Waterschap Delfland zegt: “We doen het zelf – en jullie betalen”

Al jaren wordt het Nederlandse watersysteem flink onder vuur genomen door een piepkleine, maar uitzonderlijk lastige indringer: de Amerikaanse rivierkreeft. Hoewel het beestje nauwelijks 20 centimeter lang is, veroorzaakt het gigantische problemen – van instabiele oevers en beschadigde dijken tot het verdwijnen van inheemse dieren en planten. En hoewel iedereen weet dat het een groot probleem is, blijft al jaren de vraag hangen: wie moet er nou eigenlijk iets aan doen?

Het Hoogheemraadschap van Delfland – verantwoordelijk voor waterbeheer rond Delft, Den Haag en Rotterdam – is het zat. Deze week begon het waterschap daarom met een grootschalig vangstproject: tientallen miljoenen kreeften worden systematisch uit de wateren gehaald. De kosten? Ruim 7 miljoen euro. En die rekening wil Delfland niet zelf betalen – maar bij het Rijk neerleggen.

Maar de landbouwminister ziet het anders. Volgens Jaimi van Essen is volledige uitroeiing van de kreeft allang onhaalbaar. Vanaf nu gaat het om beheersen, niet om elimineren – en dan ligt de verantwoordelijkheid volgens haar bij meerdere partijen: waterschappen én het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Haar ministerie zou alleen opkomen voor kwetsbare natuurgebieden; de waterschappen zouden de rest moeten regelen. Een betaling voor Delflands project? “Vooralsnog” niet van de baan.

Terwijl de politieke ping-pong voortduurt, vangen beroepsvissers als Wilkin de Boer en Remko Anker al maandenlang kreeften in opdracht van Delfland – en leveren ze af bij restaurants en groothandels. Het is een praktische, maar ook symbolische stap: geen wachten op overleg, maar gewoon actie nemen. Want zoals Stijn van Boxmeer van Delfland terecht zegt: “Als we blijven praten zonder duidelijke afspraken over wie waarvoor verantwoordelijk is, blijft de kreeft zich gewoon voortplanten. En dat kan niet.”

Bekijk origineel artikel

Crisis bij integriteitsbureau gevangenissen: directeur stapt plots op

Een grote schok door het hart van het Nederlandse gevangeniswezen: het Bureau Integriteit van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) zit in een diepe crisis — en dat heeft nu geleid tot het onverwachte vertrek van de directeur.

Wat is er aan de hand?

Het Bureau Integriteit is het interne oog en oor van de DJI wanneer het om integriteit gaat: het onderzoekt meldingen van corruptie, fraude, smokkelpraktijken of ander niet-integer gedrag binnen gevangenissen — maar ook bij andere justitieorganisaties zoals de IND en de Raad voor de Kinderbescherming. Denk aan gevallen waarbij medewerkers drugs of wapens binnensjouwen, of waarbij er sprake zou zijn van omkoping, zoals in het bekende geval rond voormalig advocaat Khalid Kasem.

Maar juist deze belangrijke afdeling zit volop in de problemen.

Een werkomgeving onder druk

Meerdere huidige en voormalige medewerkers vertellen tegenover Nieuwsuur over een werksfeer die allesbehalve veilig voelt. Het personeelsverloop is hoog: in de afgelopen drie jaar zijn meer dan tien mensen vertrokken uit een team van zo’n twintig. Het ziekteverzuim liep vorig jaar op tot ruim 20 procent — en in een interne rapportage wordt zelfs toegegeven dat sommige mensen letterlijk ziek worden van hun werk.

In het meest recente medewerkerstevredenheidsonderzoek scoorde het bureau rampzalig op ‘leiderschap’ en ‘sociale veiligheid’. Één op de drie respondenten gaf aan te zijn blootgesteld aan verbale agressie, bedreiging of intimidatie. En volgens de (oud-)medewerkers is de situatie sindsdien alleen maar verslechterd.

