Zieke Jinthe (14) uit Veghel wil naar school — maar het lukt niet
Jinthe is 14 en woont in Veghel. Ze wil graag naar school, écht willen — maar door Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS) én long covid lukt dat vaak maar een paar uur per week. Haar moeder Elin (37) pakt daarom thuis een stuk van het onderwijs op. Maar dat is lang niet genoeg om haar bij te houden. En het ergste? “Er is gewoon niks voor haar.”
Al op de basisschool had Jinthe last van prikkels en uitputting. Toen ze op haar tiende corona kreeg, ging het snel bergaf. Later kwamen de diagnoses QVS en long covid. “Ze is in de afgelopen jaren hard achteruitgegaan”, zegt haar moeder — die overigens zelf ook QVS heeft.
Om te voorkomen dat ze helemaal uit het onderwijs zou vallen, kwam Jinthe op de middelbare school terecht in een koersklas: een kleinschalige klas voor leerlingen die extra steun nodig hebben. Elin is dankbaar voor die plek — zonder zou Jinthe waarschijnlijk helemaal stoppen met school. Maar passend vindt ze het niet. “De koersklas is vooral gericht op kinderen met autisme, ADHD of gedragsproblemen. Jinthe zegt zelf: ‘Er mankeert iets aan mijn lichaam, niet aan mijn hoofd.’”
Waar andere leerlingen elke dag naar school gaan, lukt dat Jinthe meestal niet. Vaak haalt ze twee ochtenden per week van een paar uur — soms zelfs minder. Daarom helpt Elin thuis met vakken als biologie en Engels. Ze leest zelf de lesboeken, zoekt stof op en probeert het allemaal bij te houden. Maar: vaak krijgt ze geen lesprogramma’s van docenten. En omdat zijzelf ook chronisch ziek is, weet ze: “Op een gegeven moment houdt dat op.” Ook het bijhouden van planningen en toetsdata is een constante worsteling. “Je moet steeds achterhalen waar de klas is gebleven en wanneer proefwerken zijn.” Het gevolg? Jinthe krijgt uiteindelijk maar een klein deel van de lesstof mee.
Het grootste verdriet zit in haar toekomstplannen. Ze wil graag iets doen met horeca, bakkerij of recreatie. “Dat is echt haar ding. Ze is een horecameisje. Ze wil met haar handen werken.” Maar door haar beperkte belastbaarheid en afwezigheid kan school die weg niet bieden. “Dat doet haar ontzettend veel pijn. Sinds ze weet dat dat waarschijnlijk niet gaat lukken, gaat het mentaal minder goed.”
Ook sociaal is het zwaar. Door weinig schooluren en snelle uitputting ziet ze leeftijdgenoten nauwelijks. “Na school heeft ze de energie niet meer om af te spreken. Ik ben inmiddels haar beste vriendin.”
Elin vindt dat dit écht aangepakt moet worden. “Ik zie niet alleen mijn eigen dochter. Ik zie ook kinderen om mij heen die volledig thuis komen te zitten. Er is gewoon echt niks.” Volgens haar wordt er nog te weinig geluisterd naar ouders die zeggen dat hun kind vastloopt. “Als een ouder zegt dat er iets aan de hand is, moet daar serieus naar gekeken worden.”
Haar oplossingsrichting? Niet één nieuwe regeling, maar meer flexibiliteit binnen het onderwijs. “Nu moeten kinderen zich aanpassen aan het schoolsysteem. Dat zou andersom moeten zijn.” Haar boodschap aan scholen én beleidsmakers is duidelijk:
“Onderwijs moet maatwerk zijn.”
“Ik ben geen terrorist” — tiener uit Steenbergen voorbereidde aanslag op Shell Pernis, maar zegt nu: ‘Ik wilde gewoon een toekomst bouwen’
Een tiener uit Steenbergen zou afgelopen najaar een aanslag hebben willen plegen op de Shell-fabriek in Pernis. Maar ook de Tweede Kamer, het AIVD-gebouw en Dow Chemical in Terneuzen stonden op zijn lijstje. Hoe ver hij echt was gevorderd met zijn plannen, is nog onduidelijk — wat wel duidelijk is, is dat hij sterk beïnvloed werd door wat hij online tegenkwam.
