Olieprijs schiet boven de 100 dollar per vat — voor het eerst sinds mei
Eind vanmiddag zit de prijs van een vat Brent-olie op zo’n 100,7 dollar, wat neerkomt op een flinke stijging van rond de 6 procent in één dag. Dat is de eerste keer sinds mei dat de olieprijs weer boven de psychologische drempel van 100 dollar duikt.
De spanningen tussen Iran en de VS blijven al dagen op hol slaan — en dat drukt zwaar op de oliehandel. Maar nu komt er nog een extra laag bij: de Houthi-beweging in Jemen, die nauw verbonden is met Iran, heeft zich openlijk in het conflict mengd. Vandaag meldden ze zelf dat ze twee Saoedische olietankers in de Rode Zee hebben getroffen. Die schepen voeren precies door de Rode Zee — terwijl de Houthi’s eerder deze week al hadden aangekondigd dat schepen uit Saudi-Arabië niet meer mogen passeren.
Dat betekent in de praktijk een de facto blokkade van de Bab el-Mandeb, de smalle zeestraat die toegang geeft tot de Rode Zee. En dat is geen kleinigheid: deze straat is een cruciale route voor de olie-export uit Saudi-Arabië. Het wordt nog gevoeliger doordat de Straat van Hormuz — normaal gesproken ook een belangrijke oliepoort — al langere tijd onder grote druk staat.
De olieprijs was even wat gedaald nadat Iran en de VS tijdelijk een staakt-het-vuren hadden afgesproken, maar sinds begin juli begon het weer te klimmen nu het conflict opnieuw escalerde. Ook de gasprijs is meegegaan: die ligt nu weer boven de 60 euro per megawattuur.
Als eerste op de hoogte van het laatste nieuws
Minder nieuwe benzine- en dieselauto’s verkocht in de eerste helft van dit jaar
De verkoop van traditionele benzine- en dieselauto’s in Europa is in het eerste halfjaar van dit jaar flink teruggelopen. Terwijl die auto’s vorig jaar nog bijna 38 procent van alle nieuwe personenautoverkopen uitmaakten, was dat dit jaar slechts 29,7 procent. Dat blijkt uit cijfers van de Europese autobrancheorganisatie ACEA.
De eerste zes maanden waren gekenmerkt door geopolitieke spanningen — denk aan het conflict in het Midden-Oosten — wat leidde tot veel onzekerheid én stijgende brandstofprijzen. In totaal werden er ruim 1,3 miljoen benzineauto’s en bijna 440.000 dieselvoertuigen verkocht.
Tegelijkertijd kreeg de vraag naar elektrische auto’s wel een flinke boost. In de EU werden in diezelfde periode 5,9 miljoen nieuwe personenauto’s verkocht: een stijging van 5,7 procent vergeleken met het eerste halfjaar van vorig jaar. Vooral in juni viel de groei opvallend hoog uit. Volgens Marieke Kuijpers, expert op het gebied van de auto-industrie bij de Rabobank, speelt de levertijd hierbij een rol: “Als je tien weken telt vanaf het begin van het Midden-Oostenconflict, dan kom je precies in die maand uit.”
Hybrides in de lift
Vooral hybrideauto’s (met zowel een brandstofmotor als een elektrische motor, maar zonder stekker) deden het goed: bijna 2,2 miljoen stuks in de eerste halfjaar. In Italië en Spanje ging de verkoop daarvan hard omhoog — volgens ING-econoom Rico Luman omdat die landen eerder achterliepen op elektrificatie, en nu juist dankzij stimulerende maatregelen een inhaalslag maken.
In Nederland daarentegen steeg vooral de verkoop van plug-inhybrides: auto’s met een stekker, die langere afstanden volledig elektrisch kunnen afleggen. Daarvan zijn er in het eerste halfjaar bijna 42.000 verkocht. Kuijpers legt uit: “Er zijn steeds meer hybrideauto’s beschikbaar, omdat meer merken ze aanbieden — en ook al is er in Nederland geen financiële stimulans meer, kiezen consumenten er toch voor.” En Luman voegt eraan toe: “Door de hoge brandstofprijzen is een elektrisch aangedreven voertuig gewoon aantrekkelijker geworden.”