Leiding verdwenen — onderzoeken blijven liggen

De klap zat: vorige week stapte de directeur plotseling op — binnen 24 uur nadat Nieuwsuur vragen stelde over het personeelsverloop en ziekteverzuim. De plaatsvervangend directeur — tegelijkertijd hoofd onderzoek — zit momenteel ziek thuis.

Gevolg? Onderzoeken lopen vertraging op. Meldingen van mogelijke integriteitschendingen blijven langer liggen, zowel vanuit de DJI als van andere organisaties. De doorlooptijden rekken op, waardoor betrokkenen langer geschorst blijven en in onzekerheid zitten. Er is zelfs sprake van dat gevangenisdirecteuren terugschrikken om meldingen in te dienen — uit angst dat er niets mee gebeurt.

Om de capaciteit op peil te houden, werden eerder medewerkers ingehuurd van een commercieel onderzoeksbureau. Maar die inhuur is per 1 april acuut gestopt vanwege inkoopregels. En in een interne notitie staat zwart op wit: vanwege de “hoge werkdruk” worden onderzoeksverzoeken van andere organisaties momenteel afgewezen.

Reactie van de DJI — en de reactie van medewerkers

Een woordvoerder van de DJI wil niet ingaan op de cijfers over personeelsverloop of ziekteverzuim, noch op de vertraging bij onderzoeken. Wel wordt benadrukt dat “van gebrek aan capaciteit geen sprake was” en dat “doorlooptijden kunnen variëren”. Ook wordt uitgelegd dat de vertrokken directeur drie jaar geleden de opdracht kreeg voor een “veranderopgave” — en dat veranderingen nu eenmaal beweging met zich meebrengen.

Maar de (oud-)medewerkers reageren verbolgen. Zij zien de problemen niet als bijproduct van verandering, maar als gevolg van falend leiderschap. En ze wijzen erop dat de hoogste leidinggevende van de DJI, directeur-generaal Wim Saris, al lang op de hoogte was — via persoonlijke mails — maar niet ingreep.

Wat nog zwaarder weegt: de DJI heeft de problemen nooit gemeld aan de Ondernemingsraad, noch aan het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Bekijk origineel artikel

De ‘meme-oorlog’: hoe Iran sociale media volpompt met AI-propaganda

Je ziet het waarschijnlijk al op je feed: korte, snelle video’s met kleurrijke legopoppetjes, een harde hiphopbeat en een rap die Amerika — en vooral Trump — belachelijk maakt. Geen rare filmpjes van losse internetgekkies, maar doordachte propagandavideo’s uit Iran. En ze worden overal gedeeld.

De formule is simpel, maar doeltreffend: een voice-over zingt over ‘Iran als winnaar’ en ‘Amerika als hopeloos verliezer’, terwijl AI-gegenereerde beelden van Lego-figuurtjes de boodschap visueel ondersteunen. De boodschap is duidelijk — en allesbehalve subtiel: Iran is aan de goede kant van de geschiedenis, en de VS wordt gedreven door leugens, hebzucht en schuldgevoel.

Die filmpjes komen niet uit het niets. Een van de accounts achter deze campagne, dat zichzelf ‘Mr. Explosive’ noemt, heeft zelf toegegeven dat het Iraanse regime zijn klant is. Maar zodra zo’n video online staat, neemt hij vaak een eigen leven: miljoenen views, duizenden shares — en plotseling zit-ie in de feed van mensen die geen idee hebben van de oorsprong.

Volgens Claes de Vreese, hoogleraar AI en politieke communicatie aan de Universiteit van Amsterdam, is Iran hierbij verrassend slim bezig. “Ze hebben de meme-cultuur gewoon echt begrepen: scherpe tekst, humor, provocatie — en dat allemaal in een vorm die direct aanslaat.” Staatspropaganda bestaat al eeuwen, maar wat nu anders is, is het gemak: met AI kun je tegen bijna geen kosten een stroom impactvolle filmpjes genereren — en ze precies passen bij de manier waarop mensen vandaag content consumeren.

