Kabinet wil winstdeling in de zorg aan banden: “Soort georganiseerde misdaad”

Het kabinet heeft aangekondigd dat het strakker gaat toezien op hoeveel winst privé-investeerders uit zorgbedrijven kunnen halen. Denk daarbij aan ketens van huisartspraktijken, kraamzorg, mondzorg, praktijken voor psychische hulp of fysiotherapie — dus niet alleen kleine, lokale initiatieven, maar vaak grootschalige commerciële spelers. Minister Sterk van Zorg legde na afloop van de ministerraad uit dat er een ‘soort georganiseerde misdaad’ opkomt in het zorgstelsel. Niet in de zin van geweld of drugs, maar wel in de vorm van systematisch winstmaximalisatie ten koste van patiëntenzorg.

Waarom nu deze maatregelen?

De Kamer had eerder al gevraagd om een volledig verbod op particuliere investeringen in zorg. De reden? Te veel patiënten worden onbedoeld het slachtoffer van financieel wanbeheer — bijvoorbeeld als bedrijven te veel geld uittrekken en daardoor tekortkomen in personeel, tijd of kwaliteit. Maar het kabinet wil geen blanketverbod. In plaats daarvan kiest het voor strengere regels: er komt een duidelijk maximum op winstuitkeringen, en zorgaanbieders moeten hun financiën openleggen. Wie dat weigert, mag zijn winst niet meer uitdelen — en in extreme gevallen kan zelfs de vergunning worden ingetrokken.

En ja: zelfs als een bedrijf failliet gaat of wordt opgeheven, blijven de bestuurders verantwoordelijk. Geen ontwijkmanoeuvres meer — de regels gelden voor alle zorgaanbieders, ongeacht hun rechtsvorm of structuur.

Marktwerking: ja, maar met remmen

Sterk benadrukt dat marktwerking op zich niet slecht is. Integendeel: slimme, commerciële speler kunnen juist helpen om de zorg duurzaam en toekomstbestendig te houden. Maar dan wel binnen duidelijke grenzen. “We willen geen zorg die vooral op winst is gericht”, zegt ze. “We willen zorg die écht werkt voor patiënten.”

Of de Tweede Kamer achter dit plan staat, is nog onduidelijk. Het kabinet hoopt op snelle goedkeuring, zodat de nieuwe regels in de loop van 2027 van kracht worden.

Bekijk origineel artikel

Getuigen van de coronaanquête worden bedreigd — en dat is volstrekt onaanvaardbaar

De afgelopen weken zijn er flink wat bekende gezichten uit de coronatijd opgeroepen als getuige bij de parlementaire enquête naar de crisis. Denk aan Jaap van Dissel, maar ook aan voormalig premier Mark Rutte. En hoewel getuigen verplicht zijn om te verschijnen, blijkt dat sommigen zich nu niet alleen onder druk voelen — ze worden letterlijk bedreigd.

Commissievoorzitter Daan de Kort noemt het ronduit ondraaglijk: “Intimidatie, agressie of fysieke dreiging richting getuigen gaat niet alleen tegen elke fatsoensnorm in onze democratie in, maar schaadt ook het werk van de hele enquêtecommissie.” Tijdens meerdere verhoren kwamen al eerder bedreigingen ter sprake — Van Dissel vertelde pas deze week nog over de zware emotionele last die dat met zich meebracht. Ook oud-justitieminister Ferd Grapperhaus was duidelijk van slag tijdens zijn verhoor.

In een officiële verklaring staat: “Dergelijke bedreigingen waren destijds helaas een tragische realiteit. Met grote afschuw constateert de commissie dat er nu weer getuigen zijn die worden bedreigd — soms al voor hun verhoor, en soms zelfs daarna.”

De commissie besloot hier nu publiekelijk mee naar buiten te treden, niet om sensatie te zoeken, maar om een duidelijk signaal af te geven: dit gedrag wordt niet getolereerd. De parlementaire enquête is het zwaarste onderzoeksinstrument dat de Tweede Kamer heeft. Getuigen moeten komen, leggen hun verklaring onder ede af, en helpen de commissie begrijpen hoe besluiten tijdens de coronacrisis tot stand kwamen, welke waarschuwingssignalen werden over het hoofd gezien, en wat Nederland kan leren voor de volgende pandemie.

