Rekenkamer waarschuwt: asielwachttijden dreigen nog langer te worden door nieuw EU-pact
De wachttijden voor asielzoekers in Nederland dreigen flink op te lopen — en dat komt mede door het nieuwe Europese migratiepact. Dat zegt Peter Duisenberg, president van de Algemene Rekenkamer, in een interview met Nieuwsuur. Volgens hem krijgen asielzoekers die al jaren op een wachtlijst staan steeds minder aandacht, omdat de minister en de IND nu bewust prioriteit geven aan mensen die via het nieuwe EU-migratiepact aankomen.
Dat betekent in de praktijk: wie nu net in Nederland is aangekomen en onder het pact valt, wordt sneller gehandhaafd dan wie al lang wacht op een beslissing over zijn of haar verblijfsrecht. En dat kan de wachttijd voor sommige asielzoekers opdrukken tot vijf jaar — of zelfs tien jaar. Op dit moment duurt het gemiddeld 67 weken voordat er een uitspraak komt voor asielzoekers uit niet-veilige landen die nog nooit eerder in een ander Europees land hebben aangevraagd. Met het EU-migratiepact kan die tijd dus verder oplopen, waarschuwt de Rekenkamer.
Terwijl de wet eigenlijk voorschrijft dat binnen zes maanden een besluit moet worden genomen, blijft de realiteit ver achter. En daar heeft de Rekenkamer ook kritiek op: de minister van Asiel en Migratie zou de Tweede Kamer niet goed hebben geïnformeerd over de keuze om nieuwe aanvragen boven bestaande aanvragen te plaatsen — en over de gevolgen daarvan.
Het EU-migratiepact werd in 2023 afgesloten en treedt op 12 juni 2026 in werking. Het doel? Migratie sneller en strakker regelen: snellere screening van aankomenden én snellere terugkeer van mensen die geen recht hebben op verblijf in de EU — bijvoorbeeld naar hun land van herkomst of een ander veilig derde land. Veel politici hopen dat het pact meer grip geeft op de stroom migranten. Maar niet iedereen is enthousiast: in februari waarschuwde een invloedrijke denktank al dat het pact een “enorme mislukking” zou kunnen worden.
Ondertussen blijft het aantal wachtenden bij de IND stijgen. Meer dan 50.000 asielzoekers staan op dit moment op de wachtlijst — en wachten op een beslissing die vaak jaren op zich laat wachten. Voor hen betekent dat jarenlange onzekerheid én langdurig verblijf in de opvang.
Er zijn wel plannen om de knelpunten op te lossen — zoals de zogeheten spreidingswet, waarop het COA grote hoop vestigt. Maar volgens Duisenberg is dat “een beetje irreëel”. De hele asielketen zit volledig vast, zegt hij, en de wachttijden zijn daar een duidelijk symptoom van. En de mensen die wachten? Die zitten gewoon in de AZC’s — zonder duidelijk zicht op wanneer er eindelijk een besluit komt.
Binnenland
Deel artikel:
🇳🇱 Parlementaire enquête corona begint: voor het eerst openbaar én onder ede verantwoording afgelegd
Je kent het wel: een parlementaire enquête is het zwaarste wapen dat de Tweede Kamer in haar arsenaal heeft. Het is geen gewoon onderzoekje — het is een formele, diepgaande, officiële speurtocht naar wat er écht gebeurd is, vooral als andere manieren (zoals schriftelijke vragen of mondelinge vragenuurtjes) te weinig licht op de zaak hebben geworpen.
En nu komt het: de enquête naar Nederland’s aanpak van de coronacrisis is eindelijk van start gegaan. Die crisis rolde van begin 2020 tot halverwege 2022 over ons heen — en nu, in 2024, neemt de Kamer officieel de tijd om alles op een rijtje te zetten.