En ja, een grappige Lego-Trump die in een berg Epstein-documenten valt, komt véél beter over dan een staatsman die een droge toespraak houdt. Dat ziet ook Amerika-expert Kenneth Manusama: “Vroeger probeerden regimes via kranten of tv hun verhaal te verspreiden. Nu spreken ze het publiek gewoon rechtstreeks aan — via sociale media.”

Daarbij speelt Iran bewust in op gevoelige thema’s in de VS. In één clip verschijnt bijvoorbeeld een Lego-George Floyd, terwijl de voice-over zingt: “We staan hier voor iedereen die ooit door jullie systeem onrecht is aangedaan.” Een krachtige, emotionele boodschap — die in schril contrast staat met de realiteit binnen Iran zelf. Want let op: de meeste Iraniërs kunnen deze filmpjes niet eens bekijken, vanwege de strenge internetcensuur thuis. De campagne is duidelijk gericht op Amerikaanse socialmediagebruikers — vooral op de MAGA-groep rond Donald Trump.

Zo wordt in meerdere filmpjes gesuggereerd dat de VS alleen oorlog voert om Israël te steunen of om het Epstein-dossier stil te houden. Een clip laat Trump letterlijk in een stapel documenten verdwijnen, terwijl de voice-over zingt: “De geheimen lekken uit, de druk neemt toe.” Misschien klinkt dat op zich niet heel overtuigend — maar zoals De Vreese zegt: “Ze spelen slim in op discussies die er al zijn. Door daar content over te maken, zorgen ze dat die thema’s blijven ronddraaien.”

Manusama bevestigt dat: veel Trump-aanhangers waren juist kritisch over hoe hij het Epstein-onderzoek had aangepakt. En dus raakt Iran — met een simpele Lego-beeldtaal — precies een gevoelig punt binnen de eigen Amerikaanse politieke gemeenschap. “Eén plaatje met ‘Epstein’ erop, en iedereen weet waar het over gaat”, zegt De Vreese. Precies wat propaganda wil: snel herkenbaar, emotioneel laadbaar, en makkelijk te delen.

Natuurlijk zitten er ook feitelijke fouten in: in één clip wordt beweerd dat een Amerikaanse piloot door Iran gevangengenomen is — terwijl hij in werkelijkheid door de VS werd gered. Maar dat maakt voor de doelgroep vaak weinig uit. Het gaat om het gevoel, niet om het feit.

En Iran is zeker niet de enige. Ook Trump deelt al langer AI-video’s via zijn eigen kanalen én via officiële Witte Huis-accounts. Israël verspreidt eveneens regelmatig AI-memes over de oorlog. En wanneer pro-Iraanse accounts verwijderd worden, duiken er nieuwe op — alsof niets erop staat. Volgens De Vreese is dat geen toeval: “Techbedrijven hebben eigenlijk geen belang om dit tegen te gaan. Het levert aandacht, verkeer en tijd op hun platform op — en dat past perfect in hun verdienmodel.”

Bekijk origineel artikel

Samen zweten houdt je jong: deze mannengymclub in Roosendaal bestaat 40 jaar!

“Boys, even een tandje bijzetten!”
Dat roept Bas Veraart (81) elke week weer — en zijn ‘boys’ luisteren. Niet dat ze allemaal nog echt boys zijn: de oudste lid is 85, de jongste 64. Maar in de zaal van de mannengymclub in Roosendaal telt alleen het enthousiasme, niet de leeftijd. Eind deze maand viert de club haar 40e verjaardag — een bijzondere mijlpaal voor een groep die ooit begon als een losse vriendenkring met een gezamenlijke liefde voor bewegen.

“Het was vanaf dag één gewoon: we willen samen sporten, zonder poespas”, legt bestuurslid Kees Schrauwen (72) uit. En zo is het ook gebleven: 28 mannen, één clubtenue (zwarte korte broek + witte polo), én één ongeschreven regel: geen uitzonderingen op de training — tenzij je echt géén keus hebt.

De avond begint klassiek: een flinke warming-up om de benen los te maken, gevolgd door rek- en strekoefeningen. Hier en daar klinkt wat gekreun — maar niemand laat zich daardoor kennen. “We gaan altijd een uur aaneengesloten door. Het gaat erom dat iedereen op een veilige, verantwoorde manier zijn grenzen onderzoekt”, zegt Bas.

