Vandaag nog zon, morgen forse onweersbuien en lagere temperaturen

Vanochtend genieten we nog even van een lekker zonnig begin — met hier en daar wat wolken, maar verder droog en rustig. De temperatuur stijgt al snel naar zo’n 20 graden, en de wind doet nauwelijks zijn best: zwak tot matig, en vooral uit het zuidwesten (langs de kust iets meer uit het westen).

Vanmiddag blijft het overwegend zonnig, al verschijnen er steeds vaker stapelwolken. Al met al blijft het ook dan droog — behalve misschien in het oosten, waar een enkele lokale regenbui mogelijk langs komt, maar zelfs daar is het op de meeste plekken gewoon droog. De thermometer loopt op tot 21 graden in het noordwesten en 25 graden in het zuidoosten. Kortom: een prima start van de meteorologische zomer! De astronomische zomer moet je nog even geduldig afwachten — die begint pas zondag 21 juni om 10:25 uur.

Vanavond? Een typisch Hollandse zomeravond: af en toe zon, af en toe wat wolk vanuit het westen — maar nergens regen. In de nacht wordt het wel wolkiger, en tegen het einde van de nacht kan er vooral in het zuiden en westen wat regen vallen. De temperatuur blijft aangenaam mild: 14 tot 16 graden. De wind draait naar het zuiden of zuidoosten en blijft zacht.

Maar… morgen wordt het een andere boel.
Veel bewolking, weinig zon, en al in de ochtend valt verspreid buiige regen — eerst in het zuiden en westen, en dan langzaam richting het noordoosten. Vanaf de middag komen er vanuit het zuidwesten forse onweersbuien opzetten. En die worden onderweg alleen maar actiever: denk aan veel regen in korte tijd, hagel én flinke windstoten. De maximumtemperatuur ligt dan tussen de 21 graden in het noordwesten en 24 graden in het oosten — maar zodra de buien voorbij zijn, koelt het vanuit het zuidwesten af naar rond de 19 graden. De wind draait in de middag naar het westen.

De dagen daarna? Wisselvallig. Weer wat zon, weer wat buien — soms met onweer — en over het algemeen wat frisser dan de afgelopen dagen. De middagtemperaturen blijven rond de 19 graden hangen, dus net iets onder het normale klimaatgemiddelde voor begin juni (dat ligt meestal rond de 20 graden).

In het weekend wordt het licht wisselvallig: geregeld zon, af en toe een regenbui — maar over het geheel genomen blijft het droog. En ja, de temperatuur kruipt langzaam weer omhoog: op zaterdag tussen de 18 graden in het noorden en 21 graden in het zuiden, en op zondag zelfs tussen de 20 en 24 graden.

Bekijk origineel artikel

Terugverdienen is lastig, maar thuisbatterijen vliegen van de plank

Er zijn eigenlijk twee soorten thuisbatterijen: de ‘klassieke’ versie — die een installateur voor je in de meterkast monteert — en de zogeheten plug-in-batterij. Die laatste is precies wat het klinkt: je steekt de stekker in een stopcontact, en klaar. Voor nog geen €1500 koop je zo’n stekkervariant die zo’n 5 kilowattuur (kWh) aan zonnestroom kan opslaan.

En ja, die plug-in-batterijen verkopen als warme broodjes. Volgens marktonderzoek van Sunergy Research zijn er in het eerste kwartaal van 2026 bijna 20.000 stuks verkocht — een enorme sprong vergeleken met vorig jaar. Hoeveel thuisbatterijen er nu écht geïnstalleerd staan? Dat weet niemand precies. Jeroen Neefs van Energy Storage NL schat het op ruim 100.000 thuissystemen — zowel klassieke als stekkervarianten samen.

Waarom worden ze steeds populairder?

Eén grote reden: vanaf 1 januari 2027 verdwijnt de desalderingsregeling. Dan kun je je teruggeleverde zonnestroom niet meer volledig verrekenen met je stroomafname. Veel mensen willen daarom hun eigen zonnestroom beter benutten — en minder terugleveren (en dus minder terugleverkosten betalen). Daarnaast zijn de prijzen van thuisbatterijen flink gedaald.

Maar let op: zelfs met een batterij blijf je afhankelijk van je energieleverancier. “In de winter blijf je altijd aangesloten op het net”, legt Neefs uit. “Je batterij slaat simpelweg niet genoeg op om de hele winter door te komen.” En terugverdienen? Dat is geen garantie. Experts wijzen erop dat het heel erg afhangt van wanneer je energie verbruikt, of je je gewoontes kunt aanpassen — en welke keuzes je maakt bij aanschaf en gebruik.