Volledig elektrisch: steeds populairder
Tot en met juni zijn er in de EU 1,2 miljoen volledig elektrische auto’s verkocht — goed voor 20,7 procent van de markt. Een jaar geleden was dat nog 15,6 procent.
Muurschildering brengt Tilburgs textielverleden tot leven: ‘Wat prachtig!’
Het begon met wat losse schetsen, het verzamelen van oude foto’s en herinneringen — en daarna nog bijna drie weken lang spuiten, klauteren en fijnwerken. Maar nu is het er: een levendige, kleurrijke muurschildering van maar liefst 120 vierkante meter, die nu trots op de gevel prijkt in Tilburg. Donderdag staat kunstenaar Paul Watty er stralend bij te kijken. “Tijdens het schilderen reden er regelmatig auto’s langs die toeterden — echt een geweldig gevoel”, lacht hij.
En ja, mensen blijven stilstaan. Al vroeg op donderdagochtend staan er voorbijgangers te kijken, wijzen naar details, stellen vragen. En dat is precies wat Watty wilde: nieuwsgierigheid wekken. “Je wilt dat mensen even pauzeren, zich afvragen: wat is dit? waar komt het vandaan? waarom staat dit hier? Dat is het mooiste compliment dat je kunt krijgen.”
Op de muur zie je een krachtige lijfspreuk, figuren die kledingstukken sorteren — net zoals vroeger — en een jongetje dat een hergebruikt shirt draagt. “Wat prachtig!” zegt een wandelaarster spontaan. Een man naast haar knikt instemmend: “Toch geweldig dat je zoiets zo op de muur krijgt.”
De schildering is gemaakt in opdracht van de gemeente Tilburg, in nauw overleg met Greg Kalfus — de huidige eigenaar van het gebouw. En Greg weet precies wat er ooit in deze hallen gebeurde: zijn opa richtte hier een textielbedrijf op. “Hier werden oude kledingstukken ingezameld en gesorteerd”, legt hij uit. “Uit die kleding maakten we balen van vijftig tot vijfhonderd kilo — en die gingen de wereld in, om daar opnieuw gebruikt te worden. Eigenlijk al heel duurzaam werk, lang voordat ‘circulair’ een modewoord werd.”
Voor Greg is de muurschildering extra bijzonder: het is een eerbetoon aan zijn familiegeschiedenis. Vooral de spreuk op de muur raakt hem diep. “Al wat nieuw is, werd uit oud geboren. Die woorden bedacht mijn grootvader — en hij gebruikte ze vaak. Het is meer dan een slogan: het is een levensfilosofie.”
Ook Paul Watty is blij met het eindresultaat — en met alle spontane reacties. “Er waren dagen dat ik van twee uur ’s middags tot tien uur ’s avonds op de muur zat… maar dat ik maar twee uur echt werkte, omdat er steeds weer mensen langskwamen om te praten. En dat hoort er gewoon bij — het is ook onderdeel van het proces.” Om het hele traject vast te leggen, hing hij een GoPro op. Tot zijn spijt werd het cameraatje een paar dagen geleden gestolen. “Plotseling had ik niets meer van het maken van het kunstwerk.”
Maar gelukkig kwam hulp uit de buurt: Daan Wolswijk, een lokale bewoner, had het hele project vanaf het begin gevolgd. “Ik woon hier vlakbij en liep iedere dag even langs — van de eerste schetsjes tot het eindresultaat. En elke keer nam ik foto’s.” Die verzamelde beelden gaf hij aan Paul op een USB-stick. “Zo heeft hij toch een mooi overzicht van hoe het is gegroeid. Ik vind het geweldig dat zoiets moois écht bij ons in de buurt is gemaakt.”
Google trekt zichzelf voor in de zoekmachine – en krijgt daarom bijna 900 miljoen euro boete van de EU
Google mag niet meer zijn eigen diensten op een hogere plek zetten dan die van concurrenten – tenminste, niet volgens de Europese Commissie. En omdat het techgigant dat toch blijft doen (en ook nog eens app-ontwikkelaars dwingt via zijn eigen systeem te laten betalen), legt de EU twee zware boetes op: 460 miljoen euro voor het voortrekken van eigen zoekresultaten én 430 miljoen euro voor het beperken van betalingsopties in apps. Samen komt dat uit op bijna 900 miljoen euro.
