Celstraf en tbs geëist in grote sextortion-zaak – politie lanceert unieke online campagne
In wéér een schokkende sextortion-zaak heeft het Openbaar Ministerie vandaag negen jaar celstraf én tbs met dwangverpleging geëist. De zaak draait om een 22-jarige hbo-student uit Spijkenisse, Damian D., die wordt verdacht van het systematisch afpersen van bijna zestig meisjes met hun eigen naaktbeelden. Hij stond vandaag terecht in de rechtbank van Dordrecht — en op de aanklacht staan niet alleen sextortion, maar ook online verkrachting en het maken van kinderporno.
Net als in andere recente grote zaken liet de verdachte zijn slachtoffers via Snapchat foto’s en filmpjes van zichzelf maken — terwijl zij vaak nog op school zaten. De meisjes waren tussen de 13 en 20 jaar oud toen ze voor het eerst contact kregen met ‘Turpien’, de bijnaam die hij zichzelf had gegeven. Hij dreigde hun beelden en persoonsgegevens openbaar te maken als ze niet precies deden wat hij eiste: van seksuele handelingen tot het opschrijven van zijn bijnaam op hun lichaam of op bordjes die ze voor hun naakte lijf moesten houden.
Volgens de politie werden zijn opdrachten steeds extremer en sadistischer. Weigerden slachtoffers, dan verspreidde hij hun beeldmateriaal direct onder familie en vrienden — en soms verkocht hij de foto’s zelfs in besloten Telegramgroepen, samen met hun persoonlijke gegevens.
Opvallend is dat bijna alle slachtoffers uit het buitenland komen: 57 zijn al geïdentificeerd, waarvan slechts één in Nederland woont. De rest komt vooral uit de Verenigde Staten, maar ook uit Duitsland en Montenegro. Bij de verdachte is bovendien beeldmateriaal gevonden van tientallen nog onbekende meisjes — waardoor de politie vermoedt dat het aantal slachtoffers veel hoger ligt.
Daarom begint de politie vandaag een speciale online campagne op Snapchat, Instagram en Facebook. Het is de eerste keer dat zo’n campagne draait met de exacte gebruikersnaam van een verdachte: Turpien. Korte filmpjes tonen nagebootste versies van de bordjes die slachtoffers moesten vasthouden — gericht op zowel potentiële slachtoffers als hun ouders.
“Wij willen aan eventuele andere slachtoffers van Turpien laten weten dat hij is aangehouden, dat ze zich geen zorgen meer hoeven te maken en dat er hulp is”, legt Milou van der Kolk van het Team Seksuele Misdrijven van de politie in Rotterdam uit. Haar team deed het onderzoek na een tip van de Amerikaanse opsporingsdienst. De verdachte werd ruim een jaar geleden aangehouden; de al geïdentificeerde slachtoffers zijn sindsdien op de hoogte gesteld. Sommigen waren door de vernedering en afpersing zo wanhopig dat ze zelfmoord overwogen.
De politie wil met deze campagne ook de nog onbekende slachtoffers bereiken — en tegelijkertijd ouderlijk bewustzijn vergroten. “Wij hopen dat ouders zo’n zaak als Turpien aangrijpen om het onderwerp bespreekbaar te maken”, zegt Van der Kolk. “Slachtoffers voelen zich vaak alleen, en het schuldgevoel en de schaamte zijn enorm.”
Het aantal sextortion-zaken neemt de laatste jaren snel toe: vorig jaar registreerde de politie bijna 3100 online seksuele misdrijven — vaak met tientallen of zelfs honderden slachtoffers per zaak. In de rechtbank bekende Damian D. vandaag dat hij tientallen meisjes heeft afgeperst. “Ik heb niet over de gevolgen nagedacht”, zei hij. “Dat je mensen pijn kan doen.” Zijn werkwijze doet denken aan het zogeheten Com-milieu, waarin online groepen een soort ‘handleiding’ delen voor extreem sadistische afpersing — een methode die volgens het OM mogelijk ook D. heeft gebruikt.
Deskundigen adviseren daarom tbs met dwangverpleging, en het Openbaar Ministerie vindt dat hij ook langdurig de cel in moet. De rechtbank doet binnenkort uitspraak.
