Trappers voorkomt uitschakeling – en doet het met een knal!
Met bloed, zweet én een flinke dosis wilskracht pakten de Tilburgse mannen vrijdagavond een superbelangrijke overwinning. De Trappers stonden met hun rug tegen de muur in de halvefinaleserie tegen Deggendorfer SC – en ze lieten zich niet zomaar uitschakelen. Met een spannende 4-3-zege in een vol en krijsend Stappegoor hielden ze hun play-offdromen levend. En wat een wedstrijd was het: van achterstand, terugvechten, spanning tot op het laatste moment, en zelfs een opstootje in de slotfase.
De Duitse bezoekers waren maar één winst verwijderd van de finale – dus Trappers moest echt alles geven. De eerste goal ging helaas naar Deggendorf, na een defensieve fout en een koele finish in de één-op-één. Maar de Tilburgers gaven geen centimeter: Kobe Roth maakte snel gelijk, Mike Dalhuisen zorgde voor de 2-1, en Dani Bindels schoot na de pauze de 3-2 binnen na een mooie aanval met Max Hermens.
Toch bleef het spannend: Deggendorf kwam terug naar 2-2, daarna naar 3-3 – juist tijdens een Trappers-powerplay, op de allerlaatste seconden ervan. Maar toen, met nog vijf minuten te gaan, maakte Phil Marinaccio de beslissende treffer: 4-3! En dan pas begon het échte drama: een opstootje, een game misconduct voor Alexei Loginov, Trappers met een man minder, Deggendorf zonder keeper… en toch hielden de Tilburgers stand. Gewoon geweldig.
Na afloop was Mike Dalhuisen duidelijk: “Ik heb er nooit aan getwijfeld dat het zou lukken.” Hij sprak over een ‘speciale groep’ – en dat toonde de wedstrijd opnieuw. Ook al ligt de weg niet makkelijk (de serie staat nog steeds 3-1 in het voordeel van Deggendorf), vrijdagavond lieten de Trappers zien wat ze waard zijn: karakter, doorzettingsvermogen, en een hart van staal.
Zondag is het weer zover: wedstrijd vijf in de halvefinale. De vraag is: kan de momentum blijven?
Toplopers staan versteld van stewardess Keetels – de NK-favoriete die écht alles combineert
De Nederlandse marathonfavoriete Mikky Keetels landde maar liefst 48 uur voor de start van de marathon van Rotterdam in Buenos Aires — en was toen alweer op weg naar Nederland. Van Schiphol naar Rotterdam, met een haastig persmoment tussen de vluchten door. En daar zaten dan opeens wereldtoppers als Bashir Abdi (olympisch zilver- en bronzen medaillewinnaar) en Koen Naert (drievoudig olympiër) te luisteren… met open mond.
Waarom? Omdat Mikky niet alleen hardloopt alsof haar leven ervan afhangt — ze is ook fulltime stewardess. En dat blijft zo, voorlopig. Als ze vertelt over trainingsweken van 180, 200 of zelfs 220 kilometer, kijkt Abdi haar gewoon aan en lacht: “Zoveel kilometers én zoveel vliegen… Dat maakt wat ik doe niet bijzonder. Eten, slapen, trainen, herhalen. Dat is mijn leven. Maar hoe zij dit avontuur van het lopen beleeft? Dat is echt speciaal. We kunnen allemaal van elkaar leren.”
Van verrassing naar favoriet
Na de marathon van Amsterdam van afgelopen najaar, waar ze verrassend in 2.31.23 finishte en NK-brons pakte (ondanks een niet-optimaal ingedeelde race), voelde Keetels meteen: “Dat was pas het begin.” Zonder coach stippelt ze nog steeds haar eigen trainingen uit — waar ook ter wereld. Wel heeft ze zich wel aangesloten bij een managementbureau. En dat opent deuren: later dit jaar staat er al een eerste hoogtestage gepland in Kenia. “Superbizar”, vindt ze het om bij hetzelfde management te zitten als topatleten. “Fijn dat ze écht kijken naar wat ík nodig heb, hoe ik de volgende stap kan zetten. Dit is echt het begin van iets serieuzers.”