Waarom? Omdat Google zijn eigen zoekmachine gebruikt om zichzelf in het voordeel te stellen
Stel je voor: je zoekt naar een hotel, nieuwe schoenen of een vlucht via Google. Wat je dan vaak als eerste ziet, zijn aanbevelingen die Google zelf heeft samengesteld – denk aan Google Hotels, Google Shopping of Google Flights. Dat is op zich prima. Maar volgens de Europese Commissie laat Google daarmee de resultaten van andere aanbieders (zoals Booking.com, Bol.com of Skyscanner) bewust achter zich – letterlijk onder zijn eigen opties. Het gevolg? Gebruikers zien minder keuzes, en concurrenten krijgen minder zichtbaarheid. En dat is volgens de wet digitale markten (DMA) een duidelijke schending van eerlijke concurrentie.
En dan nog die tweede boete: Google dwingt ontwikkelaars om via zijn systeem te laten betalen
In veel apps kun je extra dingen kopen – zoals een speciaal level in een game of een abonnement voor taalles. Maar Google verbiedt ontwikkelaars momenteel om hun gebruikers te wijzen op goedkopere betaalmogelijkheden buiten de Google Play Store om. Gevolg? Veel mensen denken dat ze alleen via Google kunnen betalen – terwijl er misschien wel slimme, goedkopere alternatieven bestaan. De Commissie ziet dit als misbruik van Googles dominante positie in de Android-wereld.
Google zegt: “Dit maakt alles alleen maar slechter”
Kent Walker, senior vice president van Google, vindt de boetes onterecht. Hij zegt dat ze leiden tot een minder goede zoekervaring – onder andere door het verdwijnen van actuele prijzen en beschikbaarheid in de zoekresultaten. Ook noemt hij de sancties “slecht voor Europese bedrijven en consumenten”, en spreekt hij van “een kleine groep klagers die het eigenbelang nastreeft”.
Maar de regels blijven gelden – en Google moet zich aanpassen
De Europese Commissie werkt wel samen met Google om de nodige wijzigingen door te voeren – denk aan transparantere rangschikking in zoekresultaten en meer vrijheid voor app-ontwikkelaars bij betalingen. Maar: de boetes blijven staan, ook al is Google al bezig met aanpassingen. En als het bedrijf te lang wacht of onvoldoende meewerkt, kan er nog meer volgen.
Verdachte aangehouden voor benadering van meiden voor sadistisch online netwerk
Een verdachte is gearresteerd omdat hij meisjes zou hebben benaderd om deel te nemen aan een extreem gewelddadig en grensoverschrijdend online netwerk — ook wel een com-netwerk genoemd. Het Openbaar Ministerie wil verder geen persoonlijke gegevens over hem vrijgeven, maar wel zeggen dat hij ooit, toen hij nog minderjarig was, meisjes vroeg om zijn online gebruikersnaam met bloed op een muur te schrijven. Volgens het OM zijn dit ‘bekende fenomenen’ binnen dergelijke com-groepen.
Wat is een com-netwerk eigenlijk?
Een com-netwerk (afkorting van community-network) is een wereldwijd verspreid online circuit waarin extreem geweld tegen slachtoffers wordt aangemoedigd, gedeeld en zelfs genormaliseerd. De daders zijn vaak jong — soms nog op school — en richten zich regelmatig op eveneens jonge slachtoffers. Ze gebruiken platforms die veel bij jongeren in de smaak vallen, zoals Roblox en Discord. Of de verdachte in dit geval daadwerkelijk via zo’n plek actief was, is niet bekend.
Groep 764: een naam die in Nederland bekend is
De groep waaraan de verdachte wilde meedoen — 764 — is in Nederland al langer in beeld. Deze groep staat bekend om beelden van gewelddadig extremisme, vaak met kinderen en jongvolwassenen als daders én slachtoffers. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) waarschuwt expliciet voor dit soort com-groepen. Het denkbeeld achter deze netwerken is vaak niet gebaseerd op een ideologisch of politiek doel — het draait vooral om macht, controle en het veroorzaken van pijn. En toch kan de impact enorm zijn, benadrukt de NCTV.
