Ondanks oorlogen en geopolitieke onrust staat klimaat toch vaak hoog op de agenda

Ja, het is waar: er zijn overal ter wereld oorlogen, spanningen tussen landen en oneindig veel andere dingen die onze aandacht opeisen. Toch blijft het klimaathema – verrassend genoeg – hard op de voorgrond staan. Niet alleen in Europa, maar ook in veel andere grote landen wordt er serieus gewerkt aan minder uitstoot, meer duurzame energie en strengere klimaatdoelen.

De G20: een groep met veel ambitie (maar nog niet genoeg)

Verreweg de meeste rijke en opkomende landen – samen bekend als de G20 – hebben inmiddels klimaatdoelstellingen op papier gezet. Acht van die landen zeggen zelfs meer te gaan doen dan strikt nodig is om tegen 2050 op ‘netto nul uitstoot’ uit te komen. Dat betekent: alle broeikasgassen die nog worden uitgestoten moeten ook weer uit de lucht worden gehaald – bijvoorbeeld via bomen of technologie.

Landen als Australië, Brazilië en India hebben recent hun plannen aangescherpt of zelfs volledig vernieuwd. Japan had even wat afgezwakt, maar is nu weer volop terug in de race. En China, de grootste uitstoter ter wereld, lijkt eindelijk een piek in zijn CO₂-uitstoot te naderen – al is dat nog lang niet genoeg om op tijd op netto nul te komen.

En dan de grote realiteit: geen enkel G20-plan voldoet tot nu toe aan wat wetenschappers echt nodig achten om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 1,5 graad. Die grens is cruciaal – boven die 1,5 graden worden de gevolgen van klimaatverandering een stuk ernstiger.

Hoe zit het met de EU, VS en de rest?

In de EU werd vorig najaar, na lange onderhandelingen, een nieuw doel vastgelegd: 90% minder uitstoot in 2040 vergeleken met 1990. Dat kwam net op tijd voor de laatste grote klimaattop in Brazilië.

Maar niet alle grote spelers zijn mee. Argentinië en de VS zijn de enige G20-landen zonder een officiële netto-nuldoelstelling. En dan is er Iran: ook daar is geen doelstelling op papier. Volgens klimaatexpert Michel den Elzen van het Planbureau voor de Leefomgeving is dat echt opvallend – vooral omdat de VS onder Trump uit het Parijse Akkoord stapte. Dat was een flinke tegenslag, en het drukt ook op de wereldwijde cijfers.

Toch is er hoop: inmiddels heeft ongeveer tweederde van alle landen wereldwijd een nieuwe klimaatdoelstelling ingediend. “Het proces als zodanig is nog levend”, zegt Den Elzen. En dat is best bijzonder, gezien alle andere spanningen die de wereld momenteel parten speelt.

Duurzame energie: sneller dan ooit

Terwijl de politieke onderhandelingen soms traag gaan, gaat de praktijk vaak veel harder. Zonnepanelen, windparken en elektrische auto’s zijn overal ter wereld op weg naar de mainstream. Zonne-energie is inmiddels de goedkoopste energiebron die we hebben – en ook de belangrijkste bron van hernieuwbare energie.

Volgens het Internationale Energie Agentschap (IEA) was de stijging van zonne-energie in 2025 met zo’n 620 TWh de grootste ooit gemeten. En tegen 2030 zullen hernieuwbare energie én kernenergie samen ongeveer de helft van de wereldwijde elektriciteitsproductie leveren.

Ook batterijen worden steeds belangrijker – niet alleen voor auto’s, maar ook om piekbelasting op het elektriciteitsnet te vermijden. En het resultaat? De wereldwijde uitstoot door elektriciteitsopwekking bleef vorig jaar gelijk, ondanks een stijgende vraag. De IEA noemde het in februari zelfs: de emissiegroei in de energiesector toont duidelijke tekenen van vertraging.

