George Russell wint, Verstappen schittert in Oostenrijk
George Russell heeft de Grand Prix van Oostenrijk op zijn naam geschreven. De Mercedes-coureur hield in een bloedstollende race Max Verstappen en Kimi Antonelli op een haar na achter zich. Voor Russell is dit zijn eerste overwinning sinds de seizoensopener in Australië, afgelopen maart. De Brit moest de afgelopen raceweekenden vaak het onderspit delven tegen teamgenoot en WK-leider Antonelli. Twee weken geleden in Spanje verloor hij zelfs zijn tweede plek in het kampioenschap aan Lewis Hamilton, maar die heeft hij nu weer heroverd.
Voor Verstappen is het zijn tweede podiumplek in een tot nu toe lastig seizoen. Eerder werd de Nederlander al derde in Canada. De start op de Red Bull Ring verliep zonder problemen, maar was niet minder spectaculair. Polesitter Russell startte soeverein, maar achter hem verloor Charles Leclerc zijn tweede plek aan teamgenoot Lewis Hamilton. Verstappen, die vanaf de vijfde startplek vertrok, had een matige start en kwam direct onder druk te staan. Maar hij hield stand en klom al snel op naar de derde plek met een prachtige inhaalactie op zowel Leclerc als WK-leider Antonelli. En daar bleef het niet bij: nog voor de tiende ronde zat Verstappen al op de hielen van Hamilton.
Het werd een prachtig gevecht waarin geen van beiden ook maar een millimeter toegaf. Het duurde niet lang, want Hamilton was de eerste die een pitstop maakte. Nadat ook Verstappen zijn mediums had ingeruild voor hardere banden, ging het duel met Hamilton verder. Met een onverwachte en verrassende inhaalactie op een bijzondere plek nam de Nederlander de tweede plek over. Verstappen was zo snel dat hij zelfs de achterstand op raceleider Russell wist te verkleinen. Toen Verstappen op nog geen seconde van de Brit zat, maakte Russell zijn tweede pitstop. Verstappen reed langer door, waardoor hij in de slotfase over frissere banden beschikte dan Russell. Ondertussen was Antonelli de snelste man op de baan; de 19-jarige Italiaan zette flink de jacht in op Verstappen.
Holland Acht en dubbeltwee pakken goud in Luzern
De Holland Acht en de vrouwen dubbeltwee hebben goud gewonnen op de traditionele Rotsee-regatta in Luzern. Dit was gisteren de laatste wereldbekerwedstrijd voor de WK roeien, die eind augustus in Nederland plaatsvinden. De regerend wereldkampioen Holland Acht liet zien in topvorm te zijn en versloeg de Britse boot met slechts 24 honderdsten van een seconde in een spannende eindsprint. In mei waren ze ook al de sterkste in Sevilla, met bijna dezelfde ploeg: Finn Florijn, Jorn Salverda, Wibout Rustenburg, Pieter van Veen, Sander de Graaf, Jan van der Bij, Mick Makker, en Ralf Rienks op boeg in plaats van Eli Brouwer. Dit achttal, gestuurd door Jonna de Vries, hield de Britten, die jarenlang onverslaanbaar waren, opnieuw achter zich.
Ook Benthe Boonstra en Roos de Jong zorgden voor een bloedstollende finish. Ze versloegen de Amerikaansen Sophia Vitas en Emily Kallfelz met een halve seconde verschil. Boonstra won in 2024 olympisch goud in de dubbelvier, terwijl De Jong zilver pakte in de vier-zonder. Samen werden ze vorig jaar wereldkampioen in de dubbeltwee. Nu namen ze meteen de leiding en hielden die vast, ondanks een sterke inhaalrace van de VS.
Daarnaast was er eremetaal voor de dubbelvier-boten. Bij de mannen namen Mats van Sabben, Thijs Ruiken, Lucas Keijzer en Percijn van Haeringen revanche op Duitsland, maar werden ze verslagen door de Britten. In Sevilla werden ze nog ingehaald door Duitsland, maar nu hielden ze de Duitsers de hele race achter zich. Het gat met de Britten was echter te groot. Bij de vrouwen roeiden Lisa Bruijnincx, Tessa Dullemans, Marieke Keijser en Margot Leeuwenburgh naar brons. Keijser, die in 2021 olympisch brons won in de lichte dubbeltwee en een jaar later stopte vanwege de druk om op gewicht te blijven, was nu terug en greep net naast zilver toen Duitsland op de laatste meters voorbij stoof.
Niet alles was succes in Zwitserland. Simon van Dorp greep naast een medaille in de skiff nadat hij op de laatste 500 meter instortte. Ook de vier-zonder-stuurman miste een medaille, terwijl ze in Sevilla nog goud hadden gewonnen. De Vrouwen Acht greep net naast een medaille, terwijl zij in Sevilla nog zilver hadden gepakt. De WK roeien vinden plaats van 24 tot en met 30 augustus op de Bosbaan in het Amsterdamse Bos, live te zien bij de NOS.