Hoe groot is het probleem in Nederland?
Uit onderzoek van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS) blijkt dat minstens 70 Nederlanders betrokken zijn bij com-netwerken. En ja — ook Nederlandse minderjarigen worden slachtoffer. Zo werd begin deze maand een Roemeense jongen veroordeeld voor verkrachting, mishandeling en chantage op afstand van een Nederlands meisje. En vandaag besloot de raadkamer van de rechtbank Rotterdam dat een 20-jarige man, verdacht van verkrachting en mishandeling binnen een com-netwerk, nog drie maanden langer vast blijft zitten. Hij leerde zijn slachtoffer volgens de aanklacht op Roblox kennen. Er wordt nu onderzocht of hij nog meer slachtoffers heeft.
Op dit moment lopen er meerdere strafzaken tegen Nederlandse verdachten die actief betrokken zijn bij com-groepen. De NCTV blijft waarschuwen: dit is geen ‘online bluf’, maar een ernstige vorm van digitale radicalisering met reële, pijnlijke gevolgen.
Efteling al jaren doelwit van Foodwatch: ‘Zeggen het een en doen het ander’
De Efteling blijft maar weer in het vizier van Foodwatch — de bekende ‘voedselwaakhond’ die zich inzet voor gezonder en eerlijker eten en drinken. Na eerdere acties tegen kindermarketing in het park én de Coca-Cola-suite in het Efteling Hotel, is er nu een nieuw punt van kritiek: het onbeperkt frisdrankarrangement.
Opvallend? Absoluut. Want ook andere pretparken bieden onbeperkt drank (of zelfs eten) aan — denk aan Slagharen of speelpark Duinoord, waar onbeperkt eten en drinken bij de entree hoort. Toch valt juist de Efteling onder vuur. Waarom? Volgens Foodwatch komt het door een belofte die het park zelf heeft gedaan: de Ambitie Gezond Uit. Een paar jaar geleden tekende de Efteling die ambitie, waarin staat dat er meer aandacht moet komen voor gezonde voeding — zeker als het om kinderen gaat. En daar zit volgens Foodwatch de knoop: zeggen dat je gezondheid belangrijk vindt, maar doen dat je bezoekers (ook kinderen) onbeperkt zoete fris kunnen drinken? Dat past niet bij elkaar.
Campagnevoerder Liz Kunst van Foodwatch legt het simpel:
“Iedereen mag natuurlijk zelf kiezen wat hij of zij drinkt. Maar als je kinderen letterlijk uitnodigt om zoet te drinken — zonder limiet — dan stimuleer je dat gedrag. Er zijn wel watertappunten, maar waarom stimuleren ze die niet net zo nadrukkelijk?”
De Efteling reageert verbaasd op de kritiek. Het park benadrukt dat bezoekers ook suikervrije fris en water kunnen kiezen — dus er is keuze. Maar Foodwatch vindt het aanbieden van het arrangement op zich al een probleem.
En de campagne is pas net begonnen. Foodwatch heeft een petitie gestart en stuurt dagelijks een nieuwe bundel handtekeningen naar de Efteling met één vraag: stop met het onbeperkt frisdrankarrangement.
De Efteling vindt het jammer dat Foodwatch direct naar de media ging, in plaats van eerst in gesprek te treden. Maar Kunst zegt dat er al eerder geprobeerd is — met een vriendelijk telefoontje.
“Wij hebben niet het gevoel dat dat werkt. We moesten jarenlang actie voeren om die Coca-Cola-suite weg te krijgen. En telkens lijkt het alsof ze daarna iets kiezen wat nog verder van hun eigen gezondheidsbeloften afstaat. Daarom kiezen we nu voor een andere aanpak.”
Waarom juist de Efteling? “Omdat zij de grootste zijn”, zegt Kunst. En over de andere parken?
“Voor nu richten we ons volledig op de Efteling. Maar wie weet wat de toekomst brengt…”