Bekijk origineel artikel

Nederland blijft voorlopig apenproeven doen: ‘We kunnen nog niet zonder’

“Het liefst had ik willen zeggen dat het niet meer nodig is”, zegt minister van Volksgezondheid Ernstige Ziekten (VWS) Conny Letschert tegen RTL Nieuws. Maar volgens haar is het nu gewoon te riskant om ermee te stoppen. “We praten hier over de gezondheid van mensen – en vooral over levensbedreigende ziekten. Op dit moment kan dat helaas nog niet zonder.”

Het Centrum voor Experimentele en Klinische Geneeskunde (CEKG) in Rijswijk mag de komende jaren dus doorgaan met maximaal 120 tot 150 apenproeven per jaar. Daarvoor worden jaarlijks ongeveer 70 tot 80 apen ingezet uit een kolonie van bijna 1000 dieren. Omdat één aap aan meerdere proeven kan meedoen, is het aantal proeven hoger dan het aantal dieren. Uiteindelijk worden vrijwel alle apen die aan onderzoek meedoen na afloop geëuthanaseerd.

Niet alle apen op het terrein zitten echter in een actieve proef. Een groot deel wordt gehouden om de kolonie gezond en stabiel te houden – denk aan kweken, socialisatie en voorbereiding op toekomstige studies.

Als een aap wordt geselecteerd voor onderzoek, verhuist hij of zij naar een apart gebouw op het terrein. Volgens directeur Merel Langelaar van het centrum variëren de proeven sterk: soms gaat het alleen om bloedafname, soms om een PET-scan of een vaccintest. Bij onderzoek naar ernstige infectieziekten kan het zelfs betekenen dat apen bewust ziek worden gemaakt.

Langelaar noemt het besluit van het kabinet om door te gaan met apenonderzoek ‘goed nieuws voor patiënten – en voor patiënten in de toekomst’. Volgens haar is onderzoek met apen soms de laatste stap voordat een nieuw medicijn of vaccin op mensen wordt getest.

Terugval in het beleid?

Vorig jaar stemde een meerderheid in de Tweede Kamer nog in met een voorstel van de Partij voor de Dieren om de subsidie aan het apencentrum geleidelijk volledig om te buigen naar proefdiervrije alternatieven. Maar dit voorjaar werd dat besluit teruggedraaid via een VVD-voorstel. Dat betekent dat overheidsgeld ook de komende jaren naar apenonderzoek kan blijven stromen.

Partij voor de Dieren-Kamerlid Ines Kostić is daar woedend over:
“Er was veel verzet tegen ons voorstel, terwijl het redelijk was om ervoor te zorgen dat er binnen vijf jaar geen belastinggeld meer naar die vreselijke apenproeven gaat”, zegt ze tegen RTL Nieuws.

Toch moet het centrum wel meer doen aan alternatieven. Nu gaat 17 procent van de jaarlijkse subsidie naar proefdiervrij onderzoek – dat moet oplopen naar 30 procent in 2030.

Waarom blijft Nederland toch doorgaan?

Volgens het kabinet blijft afbouwen het doel – maar alleen als dat verantwoord kan. Opvallend is dat het kabinet het apencentrum niet alleen verdedigt vanwege medisch onderzoek, maar ook vanwege geopolitieke overwegingen.

Minister Letschert benadrukt dat een eigen Europese onderzoeksfaciliteit belangrijk is om minder afhankelijk te zijn van landen buiten Europa. Als Nederland zou stoppen met apenonderzoek, zou ons land volgens haar afhankelijker worden van andere landen – bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van geneesmiddelen. En daar is volgens het kabinet minder zicht op zowel de kwaliteit van de studies als op het welzijn van de dieren.

In 2030 wil Letschert opnieuw laten onderzoeken – onafhankelijk – of het aantal apenproeven verder omlaag kan, zonder dat cruciaal onderzoek naar levensbedreigende ziekten en infectieziekten in gevaar komt. Het centrum in Rijswijk moet daartoe ook een plan opstellen over hoe het tot 2030 meer gaat investeren in proefdiervrije alternatieven. Dat plan wordt begin volgend jaar voorgelegd aan de Eerste en Tweede Kamer.

Bekijk origineel artikel

Volgende halte: Tilburgse kringloopwinkel La Poubelle

Je weet wel: die plek waar je niet alleen een tweedehands fiets of een leuke oude lamp vindt, maar ook eens een verrassende schat — zoals een stukje Nederlandse spoorweggeschiedenis in miniatuur. In de Tilburgse kringloopwinkel La Poubelle is onlangs een bijzondere verzameling modeltreinen binnengekomen. En nee, het zijn geen willekeurige treintjes — hier zit écht iets bij wat modelspoorliefhebbers doet oplichten.

