Dwangsom voor Tata Steel als het toezicht blijft tegenwerken
Lukt het Tata Steel de komende tijd niet om inspecteurs van de Omgevingsdienst een volleerde rode loper te geven? Dan begint de teller meteen te lopen: elke keer dat een controle wordt getraineerd, krijgt het bedrijf direct een rekening van 10.000 euro. En dat kan oplopen tot maximaal 40.000 euro per ronde. Denk aan dat moment dat je denkt “het duurt wel even”, maar dan letterlijk wordt afgerekend.
Waarom deze maatregel? Het staalconcern zou in 2024 én 2025 geregeld een stokkie steken tussen de wielen van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Inspecteurs kregen vaker een patat-friet-verhaal: metingen werden uitgesteld, plekken waar gemeten moest worden waren opeens afgezet, of vergunningen die normaal snel klaar zijn, kwamen gewoon te laat binnen. Eén voorbeeld: in september 2025 zou er bij de sinterfabriek een meetploeg langskomen. Tata had van te voren beloofd dat er die dag geen werkzaamheden zouden zijn, maar op de ochtend zelf bleek er toch onderhoud ingepland en ging een installatie tijdelijk uit. Resultaat: meting schrapen, planning op de schop en extra luchtkwaliteitscontroles uitstellen.
Eerste keer om deze reden
Het is een primeur: nog nooit eerder kreeg Tata een dwangsom omdat het toezicht dwars lag. Wel liep het eerder miljoenen binnen, maar destijds ging het om rechtstreekse milieuovertredingen – te veel stof, te ranzige stank, te hoge uitstoot. Nu dus puur en alleen om het belemmeren van de mensen die precies die stank en uitstoot komen checken.
Toezicht of toverdrank?
Voor de Omgevingsdienst is duidelijk: zonder steekproeven en metingen blijft het gissen of Tata zich aan de afspraken houdt en of de omgeving veilig blijft. De dwangsom moet ervoor zorgen dat het bedrijf straks geen “we-lossen-het-morgen-wel”-trucje meer uithaalt.
Subsidiedeal: 2 miljard, maar met groene voorwaarden
Trouwens, twee dagen geleden schaarde de Tweede Kamer zich achter een mega-subsidiepot van 2 miljard euro voor Tata – mits er strakke afspraken komen over schonere staalproductie in IJmuiden. Daar komt eigenlijk nog eens 4 miljard van Tata zelf bij. Doel: van kolen naar gas, en later naar waterstof, zodat de fabriek minder stinkt en de uitstoot fors daalt. De steun leidde tot stevige debatten, maar uiteindelijk won het argument dat honderdduizenden banen en een flinke industriële pijler op het spel staan.
Een bijna-vergeten klassieker: 37 jaar oude Commodore-cpc duikt op in Tilburg
Bij kringloopwinkel La Poubelle in Tilburg hangt op dit moment een stuk computer-geschiedenis te glanzen tussen de vintage boeken en retro spelcomputers: een Commodore PC-20-3 uit 1987 inclusief gloei-kleurtjesbeeldscherm. Niet zomaar een grijze kast vol stof, maar een waanzinnig zeldzaam exemplaar volgens medewerker Rolf Goliembiewski. “IBM-compatibel, maar dan van Commodore – dat zie je echt zelden”, zegt hij terwijl hij het kleine ventilatortje van de pc even op zijn kop zet.
Waar komt hij opeens vandaan?
De computer werd afgelopen week binnengebracht. Rolf vermoedt dat de pc afkomstig is van een inboedel die werd opgehaald na een overlijden. “Zoiets gooi je eigenlijk nooit zelf weg – hij lag waarschijnlijk jaren op zolder voordat-ie bij ons op de toonbank belandde.”
Commodore in pakkenland
De PC-20-3 stamt uit een tijd dat IBM de hele werkplekcomputer-markt claimde met z’n AT-modellen. Commodore, bekend van de huiskamertrotsen Commodore 64 en Amiga, wilde een graantje meepikken van die zakelijke koek. Dit kut-resultaat van die ambitie is nu wat Rolf betreft goud waard. “Je ziet letterlijk hoe een bedrijf mee wilde liften op de ontwikkelingen, maar nog steeds zijn eigen sausje gebruikte – inclusief een zelf-bedacht BIOS.”
Werkt-ie nog?
De power-led springt nog netjes aan, maar een origineel Commodore-toetsenbord ontbreekt. Daarmee is de pc even bruikbaar als een oortelefoon zonder oren. “Weet-ie nog wat hij moet doen, alleen kan hij niets van je aannemen. Typisch 80’s-probleem”, lacht Rolf.
Retro-fans opgelet
Of de Commodore lang blijft staan? “Ik denk het niet. Twinters inmiddels, verzamelaars, twintigers die dit ‘vintage’ vinden – iedereen wil wel even komen kijken.” Zelf zou Rolf de pc in z’n woonkamer zetten als dat kon: “Als ik niet al boven onder m’n eigen monitorberg zou zitten… nu blijft-ie op de toonbank, prijskaartje: 200 euro samen met het beeldscherm. Een lachertje als je bedenkt wat zo’n ding vroeger kostte.”