Sanne de Boer van de Rabobank is nog duidelijker: een thuisbatterij is alleen echt terug te verdienen voor een kleine, specifieke groep. Denk aan huishoudens met zonnepanelen én een volledig elektrische warmtepomp, inductiekookplaat én een elektrische auto — én bovendien: die auto overdag onderweg is, zodat je hem niet thuis kunt opladen met je eigen zonnestroom. Alleen dan komt de rekening soms uit. Voor huishoudens met weinig stroomverbruik, géén warmtepomp en géén elektrische auto? Dan loont de investering meestal niet — ook al zet je je wasmachine of vaatwasser op het juiste moment aan.

Toch blijft de vraag stijgen

Ondanks de hoge drempel voor terugverdienen verwacht Neefs dat de groei doorgaat — terwijl de regels rondom kleinschalige batterijen nog lang niet op orde zijn. Zo zijn er bijvoorbeeld nog geen uniforme veiligheidseisen over brandgevaar.

En er komt nog iets bij: vanaf 2029 gaan netwerkkosten hoger als het druk is op het stroomnet — bijvoorbeeld tussen 16.00 en 21.00 uur. Dan kan een slim aangestuurde thuisbatterij helpen: op dure momenten gebruik je stroom uit je eigen batterij, op goedkope momenten haal je het van het net.

Een praktische tip

Koop niet meteen de grootste batterij die je vindt. Voor de meeste huishoudens is een accu van 5 tot 6 kWh voldoende. In de zomer raak je een veel te grote batterij nooit leeg; in de winter haal je hem nooit vol — omdat de zon dan minder schijnt én je meer stroom gebruikt.

En wat met het energielabel?

Vanaf 29 mei geldt een nieuw energielabel voor woningen. Thuisbatterijen met minimaal 5 kWh opslagcapaciteit én een vaste aansluiting (dus: niet de stekkervariant) tellen mee voor een beter label. Stekkerbatterijen doen niet mee — want ze zitten niet vast in de meterkast.

En terloops: beurscommentator Durk Veenstra meldde onlangs dat batterijfabrikant Alfen flink profiteert van de gestegen vraag naar (thuis)batterijen.

Bekijk origineel artikel

Jonge mantelzorgers: wie helpt er eigenlijk thuis?

Een oma die niet meer kan lopen. Een moeder die vaak ziek is. Of ouders die geen Nederlands spreken — en dan moet jij bij de dokter vertalen. Op basisschool KBS De Zandberg in Breda ontdekken leerlingen deze week dat mantelzorg veel dichterbij zit dan ze dachten. “Je ziet gewoon niet aan iemand dat het thuis lastig is.”

In groep 8 stelt meester Arne Stallen de simpele vraag: “Wie zorgt er thuis wel eens voor iemand?” Eerst blijft het stil. Dan gaan langzaam handen omhoog. Één leerling vertelt dat zijn oma na een val bijna niets meer zelf kan doen — en dat hij haar daarom helpt met spullen halen, omdat ze de trap niet meer op kan. Erdem, 11 jaar, vertelt dat hij vaak mee gaat naar de huisarts om voor zijn vader én zijn oma te vertalen: “Mijn vader zegt iets, en dan vertel ik het verder aan de dokter.”

Deze les maakt deel uit van een nieuw lespakket van BredaMantelzorg over jonge mantelzorgers. Volgens coördinator Saskia Wagenmakers is één op de vier kinderen in Nederland zo’n jonge mantelzorger — maar vaak zonder zichzelf zo te noemen. “Kinderen weten het vaak niet eens van zichzelf. Klasgenoten weten het niet van elkaar. En soms weten docenten het ook niet.”

Met stellingen, quizvragen en echte verhalen proberen leraren het onderwerp los te maken. Want mantelzorg is volgens Wagenmakers veel meer dan een keer de vaatwasser uitruimen. “Het gaat om kinderen die opgroeien in een zorgsituatie.” Denk aan een ouder met MS, een broer met een beperking of een opa of oma die intensieve hulp nodig heeft. Sommige kinderen maken zich voortdurend zorgen — of moeten thuis altijd rekening houden met wat er speelt.

BredaMantelzorg ontwikkelde dit lespakket specifiek voor groep 7 en 8, met als doel: bewustwording én steun. Op KBS De Zandberg werd een proefles gegeven — en de kinderen waren verrassend open. Sommigen vertellen dat ze minder kunnen afspreken met vrienden, omdat ze thuis moeten helpen of omdat het thuis rustig moet blijven. Ook meester Arne merkt verhalen die hij nog niet kende. “Van sommige kinderen had ik een vaag idee, maar andere verhalen verrasten me echt. Dan zie je hoe belangrijk het is om hierover te praten.”