Een NS-treinstel dat je hart doet bonzen

Tussen de dozen en rekken duikt er een echte klassieker op: een NS-treinstel van type H0 1220. Voor wie van modelspoor houdt, is dit geen gewoon treintje — het wordt beschouwd als één van de mooiste en meest iconische locomotieven uit de Nederlandse geschiedenis. “Ze zijn binnengebracht door een particulier”, vertelt Davy Linkels van La Poubelle. “Misschien kwamen ze ooit van de zolder van een overleden opa. Wie weet?”

Rond de jaren ’60 was modelspoor een hele populaire hobby voor jongens — vaak met een set van merken als Märklin, Fleischmann of Roco onder de kerstboom. Die jongens zijn nu volwassen geworden… en veel van hen blijven nog steeds enthousiast aan het bouwen van hele miniatuurwerelden. Alleen: zo’n hobby vraagt ruimte, tijd én een behoorlijk budget.

Dit specifieke NS-model rijdt sinds 1998 niet meer op de reguliere rails — alleen nog tijdens nostalgische museumritten of evenementen. En ja, het zit er écht bij: zowel een locomotief als een langere treinset. Samen zou de nieuwwaarde ergens tussen de 100 en 175 euro liggen, schat Davy.

Los te koop — want verzamelaars willen precies dat ene stuk

“We bieden het niet als set aan — alles is los te koop”, legt Davy uit. “Veel verzamelaars zijn op zoek naar één specifiek onderdeel: misschien ontbreekt er nog net één locomotief om de collectie compleet te maken. Dan is zo’n vondst in de kringloop pure goudmijn.”

En het stopt niet bij de NS-treinen. Er zit ook een ouderwetse Franse stoomlocomotief van de SNCF bij — nieuw zou je daar 100 tot 200 euro voor neertellen.

Meer dan alleen treinen: stations, rails en ‘de hersenen van de baan’

Voor wie écht een hele wereld wil bouwen, zijn de bijbehorende accessoires vaak nog interessanter dan de treinen zelf. Denk aan:
– Een rails-set van Fleischmann,
– Een modeltrein-transformator — oftewel de ‘hersenen’ van de baan: die zet de netspanning om naar een veilig lager voltage én regelt de snelheid,
– Een wissel-apparaat, zodat je trein van spoor kan wisselen — een must voor elk realistisch netwerk,
– En ja: er zijn ook verschillende miniatuur stationnetjes te koop, elk in een andere stijl. “Nee, er staan geen namen op de huisjes”, lacht Davy.

Een tweede leven voor een prijzige hobby

Dankzij La Poubelle krijgen al deze stukken een tweede kans — en dat is fijn, want modelspoor is geen goedkope hobby. De winkel verkoopt de artikelen voor ongeveer één derde van de nieuwprijs. “Dat maakt het toegankelijker voor nieuwe of beginnende verzamelaars”, zegt Davy.

Eén ding is zeker: deze treinen zijn nog lang niet aan hun eindstation. Ze staan klaar voor een nieuwe reis — misschien wel naar jouw kamer, zolder of hobbykamer.

Bekijk origineel artikel

Pensioenfonds ABP trekt zich verder terug uit de VS

Roeland Müller – Verslaggever Economie

Opnieuw zet pensioenfonds ABP een stap terug uit de Verenigde Staten. Uit de meest recente beleggingslijsten van het ambtenarenfonds blijkt dat het fonds nog meer Amerikaans schuldpapier én aandelen heeft verkocht — en wel op grote schaal.

ABP is met ruim 531 miljard euro aan belegd vermogen het grootste pensioenfonds van Nederland. En hoewel het al een tijdje bezig is met het afstoten van Amerikaanse obligaties, gaat die beweging nu nog sterker dan voorheen. Ook de portefeuille met aandelen van Amerikaanse techbedrijven is flink ingekrompen.

Minder geld uitlenen aan de VS

ABP leent tegenwoordig veel minder geld uit aan de Amerikaanse overheid dan nog maar een half jaar geleden. Op dit moment is de VS het fonds nog 4,6 miljard euro verschuldigd. In september 2025 was dat bedrag ruim 19 miljard — en een jaar geleden zelfs nog bijna 29 miljard. Dat betekent: ABP heeft in korte tijd een gigantische hoeveelheid Amerikaanse staatsobligaties weggezet.