Wielrenster Lieke Nooijen (24) pakt eerste nationale titel op de weg
De 24-jarige Lieke Nooijen uit Helmond is zondag voor het eerst in haar carrière Nederlands kampioen wielrennen op de weg geworden. De renster van Visma – Lease a Bike was na 118 kilometer op het heuvelachtige parcours rond Nijmegen de sterkste. Mischa Bredewold liet zich als eerste van de favorieten zien, maar zij werd snel weer bijgehaald. Meerdere groepjes in verschillende samenstellingen probeerden vervolgens weg te rijden uit het peloton, maar elke poging werd lange tijd onschadelijk gemaakt. Femke de Vries en Loes Adegeest pakten met minder dan 50 kilometer te gaan een halve minuut. Door het werk van SD Worx – Protime, de ploeg van titelverdedigster Lorena Wiebes, werd het duo weer ingelopen. Wiebes moest even later echter zelf lossen. Twaalf rensters namen vervolgens een voorsprong van een minuut op een groep met onder meer Wiebes en Marianne Vos, maar ook die kopgroep werd weer bijgehaald. Markus en Nooijen slaan gat Femke Markus, ploeggenote van Wiebes, en Nooijen sloegen op ongeveer 25 kilometer van de streep toe en reden samen weg uit de kopgroep. De twee werkten goed samen en hadden bij het ingaan van de laatste lokale ronde een voorsprong van ongeveer een minuut op drie achtervolgers. Op de oplopende finishstraat ging Markus als eerste aan, maar Nooijen bleek over de sterkste sprint te beschikken en snelde haar concurrente overtuigend voorbij. Met de overwinning verovert Nooijen haar eerste nationale titel op de weg. De komende twaalf maanden rijdt de Helmondse in de rood-wit-blauwe kampioenstrui.
Van spekkoper tot wereldspeler: Hoe Marokko Nederland inhaalde op de ranglijst
Bas de Wit redacteur voetbal Bas de Wit redacteur voetbal Het is niet elke dag dat een voetballand zo gigantisch hard groeit als Marokko, gisteravond de tegenstander van Nederland in de achtste finales van het WK. Je ziet die opmars het beste op de FIFA-wereldranglijst. Marokko schoot in zestien jaar maar liefst 72 plekken omhoog, van de 79ste naar de huidige 7de plek. Nog een plekje boven Oranje ook. Wat waren de belangrijkste stappen en keuzes die Marokko zo hebben laten groeien in het internationale voetbal?
Een crisis als startpunt
De jaren tussen 1998 (toen Marokko voor het laatst op het WK speelde) en 2008 waren dramatisch. Tien jaar stilstand, chaos en geen wereldkampioenschappen hadden het Marokkaanse voetbal in een diep dal gestort. Op 24 oktober in de kustplaats Skhirat werd er een conferentie gehouden om te bedenken hoe het tij gekeerd kon worden. De meest tastbare uitkomst was een ingezonden brief van Koning Mohammed VI. “De sport is overgenomen door indringers die het voetbal schaamteloos misbruiken voor alleen maar commerciële of egoïstische doelen,” schreef hij. “We moeten een strikte strategie invoeren: een gezamenlijke visie, een gedeelde verantwoordelijkheid.” De bestuursstijl moest beter, de wetten soepeler, en er moest vooral flink geld worden gepompt in de sport.
De droomacademie
Een van de eerste grote investeringen was het opzetten van een voetbalschool: de Académie Mohammed VI de Football in Salé, in het noordwesten van Marokko. Daarmee werd het jeugdvoetbal gecentraliseerd: de beste jonge spelers uit heel Marokko werden naar Salé gehaald. Mark Wotte, die tussen 2016 en 2019 voor de Marokkaanse bond werkte, kwam er vaak. Hij vond er een hypermoderne kostschool. “Een super-de-luxe academie. Dat was de eerste stap om het jeugdvoetbal in Marokko structureel te laten groeien.” “Die jongens trainen er elke dag ’s ochtends vroeg, zitten dan in de klas, en trainen daarna nog een keer. Dan kun je ze heel veel meegeven.” Het gaf het jeugdvoetbal vorm en uitstraling, en de grote successen op internationale jeugdtoernooien, zoals het winnen van het WK voor spelers tot 20 jaar vorig jaar, zijn er direct aan gelinkt. Maar ook het ‘grote’ Marokko profiteert er al flink van. Internationals als Nayef Aguerd, Azzedine Ounahi, Youssef En-Nesyri en Feyenoorder Oussama Targhelline speelden in de Académie Mohammed VI en droegen bij aan de opmars van het nationale elftal.
Diaspora-goud
De ontwikkeling van eigen talent hielp al, maar de verbeterde scouting van spelers met Marokkaanse roots uit Europa was misschien nog wel belangrijker. Voor 2008, en in de eerste jaren erna, was dat allemaal heel amateuristisch. Op basis van tips of eigen initiatief werden spelers ontdekt, maar een echt systeem was er niet. Vanaf 2014, onder bondsvoorzitter Fouzi Lekjaa, veranderde dat. Er kwam een databank met een overzicht van alle spelers in Europa met Marokkaanse wortels. Talenten werden snel benaderd en kregen een serieus plan voorgelegd. Vanaf 2015 hadden die hervormingen voor het eerst echt effect: met spelers als Hakim Ziyech, Sofyan Amrabat, Achraf Hakimi en Noussair Mazraoui werden echt grote vissen binnengehengeld. En toen ging het snel op de wereldranglijst: in 2015 stond Marokko nog 75ste, vijf jaar later was het al 35ste.