Explosie bij Rotterdamse synagoge: vijfde Tilburgse verdachte (19) blijft drie maanden langer vast
De vijfde verdachte uit Tilburg in het onderzoek naar de explosie bij de synagoge in Rotterdam zit vanaf vorige week drie maanden langer achter de tralies. De raadkamer heeft besloten om zijn voorarrest te verlengen — en dat is de eerste keer dat bij één van de Tilburgers zo’n lange verlenging wordt toegekend.
De 19-jarige wordt verdacht van betrokkenheid bij de explosie met terroristisch oogmerk. De andere vier Tilburgse verdachten — twee jongemannen van 19, één van 18 en een 17-jarige — kregen eind maart al een verlenging van hun voorarrest met 30 dagen. Ook de zesde verdachte uit Tilburg (20) zit nog vast: zijn voorarrest werd op 27 maart met veertien dagen verlengd.
Wat gebeurde er precies?
De explosie vond plaats in de nacht van donderdag 12 op vrijdag 13 maart bij de synagoge aan het A.B.N. Davidsplein in Rotterdam. De eerste vier verdachten werden gearresteerd nadat hun auto opviel door ongewoon rijgedrag. In die auto vonden agenten uiteindelijk een jerrycan.
Doorzoekingen in Tilburg
Na de arrestaties zijn vier woningen in Tilburg doorzocht — onder meer aan het Van Delfthof, de Lage Witsiebaan en de Dirk Fockstraat. Waar de vierde woning zich bevindt, heeft de politie niet bekendgemaakt. Of er tijdens de huiszoekingen sporen of bewijs zijn gevonden, is evenmin duidelijk.
Celstraf voor 20-jarige die een 14-jarige opdroeg om een bom te plaatsen bij een pizzarestaurant
Een 20-jarige man is door de rechtbank Amsterdam veroordeeld tot vijftien maanden cel. De reden? Hij gaf een jongen van maar veertien jaar opdracht om een explosief te plaatsen bij een vestiging van De Pizzabakkers in Amsterdam-Oost — en leverde ook nog eens het vuurwerk én de benzine aan om dat te doen.
De ontploffing zou plaatsvinden in de nacht van 2 op 3 september vorig jaar. De 14-jarige had een cobra-vuurwerkbom bij zich, ander zwaar vuurwerk én drie flessen benzine — maar voordat hij kon toeslaan, werd hij door de politie aangehouden. En dat was geen toeval: de politie hield al een oogje op die buurt, omdat eerder al vier andere Pizzabakkers-vestigingen in Amsterdam waren getroffen door explosies.
Hoe kwam het zo ver? De 20-jarige had de jongen via Snapchat benaderd. Uit zijn telefoongegevens bleek duidelijk dat hij hem expliciet had opgedragen om het explosief te plaatsen. In berichten liet hij ook merken dat hij zelf graag buiten beeld wilde blijven — een poging om de politie te ontwijken, zo oordeelt de rechter. Die concludeert daarom dat hij een sturende rol speelde, en dat hij het explosief ook daadwerkelijk aan de jongen heeft overhandigd.
De rechter spreekt van een “maatschappelijke plaag”: het inzetten van jonge mensen om explosies uit te voeren. En volgens haar is het extra kwalijk dat juist een tiener het gevaarlijke werk moest doen, terwijl de 20-jarige veilig op afstand bleef.
De 14-jarige zelf kreeg drie weken geleden zes maanden jeugdgevangenisstraf. De rechter nam wel in aanmerking dat hij de actie niet zelf had bedacht en zich onder druk gezet voelde — maar vond het toch onaanvaardbaar dat hij geen oog had voor de mogelijke gevolgen van een explosie.
Opluchting over het staakt-het-vuren — maar veel Iraniërs vragen zich af: waar was dit nu eigenlijk goed voor?
In slechts vijf weken is de oorlog tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran razendsnel escalerend uitgegroeid. Bombardementen hebben minstens 1600 mensen in Iran het leven gekost — waaronder talloze burgers — en grote delen van de kritieke infrastructuur zijn verwoest of zwaar beschadigd. Nu is er een tijdelijk staakt-het-vuren afgesproken: twee weken lang wordt het geweld stilgelegd… mits alle partijen zich eraan houden.
Gisteren leek het nog helemaal op een ramp uit te lopen. President Trump dreigde dat ‘een hele beschaving’ zou ‘sterven’ als er binnen twee uur Nederlandse tijd geen akkoord zou zijn bereikt. Een nacht vol spanning — en een ochtend vol opluchting.
