Omgekomen 12-jarige Wayne redt vier levens met orgaandonatie: ‘Laatste daad van liefde’
Rond half zeven ’s avonds op vrijdagavond botste Wayne met zijn fatbike op een auto terwijl hij over de Roermondseweg in Steyl reed. Gelukkig waren er direct omstanders bij die hem meteen hulp boden. Daarna werd hij met een traumahelikopter naar het ziekenhuis gebracht — maar afgelopen weekend overleed hij alsnog aan zijn verwondingen.
Zijn ouders namen een ontroerend besluit: ze gaven toestemming voor orgaandonatie. Door die keuze wordt het leven van vier mensen gered. Zijn voetbalclub Venlosche Boys, waar Wayne lid van was, noemt het ‘zijn laatste daad van liefde’.
Wayne speelde in de JO12-1-ploeg — de jeugdonder-12-afdeling — en werd door de club omschreven als ‘een geliefd lid van onze vereniging’. In een bericht op hun website schrijven ze met ‘verslagenheid en groot verdriet’ dat ze kennis hebben genomen van zijn plotselinge overlijden.
Om hem te herdenken organiseert Venlosche Boys voorafgaand aan de wedstrijd van Venlosche Boys 1 een minuut stilte. Ook is er in de kantine een gedenkhoek ingericht. Het afscheid vindt komende dinsdag plaats op het hoofdveld van de club. En vooraf wordt er een rouwstoet georganiseerd, waarbij mensen een erehaag vormen.
De politie onderzoekt nog steeds wat er precies gebeurde. Een 37-jarige automobilist is aangehouden en verhoord — dat bevestigt de politie tegenover RTL Nieuws. Mensen die camera- of dashcambeelden hebben van het ongeluk worden opgeroepen om zich te melden. Omdat veel omstanders getuige waren, kan Slachtofferhulp hen ondersteunen.
Jonge Ierse kalfjes blijven gewoon naar Nederland varen — terwijl de kritiek al jaren opzwelt
De import van pasgeboren of zeer jonge kalfjes uit Ierland naar Nederland is nog steeds volop aan de gang. Dat blijkt uit onderzoek van de NOS, dat honderden reizen van ruim 10.000 dieren heeft gevolgd — vanaf hun geboorte in Ierland tot aan hun aankomst op Nederlandse boerderijen. En ja: die reis duurt vaak urenlang, zonder dat de kalfjes onderweg ook maar één keer te drinken krijgen.
Volgens Europese regels zouden dieren tijdens transport minimaal eens per 12 uur moeten kunnen drinken — een richtlijn die de Europese Commissie serieus neemt. Maar in de praktijk? Tijdens de overtocht van Ierland naar Frankrijk (die alleen al 19 uur duurt, inclusief laden en lossen) is dat simpelweg onmogelijk. De vrachtwagens zijn niet uitgerust voor melkvoeding, en de dieren staan zo dicht op elkaar dat het niet haalbaar is. De Ierse overheid zegt daarom: ‘Noodzakelijk’ staat niet gedefinieerd in de wet — en zolang er geen bewijs is van directe schade, hoeft er ook niet gevoed te worden. De EU denkt daar anders over.
En dan die leeftijd: veel kalfjes zijn pas twee weken oud als ze aan boord gaan — sommige zelfs nog jonger. Op die leeftijd is hun immuunsysteem nog lang niet klaar, en kunnen ze nog helemaal niet goed vast voer verteren. Onderzoeker Luca van Dijk benadrukt: “Ze overleven het wel, maar dat betekent niet dat het welzijn goed is.” Warme melk onderweg zou helpen — maar daar is geen geschikte apparatuur voor op de markt. En ouder maken voordat ze vertrekken? Dat is voor de sector ook lastig: grotere kalfjes nemen meer ruimte in, en dat betekent minder dieren per boot — dus hogere kosten.
Ondertussen hadden de Nederlandse kalfseigenaren en grote spelers zoals VanDrie eerder beloofd om de lange transporten vanaf dit jaar af te schaffen — en zelfs om de Ierse import volledig te staken. Maar niets is gebeurd. VanDrie wil wel nog steeds graag stoppen, maar spreekt zich niet expliciet uit over of het nu nog Ierse kalfjes invoert. En de branche zegt: “Als één bedrijf stopt, gaan de dieren gewoon elders heen.”