En het is vaak niet makkelijk om jonge mantelzorgers te herkennen. Ze kunnen moe zijn in de klas, zich slecht concentreren of vaker afwezig zijn — zonder dat iemand weet dat er thuis iets speelt. Mees, 12 jaar, zegt dat hij door de les anders naar zijn klasgenoten kijkt: “Ik wist niet dat je al op vierjarige leeftijd mantelzorger kunt zijn. En je ziet gewoon niet aan iemand dat het thuis zwaar is.”

Volgens BredaMantelzorg is vroeg signaleren cruciaal. Want als kinderen langdurig zorgverantwoordelijkheid dragen, kan dat later leiden tot stress, overbelasting of zelfs schooluitval. Daarom richt het lespakket zich niet alleen op herkenning, maar ook op begrip in de klas. “Als kinderen begrijpen waarom een klasgenoot soms niet mee kan spelen of zich zorgen maakt, ontstaat er meer onderling begrip,” legt Wagenmakers uit.

Deze proefles in Breda is bedoeld om het materiaal verder te verbeteren, voordat het landelijk wordt ingezet. Maar één conclusie trekken de docent en de organisatie nu al: kinderen herkennen veel meer uit hun eigen leven dan volwassenen vaak denken. En soms begint dat inzicht met één simpele vraag in de klas: “Voor wie zorg jij eigenlijk thuis?”

Bekijk origineel artikel

Reddingsactie voor gewonde grotverkenner in Noord-Italië

In de provincie Cuneo in het noorden van Italië zit een jonge speleoloog vast — en wel op een behoorlijke diepte: rond de 120 meter onder de grond. Volgens lokale media is het een 20-jarige die tijdens een verkenningsduik in de Grotta dei Cinghiali Volanti (te vertalen als ‘Grot van de Vliegende Everzwijnen’) gewond raakte toen er een stuk rots losbrak en op hem neerkwam.

Deze grot is geen gewone wandelgrot: het is een smalle, technisch uitdagende schacht die bij ervaren grotverkenners bekendstaat om zijn moeilijkheidsgraad. En dat maakt de redding nu extra lastig.

De man liep letsel op aan zijn voet — zo ernstig dat hij zelf niet meer omhoog kan klimmen. Daarom moet hij met een speciale brandcard worden meegevoerd. Zijn groepsgenoten wisten tegen het einde van de middag hulp te waarschuwen nadat ze zelf weer boven waren gekomen.

Een eerste reddingsteam heeft hem al bereikt, maar verder gaat het langzaam. Omdat sommige passages te nauw zijn om de gewonde veilig door te krijgen, moeten reddingswerkers op bepaalde plekken de grot letterlijk wijten — een delicate klus in zo’n omgeving. Hoe het precies met de jongeman gaat, hebben de autoriteiten nog niet bekendgemaakt. En de operatie? Die duurt naar verwachting nog uren.

Bekijk origineel artikel

Dodelijk ongeluk op de A4 bij de Belgische grens: weg richting Antwerpen tijdelijk afgesloten

Vannacht is er op de A4, vlak bij de grens met België, een dodelijk ongeluk gebeurd. Volgens de politie is iemand aangereden en daarbij overleden — dat deelden ze via sociale media. Meer informatie over wat er precies gebeurde, wie erbij betrokken was of met welke voertuigen, geven ze (nog) niet door.

Om het gebied te onderzoeken, is de snelweg richting Antwerpen tijdelijk afgesloten. Dat geldt vanaf knooppunt Markiezaat bij Woensdrecht tot aan het Belgische dorp Zandvliet. Ook het viaduct over de A4 — de Oude Dijk in Ossendrecht — staat stil. Verkeer dat richting België wil, wordt omgeleid via Hazeldonk, onder Breda. Op de weg staan intussen schermen om het incidentengebied af te bakenen.

De politie is momenteel niet bereikbaar voor verdere uitleg — dus voor nu blijft veel onduidelijk: hoe het ongeluk precies ontstond, hoeveel mensen of auto’s erbij betrokken waren, en of er nog andere gewonden zijn.