Bekijk origineel artikel

UWV: hogere energieprijzen remmen banengroei – maar tijdelijk

De groei van het aantal banen in Nederland kan even op de rem komen als de oorlog in het Midden-Oosten doorgaat én de energieprijzen blijven pieken. Dat zegt het UWV, de uitkeringsinstantie die ook veel inzicht heeft in de arbeidsmarkt. Ze hebben twee toekomstscenario’s bekeken: één waarbij de energieprijzen snel zakken, en één waarbij ze langdurig hoog blijven. En ja – in dat ongunstige geval komen er de komende drie jaar zo’n 75.000 banen minder bij dan in het gunstige scenario. Er is dus nog steeds sprake van banengroei, maar veel minder dan we de afgelopen jaren gewend waren.

Waarom? Omdat de wereld momenteel onvoorspelbaar is – en bedrijven daarop reageren. “Veel ondernemers worden voorzichtiger”, legt Rob Witjes, hoofd arbeidsmarktinformatie en advies bij het UWV, uit. Sinds Israël en de VS in februari Iran aanvielen, schieten de energieprijzen wereldwijd omhoog. En dat voelt vooral in sectoren die veel energie verbruiken: denk aan de industrie, vervoer en opslag. Daar wordt minder ingezet op uitbreiding – en dus minder mensen aangenomen. Ook de uitzendbranche voelt het: veel uitzendkrachten werken immers juist in die energie-intensieve sectoren.

Maar het stopt niet bij de fabriek of het vrachtwagenstation. Hogere energiekosten drukken ook op de koopkracht – via hogere inflatie en duurdere rekeningen. En dat merkt de horeca: minder uitgaan, minder personeel nodig.

Niet overal is het slecht nieuws. In sectoren die minder afhankelijk zijn van energie, zoals specialistische dienstverlening (denk aan accountants of advocaten), blijft het aantal banen juist stijgen – net als nu al het geval is. En omdat andere sectoren minder hard groeien, kunnen mensen daar misschien juist naartoe stromen. Ook de zorg en ICT blijven sterke groeisectoren: daar is de vraag naar medewerkers groot, ondanks de prijsstijgingen. En gezien de vergrijzing is duidelijk dat de zorgvraag de komende jaren alleen maar toeneemt.

Er zijn ook regionale verschillen. Rond Amsterdam en Eindhoven blijft de banengroei het sterkst. Maar in Midden-Limburg, Zeeland en Drenthe kan de lichte groei zelfs omslaan in een lichte krimp – als de energieprijzen langdurig hoog blijven.

Goed nieuws: het is allemaal tijdelijk. “We gaan er vanuit dat rond 2028 alles weer terugveert – tenminste als de oorlog dan voorbij is”, zegt Witjes. Tot die tijd roept het UWV bedrijven, werkenden én werkzoekenden op: blijf investeren. In jezelf, in je team, in nieuwe vaardigheden. De krapte op de arbeidsmarkt verdwijnt niet vanzelf. En met ontwikkelingen als kunstmatige intelligentie (AI) komen weliswaar nieuwe banen, maar die vragen ook andere competenties en opleidingen. “Blijf bij de les. Investeren in mensen is altijd belangrijk – maar juist nu moet je alle zeilen bijzetten.”

Bekijk origineel artikel

Politie pakt twee jongens op na vondst van drugs, gevaarlijk mes en veel geld

Agenten in Breda hebben maandagnacht twee bestuurders aangehouden nadat ze in een auto allerlei verdachte spullen vonden: een verboden mes, drugs (meer dan wat je zelf zou gebruiken) én een flink bedrag aan contant geld.

Het begon allemaal toen de politie een verdachte auto opmerkte en de bestuurder een stopteken gaf. Toen de agenten rond de auto liepen op de Ettensebaan, viel hun meteen een honkbalknuppel in de achterbak op. De bestuurder — een 19-jarige uit Oosterhout — kon niet uitleggen waarom hij in Breda was én had ook geen verklaring voor het honkbalknuppel. “En nee, hij speelde ook geen honkbal”, klinkt het op Instagram van de wijkagenten van politie Breda Zuid-West.