Donderdag vond de eerste openbare zitting over zijn zaak plaats. De jongen zit al drie maanden vast — sinds zijn arrestatie op of rond 15 maart dit jaar. Toen werd hij niet direct naar de gevangenis gestuurd, maar naar een penitentiair psychiatrisch centrum: een speciale afdeling voor gedetineerden die psychische steun nodig hebben.
Tijdens de zitting in Breda zei hij duidelijk: “Ik ben geen terrorist.” Hij was 18 toen hij de fout in ging. In de aanklacht staat dat hij vanuit zijn ouderlijk huis aan zijn plan werkte: hij tikte een PDF-document uit met een gedetailleerd aanslagplan, omcirkelde Shell Pernis op een plattegrond, kocht een vliegsimulator én een drone, en had zelfs het idee om naar Libië te reizen om daar zijn plan voor te leggen.
Ook verdiepte hij zich in rechts-extremistisch gedachtegoed — en chattede hij over het willen sterven als martelaar, vergelijkbaar met Mohammed Atta bij de aanslagen van 11 september 2001. Daarnaast zou hij via Discord iemand in Friesland hebben bedreigd.
De officier van justitie noemde het een “ernstige verdenking”, maar wees er ook op dat hij bij de eerste raadkamer emotioneel bijna niet meer kon functioneren — en dat sociale media een grote rol speelden in zijn afwijking. Ze vertelde ook dat hij eerder al eens door de politie was gewaarschuwd (zonder details te geven), en dat hij nu openstaat voor hulp.
En dan komt het verrassende deel: de reclassering is positief over vrijlating — mits onder strenge voorwaarden. Zo mag hij géén Instagram of TikTok gebruiken, moet hij zich melden bij de autoriteiten (meldplicht), en krijgt hij locatieverboden voor Den Haag, Terneuzen én de Shell-fabriek in Pernis. Morgenochtend kan hij al een enkelband krijgen om hem te volgen. Toen de rechter vroeg wat hij daarvan vond, antwoordde hij rustig: “Goed. Ik ga me eraan houden. Ik heb goede plannen: meteen aan het werk, school oppakken, mijn leven opbouwen.”
Hij wil graag weer studeren, en voegde eraan toe: “Ik ben gewoon te ver gegaan. Ik wilde geen aanslag plegen, maar een toekomst bouwen. Met Gods wil komt het goed.”
Na kort overleg besloot de rechtbank om zijn voorarrest te schorsen — iets wat bij zulke ernstige verdenkingen zelden gebeurt. Maar de waarschuwing was duidelijk: “Er mag niets misgaan. Jij moet je daaraan houden. Ik hoop dat we daar duidelijk in zijn.” De jongen knikte, en zei opnieuw: “Dank u. Ik ben geen terrorist.”
Jongen van 3 belandt in krokodillenverblijf — man gearresteerd op verdenking van poging tot moord
Gisteren rond het middaguur ging er een alarm af bij de politie van Cambridgeshire: een klein jongetje van drie was terechtgekomen in het krokodillenverblijf van de Johnsons Zoo in Old Hurst, vlak bij Huntingdon. De dierentuin staat bekend om zijn diverse dierencollectie — maar dit incident is zeker geen ‘normale’ bezoekerservaring.
Het jongetje werd met ernstige verwondingen aangetroffen. Volgens The Guardian is zijn toestand nu kritiek maar stabiel — een zorgwekkende, maar voorlopig geruststellende formulering. Rechercheur Verity McCann van de lokale politie legde uit dat het onderzoek nog in volle gang is: “Op dit moment spreken we met mensen die op het moment van dit verontrustende incident in de dierentuin aanwezig waren, om meer inzicht te krijgen in de omstandigheden.”
Een 30-jarige man is inmiddels gearresteerd op verdenking van poging tot moord. Wat precies gebeurde, en hoe het jongetje in het verblijf terechtkwam, blijft voorlopig onduidelijk. De politie geeft aan dat er geen aanwijzingen zijn dat de verdachte en het kind elkaar kennen — wat de zaak alleen maar mysterieuzer maakt.
Rekenkamer: duizenden ernstige misdrijven bleven in 2024 onopgemerkt op het bureau
Je doet een aangifte van iets serieus — denk aan geweld, drugshandel of identiteitsfraude — en dan… gebeurt er niets. Niet omdat het niet belangrijk is, maar simpelweg omdat de zaak nooit echt van de grond komt. Dat is de harde conclusie van de Algemene Rekenkamer na een diepgaand onderzoek naar hoe de politie in 2024 omging met aangiften van ernstige misdrijven.