Er is wel sprake van gesprekken op Europees niveau over strengere regels, en dierenwelzijnsorganisaties als Dier en Recht, Eyes on Animals en Ethical Farming Ireland roepen VanDrie en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit op om eindelijk actie te nemen.
Klaas Dijkhoff: carnaval of de Kamer? Een Brabantse politicus in de knoei
Moet carnaval eigenlijk een officiële feestdag worden? En zou de politiek — vooral in het zuiden — eens wat meer oog moeten hebben voor deze dikke traditie? Denk aan vakanties aanpassen, vergaderingen uitstellen of gewoon even niet opdagen op dinsdag… Want ja: die ene dag in de week waarop de Tweede Kamer écht moet draaien, valt vaak precies op Carnaval. En dat was voor Klaas Dijkhoff uit Breda, tien jaar lang VVD’er in de Kamer, geen kleinigheid.
“Echt belachelijk dat ik hier moet zijn”, zei hij regelmatig — maar hij kwam toch. Altijd. Soms alleen om te stemmen, soms ook nog voor een fractievergadering. Maar zijn hart? Dat zat al lang in een café in ‘s-Hertogenbosch of een zaal vol verkleeders in Tilburg.
En hoe deed hij het dan? Slim: “Ik zei dat ik een buitenlands netwerkevenement had. Maar ja… dat was dus gewoon carnaval.” Gelukkig vond zelfs premier Rutte het best wel begrijpelijk — “Hij kon begrip hebben zonder het te begrijpen”, lacht Dijkhoff in de Omroep Brabant-podcast Van Ons.
En vermomd? Uiteraard. Een plaksnor werkt prima… totdat het gaat regenen. Dat weet hij uit ervaring.
Nu vraagt hij zich af: hoe zal Rob Jetten het doen als hij straks ook tussen de confettiballen en de Kameragenda moet kiezen? “Dan moet hij echt een heel bruut pak aandoen om onherkenbaar te zijn.”
Klimaatrampen ondermijnen democratie wereldwijd
Klimaatverandering is niet alleen een bedreiging voor bossen, kustlijnen en oogst—het schudt ook de basis van onze democratieën flink door. Denk maar aan verkiezingen die worden verstoord door overstromingen, bosbranden of hittegolven: het gebeurt steeds vaker, en met serieuze gevolgen.
Wat zegt het onderzoek?
Het International Institute for Democracy and Electoral Assistance (IDEA) heeft onderzocht hoe extreem weer verkiezingen en referenda wereldwijd beïnvloedt. In de afgelopen twintig jaar raakten ten minste 94 verkiezingen en volksraadplegingen in 52 landen in de war door natuurrampen—zoals overstromingen, bosbranden en hittegolven. In 2024 alleen al werden 23 verkiezingen in 18 landen getroffen, waaronder Brazilië, Bosnië en Herzegovina en Senegal.
Vooral landen met kwetsbare democratische systemen—vaak in delen van Afrika en Azië—voelen de impact het zwaarst. Daar kunnen rampen bestaande problemen, zoals slechte wegen of politieke onrust, nog verergeren.
Hoe ziet dat in de praktijk uit?
In Senegal eind 2024 waren overstromingen zo hevig dat brandweerlieden moesten ingrijpen om waarnemers überhaupt bij de stembureaus te krijgen. En in Mozambique, na cycloon Idai in 2019, werden duizenden huizen, wegen én elektriciteitsnetten vernietigd. Kiezers moesten vluchten—en dat had niet alleen gevolgen voor de opkomst, maar mogelijk ook voor wie uiteindelijk werd gekozen en hoe zetels werden verdeeld.
Maar het is niet alleen water en wind die verstorend werken: hittegolven zijn ook een groeiend probleem. Sinds 2022 raakten minstens tien verkiezingen in de war door extreme warmte. Bij de algemene verkiezingen in de Filipijnen oververhitten stemmachines zelfs zo erg dat sommige eerder uitgebrachte stemmen niet meer werden geaccepteerd.
Wat kan er worden gedaan?
