 miljoen inwoners van de regio geldt één duidelijk advies: blijf zoveel mogelijk binnen. De lucht buiten is niet alleen rokerig – die rook is ook vermengd met Saharazand dat over Spanje is afgewaaid. Samen vormen ze een giftige cocktail die allesbehalve gezond is om in te ademen.

En wat maakt deze brand zo bijzonder? Dit jaar zijn er in Spanje al ongewoon veel bosbranden – en dat is nog maar vroeg in het seizoen. Tot nu toe is al 145.000 hectare bos en natuur in vlammen opgegaan. Voor vergelijking: een jaar geleden was de stand op deze datum ‘maar’ 45.000 hectare. En 2025 bleek uiteindelijk het ergste bosbrandenjaar sinds het begin van de officiële statistieken – met de meeste schade in augustus. Maar dat de vlammen nu zo dicht bij Madrid komen, is écht uniek. Er waren wel eerder grote branden in de omgeving – zoals in 2019 bij Cadalso de los Vidrios (ongeveer 40 kilometer van de stad), die 2.500 hectare verwoestte. Of vorig jaar bij Tres Cantos, waarbij één mens het leven liet – ook een stuk kleiner dan wat Madrid nu tegemoet ziet.

Als eerste op de hoogte van het laatste nieuws

Bekijk origineel artikel