Doel? Tijden onder de 2:30 — en uiteindelijk onder de 2:30. Op de Nederlandse allertijdenlijst staat ze nu veertiende. Met respectvolle afstand tot de absolute top: Anne Luijten, Nienke Brinkman en natuurlijk Sifan Hassan (2.13.44, Europees recordhouder). Maar — belangrijk — die toppers lopen zondag niet in Rotterdam. En dus is Mikky, ondanks haar dubbele leven, de grote favoriete voor de Nederlandse titel.
En toch: plezier staat altijd op nummer één. “Als de trainingen goed zijn gegaan, moet racen er ook echt zijn voor een lach.” Die houding inspireert niet alleen haar volgers op sociale media, maar ook collega-marathonlopers. Koen Naert: “Heel veel respect. Stewardess is al een superzware job.” Hij vergeleekt haar flexibele schema — ‘soms om 7 uur, soms om 14 uur, tussendoor vliegen’ — met zijn eigen strak getimede regime. “Wij zitten altijd met personal bests, parcourrecords, het Europees record. Maar het belangrijkste is dat we het graag doen. En dat doet zij duidelijk ook.”
En de mannen? Ook een verrassing in de maak
Bij de mannen is Filmon Tesfu plots favoriet — niet omdat hij al jaren op de top staat, maar omdat Khalid Choukoud en Abdi Nageeye (samen goed voor negen van de laatste tien Nederlandse titels) zondag niet in Rotterdam lopen.
Tesfu, de voormalige lasser uit Den Helder, is na het vinden van een sponsor volledig overgestapt op de marathon. “Nu is er meer tijd voor training én rust. Wakker worden en dan hardlopen, eten, rusten, nog een keer hardlopen. Ik haal nu weken van 200 kilometer. Daar ben ik echt een betere loper door geworden.”
Zijn persoonlijk record van 2.06.42 (Valencia) maakt hem al tweede aller tijden in Nederland — achter alleen Nageeye (2.04.45). “Rotterdam is ook een snel parcours. Mijn training is beter dan die voor Valencia, en met gunstige wind? Dan moet het zeker lukken.”
Van zenuwen bij Keetels? Geen spoor. Bij Tesfu wel: “Het is leuk om tussen die grote namen te staan, maar het maakt me ook wel een beetje nerveus.”
De Jong weer fit voor de grote momenten bij Barcelona!
Eind februari liep Frenkie de Jong tijdens een training een hamstringblessure op — en sindsdien zag het publiek hem nergens meer op het veld. Ook de laatste twee interlands van Oranje (tegen Noorwegen én Ecuador) moest hij aan zich voorbij laten gaan. Maar goed nieuws: hij is weer helemaal hersteld en klaar om terug te keren in de selectie! Dat betekent dat hij op tijd op kracht is voor de spannendste fase van de Spaanse competitie — precies wanneer het echt gaat tellen.
Barcelona staat momenteel aan de top van de tabel, met een voorsprong van 6 punten op Real Madrid én bovendien nog één wedstrijd in handen. En dan is er ook nog die heftige stadsderby tegen Espanyol — die begint overigens om 18.30 uur.
Oranjebus klaar voor het WK-avontuur in Noord-Amerika: ‘Daar willen ze ook gewoon meefeesten!’
Niet iedereen is het met elkaar eens, maar één ding is zeker: het Nederlands elftal speelt komende zomer écht op het WK voetbal – en wel in de Verenigde Staten (plus Mexico en Canada). En ja, de beroemde Oranje dubbeldekkerbus is wéér van de partij! Want voetbal en politiek? Die houden de supporters graag gescheiden. “Voor Trump doe ik de deur gewoon dicht”, zegt chauffeur Frans Peeters uit Chaam. “Dit is ons feestje – punt.”
Nog maar één weekend klussen, dan is de grote oranje bus klaar om op 15 april de boot op te gaan. De leden van vereniging Oranjefans – waarvan veel uit Brabant komen – zijn druk bezig in de stalling in Ulicoten. “Alles moet eruit, gecontroleerd en netjes opgeschreven worden voor de douane”, legt Frans uit. “Ze kijken écht overal naar. Tot in de kleinste hoekjes toe.”
Technisch is de bus al aangepast: in Amerika is namelijk 110 volt gebruikelijk, niet 220 – anders werkt niets goed. En natuurlijk moet het bier achterin koud blijven. Ook het uiterlijk krijgt nog een extra vlaggetje: een gigantische wereldbekerssticker op het dak. “Voor de drones en helikopters – die vinden dat de mooiste beelden”, lacht Frans.