Het fonds geeft als reden dat het nu aantrekkelijker is om obligaties van eurolandse overheden te kopen dan die in vreemde valuta. Daar speelt ook het nieuwe Nederlandse pensioenstelsel een rol: de regels maken het risicobewustere beleggen steeds belangrijker.

Minder techaandelen — vooral van grote namen

Ook op het gebied van aandelen is er een duidelijke koerswijziging. Eind maart 2026 stond er 10 miljard euro minder aan Amerikaanse bedrijfsaandelen in de boeken dan nog in september 2025 — toen had ABP ruim 112 miljard euro aan zulke aandelen in bezit.

De daling zit vooral in de techsector:
Nvidia: de waarde van de aandelen in handen van ABP daalde van ruim 9 miljard naar 4,6 miljard.
Apple: een daling van ruim 3 miljard euro.
Microsoft: een waardedaling van 3,6 miljard euro in de boekhouding.

Hoewel de koersen van Nvidia en Apple tussen september 2025 en maart 2026 vrij stabiel bleven, daalde die van Microsoft wel flink — maar niet genoeg om de totale waardedaling te verklaren. Conclusie: ABP heeft een groot deel van deze aandelen daadwerkelijk verkocht.

Volgens het fonds is dat een bewuste keuze om risico’s te beperken. De techaandelen zijn de afgelopen tijd zo sterk gestegen dat ze automatisch een veel groter gewicht kregen in de totale portefeuille. Dat leidt tot een onevenwichtige blootstelling — iets waar toezichthouder De Nederlandsche Bank onlangs nadrukkelijk op wees. Te veel afhankelijkheid van een paar grote techbedrijven? Niet wenselijk, volgens de DNB.

Bekijk origineel artikel

Galderse Meren: wanneer wordt de zomerplezier te veel?

De Galderse Meren worden steeds populairder bij Belgische recreanten — vooral groepen uit de regio Antwerpen komen er graag heen. En dat zorgt nu voor een heftige, emotionele discussie in Breda: over drukte, overlast én over wie er wel of niet welkom is.

Op sociale media klinkt het hard: veel mensen vrezen dat de sfeer op warme dagen verandert door grote groepen bezoekers uit België. Ze spreken over harde muziek, achtergelaten afval, drugsgebruik en een strand dat volgens hen steeds voller en onrustiger wordt. “Kwestie van tijd dat het daar een keer misgaat”, schrijft iemand. Een ander zegt dat ze niet meer met haar gezin durft te gaan. En dan zijn er nog die pleiten voor maatregelen als het afschaffen van parkeerplaatsen — of zelfs het weren van grote Belgische groepen, soms met specifieke verwijzingen naar bezoekers met een Marokkaanse achtergrond.

Maar in de Bredase politiek is het geluid heel anders: nergens wordt de herkomst van bezoekers als reden genoemd om ze te weren. Vrijwel alle partijen benadrukken één ding: het gaat niet om waar iemand vandaan komt, maar om hoe iemand zich gedraagt.

De VVD wil duidelijk handhaven: wie overlast veroorzaakt, kan geweerd worden. “Iedereen is welkom die zich gedraagt. Kom je de boel verstieren, dan heb je er niets te zoeken.” Ze hebben al raadsvragen ingediend om de situatie nader te onderzoeken.

PRO daarentegen wijst op de investeringen die de gemeente de afgelopen jaren heeft gedaan in de meren — en benadrukt: “Iedereen moet welkom zijn bij de Galderse Meren.” Wel moet gelet worden op de draagkracht van het gebied.

D66, CDA en Breda Beslist sluiten zich aan bij die nuance: het gaat om gedrag, drukte en respect — niet om afkomst. “Beleid moet gebaseerd zijn op feiten en niet op incidenten of emoties”, stelt Breda Beslist.

De SP wil dat de meren vrij toegankelijk blijven, en richt zich op concrete overlast — zoals meldingen van vrouwen die werden aangesproken op topless zonnen (terwijl dat daar niet verboden is). Ook zij stelt raadsvragen.

De LPF kiest juist een scherpere lijn: volgens hen is Breda onvoldoende voorbereid op de stijgende bezoekersaantallen. “De Galderse Meren moeten weer een plek zijn waar Bredanaars met plezier naartoe gaan, zonder ergernis over overlast of verdringing.”

De raadsvragen van VVD en SP zorgen binnenkort voor een politiek vervolg — dus de discussie is nog lang niet uit.

Bekijk origineel artikel