De onderzoekers pleiten voor betere voorbereiding: verkiezingsorganisaties zouden nauwer moeten samenwerken met weerdiensten, hulporganisaties en rampenexperts. “Verkiezingen moeten worden gehouden wanneer de kans op rampen het kleinst is”, zegt politicoloog Sarah Birch, mede-auteur van het onderzoek, tegen The Guardian.
Enkele landen zijn al in beweging: in Peru krijgen verkiezingsmedewerkers training in rampenbeheer, en in Canada heeft de provincie Alberta besloten verkiezingen voortaan in oktober in plaats van in mei te houden—om het bosbrandenseizoen te ontwijken.
EU-leiders bij elkaar in Cyprus – top onder de schaduw van de oorlog in het Midden-Oosten
De oorlog in het Midden-Oosten hangt als een donkere wolk boven de EU-top in Cyprus. Vandaag en morgen komen de regeringsleiders van alle lidstaten bij elkaar op het eiland dat – als roulerend voorzitter van de Raad van de EU – deze keer het podium vormt. Dat juist Cyprus, het EU-land dat het dichtst bij het conflictgebied ligt, de gastheer is, zegt veel over de realiteit waar de Unie nu mee te maken heeft.
Begin vorige maand werd een Britse militaire basis op het eiland getroffen door een drone – waarschijnlijk afgeschoten vanuit Libanon door Hezbollah, een bondgenoot van Iran. Daardoor zijn meerdere EU-bijeenkomsten de afgelopen tijd al afgelast vanwege veiligheidsrisico’s. Tot nu toe zijn explosies en directe aanvallen in andere EU-landen uitgebleven, maar de gevolgen van de oorlog voelen we wel: in de energieprijzen, de luchtvaart, de handel, en de onzekerheid die zich over heel Europa verspreidt.
En hoewel de EU-landen zelf geen directe rol spelen in het conflict, moeten ze wel snel en slim reageren op wat er komt. Want onzekerheid is geen excuus om niets te doen – het is juist reden om beter voor te bereiden.
Energie: rust bewaren, maar niet onvoorbereid zijn
Over energie gaat het momenteel vooral om niet in paniek raken – maar wel écht voorbereid zijn. Gisteren presenteerde de Europese Commissie een lijst met maatregelen die lidstaten zelf kunnen nemen om consumenten en bedrijven te ontzien: denk aan soepelere regels voor staatssteun, energievouchers of goedkoper elektrisch leasen. Ook wordt weer benadrukt hoe belangrijk het is om verder te gaan met vergroenen – want hoe minder we afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, hoe veiliger we staan.
Maar één ding is duidelijk: er is nog geen sprake van daadwerkelijke brandstoftekorten. Gedwongen thuiswerken om energie te besparen? Nog niet aan de orde. En de zomervakantie? Die moet gewoon doorgaan. Toch weten alle leiders: die situatie kan binnen de kortste keren veranderen – vooral als de blokkade van de Straat van Hormuz langdurig blijft bestaan. Dan kunnen tekorten, zeker in de luchtvaartsector, al op korte termijn opduiken.
Daarom bespreken ze vandaag en morgen een pakket voorstellen van de Europese Commissie: plannen om samen op te trekken als het écht spannend wordt. Denk aan het onderling verdelen van kerosine of gezamenlijk opvullen van gasnoodvoorraden. Het doel? Een herhaling voorkomen van de ‘iedereen voor zich’-mentaliteit uit 2022, die toen de energieprijzen naar recordhoogten joeg.
Militair: niemand springt nu in de bres… maar iedereen denkt mee
Een eventuele EU-militaire bijdrage aan het openhouden van de Straat van Hormuz? Voorlopig is daar geen land klaar voor – de veiligheidsrisico’s zijn simpelweg te groot. Toch overweegt een groep lidstaten, waaronder Nederland, wel serieus een mogelijke missie als de situatie stabiliseert. Dat onderwerp komt vanavond tijdens het diner in de haven van Agia Napa uitgebreid aan bod.
Het uitblijven van militaire steun van Europese NAVO-landen irriteert de Amerikaanse president Trump zo erg dat hij zelfs dreigde met een NAVO-trekout. Dat maakt het nog urgenter om eens goed stil te staan bij Artikel 42.7 – de EU-variant van NAVO’s Artikel 5. Volgens die afspraak moeten lidstaten elkaar helpen als een van hen wordt aangevallen. Maar hoe werkt dat nou precies? Wie belt wie? Wat betekent ‘helpen’ eigenlijk? En moeten alle landen meedoen? Op al die vragen is nog geen antwoord – en juist daarom staat het op de agenda.