Of de bus überhaupt mee mocht, was lang onzeker. Vooral de verzekering gaf hoofdpijn. “Je rijdt niet onverzekerd door Amerika”, benadrukt Sjoerd van Fessem uit Breda. “Dat was dit keer echt een knelpunt.” Daar kwamen nog hoge ticketprijzen bij, enorme afstanden en twijfelende fans. Maar toen de kosten zakten én de loting gunstig uitviel, draaide de stemming om. “Op een gegeven moment kun je gewoon vinkjes zetten: verzekering geregeld, transport geregeld, mensen geregeld. Dan begint het leven pas echt.”
En dan waren er nog de reacties uit de VS zelf: miljoenen mensen met Nederlandse wortels die ook zo’n oranje feest willen meemaken. “De bekende Oranjeparade achter de bus aan wordt veel groter dan je denkt”, zegt Sjoerd. “Eén grote golf van vrolijkheid.”
Er worden zo’n 5000 Nederlandse fans per groepswedstrijd verwacht – en dat kunnen er flink meer worden als Oranje verder komt. Eerst moet de bus er natuurlijk wel komen: op 15 april vaart hij vanuit Zeebrugge naar Galveston (Texas), en daarna door naar steden als Houston, Dallas en Kansas City. “In het begin is het qua afstand prima te doen”, zegt Frans. “Dat voelt bijna als een vakantie.” Maar als Oranje tot in de finale komt? Dan is er sprake van zo’n 13.000 kilometer. “Dan gaat de bus op een dieplader, en vliegen wij zelf”, vult Sjoerd aan.
De reis roept ook vragen op – onder andere door de spanning rond Iran. Wat als president Donald Trump ineens voor de bus staat? “Ik vind: dit is ons feest, niet het zijne”, zegt Frans. “Anders moet hij weer de aandacht hebben. Als hij voor de deur staat, doe ik hem gewoon dicht. Het wordt weer een heel avontuur.” Sjoerd blijft wat diplomatieker – maar ook hij heeft één doel voor ogen: “Voetbal én plezier. Daar draait het allemaal om.”
Bijna 300 miljoen uitgegeven, maar Ajax zit volledig in de war
Steven Berghuis raakte afgelopen weekend na het zoveelste tegenvaller van Ajax écht los op de persconferentie. Hij vroeg zich hardop af: “Waarom is aanvallend voetbal zo moeilijk om te spelen?” Een simpele vraag — maar met een pijnlijke achtergrond. De 34-jarige middenvelder mist iets fundamenteels: een duidelijke richting. Een rode draad. En die ontbreekt al jaren.
In de afgelopen vier seizoenen was het één grote wisselkoorts: trainers kwamen en gingen, speelstijlen veranderden mee, en vooral — spelers. Tientallen. Op en neer. Zonder dat het ooit echt sloeg. Maar wel voor heel veel geld: bijna 300 miljoen euro in vier jaar. Misschien is dat wel de enige constante: het doorprikken van de portemonnee — zonder dat er daarna ook maar iets blijft hangen.
Berghuis en Davy Klaassen zijn de laatste twee Ajacieden die nog meededen aan de onvergetelijke Champions League-groepsfase van 2021 onder Erik ten Hag — toen Ajax alle zes duels won. Dat voelt nu als een andere wereld. Het huidige Ajax moet zelfs bang zijn voor de vijfde plek in de Eredivisie. “We zijn heel ver van huis”, zei Berghuis openhartig.
Zomer 2024: meer geld, minder impact
Ondanks rode cijfers op papier trok Ajax afgelopen zomer weer flink de portemonnee. Voor ruim 50 miljoen haalden technische directeuren Alex Kroes en Marijn Beuker vier spelers binnen: Oscar Gloukh (14,75 miljoen), Raúl Moro (11 miljoen), Ko Itakura (10,5 miljoen) en Kasper Dolberg (10 miljoen).
Maar — geen enkele van hen is tot nu toe een echte upgrade geweest. Moro keerde alweer terug naar Spanje wegens heimwee. “Helaas kon hij in Nederland niet helemaal aarden”, legde Beuker uit. Zijn enige doelpunt? Tegen Excelsior Maassluis in de beker. Itakura herstelt langzaam van een rugblessure en is betrouwbaar, maar tilt het defensieve niveau niet echt op. Dolberg scoorde drie keer in de Eredivisie. En Gloukh? Die zit vaker op de bank dan op het veld — terwijl trainer Óscar García hem eerder deze week simpelweg vroeg om aan te tonen dat hij beter is dan de rest.