Maar het knuppel was pas het begin. Bij het doorzoeken vonden ze ook een verboden mes, heroïne of cocaïne boven de gebruikerslimiet én een groot bedrag aan cash. Vanwege de sterke verdenkingen van drugshandel én wapenbezit zijn beide inzittenden direct aangehouden.

De recherche gaat dinsdag verder met het onderzoek.

Bekijk origineel artikel

Oud scheepswrak gevonden: tien Brabantse militairen komen eindelijk een naam

Een emotionele ontdekking voor de families en voor Brabant

Voor de kust van de Filipijnen is waarschijnlijk het wrak van het Japans vrachtschip Hofuku Maru gevonden — een schip dat in 1944 zonk met honderden krijgsgevangenen aan boord, waaronder tien mannen uit Brabant. Het wrak ligt op ongeveer 50 meter diepte voor het eiland Zambales, en werd door onderzoekers van de Hellship Memorial Foundation geïdentificeerd. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed bevestigt de vondst en benadrukt dat het wrak officieel wordt beschouwd als een oorlogsgraf.

Geen expeditie, wel eerbied

Er komt geen actie om de stoffelijke resten te bergen. Dat is bewust besloten: het wrak blijft liggen waar het ligt, als eeuwigdurend herdenkingsplek. Grafrust wordt serieus genomen — niet alleen juridisch, maar vooral uit eerbied voor de slachtoffers en hun nabestaanden.

Wie waren die tien Brabanders?

Ze waren soldaten, korporalen, artilleristen en infanteristen — veelal ingezet bij het KNIL of de Koninklijke Marine — en hadden gevochten in Nederlands-Indië. Na hun gevangenneming werden ze vaak eerst dwangarbeider bij de beruchte Birma-spoorlijn, om daarna per schip verder vervoerd te worden naar Japan. Op 21 september 1944 verliet de Hofuku Maru de haven van Manila… en twee minuten later lag het schip op de bodem, getroffen door Amerikaanse bommenwerpers. Slechts een handvol mensen overleefde.

De namen van deze tien mannen staan al jaren op de officiële lijst van Brabantse Gesneuvelden:
– Johannes van Berkel (Breda)
– Matthijs Burghout (Almkerk)
– Rien Schouw (Breda)
– Bert van Dinther (Nistelrode)
– Gerardus van de Donk (Eindhoven)
– Adrianus van Gestel (Den Bosch)
– Godefridus Govaars (Breda)
– Wilhelmus van Leersum (Tilburg)
– Leonardus Theuns (Stratum)
– Jan Hartman (Den Bosch)

Zij worden elk jaar in september herdacht tijdens de traditionele herdenking in Waalre — een plechtigheid die al sinds 1945 plaatsvindt.

Een oude boot met een zware geschiedenis

Het schip zelf dateert uit 1918: 116 meter lang, 16 meter breed. De lokale Filipijnse gemeenschap wist al lang dat er een groot wrak lag, maar tot nu toe had niemand de naam kunnen koppelen. Pas dankzij gedegen onderzoek — met navigatiegegevens, archiefmateriaal, kaarten en onderwaterarcheologie — is vrijwel zeker vastgesteld dat het om de Hofuku Maru gaat. Vandaag ligt het wrak onder een dikke laag zand, stil en onaangetast.

Meer dan één ramp

De Hofuku Maru is slechts één van de vele ‘hellships’ — schepen die onder afschuwelijke omstandigheden krijgsgevangenen vervoerden. Een andere bekende ramp vond plaats met de Junyo Maru, ook in september 1944. Daarbij vielen naar schatting 5600 doden, waaronder minstens 32 Brabanders. Een van de grootste scheepsrampen uit de wereldgeschiedenis — en een donker hoofdstuk dat Brabant nooit vergeet.