Wat vond de Rekenkamer precies?
Van alle aangiften van zware strafbare feiten in 2024 werd bijna een kwart (ruim 10.000 gevallen) uiteindelijk niet verder behandeld. In zo’n 7000 gevallen werd de aangifte meteen afgewezen — zonder dat er ook maar een begin van onderzoek kwam. Bij nog eens zo’n 3000 meldingen werd wel gestart met een onderzoek, maar dat werd later stilgelegd. Vaak door tekort aan mensen of tijd bij de politie of het Openbaar Ministerie.
Denk hierbij aan zaken als woninginbraken, overvallen, zedendelicten of het maken van harddrugs — misdrijven die je zou verwachten dat ze prioriteit krijgen. Maar juist daar zit het probleem: er is geen duidelijk overzicht van wat wel en niet wordt opgepakt, en vooral: waarom niet.
Grote verschillen per regio — en geen grip op het geld
De situatie verschilt flink van regio tot regio. In Rotterdam werd bijvoorbeeld bijna één op de vijf aangiften van ernstige misdrijven meteen afgewezen (19%), terwijl dat in Oost-Nederland en Limburg respectievelijk 12% en 11% was. Daarentegen werden in Limburg relatief veel meer zaken later stopgezet (13%), terwijl dat in Rotterdam slechts 7% was.
En dan komt het nog ingewikkelder: de minister van Justitie en Veiligheid én de korpschefs weten niet eens hoeveel van hun totale begroting (meer dan 8 miljard euro!) daadwerkelijk naar opsporing gaat. De administratie van de politie maakt het simpelweg onmogelijk om uitgaven op die manier te splitsen. En dat betekent: geen zicht, geen keuzes, geen bijsturing. Ook de Tweede Kamer verliest daarmee haar zeggenschap over waar het belastinggeld heen gaat.
Reactie van de minister — en de Rekenkamer
Minister Van Weel erkent dat verbeteringen nodig zijn — en zegt dat sommige al op weg zijn. Hij wijst er ook op dat het om aangiften én meldingen gaat, en spreekt van een “vertekend beeld”. Maar volgens Ewout Irrgang van de Rekenkamer is die reactie helaas “defensief”, en roept hij op om snel samen aan tafel te gaan — met alle betrokken partijen — om daadwerkelijk iets te veranderen.
Kernenergie op de kaart: Groningen of Zeeland voor grote centrales – en vol inzet op kleinere SMR’s
Eindelijk is het officieel: het kabinet zet écht in op kernenergie als onderdeel van Nederland’s toekomstige energiemix. Een definitieve beslissing over waar precies de grote nieuwe kerncentrales komen, volgt pas later dit jaar. Maar één ding is duidelijk: het kabinet vindt kernenergie een belangrijke speerpunt – vooral VVD en CDA staan er sterk achter.
De levensduur van de bestaande kerncentrale in Borssele wordt verlengd, en op termijn wil het kabinet totaal 7 gigawatt aan kernenergie genereren. Dat is genoeg om zo’n 7 miljoen huishoudens van stroom te voorzien. Voor de grote centrales zijn er twee regio’s in beeld: Groningen (specifiek de Eemshaven) en Zeeland. Maar het is nog niet zover: de keuze is nog open.
Tennet, de netbeheerder, adviseert momenteel alleen de Eemshaven als geschikte locatie voor een grote centrale. Volgens hen zou het stroomnet in Zeeland flink moeten worden aangepast om de stroom naar de rest van Nederland te kunnen vervoeren. Toch volgt het kabinet dat advies nog niet blindelings – de uiteindelijke keuze blijft dus nog even wachten.
Interessant detail: de Maasvlakte bij Rotterdam én het terrein rond de bestaande centrale in Borssele komen niet eens in aanmerking. Dus het wordt echt tussen Groningen en Zeeland.