Gloukh zegt zich niet op zijn gemak te voelen op de rechterflank. En op links? Daar staat wel degelijk iemand die écht rendeert: Mika Godts. De 20-jarige linksbuiten — overgekomen van KRC Genk voor slechts 1 miljoen in januari 2023 — scoorde 14 keer en gaf 10 assists. Dat maakt hem de tweede topscorer van de Eredivisie, net achter Ayase Ueda van Feyenoord. Met 24 goals en assists is hij ook de meest productieve Ajacied onder de 21 jaar van deze eeuw — en laat hij namen als Eriksen, Van der Vaart, Sneijder en Suárez achter zich.
En dan zijn er nog de oud-Ajacieden die elders écht bloeiden: Calvin Bassey bij Fulham, Georges Mikautadze bij Villarreal, Francisco Conceição bij Juventus, Brian Brobbey bij Sunderland.
Zelfs Chvitsja Kvaratschelia, wereldtopper en tegenstander van Gloukh in een recente interland tussen Israël en Georgië, noemde de Israëliër “een heel goede speler”. En Berghuis — die benadrukte dat hij de hele selectie wil verdedigen — nam Gloukh tijdens diezelfde persconferentie ook meteen onder zijn hoede:
“Neem Gloukh als voorbeeld. Die wordt in de zomer gehaald voor een aanvallende speelstijl. Op een gegeven moment wordt die stijl overboord gegooid. Dan gaan we weer met vijf man verdedigen, waardoor je twee middenvelders overhoudt. Dat lijken kleine veranderingen, maar dat zijn grote veranderingen.”
“En met twee middenvelders? Dat is niet het profiel-Gloukh. Maar Gloukh kan gewoon goed voetballen. Alleen: de rode draad van hoe je wil spelen, die is er niet. De onderlinge samenhang is er niet. Daardoor zitten spelers onder hun kunnen — en daardoor komt het team ook tekort.”
McIlroy pakt recordvoorsprong op de Masters – en doet het met stijl
Rory McIlroy heeft op Augusta niet alleen de leiding overgenomen, hij heeft die ook écht in zijn greep gekregen. Met een schitterende ronde van 65 (–7) op dag twee zit hij nu op een totaal van 132 (–12) – en dat is niet zomaar een voorsprong: het is een record na twee rondes op de Masters. Zes slagen voor op Sam Burns én Patrick Reed. Ja, je leest het goed: zes. Op Augusta, waar elke slag telt als geen ander, is dat bijna onvoorstelbaar.
McIlroy begon de dag nog gedeeld aan kop met Burns, maar liet meteen duidelijk merken wie er echt de baas was: drie birdies op de eerste vier holes. Toch leek het even alsof de spanning hem te veel werd – na tien holes stond hij ‘maar’ op –1 voor de dag, en Reed kwam naast hem opduiken. Maar dan komt het beste: op de laatste zeven holes speelde McIlroy gewoon zes slagen onder par. Zes. Reed deed daar –1, Burns bleef op par. Het verschil werd groter, en groter, en groter.
Terwijl McIlroy zo’n kalmte uitstraalt alsof hij op de driving range staat, worstelen anderen met Augusta’s grillige charme. Scottie Scheffler, wereldnummer één én tweevoudig winnaar (2022 en 2024), zit gedeeld op plek 24 met een totaal van par. Jon Rahm, de 2023-winnaar én momenteel de meest consistente speler op de LIV-tour, haalde de cut amper – met +4, precies op de streep.
Interessant? McIlroy heeft dit al eerder meegemaakt: twee keer eerder leidde hij halverwege een major met zes slagen voorsprong. En beide keren won hij: in 2011 op het US Open (zijn eerste major) en in 2012 op het PGA Championship – toen zelfs met acht slagen voorsprong. Maar… er is ook een donkere kant. In 2011 op de Masters zelf stortte hij in de laatste ronde compleet in: een 80, en het groene jasje gleed hem door de vingers. Dus ja – de geschiedenis is zowel hoopvol als waarschuwend.