Martje van Raamsdonk, hulpverlener van de Norwegian Refugee Council in Teheran, vertelt telefonisch aan RTL Nieuws hoe het voelde:
“We gingen de nacht in met de gedachte dat er vandaag geen Iran meer zou zijn. Toen we het nieuws vanmorgen zagen, waren we erg opgelucht.”
Ze werkt sinds november in Iran — eerst om Afghaanse vluchtelingen te ondersteunen, maar sinds de oorlog helpt haar organisatie ook gewonde en getroffen Iraniërs. Dat gebeurt onder andere met directe financiële steun: mensen krijgen geld in handen, zodat zij zelf kunnen beslissen waar ze het voor nodig hebben. Maar het gaat niet alleen om geld: er zijn ook therapiesessies om mensen te helpen met de enorme stress en het verdriet van de afgelopen weken.
Voor Martje was het de laatste tijd extreem gevaarlijk om haar werk te doen. Met het staakt-het-vuren kan ze nu ook weer naar plekken waar het eerder te riskant was.
“Na de dreigementen van gisteren vreesden we dat we onze hulpverlening moesten gaan afschalen. Maar nu de beschietingen twee weken lijken te stoppen, proberen we in die tijd zoveel mogelijk mensen te bereiken.”
Alleen: niemand weet zeker of dit staakt-het-vuren het begin van een einde is — of gewoon een adempauze midden in een langdurige crisis. Veel Iraniërs kijken onzeker naar de toekomst. Hun huizen zijn weg, familieleden vermist of dood, ziekenhuizen en waterinstallaties kapot. En dan stelt zich de vraag die overal op straat klinkt:
“Waar was dit nou eigenlijk goed voor?”
Een Iraans tienpuntenplan — waarvan Trump zegt dat het een ‘werkbare basis’ is voor onderhandelingen — is voorlopig het enige wat er is. Daarin staat bijvoorbeeld dat alle Amerikaanse sancties tegen Iran moeten worden opgeheven én dat de VS schadevergoeding moet betalen. Volgens Iran-deskundige Paul Aarts van de Universiteit van Amsterdam zou het uitvoeren van dit plan een duidelijke overwinning zijn voor het regime in Teheran.
“Bijna alle punten zijn eisen die het regime al jaren stelt. Als ze daadwerkelijk worden ingewilligd, komt het regime sterker uit de bus.”
Maar dat betekent niet dat de gewone bevolking erop vooruitgaat. Veel Iraniërs willen juist meer vrijheid, minder onderdrukking — en zijn het regime liever kwijt dan rijk.
“Een groot deel van de bevolking is enerzijds opgelucht dat de bombardementen stoppen, maar ziet anderzijds ook dat dit plan het regime alleen maar meer macht geeft.”
En ook de mogelijke opheffing van de sancties heeft twee kanten: economisch zou het voor sommigen een opluchting kunnen betekenen, maar politiek zou het juist leiden tot nog strengere controle.
“Als de sancties verdwijnen, voelt het regime zich veiliger — en zal het de politieke teugels waarschijnlijk nog strakker aantrekken.”
Vanaf vrijdag wordt er verder onderhandeld — deze keer in Pakistan. Martje hoopt op een duurzame oplossing:
“Een oorlog kent alleen maar verliezers — en dat zijn vooral onschuldige mensen. Wij als hulpverleners dringen er bij de leiders op aan: kom tot een echte, blijvende vrede. Dat is alles wat de mensen hier nodig hebben.”
Proton failliet, opnieuw flopt investering van Kees Koolen
Wat was Proton Ventures eigenlijk?
Proton Ventures werd al in 2001 opgericht door chemisch ingenieur Hans Vrijenhoef. Het bedrijf specialiseerde zich in het ontwerpen en bouwen van onder andere opslagtanks voor ammoniak — een stof die (onder andere) gebruikt kan worden om duurzame energie op te slaan. Dat laatste klonk als muziek in de oren van Kees Koolen: de bekende Nederlandse ondernemer, voormalig bestuurder en aandeelhouder van Booking.com, en later ook investeerder in Uber.
Vanaf eind 2019 zette Koolen, via zijn bedrijf Koolen Industries, flink in op groene energie. Denk aan zonnepanelen, batterijopslag én ook ammoniak als energiedrager. Zijn viermiljoeninvestering in Proton paste daar perfect bij. “We willen de wereldwijde energietransitie naar schone energie mogelijk maken”, zei hij destijds. “Naast lithium- en flowbatterijen is ammoniak-energieopslag een geweldige aanvulling op ons portfolio.”