Joodse studenten voelen zich genoodzaakt om zich te verbergen en krijgen nu steun van het kabinet
Stel je voor: je zit op de uni, maar durft niet te zeggen dat je Joods bent. Het klinkt bizar, maar dat is precies wat D66-minister Letschert hoorde tijdens gesprekken met een heleboel studenten. “Het zet je aan het denken, echt waar,” liet ze weten.
Studentenorganisatie klopte zelf aan de deur
Wat fijn is aan dit verhaal: het is niet zomaar iets dat het kabinet zelf bedacht. Nee, een landelijke organisatie voor Joodse studenten klopte zelf bij de minister aan en vroeg om hulp. Letschert: “Dit is dus echt bottom-up, niet van ons uit Den Haag opgelegd.”
Vooral bestaande plannen worden herhaald
Bij Justitie en Veiligheid drukken ze op de knop ‘herhalen’. In hun persbericht staat keurig dat ze antisemitisme “intensiveert” bestrijden, maar eigenlijk sommeert minister Van Weel (VVD) vooral maatregelen die al langer rondslingeren. Toch is er één nieuw project in de steigers: samen met NS, ProRail en gemeenten wil hij een soort stappenplan maken. Doel: precies weten wanneer een pro-Palestina-actie op een station de spuigaten uitloopt.
Niet alleen veiligheid, ook zichtbaarheid
Vorig jaar – eind 2024 alweer – trapte het toenmalige kabinet een hele hoop acties af. Naast extra beveiliging stond ook op het programma: Nederlanders meer laten zien hoe rijk het Joodse leven in Nederland is. Voor het nieuwe kabinet is dat serieus nog lang niet klaar. In een brief aan de Tweede Kamer kondigen Van Weel en Letschert daarom een ‘Nationaal Plan Joods Leven’ aan. Wat dat precies inhoudt? Geen idee. De zomer wordt gebruikt om met allerlei Joodse organisaties om tafel te gaan en hun ideeën te verzamelen.
Onderzeeërs van GUGI: wat doen die Russische ‘diepzeedetectives’ nou precies?
Eerder deze week werd bekend dat het Britse leger een geheime missie heeft ontdekt met onderzeeërs die als doel hadden om Britse kabels en pijpleidingen onder water te saboteren. De Britse strijdkrachten en bondgenoten hebben vervolgens oorlogsschepen, vliegtuigen en helikopters ingezet om te voorkomen dat de Russen in hun missie zouden slagen. De onderzeeërs dropen uiteindelijk af zonder bewijs van schade.
Wat is GUGI eigenlijk?
Volgens het Britse ministerie van Defensie zaten er twee spionage-onderzeeërs van het Russische militaire instituut GUGI bij de actie. GUGI is een afdeling van de Russische marine, maar dan echt de elite van de elite. Ze zijn gespecialiseerd in operaties op extreme dieptes. “Zo’n obscure naam hè, maar eigenlijk betekent het gewoon ‘bestuur van het diepzeeonderzoek'”, zegt correspondent Olaf Koens. “Het is dus niet eens zo’n dubieuze spionagedienst, maar meer een soort maritieme weerkundekamer op steroïden.”
Wat doen ze nou precies?
GUGI voert geheime militaire operaties uit op de zeebodem. Ze verzamelen informatie, doen aan sabotage en houden alles in de gaten. “Ze brengen letterlijk de diepste delen van de oceaan in kaart”, legt Koens uit. “Ze kijken wat daar ligt, wat er beweegt en zoeken naar zeeboten en kabels.”
Kabels in het vizier?
Het meeste wereldwijde internetverkeer loopt via kabels op de oceaanbodem. Westerse inlichtingendiensten denken dat GUGI zich daarop richt. Ze installeren hier en daar wat luisterapparatuur om NAVO-onderzeeërs in de gaten te houden en bereiden kabelsabotage-acties voor.
Niet te vergelijken met KGB of FSB
GUGI is nog redelijk onbekend bij het grote publiek, niet zoals de KGB of de FSB. Maar volgens Koens is dat vergelijken van die diensten als appels met peren. “De FSB is de algemene inlichtingendienst in Rusland, een gigantisch apparaat waar bijna een miljoen mensen werken. GUGI is gewoon een specifieke eenheid van de Russische marine, geen geheimzinnige spionagedienst.”
Moeten we ons zorgen maken?
Koens ziet vooralsnog geen direct gevaar. “Ik word er niet echt nerveus van. Het Russische leger heeft de laatste jaren flinke klappen gekregen, vooral van Oekraïne. Rusland kan nog steeds naar Engeland varen en dit soort dingen uithalen, maar ze zijn echt niet de baas over de diepe zee. GUGI kan diep duiken met hun onderzeeërs, maar dat kunnen de Amerikanen, Fransen en Britten ook.”
Waar was die Russische missie dan precies voor bedoeld? Mogelijk was het deels ook een soort provocatie, denkt Koens. “We weten niet wat die schepen exact deden in Engeland. Het enige dat we weten, is dat ze er waren. En soms is dat al genoeg. Het hoort een beetje bij het spelletje.”