🔄 Een lange weg naar een stabiele commissie
De weg naar deze enquête was niet kaarsrecht. Eerst kwam er een tijdelijke commissie corona, onder leiding van Kadija Arib. Maar zij stapte uit de Kamer — onder meer vanwege een conflict rondom haar functie als Kamervoorzitter. Daarna nam Daan de Kort (VVD) het stokje over als voorzitter van de echte enquêtecommissie. En zelfs daarna bleef het wisselen: diverse leden vertrokken — sommigen omdat ze het oneens waren met de koers, anderen simpelweg omdat ze na de verkiezingen niet meer in de Kamer zaten. Pas sinds februari dit jaar is de definitieve samenstelling bekend: naast voorzitter De Kort zitten er nu Songül Mutluer (PvdA), Dion Huidekooper (D66), André Poortman (CDA) en Annelotte Lammers (Groep Markuszower) in de commissie.
⏳ Vijf jaar later: tijd voor open verantwoording
Eind februari was het precies vijf jaar geleden dat de eerste coronabesmetting in Nederland werd bevestigd. Op 27 februari 2020 bracht RTL Nieuws het nieuws laat op de avond in een extra uitzending — een moment dat veel mensen nog goed bij blijft.
Ook al heeft de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) al uitgebreid onderzoek gedaan — en concludeerde dat de overheid onvoldoende voorbereid was, en dat ouderen in verpleeghuizen te weinig beschermd werden — dan nog is deze enquête anders. Want hier gebeurt iets wat nooit eerder zo openbaar en formeel gebeurde: belangrijke figuren uit die tijd leggen nu, voor iedereen zichtbaar, onder ede verantwoording af.
Zoals voorzitter De Kort het zegt:
“We gaan nu in het openbaar een groot aantal sleutelfiguren van destijds laten getuigen. Zij leggen daarmee voor het eerst in het openbaar onder ede verantwoording af voor de keuzes die zij destijds hebben gemaakt. Weigeren van zo’n oproep kan niet, en je moet de vragen beantwoorden.”
Daarnaast kijkt de commissie ook naar hoe de Tweede Kamer zelf zich gedroeg tijdens de crisis. Want laten we eerlijk zijn: iedereen in Nederland werd getroffen — net zoals tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dan wil je weten: wat deed het kabinet écht? Waarom? En hoe controleerde de Kamer dat?
🎯 Wie wordt er gehoord? En wanneer begint het?
Vandaag maakt de commissie een eerste lijst met getuigen bekend. En volgende vrijdag — dus binnenkort — vindt het allereerste verhoor plaats. Daarna wordt elke vrijdag de lijst met getuigen voor de week erna gepubliceerd.
In de Haagse wandelgangen doen al namen de ronde: oud-premier Mark Rutte, oud-minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge, en oud-Kamerleden Klaas Dijkhoff en Fleur Agema. Ook ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid zullen waarschijnlijk aan de beurt zijn.
📝 Wat is het doel? En wanneer komt het eindrapport?
De enquête richt zich op de feiten: wat gebeurde er écht, en werd er correct en logisch gehandeld? Geen rechtspraak, geen schuldvaststelling — maar wel helderheid, transparantie en vooral: geleerde lessen.
En daar gaat het volgens De Kort juist om:
“De verhoren, samen met al het onderzoek dat al is gedaan, zorgen ervoor dat wij straks in ons eindrapport de geleerde lessen kunnen benoemen, zodat we daar bij een volgende crisis profijt van hebben. Of dat nu een pandemie is, een natuurramp, een langdurige stroomstoring of een sabotageactie van een vreemde mogendheid.”
Het eindrapport wordt gebaseerd op alle verhoren én op jarenlang vooronderzoek — denk aan duizenden documenten, mails en berichtenverkeer die de commissie heeft gevorderd. En hoewel niemand weet wat er uiteindelijk in staat, verwacht De Kort het rapport in het eerste kwartaal van 2027.