Bekijk origineel artikel

Geen werkvisum van 100.000 dollar: rechter zet streep door Trump-plan

De plannen om het H-1B-werkvisum voor hoogopgeleide buitenlandse werknemers op te voeren naar een prijskaartje van maar liefst 100.000 dollar zijn meteen de deur uit. Een federale rechter in Boston heeft het nieuwe tarief officieel ongeldig verklaard — en dat betekent: het komt er niet.

Het visum is bedoeld voor Amerikaanse bedrijven die mensen uit het buitenland willen aannemen omdat ze hier thuis gewoon geen kant meer mee kunnen: de juiste vaardigheden zijn simpelweg niet te vinden op de lokale arbeidsmarkt. De regering-Trump had echter een andere visie: volgens hen zouden bedrijven juist meer afgestudeerden uit de VS moeten inhuren. Daarom kondigde ze in september de flinke prijsverhoging aan — van zo’n 1.500 dollar naar 100.000 dollar. Een sprong van bijna 65 keer zo veel.

Maar dat ging niet onbestreden. Twintig Amerikaanse staten, samen met grote organisaties als de Amerikaanse Kamer van Koophandel, stapten naar de rechter. Zij vreesden dat de enorme kosten leidden tot veel minder aanvragen — en daarmee ook minder innovatie, minder groei en uiteindelijk minder banen in de VS. En de rechter gaf hen gelijk: volgens hem mag zo’n hoge vergoeding gewoon niet, omdat het Congres daar geen toestemming voor heeft gegeven. Met andere woorden: Trump had simpelweg geen macht om dit zelf te beslissen.

Natuurlijk is het Witte Huis niet blij met de uitspraak. Een woordvoerder laat weten dat ze er wel vertrouwen in hebben dat de beslissing in hoger beroep wordt teruggedraaid.

Voor wie het H-1B-visum niet kent: het bestaat al sinds 1990 en is specifiek bedoeld voor migranten met minstens een bachelordiploma. Per jaar worden er 85.000 visa verdeeld via een loting — en techbedrijven zoals Amazon, Meta en Microsoft zijn grote gebruikers. Samen hebben zij zo’n 22.000 medewerkers met zo’n visum in dienst. Van alle uitgereikte H-1B-visa’s gaat ongeveer 70% naar werknemers uit India, en zo’n 11% naar Chinese burgers.

Bekijk origineel artikel

Rocky (42) dolblij met haar logo op Oranje-shirt: ‘Knijp me even’

Vol trots en vol energie stond Oranje woensdag in Rotterdam op het veld voor de uitzwaaiwedstrijd tegen Algerije. Toen de spelers hun trainingsjassen uittrokken en het nieuwe shirt zichtbaar werd, kreeg Roxanne Hehakaija — beter bekend als Rocky, de oprichter van Favela Street — een moment dat ze nog steeds bijna niet kan geloven. Het shirt is een samenwerking tussen Nike, Patta én háár stichting.
“Ik vroeg gewoon: knijp me even”, lacht ze tegen RTL Nieuws.

Een anderhalf jaar geleden voelde het al net zo onwerkelijk: toen belde Nike — hoofdsponsor van het Nederlands elftal — met een vraag die Rocky geen seconde liet twijfelen: mag het logo van jouw stichting op de warming-upshirts van Oranje voor het WK 2026?
“Natuurlijk zeg je dan ja. Het voelt als een kroon — een grote erkenning voor alles wat we de afgelopen twaalf jaar hebben opgebouwd.”

Wat doet Favela Street eigenlijk?

Het werk van de stichting is moeilijk in één zin te vatten. Als het moet, noemt Rocky het een leiderschapsprogramma waarbij voetbal de brug vormt naar jongeren.
“Als jongeren bij ons binnenkomen, zetten we eerst een stap terug. Wat heb je meegemaakt? Wie ben je daardoor geworden? En pas daarna: wie wil je worden?”