Maar het bleef niet bij die eerste stap: volgens Vrijenhoef heeft Koolen zijn belang in de jaren daarna uitgebreid tot maar liefst 75 procent — via nieuwe geldinjecties én door een deel van Vrijenhoefs aandelen over te nemen. Hoeveel Koolen in totaal heeft gestoken? Dat wil Vrijenhoef liever niet kwijt: “Dat zou ik niet kies vinden.”
Waar ging het mis?
Ondanks de mooie visie en de forse financiële steun, wist Proton onder de vlag van Koolen Industries geen duurzaam succes te boeken. De jaarrekeningen bij de Kamer van Koophandel laten een duidelijk beeld zien: het ging bergafwaarts. In 2023 was het bedrijf technisch failliet: een negatief eigen vermogen van 5,6 miljoen euro. In 2024 kwam er een klein beetje lucht — maar met nog steeds 4,5 miljoen euro in de min bleef het behoorlijk strak.
Vrijenhoef wijt de problemen vooral aan één project: een klus in Marokko. “Daar werkten we voor een klant die telkens weer met nieuwe vragen kwam. Dat leidde tot enorme vertragingen — en kostte ons veel tijd én geld.”
Begin vorig jaar wilde Koolen de stekker eruit trekken. Hij had al meerdere tegenvallers gehad in zijn groene energieportefeuille en wilde geen extra risico’s meer nemen. Toch besloot men toen nog niet direct tot faillissement. Vrijenhoef: “Ik vond dat zonde. Proton is toch mijn baby, en ik geloof nog steeds in ammoniak voor de energietransitie.” Daarom keerde hij in april terug als meerderheidsaandeelhouder en bestuurder — met 51 procent aandelen, tegenover 49 procent voor Koolen.
De laatste poging… en dan toch faillissement
Na zijn terugkeer spande Vrijenhoef zich enorm in om een nieuwe grote investeerder binnen te halen. “Ik vond een serieuze partij, en bij het tekenen van de voorwaarden dacht ik: dit is het. Maar uiteindelijk duurde het te lang voordat het geld echt binnenkwam.” Terwijl hij elke maand de salarissen moest betalen — voor 23 werknemers én 10 zzp’ers — raakte de kredietbuffer op. “Uiteindelijk moest ik het faillissement aanvragen.”
Er zijn wel nog geïnteresseerden die een doorstart met Proton willen maken, zegt Vrijenhoef. “Dat ligt nu natuurlijk vooral in handen van de curator. Maar ik ben een strijdvaardig persoon — en ik doe alles wat ik kan om de kennis rond ammoniak in Nederland te behouden.”
Nog een flop in een reeks groene investeringen
Dit faillissement is helaas niet de eerste keer dat een groene investering van Koolen op de fles gaat. In 2024 zakte een hele reeks bedrijven waarin hij had geïnvesteerd. En pas vorige maand ging ook Hardt Hyperloop failliet — een bedrijf waaraan Koolen in 2019 een belang nam, met als doel een supersnelle trein in een vacuümbuis te ontwikkelen.
Liefdevol confronteren? Ja, maar… wat betekent dat eigenlijk bij Yes We Can?
Wat gebeurt er nou écht op de afdelingen van de Yes We Can-kliniek in Hilvarenbeek? Na de harde getuigenissen van oud-cliënten en (oud-)medewerkers is de focus verschoven naar de kern van de kritiek: hoe worden jongeren met psychische of gedragsproblemen daar daadwerkelijk begeleid — en is die manier wel geschikt voor iedereen? In de nieuwste aflevering van het BNNVARA-programma BOOS, gepresenteerd door Tim Hofman, komt de kliniek onder vuur te liggen. Tientallen ex-cliënten, voormalige medewerkers én experts vertellen over een behandeling die volgens hen psychische schade kan veroorzaken — en waarbij grensoverschrijdend gedrag, pesten en vernederen helaas geen uitzondering zouden zijn.