Eigen trainers voor het succes
Drie maanden voor het WK van 2022 in Qatar werd de succesvolle bondscoach Vahid Halilhodzic ontslagen. Het klikte niet tussen de spelers en de Bosniër. Zijn opvolger werd uit de eigen competitie bij topclub Wydad Casablanca gehaald: Walid Regragui. Die leidde Marokko naar een historische plek in de halve finales. Ook na de Afrika Cup van vorig jaar (die Marokko officieel won) werd met bondscoach Mohamed Ouahbi weer een trainer uit eigen gelederen aangesteld – hij schoof door als coach van de onder-20. En net als bij voetballers probeert de Marokkaanse bond ook jonge talentvolle trainers uit de diaspora te halen. Zo kregen meerdere oud-internationals uit Nederland de kans om in Marokko een versnelde trainerscursus te doen.
Van underdog naar aanvallende kracht
Onder Regragui speelde Marokko grotendeels defensief en scoorde groot, maar dit WK onder Ouahbi is het juist aanvallend. Marokko ziet zichzelf niet meer als de underdog, en dat nieuwe zelfvertrouwen past bij de grote plannen voor de komende jaren. Marokko wil een grote speler worden in de voetbalwereld. De invloed op het Afrikaanse voetbal is al groter geworden (daar is ook kritiek op vanuit andere landen), en mondiaal moet de status stijgen. De organisatie van het volgende WK, samen met Spanje en Portugal, moet de kroon zijn op al het werk dat in 2008 begon, met die brief van de koning.
Maar niet iedereen is blij. Voetballiefhebbers in Marokko juichen de investeringen toe, maar er is ook onvrede, zo schreef correspondent Samira Jadir eerder. “Dat kwam naar boven tijdens de Gen Z-protesten van september vorig jaar. De kritiek over de slechte staat van sociale voorzieningen werd toen aangewakkerd door het organiseren van de Afrika Cup eind dit jaar en het WK van 2030.” “Een groot deel van de bevolking vindt het niet kunnen dat er geld gaat naar dure stadions, terwijl zorg en onderwijs voor alle Marokkanen tekortschieten.”
Zwemster Marrit Steenbergen knapt wereldrecord van negen jaar oud af
Marrit Steenbergen heeft zaterdag in Italië een wereldrecord verbeterd op de 100 meter vrije slag. De 26-jarige zwemster uit Geldrop klokte een tijd van 51,68 seconden, wat drie honderdste van een seconde sneller was dan het oude record van Sarah Sjöström. Die Zweedse toptijd stond al sinds het WK in 2017 op de boeken.
Vorige maand liet Steenbergen in Frankrijk al zien dat ze in bloedvorm is. Daar brak ze twee keer het Nederlandse record op dezelfde afstand en kwam ze al dicht bij het wereldrecord in de buurt. In Rome, waar ze meedoet aan internationale kampioenschappen, zwom ze nu de race van haar leven.
Het jaar 2025 was ook al indrukwekkend voor haar. Op het EK kortebaan pakte ze maar liefst zes gouden medailles. In vijf van die races zwom ze ook nog eens naar een Europees record. Daarnaast werd ze wereldkampioen op de lange baan op de 100 meter vrije slag. Niet verwonderlijk werd ze dan ook uitgeroepen tot Europees zwemster van het jaar.
Haar grote doel is de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles. In een interview met Omroep Brabant vertelde ze dat ze voor topprestaties baat heeft bij mentale begeleiding. “Ik vind het niet erg om over gevoelens te praten. Ik ga naar een psycholoog en heb een paar dingen die me helpen. Zenuwen heb ik niet, maar als ik ergens tegenaan loop, zijn de lijntjes kort. Het is fijn om er meteen mee aan de slag te gaan.”
Gedeeld goud voor Visser en titel voor Wevers op slotdag NK
Visser pakte gedeeld goud aan de brug. Met een score van 14,433 punten eindigde ze precies gelijk met Sanna Veerman. Omdat beide turnsters ook dezelfde moeilijkheids- en uitvoeringsscore haalden, deelden ze het goud. Visser meldde zich af voor de finales van balk en vloer. De teruggekeerde Sanne Wevers pakte goud op balk (13,700). Yuna Uljee (13,00) was de beste op vloer. Bij de mannen verdedigde Elijah Faverus zijn titels op voltige (14,250) en ringen (13,900). Op voltige hield hij, net als vorig jaar, clubgenoot Loran de Munck (14,050) achter zich. Jordi Hagenaar pakte goud op brug (12,900) en Martijn de Veer was de beste aan rek (13,750). Joyce Raaijmakers greep de titel op sprong (12,750) en hield op dat onderdeel Fenne Boerdonk en Mara Slippens achter zich. Bij de mannen ging het spronggoud naar David Nieuwenhuizen.