En dan komt het echte werk: bankjes worden naar voren gehaald, armen en benen nemen het op tegen de zwaartekracht — in allerlei variaties. Rode hoofden? Ja. Opgeven? Nee. Oudemannenkwaaltjes? Die krijgen hier geen plek.

Kees Haast (85), de oudste van het stel, lacht erom: “Oud? Nee, de duvel is oud! Ik mis geen enkele avond — hooguit een oefeningetje als mijn knie even protesteert. Het is ontspannend én inspannend tegelijk.”

Maar er komt wel een einde aan — althans aan een era. Na veertig jaar en liefst 1.600 trainingen trekt Bas zich geleidelijk terug als instructeur. “Ik blijf zeker mee doen, maar niet meer vooraan. Ik wil niet dat ze straks zeggen: ‘Daar heb je die ouwe weer.’

Een nieuwe trainer neemt binnenkort de leiding over — en de club gaat verder met frisse moed. Nieuwe leden zijn van harte welkom, al staat er al een klein wachtlijstje. Het officiële jubileum wordt gevierd op 24 april op het Red Band Sportpark in Roosendaal: met een barbecue, een jeu-de-boulesclinic… en natuurlijk veel gelach, zweten en gezelligheid.

Bekijk origineel artikel

Huizenprijzen zakken flink – en de oorlog in Iran zorgt voor twijfel op de woningmarkt

Toch is er volgens de makelaarsvereniging NVM geen reden tot paniek. Juist het ‘rustiger worden’ van de markt geeft kopers meer tijd én meer keuze dan de afgelopen jaren. In het eerste kwartaal lag de gemiddelde verkoopprijs van een bestaande woning op 485.000 euro: een daling van 2,7 procent ten opzichte van het vorige kwartaal. Dat is weliswaar gebruikelijk in het eerste kwartaal (gemiddeld 1,2 procent daling de afgelopen jaren), maar dit keer valt de prijsdaling opvallend zwaar uit.

Via NVM-makelaars zijn in die periode ongeveer 34.500 woningen verkocht — 27 procent minder dan in de laatste maanden van 2025, maar ongeveer evenveel als een jaar geleden. De prijsdaling is vooral duidelijk bij appartementen. Een belangrijke reden voor het grote aanbod blijft dat veel beleggers hun huurwoningen verkopen, onder andere vanwege strengere regels en hogere belastingen op verhuur. Maar volgens de NVM speelt ook de internationale onzekerheid een rol: uit een enquête onder makelaars blijkt dat bij ongeveer één op de drie kopers én verkopers veranderend gedrag te zien is door de oorlog in het Midden-Oosten.

“Kopers worden voorzichtiger, nemen een afwachtende houding aan, denken langer na en stellen hun beslissing vaak uit”, legt de NVM uit.
En ook verkopers laten zich door de spanning beïnvloeden: ze stellen vaker vragen, maken zich zorgen over hun verkoopkansen en de uiteindelijke opbrengst — en proberen soms juist om hun verkoop te versnellen of naar voren te halen.

In het eerste kwartaal van 2026 zijn de huizenprijzen voor het eerst sinds lang onder de 500.000 euro gezakt. Kopers stelden hun aankoop vaker uit en gingen voorzichtiger te werk. Regionaal varieert het sterk: in het westen en noorden daalt het aantal transacties, terwijl delen van het oosten en zuiden juist groei tonen — mede dankzij een ruimer aanbod.

De forse prijsdaling betekent niet automatisch dat alle huizen minder waard zijn geworden. Het hangt vooral samen met de soort woningen die nu verkocht worden: relatief weinig dure, grote huizen, maar wel veel kleinere appartementen. Dat drukt de gemiddelde transactieprijs. Ook is er door het grotere aanbod minder concurrentie tussen kopers — dus minder overbiedingen en meer onderhandelingsruimte. Toch gaat nog steeds twee derde van de woningen boven de vraagprijs weg, gemiddeld 3,7 procent hoger.