Rocky begon twaalf jaar geleden in Brazilië — en zag daar meteen hoe krachtig voetbal kan verbinden.
“Een van de eerste keren liep ik met een bal door een favela, tegenover jongens met geweren over hun schouders. Mijn instinct was: vlucht. Maar toen ik begon te dribbelen, legden ze hun wapens neer en deden ze mee. Dat werd het fundament van Favela Street.”

Al snel ontstond de vraag: kan dit ook in Nederland?
Vandaag is Favela Street actief op vijf locaties: Amsterdam, Alkmaar, Arnhem, Breda en Den Bosch. En Rocky heeft al plannen voor uitbreiding: Waalwijk, Rotterdam en Hoorn staan op de lijst.
“Je merkt dat er in het jongerenwerk een groot tekort is aan programma’s die zich specifiek richten op jonge vrouwen.”

En nee — het programma richt zich niet op ‘kansarme’ jongeren.
“Ik blijf liever weg van dat soort termen. Want wat zeg je eigenlijk tegen iemand als je dat woord gebruikt? Ik verkondig liever: iedereen is kansrijk.”

Van zware rugzak naar senior coach

Dounia is daar een levend voorbeeld van. Ze begon zes jaar geleden bij Favela Street in Amsterdam-West — op 12-jarige leeftijd uit huis geplaatst, via verschillende pleeggezinnen.
“Ze kwam binnen met een zware rugzak. Tegenwoordig is ze senior coach bij ons. Ze zegt altijd: ‘Dat waar ik me vroeger voor schaamde, heb ik omgezet in mijn kracht.’”
Door te praten over wat ze had meegemaakt, groeide haar zelfvertrouwen. Vandaag gebruikt ze haar eigen verhaal om anderen te ondersteunen.

Kleine gebaren, grote impact

“We willen een nieuwe generatie rolmodellen creëren — met de kracht van straatvoetbal”, zegt Rocky.
“Ik wil dat jongeren zien welke impact ze kunnen hebben op anderen. Als mens heb je elke dag invloed op de mensen om je heen. En die invloed kunnen we in iets positiefs omzetten.”

Haar doel? Dat jongeren anders naar zichzelf leren kijken.
“Veel denken: pas als je beroemd bent of duizenden volgers hebt, maak je verschil. Maar nee — als jij een positief voorbeeld bent voor je kleine zusje, je broertje of een vriend, dan maak je al een groot verschil.”

Veel jongeren worstelen met de vraag of ze ‘goed genoeg’ zijn.
“Er gebeurt zoveel: op school, thuis, op sociale media. Daardoor raken ze soms het gevoel kwijt dat ze ertoe doen. Terwijl juist kleine gebaren een groot verschil kunnen maken.”
Precies zoals het allemaal begon: als een klein idee in Rockys hoofd.
“Je hoopt uiteindelijk iets te kunnen betekenen voor anderen. Dat we nu zichtbaar zijn op de rug van Oranje — op zo’n groot podium — voelt als een enorme schouderklop.”

Maar voor Rocky is dit nog lang niet het eindpunt. Terwijl Oranje zich voorbereidt op het WK, is zij alweer onderweg naar Curaçao voor een straatvoetbaltoernooi.
“Ik ben nooit zo goed in stilstaan bij wat er gebeurt. Dan denk ik alweer: wat is de volgende stap? We zijn nog lang niet klaar.”

En haar volgende droom?
“Dit WK staat Favela Street op de shirts van de mannen. Stiekem zou ik het nog mooier vinden als we volgend jaar ook op de shirts van de Oranje-vrouwen staan.”

En of Oranje wereldkampioen wordt?
Rocky hoeft daar niet lang over na te denken:
“Natuurlijk. Zeker nu wij op hun rug staan. Hopelijk zijn wij net dat extra steuntje in de rug.”

Bekijk origineel artikel