Maar hier wordt het spannend: in Groningen is het draagvlak voor kernenergie – gezien de jarenlange spanningen rond gaswinning en kernafval – vrijwel nihil. Zowel de provincie als de gemeente hebben eerder duidelijk ‘nee’ gezegd. In Zeeland daarentegen? Daar is men juist enthousiast. Het provinciebestuur ziet grote kansen voor werkgelegenheid, kennisopbouw en regionale impuls – en liet dat al eerder dit voorjaar weten aan staatssecretaris Jo-Annes De Bat (Klimaat en Groene Groei, CDA), die zelf ooit gedeputeerde was in Zeeland.
Tijdens de bouw van een grote centrale zouden al snel duizenden banen ontstaan, gedurende 10 à 15 jaar. En om de centrale daarna draaiende te houden, zijn zo’n 800 mensen nodig. Ook kleinere gemeenten kijken al uit naar mogelijkheden: Opmeer bijvoorbeeld staat klaar om als eerste te starten met de bouw van kleine modulaire kerncentrales (SMR’s).
En daar komt het tweede grote stuk van het plan: naast grote centrales wil het kabinet ook hard inzetten op deze kleinere centrales. Staatssecretaris De Bat kondigt morgen aan dat hij vol in wil op deze moderne SMR’s – compacte, veilige en flexibele kerncentrales die per stuk tussen de 150 en 300 megawatt leveren. Dat betekent een bredere, meer gevarieerde aanpak van kernenergie in Nederland – niet alleen grote ‘monsters’, maar ook slimmere, kleinere opties.
Limburg waarschuwt: Nederland riskeert een serieuze wasbeerplaag
De provincie Limburg ziet rode vlaggen wapperen — en die hebben allemaal te maken met een pluizig, nachtelijk dier dat eigenlijk nergens thuishoort in ons land: de wasbeer. Volgens de provincie is er dringend actie nodig om te voorkomen dat deze invasieve exoot zich over heel Nederland verspreidt. Anders dreigt het echt uit de hand te lopen: een serieuze plaag, zo noemt Limburg het zelf.
Waar staat het nu?
In het zuiden van Limburg leven momenteel tussen de 100 en 200 wasberen — vooral rond Sittard en Maastricht. De groei van de populatie lijkt even op een laag pitje te staan, maar dat kan snel veranderen als er niet harder wordt ingegrepen. Sinds 2019 zijn al meer dan 400 wasberen gedood. En de provincie meent: dat is nog lang niet genoeg.
Meer geld, meer actie
Limburg trekt tot 2030 ruim €750.000 vrij voor de bestrijding — en dat is meer dan de €800.000 die in de afgelopen zeven jaar samen werd uitgegeven. Het geld gaat onder andere naar een speciaal wasberenmeldpunt en een professioneel vangteam dat actief op pad gaat. Maar Limburg benadrukt ook dat dit alleen werkt als iedereen meedoet: de Rijksoverheid én de andere provincies moeten hun beloften uit het landelijke aanvalsplan tegen invasieve exoten nakomen. Daarin staat namelijk dat de wasbeer volledig uit Nederland moet verdwijnen — uiterlijk in 2027.
De grens is het probleem
Daar zit echter de knoop: de wasberen komen vooral van over de grens — uit Duitsland en Wallonië. En daar wordt het dier niet als bedreiging gezien, maar juist als wijdverspreide soort. “Weinig mensen weten dat in Duitsland al ruim anderhalf miljoen wasberen leven — en daar krijgen ze hem niet meer weg”, zegt gedeputeerde Léon Faassen. “In Wallonië zijn er ook al tienduizenden. Bij ons in Limburg is het nog beheersbaar… maar het lijkt een kwestie van tijd.”
Waarom is het zo’n gedoe?
De wasbeer is oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika. Vijftig jaar geleden kwam hij naar Europa voor de pelsdierhouderij — en later als huisdier. De dieren in Limburg zijn waarschijnlijk ontsnapte of vrijgelaten exemplaren uit Duitsland, waar de soort al decennia lang voorkomt. En wat maakt ze zo lastig? Ze jagen op kwetsbare diersoorten zoals de eikelmuis en de geelbuikvuurpad, schaden landbouwgewassen, kruipen via kattenuikjes de huizen in — en kunnen zelfs ziektes zoals de wasbeerspoelworm op mensen overbrengen.
Kortom: Limburg roept op tot meer samenwerking, meer middelen én snellere actie — want als we nu niets doen, kan de wasbeer binnenkort veel meer dan alleen een Limburgse zaak worden.