Jasper over de nasleep van de brand bij Vidar: ‘Nog een lange weg te gaan’
Hij zat rustig op zijn fiets onderweg naar studentenroeivereniging Vidar in Tilburg, toen Jasper Los ineens gebeld werd: er is iets mis met de gasleiding — en het brandt. Niet veel later stond hij voor het clubhuis en zag hij de steekvlammen uit het dak steken. Zes maanden later is het pand nog steeds geen plek waar je gewoon binnenloopt voor een borrel of een praatje. Voor de ruim zeshonderd leden is dat vooral het grootste gemis — niet zozeer de boot, maar de sfeer.
Als Jasper weer eens door het lege gebouw loopt, blijft hij hier en daar even staan. “Het is gek om hier te lopen, want je weet nog precies hoe het vroeger allemaal was”, vertelt hij. De rook van die brand trok via het dak door bijna elke hoek van het pand — en liet een spoor van schade achter dat tot nu toe niet is uitgewist.
“We zijn er nog lang niet”, zegt hij eerlijk — en dan bedoelt hij niet alleen de muren, maar ook het gevoel van samenhang.
Bij elke grote, lege ruimte begint hij weer te vertellen. “Dit is de borrelkamer, of ja… wat er nog van over is”, zegt hij in een ruimte die nog altijd naar rook ruikt. “De bar is er al uitgehaald, de muren zijn kaal. Daar hingen dingen die echt Vidar waren: oude bestuursjasjes, trofeeën, herinneringen.”
Verderop komt hij bij de bestuurskamer. “Daar stond mijn bureau. Hier kwamen mensen ouwehoeren en een kop koffie drinken voor een training. Dat mist ik het meest.” En datzelfde gevoel herkent hij ook bij de andere leden. “Natuurlijk kwamen ze hier om te trainen, maar vóór de brand was het écht een sociale activiteit: je kleedde je om, je praatte, je deed krachttraining, je bleef hangen. Nu komen ze in sportkleding aan, pakken de boot, gaan het water op — en zijn na de training alweer thuis.”
Dat sociale contact ontbreekt — ook al proberen leden elkaar nog te zien, bijvoorbeeld in een café in de stad. “De fysieke afstand tussen mensen is groter geworden”, legt Jasper uit. “Vroeger waren er spontane borrels, maar dat gaat nu gewoon niet meer. Hopelijk kunnen we snel weer samenkomen — echt samenkomen, niet alleen op het water.”
En dan is er ook nog de financiële kant: Vidar zit met een tekort van ongeveer een ton. “We gaan het niet redden als we geen hulp krijgen.” Gelukkig komt er steun uit bekende kringen. Voormalig bestuurslid Federico Spiertz loopt binnenkort 100 kilometer tijdens de Ringvaart — de langste roeiwedstrijd van Nederland — om geld in te zamelen. “Ik vind het ongelofelijk dat ik al bijna 10.000 euro heb opgehaald”, zegt hij. “En ik ga er alles aan doen om de hele afstand uit te lopen.”
Maar ook al zijn sommige ruimtes al schoongemaakt, andere zitten nog vol roet — en weer andere zijn wel schoon, maar nog steeds nat. En daarna moet alles weer ingericht worden. “Ik hoop dat dat voor het einde van dit jaar lukt”, zegt Jasper, “maar dat gaat waarschijnlijk niet lukken. We hebben nog een lange weg te gaan.”
Rennen voor knipperend groen? Niet nodig — hier staat echt achter
Soms heb je het gevoel dat je bij een verkeerslicht letterlijk moet sprinten om nog op tijd de overkant te halen. Vooral als dat groene licht al begint te knipperen… Dan komt het paniekgevoel: ‘Ga ik het halen? Moet ik rennen?!’
Maar klopt dat gevoel wel? Moet je echt opschieten, of is het systeem eigenlijk veel vriendelijker dan het lijkt?
“Dat dwingende knipperen maakt dat je direct gehaast wordt”, zegt verkeersexpert Paul van de Coevering. En ja — dat herken je vast wel: die plotselinge druk, alsof je meteen in beweging moet komen. Daarom opende Omroep Brabant deze week een speciaal meldpunt: Brabanders kunnen nu aangeven waar ze regelmatig net niet op tijd de overkant halen.