Wat mag wel en wat niet?
Schepen en onderzeeërs mogen overal ter wereld varen, dat doen onze schepen ook. Het wordt pas vervelend als ze zich verdacht gedragen of als ze dicht bij kabels komen. “Maar voor nu is er nog niets wereldschokkends gebeurd”, aldus Koens. “De Russen luisteren ook via andere kanalen mee. Niet alleen onder water, maar ook via telefoon en radio. De afgelopen jaren zit er af en toe een piek in activiteit, maar dat internetkabels doorknippen, dat is gelukkig nog niet gebeurd.”
Kleinschalige ramp: witte dolfijn Banjaardstrand wordt wakker in dood
Wat is er gebeurd?
Beachwalkers op het prachtige stukje Zeeland tussen Westkapelle en Kamperland kregen gisteren een flinke schrik: ze stuitten op een doorbuikend, sneeuwwit lichaam. Het bleek een dode beloega, de knuffelbeer onder de dolfijnen, van zeker vijf meter lang. De dolfijn lag al een paar dagen dood en was daarvoor dinsdag al als drijvend ‘boeitje’ te zien geweest.
De geschiedenis van deze witte reus
De witte dolfijn had eer al voor Francetelegrammen: in januari zwom hij al pal voor de kust bij Callantsoog. Toen werd triomfantelijk gemeld dat het ‘de eerste beloega voor de Nederlandse kust sinds 1966 was’. SOS Dolfijn noemde de melding “ongelooflijk zeldzaam”, wat met terugwerkende kracht nog steerkeijk onderstreept.
Kijk en leer: de beloega
Kort, breed en vriendelijk is de beloega. Met zijn bolle kop lijkt hij meer op een zeehond dan op Flipper. De delfijn kan wel tot zeven meter lang worden en tot twee ton wegen, maar normaal blijft hij thuis in arctische zeeën. Eigenlijk zijn ze poolbewoners die nooit zuidelijker zwemmen dan het noorden van Noorwegen. Toen deze dolfijn voor onze kust dook, was dat net zo gek als een kabeljauw in de poldersnoet.
Extraatjes
Het weer is vanmiddag prima om camper-buddies op een reis naar Zeeland te regelen, maar het strand is al schoongemaakt vanwege evenementenorganisatoren die het logistiek hadden bijgewerkt. Het lijk van de beloega wordt vandaag opgehaald door het RescueTeam Zeedieren en mee naar het Universiteitsziekenhuis Utrecht gebracht. Op de snijtafel zoeken de deskundigen hoe deze bijzondere zee-gast hier ecologische veroorzaakte door een botsing met een schip, vervuiling of een ouderdomskwal.
Tilburgs lettertype 10 jaren jong: van worstenbroodje tot de wereld
“Zelfs in Brazilië, Nieuw-Zeeland en de VS is ‘ie al binnengeslurpt,” zegt Sander Neijnens trots. Hij had nooit gedacht dat een grap voor zijn eigen factuur zon internationale vlucht zou nemen. Dit weekend viert TilburgsAns feestelijk het tienjarige bestaan en niemand minder dan een Duitse steenhouwer schuift aan om uit te leggen waarom hij lyrisch is over een lettertype uit Brabant.
Van factuur naar fenomeen
Eigenlijk was Sander bezig met een eigen lettersoort voor zijn zakelijke brieven. “Ik wilde een mini-kruikenzeikertje toevoegen zodat meteen duidelijk is: dit komt uit Tilburg.” Toen bleek dat je met één toetsencombinatie zo’n icoontje kunt triggeren, ging een lampje branden. Hij belde kunstenaar Ivo van Leeuwen en samen gooiden ze het over een totaal Tilburgs karakter. “Ivo vond versie 1 véél te keurig,” grinnikt Sander. “We zochten naar ‘t rauwe randje dat Tilburg heeft: niet dorp, niet megasted, maar iets ertussenin. We noemen het ‘handschrift op stadsformaat’.”
Pictogrammen en tranen
Wat het lettertype echt onderscheidt, zijn de ruim 150 pictogrammen die iconische plekken vereeuwigen: de West-store op ’t Westpoint, de Ringbaan, een klassiek worstenbroodje… noem maar op. Omdat het project rollendewiekend werd, bedachten de makers de adoptie-actie: voor 200 euro adopteer je je favoriete letter, leesteken of zelfs een spatie. Het stormliep. Vreemdste bestemming tot nu toe? Een grafsteen in Duitsland, keurig uitgehouwen in TilburgsAns.
Ontroerende ontmoetingen
Sander raakt er nog altijd van: “Trouw- en overlijdensadvertenties in onze letters… mensen willen letterlijk hun band met Tilburg vasthouden. Dat doet wat met je.” De Duitser die grafstenen graveert schuift dit weekend aan. “Waarom hij zó fan is? Geen idee. Hopelijk krijgen we een antwoord. Anders blijft het een fijn Tilburgs raadsel.”