Een ander signaal van meer rust: de gemiddelde verkooptijd loopt op — van 27 naar 32 dagen. Vooral huizen in een hogere prijsklasse, met een minder gunstig energielabel of op minder populaire locaties, blijven langer op de markt. Ook het percentage woningen dat na een tijdje weer van de markt wordt gehaald, stijgt iets — naar 5,9 procent. Alles bij elkaar wijst op meer tijd en meer keuze voor kopers dan de afgelopen jaren.

Volgens NVM-voorzitter Lana Goutsmits-Gerssen is dat geen probleem:

“Door het grotere aanbod ontstaat er meer balans op de woningmarkt. Kopers krijgen meer keuze en meer tijd om een beslissing te nemen, waardoor de hectiek van de afgelopen jaren wat af lijkt te nemen.”
Ze benadrukt dat de prijsdaling in de bestaande bouw samenhangt met minder transacties en een sterker dan gebruikelijk effect voor deze periode.

De krapte op de woningmarkt neemt wat af, maar blijft groot — vooral voor instapklare en energiezuinige woningen. In kustregio’s en het noorden liggen de verkoopcijfers lager. Opvallend zijn Delfzijl en omgeving, delen van Friesland en de IJmond-regio, waar de verkoopaantallen met 15 procent of meer dalen. Daarentegen stijgen de verkoopcijfers in Zuid-Limburg, Drenthe en Overijssel met 12 tot 17 procent.

Bekijk origineel artikel

Willem komt na zeven eeuwen weer thuis: ‘De basis van Oosterhout’

Willem van Duivenvoorde keert eindelijk weer terug naar waar hij thuishoort — en dat is niet zomaar een plek, maar letterlijk de basis van Oosterhout. Zevenhonderd jaar nadat hij als ‘Heer van Oosterhout’ de stad op de kaart zette, krijgt hij volgende week een nieuwe, veel prominenter plek: vlak bij de oude ruïne van zijn kasteel, de Slotbosse Toren.

Tot nu toe staat zijn standbeeld wat onopvallend onder een treurwilg in het Lukwelpark — een plek waar dagelijks honderden scholieren van het Monseigneur Frencken College langsfietsen, zonder er vaak veel aandacht aan te besteden. Maar dat verandert volgende week. Dankzij de stichting De Verweesde Toren wordt het beeld van kunstenaar Niel Steenbergen verplaatst naar de rotonde op de Sterrenlaan-Hoofseweg. Vanaf daar kijkt Willem recht op de restanten van Kasteel Strijen — het kasteel dat hij in de 13e eeuw liet verbouwen tot één van de grootste burchten van Nederland, vergelijkbaar met Loevestein of Muiderslot.

Wie was deze Willem eigenlijk?

Niet zomaar een lokale edelman, maar een echte speler in de middeleeuwse machtsstructuur. Als bastaardzoon van Filips III van Duivenvoorde groeide hij op in de hofkring van graaf Willem III van Holland, waar hij werkte als kamerdienaar én schatbewaarder. In 1325 werd hij officieel ‘Heer van Oosterhout’ — en zijn invloed reikte verder dan je zou denken: van Geertruidenberg en Dongen tot Breda. Hij liet Huis ten Strijen omvormen tot Kasteel Strijen, en ja — de inwoners van Oosterhout moesten zelfs bakstenen maken uit de plaatselijke klei om het bouwproject te realiseren.

Meer dan alleen steen en macht

Willem was niet alleen bezig met kastelen en grondgebied. Hij gaf ook een flinke duw aan de economie van Oosterhout: door handel zowel over land als over water mogelijk te maken, ontstonden er nieuwe ambachtsgilden en bloeide de welvaart. “Hij betekende veel voor de basis van Oosterhout”, zegt de gemeente — en daarom is het ook geen toeval dat zijn beeld juist hier, bij de oude kasteelruïne, weer een centrale plek krijgt. Volgende week dinsdagochtend wordt het standbeeld officieel op zijn nieuwe voetstuk geplaatst.
We brengen Willem weer thuis.

Bekijk origineel artikel