Binnenland Deel artikel:

Bekijk origineel artikel

Bart hoort stemmen – maar dat maakt hem niet gevaarlijk of gek

Bart de Ruijter (54) uit Den Bosch hoort al jarenlang stemmen in zijn hoofd. Soms schelden ze hem uit, soms geven ze zelfs opdrachten — en ja, hij heeft er ooit echt op ingespeeld (zoals het kopen van een fles champagne en die over zijn voeten sprenkelen). Maar één ding is duidelijk: Bart is niet gek, en zeker niet gevaarlijk. Dat wil hij graag kwijt, vooral tijdens de Week van de Mentale Gezondheid — een moment om taboes te doorbreken en misverstanden weg te nemen.

In Brabant leven zo’n tienduizend mensen met een psychotische kwetsbaarheid, vertelt psychiater Paul Höppener van Reinier van Arkel. Stress, alcohol of drugs kunnen daarbij een rol spelen — maar het is geen ziekte die je ‘gewoon’ kunt wegwensen. Het is iets wat je leert beheren.

De eerste keer was op 19-jarige leeftijd

Bart studeerde in Den Haag, verhuisde voor het eerst uit huis en werd ondergedompeld in jaarclubs en ontgroeningen. Een heftige, stressvolle periode — en toen kwam de eerste psychose. Een paar dagen lang wist hij niet meer wat echt was en wat niet. Na een paar weken herstel bij zijn ouders ging hij weer studeren. Maar later merkten vrienden dat hij verward en vreemd deed. Hij zag boodschappen in radio- en tv-berichten, las betekenissen in alles wat hij zag. En langzaam, maar zeker, draaiden zijn vrienden zich van hem af. “Je bent al psychisch aan het lijden — en dan word je daar ook nog eens op afgerekend.”

De stemmen bleven — maar Bart leerde ermee leven

Op 35-jarige leeftijd kreeg Bart een langdurige psychose van een maand. En voor het eerst hoorde hij stemmen die blijven. Ze zijn er nog steeds — bijna elke dag. Vroeger gaven ze opdrachten. Nu probeert Bart ze te negeren. “Je moet sterker zijn dan de stemmen. Ze hebben toegang tot je geheugen, ze praten met je geheugen. Maar je hoeft niet tegen ze in te gaan — terugschelden werkt averechts. Je moet weten: ze kunnen je niets doen. Het is een kortsluiting in je hersenen. Als je dat begrijpt, kun je ze gewoon links laten liggen.” En hij roept bewust de ‘positieve stemmen’ op — de stemmen van mensen die hem steunen, van hoop, van rust.

“Mensen zien me vaak als gevaar — maar dat ben ik niet”

Ja, het klinkt eng: boodschappen in berichten, stemmen die commando’s geven. Maar Bart benadrukt: dat maakt hem niet gevaarlijk. “Alleen de extreme gevallen komen in het nieuws.” En die gevallen — zoals het tragische incident met Jarco, die onder schizofrenie leed — zijn uitzonderingen. Psycholoog Paul Höppener beaamt dat: “Psychotische mensen vormen eerder een risico voor zichzelf — door isolatie, onvoldoende zorg of onveilige leefomstandigheden — dan voor anderen.”

Bart is geen gevaar. Hij heeft een normale jeugd gehad, een goede opleiding, en een levendig, betrokken leven. En hoewel zijn omgeving soms nog steeds twijfelt of hem afrekent op zijn diagnose, blijft hij duidelijk: ik ben niet gek.

Hoe houdt hij het nu onder controle?

Door te luisteren naar zichzelf. Door te weten wat zijn triggers zijn: te veel werk, te veel stress, te veel alcohol. Zijn laatste volledige psychose is ruim 18 jaar geleden. De stemmen zijn er nog — maar hij kan ze nu meestal ‘naast zich neerleggen’.

Een half jaar geleden voelde hij wel weer de dreiging van een psychose. “Ik had weer te veel op mijn bord. Het is elke dag balanceren: tussen actief zijn én rust nemen.”

Zijn psychiater Paul is trots op hem: “Met Bart gaat het hartstikke goed. Het blijft elke dag een gevecht — maar hij heeft geleerd leven met zijn psychose. En dat is echt bijzonder.”

Waarom hij nu spreekt — en schrijft

Rust, regelmaat en bewust omgaan met alcohol en drugs: dat zijn de sleutels om een psychose te voorkomen. Maar in onze hectische samenleving is dat niet altijd makkelijk. En dat baart Bart én Paul zorgen.

Daarom geeft Bart nu lezingen — op scholen, bij serviceclubs, politie, justitie en gemeentes — over wat psychose écht inhoudt, en hoe je ermee om kunt gaan. En hij schreef het boek Keerpunt, over zijn ervaringen, zijn ziekte en zijn herstel.

Bekijk origineel artikel