👉 Klik hier om een verkeerslicht door te geven waar jij vaak net te langzaam bent
🔍 Bekijk alles op onze interactieve kaart
Op de onderstaande kaart zie je alle verkeerslichten en verhalen die vanuit de hele provincie zijn binnengekomen. Klik op de stipjes bij een plaatsnaam en ontdek waar Brabanders zich elke dag opnieuw moeten afvragen: ‘Ga ik dit keer ook weer net niet halen?’
Geen landelijke ‘groentijd’ — wel veel ruimte voor keuzes
Er bestaat geen vast, nationaal voorgeschreven aantal seconden dat iedereen altijd groen krijgt. Geen sprake van. Wel zijn er algemene richtlijnen — maar uiteindelijk bepalen gemeenten (vaak samen met gespecialiseerde verkeersbureaus) zelf hoe lang voetgangers groen krijgen.
“Het is een samenspel tussen de gemeente, die verantwoordelijk is voor een veilige en vlotte doorstroming, en private partijen die de techniek écht uitvoeren”, legt Van de Coevering uit.
Vaak wordt uitgegaan van een gemiddelde loopsnelheid van rond de vijf kilometer per uur — dus een rustig, normaal wandeltempo. Maar hoe lang je daadwerkelijk groen krijgt, hangt ook af van het kruispunt: een brede hoofdweg krijgt meer tijd dan een smalle woonstraat.
Slimme verkeerslichten passen zich aan
Op veel plekken zitten er detectiesystemen in het wegdek: die merken of er auto’s, fietsers of voetgangers staan te wachten. Dat betekent: de volgorde is niet altijd vast. Soms is er alleen tijd voor fietsers — dan gaat alleen het fietslicht op groen, en niet het voetgangerslicht.
En gemeenten kunnen daar zelf invloed op uitoefenen. Ze kunnen kiezen voor meer prioriteit voor voetgangers of fietsers — of juist voor soepelere doorstroming voor auto’s of bussen. Vandaar dat het op het ene kruispunt prima loopt, en op het andere ineens net iets te kort voelt.
Knipperend groen = ‘niet meer beginnen’, niet ‘snel rennen’
Dat knipperende groene licht? Het is geen rood-waarschuwing voor wie al onderweg is — het is juist een signaal voor wie nog niet is begonnen met oversteken.
“Wat het in feite betekent, is dat je eigenlijk niet meer moet beginnen met oversteken”, benadrukt Van de Coevering. Wie al onderweg is, hoeft dus absoluut niet ineens te versnellen of te rennen. Het is volkomen normaal dat het licht op rood springt terwijl je nog bezig bent met oversteken.
“Je kunt er echt van uitgaan dat als jij een redelijk normaal tempo loopt, je gewoon rustig de overkant kunt halen — zonder sprintje.”
Toch twijfelt Bernadette uit Tilburg: “Na twee stappen groen mogen de auto’s ook al rijden”, zegt ze over de Broekhovenseweg. Een ervaring die laat zien dat de praktijk soms harder aanvoelt dan de theorie — en waarom zo’n meldpunt nu juist zo belangrijk is.
Joodse school in Amsterdam blijft vandaag dicht na onduidelijke dreiging
“We hebben een telefonische melding gekregen. Daar doen we nu onderzoek naar”, zegt een woordvoerder van de politie. Over wat er precies aan de hand is, wil de politie niets loslaten. “We kunnen nog niks melden over de inhoud van de melding of over wie die heeft ingediend.”
Volgens betrouwbare bronnen was gisteravond een grote opschudding rond de school: de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) deed een grondige controle van het gebouw, en de politie was urenlang ter plaatse. Een anonieme bron vertelt RTL Nieuws: “Om 17.30 uur kregen we het bericht dat er een incident was geweest op school. Later bleek het om een bommelding te gaan.”