De kliniek helpt jaarlijks ruim duizend jongeren tussen de 13 en 23 jaar met allerlei uitdagingen: van psychische klachten en gedragsproblemen tot problematisch middelengebruik. Ze presenteren zichzelf als ‘laatste redmiddel’ — op hun website staat zelfs: “Als niets meer werkt, zijn we voor veel jongeren en hun ouders het keerpunt in hun leven.” Opgericht in 2010 door Jan-Willem Poot, gebaseerd op zijn eigen hersteltraject van verslaving, gebruikt Yes We Can een methode die is afgeleid van het Minnesota Model uit de verslavingszorg. Daarbij spelen ervaringsdeskundigen een centrale rol — en confrontatie is een vast onderdeel. Alleen: deze ‘één-oplossing-voor-alles’-aanpak wordt nu toegepast op jongeren met heel uiteenlopende achtergronden: denk aan trauma, autisme of depressie. En dat zit volgens experts als Eva Mulder van het Nederlands Jeugdinstituut niet lekker. Ze legt in BOOS uit: “Yes We Can gebruikt een methode die oorspronkelijk uit de verslavingszorg komt, en past die nu toe op kinderen met heel verschillende problemen. Die methode is simpelweg niet ontwikkeld voor al die typen klachten — en daar moet je als kliniek heel duidelijk over zijn tegenover jongeren én hun ouders.”
“Liefdevol confronteren” — klinkt mooi, maar wat gebeurt er dan?
Een belangrijk onderdeel van de behandeling zijn de groepssessies, waarin jongeren onder leiding van hun counselors — vaak jonge ervaringsdeskundigen — worden geconfronteerd met hun gedrag en levenservaringen. De kliniek noemt dit ‘liefdevol confronteren’. Maar wat betekent dat in de praktijk? Volgens hoogleraar Annemiek Harder, gespecialiseerd in wetenschappelijk onderbouwde jeugdzorg, is echte confrontatie iets anders dan wat hier soms gebeurt: “Confronteren doe je niet door iemand de put in te praten of hem/haar voortdurend negatief te benaderen. Dan werkt het gewoon niet op een positieve manier.” Oud-cliënten en medewerkers vertellen over sessies die uit de hand lopen: van openlijk pesten en vernederen tot het moeten nabootsen van je eigen begrafenis — een oefening die bij veel jongeren diepe onveiligheid en angst oproept.
Wie begeleidt wie — en met welke kennis?
Ook de rol van de counselors roept vragen op. Zij zijn vaak ervaringsdeskundigen zonder formele opleiding in geestelijke gezondheidszorg — terwijl zij een enorme invloed hebben op de behandeling. Oud-medewerkers waarschuwen dat dat risico’s met zich meebrengt. Één van hen zegt: “Met wat ik nu weet over groepstherapie weet ik zeker dat het niet veilig genoeg was voor iedereen. We moesten gewoon de tien stappen volgen — voor elke problematiek.” Een ander voegt daaraan toe: “Niet alle counselors kunnen dat. Daar zit het grootste gevaar voor grensoverschrijdend gedrag: want als counselors alleen op gevoel en eigen ervaring vertrouwen, dan kan het snel misgaan — tot ze de plank misslaan.”
“Het is jouw verantwoordelijkheid” — maar is dat altijd goed?
Een ander knelpunt is de nadruk op eigen verantwoordelijkheid — een kernprincipe uit het Minnesota Model. Bij kwetsbare jongeren, zoals slachtoffers van seksueel misbruik, mensen met trauma of suïcidale gedachten, kan dat echter averechts werken. Hoogleraar Harder waarschuwt: “Het risico is dat jongeren gaan denken: ja, het is mijn schuld. Ik ben het probleem. Je ziet geen perspectief meer — en dat is een groot risico, bijvoorbeeld voor suïcide.”
Werkt het eigenlijk wel?
Yes We Can claimt dat 74 procent van de jongeren na een opname geen specialistische zorg meer nodig heeft. BOOS kreeg diverse documenten van de kliniek — onder verantwoordelijkheid van CEO Johan Linssen — om die cijfers te onderbouwen. Die werden voorgelegd aan Pim Cuijpers, emeritus hoogleraar klinische psychologie. Zijn oordeel is scherp: “Dit is geen onderzoek dat laat zien dat de behandeling daadwerkelijk werkt. Je kunt niet zeggen dat de combinatie van alle onderdelen effectief is.” Hij benadrukt wel dat losse elementen — zoals het inzetten van ervaringsdeskundigen — wel degelijk onderzocht zijn en mogelijk positief kunnen werken. Maar uit die afzonderlijke bevindingen kun je niet afleiden dat het hele programma zo doeltreffend is als de kliniek beweert.