Dat geldt zeker voor Cyprus zelf. Het land is geen NAVO-lid, en bij de drone-aanval vorige maand koos het ook niet voor een beroep op Artikel 42.7. Maar niemand weet beter dan Cyprus: het moment dat je hulp nodig hebt, kan ineens veel dichterbij zijn dan je denkt.
Rondje lopen zonder zorgen: Eersel krijgt eerste dementievriendelijk wandelpad in Brabant
Bij zorgcentrum De Kerkebogten in Eersel is woensdag een bijzonder nieuw pad geopend — écht bijzonder, want het maakt iets mogelijk wat voor veel mensen met dementie vaak onhaalbaar lijkt: gewoon even een rustig rondje lopen, buiten, zonder bang te zijn om te verdwalen.
Het vijfhonderd meter lange voetpad loopt rondom het zorgcomplex en leidt via een aangename route naar een mooi stukje natuur aan de rand van het dorp. Onderweg kom je langs de kinderboerderij — waar kippen door het zand scharrelen en geiten je met een kalme blik toekijken — en overal op de stoeptegels zie je felblauwe vergeet-me-nietjes (het herkenbare symbool van dementie) die zachtjes wijzen waar je heen kunt. Het is geen ‘afgesloten’ of ‘beperkend’ pad, maar juist één dat vertrouwen geeft, ruimte laat én uitnodigt om te bewegen, te ontmoeten en gewoon… mee te doen.
Miriam Houben, directeur van Zorg in Oktober (de organisatie achter De Kerkebogten), noemt het een plek die “uitnodigt om mee te blijven doen in de samenleving”. En ja — ook om een stukje vrijheid terug te geven. Dat werd feestelijk gevierd met een bordonthulling, zoete koek, bubbels en een gezellige ommetje-tocht. Sommigen liepen zelfstandig, anderen reden in een rolstoel onder een warme deken, weer anderen gingen met een rollator — allemaal samen, op hun eigen manier.
Sjaak, 82 jaar en al een klein jaar bewoner van De Kerkebogten, vindt het pad “een enorme uitkomst — zeker voor de oudjes”. Hij herinnert zich nog goed hoe hij vorige week een man zag die wat verloren rondstond bij het gebouw. “Hij wist niet meer waar zijn kamer was. Ik heb hem geholpen.” Sjaak komt uit Bergeijk — een dorp dat hij op zijn duimpje kent — maar daar komt hij niet meer naartoe. “Kijk, zo weten ze waar ik ben”, zegt hij terwijl hij zijn pols optilt en de tracker laat zien.
Lieve Bouw, medewerker bij De Kerkebogten, is trots op het resultaat. Ze ziet elke dag hoe het pad werkt: een bewoner die vroeger alleen met familie naar buiten kon (één à twee keer per week), gaat nu vier keer per dag naar buiten — en loopt de ‘vergeet-me-niet-route’ dan wel tien keer achter elkaar. Want dat deed hij vroeger ook: kilometers lopen, gewoon omdat het lekker voelde.
Wethouder Eric Beex noemt het initiatief waardevol, omdat het draait om iets heel fundamenteels: blijven meedoen. Met zijn moeder van 97, bij wie het geheugen langzaam afneemt, ervaart hij dat dagelijks. “Ik neem haar mee naar het tuincentrum, zodat ze zelf plantjes kan kiezen en afrekenen — met haar eigen portemonnee. Dit pad past precies in die gedachte: ruimte geven waar het kan, ondersteunen waar nodig.”
En het heeft ook een bredere boodschap, zoals Tim Blankers van het zorgcentrum benadrukt: “Deze wandelroute draagt bij aan bewustwording. Deze mensen mogen en kunnen ook buiten rondlopen — en zijn net zo goed een deel van de samenleving als ieder ander.”
Eersel is daarmee de eerste gemeente in de regio met een dementievriendelijk wandelpad. En de interesse is groot: zorgcentra in Bergeijk, Reusel en Bladel kijken nu of zij iets vergelijkbaars kunnen realiseren.