Het is alweer niet de eerste keer dat deze Joodse school in Amsterdam wordt getroffen door zulke situaties. Ook in maart moest de school een dag dicht — en de dag daarna ontplofte er daadwerkelijk een explosief. Sindsdien werd de beveiliging versterkt, maar volgens mensen die bij de school betrokken zijn, zou die juist langzaam weer worden versoepeld.
Ouders zijn bezorgd. Sommigen vinden dat de school ondanks de dreigingen gewoon open moet blijven, anderen denken juist dat de risico’s te groot zijn — en dat de situatie mogelijk wordt onderschat. “Het is het zekere voor het onzekere nemen”, zegt een betrokkene. “Je weet niet waar zo’n dreiging vandaan komt, en dat maakt het onrustig.”
En het gaat niet alleen om deze school: er leven al langer zorgen over de veiligheid van Joodse instellingen in Amsterdam. “Zelfs rondom een goed beveiligde school kan je iets over het hek gooien”, zegt iemand. “En wat als de Marechaussee niet op tijd is?”
Trump en Netanyahu ruziën over Iran – diplomatie of oorlog?
De Amerikaanse president Donald Trump en Israëlische premier Benjamin Netanyahu hebben afgelopen dinsdag een flinke ruzie gehad tijdens een telefoongesprek over wat er nu eigenlijk moet gebeuren met Iran. Het was geen gewoon praatje: volgens betrouwbare bronnen bij zowel Axios als The Wall Street Journal ging het gesprek behoorlijk heet toe.
Achtergrond? Er is een nieuw “vredesmemo” op tafel gekomen, opgesteld door bemiddelaars Qatar en Pakistan. Het idee is dat de VS en Iran eerst een intentieverklaring ondertekenen om de oorlog officieel te beëindigen – en daarna 30 dagen lang serieus onderhandelen over zaken als Iran’s nucleaire programma én de toegang tot de Straat van Hormuz. Omdat dit voorstel op tafel lag, heeft Trump zijn plan om dinsdag weer bombardementen op Iran te hervatten even opgeschort (zo meldt CNN). Sinds 8 april geldt officieel een staakt-het-vuren… al blijven er nog steeds aanvallen over en weer gemeld worden.
Trump liet Netanyahu weten: “Laten we de diplomatie nog één keer een kans geven.” Maar Netanyahu was daar niet blij mee. Volgens een Amerikaanse bron die bij het gesprek betrokken was, was hij na afloop woest. Zijn standpunt is duidelijk: hij wil juist wél weer beginnen met militaire actie. Zijn reden? Hij vertrouwt Iran niet. Hij gelooft simpelweg niet dat ze hun beloftes nakomen – zeker niet als het gaat om het ontmantelen van hun nucleaire programma. En hij verwacht ook dat Iran gewoon doorgaat met het aanvallen van Israël en diens bondgenoten in de regio (zo schrijft The Wall Street Journal). Israëlische bronnen bevestigen aan CNN dat er binnen de hoogste kringen van de Israëlische regering een sterke drang is naar hernieuwde militaire ingrepen.
Interessant is dat dit verschil in visie niet nieuw is – maar wel opvallend. Want Trump en Netanyahu hebben jarenlang een heel bijzondere band gehad. Denk aan Trumps besluit om Jeruzalem als Israëlische hoofdstad te erkennen en de Amerikaanse ambassade daarheen te verhuizen. Of aan de Israëlische hoogste onderscheiding die Netanyahu vorig jaar aan Trump gaf – als eerste niet-Israëliër – mede dankzij Trumps bemiddeling bij het wapenstilstandakkoord tussen Hamas en Israël in Gaza. En nog maar eind februari dit jaar besloten ze samen juist tot een grootschalige aanval op Iran.
Dus ja: het contrast is groot. En het wordt nog groter door Trumps recente uitspraak tijdens een bezoek aan de kustwachtacademie: “Netanyahu zal alles doen wat ik van hem vraag.” Een opmerking die – gezien de inhoud van dat verhitte gesprek – meer lijkt op wensdenken dan op realiteit.
