Overleden vrouw gevonden in Oss — geen aanwijzingen voor misbruik of geweld
In een appartement in de Ossse wijk Krinkelhoek is zondagmiddag, kort na 17.00 uur, een overleden vrouw aangetroffen. De melding kwam binnen bij de hulpdiensten, waarna direct ingegrepen werd.
De politie heeft vandaag laten weten dat het onderzoek tot nu toe geen aanwijzingen heeft opgeleverd voor een misdrijf. Het gaat dus om een niet-criminele doodsoorzaak — hoewel de precieze oorzaak nog niet bekend is.
Op hetzelfde adres was ook een baby aanwezig. Die werd met spoed door een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Hoe het met het kindje gaat, is niet verder meegedeeld.
Omdat het om een ernstige situatie ging, werden meerdere hulpdiensten ingezet: onder andere een traumahelikopter landde in de buurt van het appartementencomplex, en er waren diverse politiewagens en ambulances ter plaatse.
In deze EU-landen is een werkweek van 49 uur of meer helemaal niet bijzonder
Je zou denken dat een werkweek van bijna 50 uur tegenwoordig een zeldzaamheid is — maar in sommige Europese landen is het juist volkomen gewoon. Vooral in Zuid-Europa draait de klok wat langzamer… en de werktijd wat langer.
Griekenland, Cyprus en Frankrijk leiden het klassement
In Griekenland werkt ruim 12 op de 100 werknemers regelmatig 49 uur of meer per week — het hoogste percentage in de hele EU. Daarna komen Cyprus (10 procent) en Frankrijk (bijna 10 procent). Portugal volgt met 9,1 procent op de vierde plek, ruim boven het EU-gemiddelde van 6,5 procent.
In andere landen zit het aandeel veel lager: in Duitsland is het 5 procent, in Spanje 6,3 procent. Nederland valt hier zelfs onder het gemiddelde — naar schatting werkt hier zo’n 5 tot 6 procent van de werknemers zulke lange weken.
Waarom werken Nederlanders over het algemeen minder?
Nederland staat al jaren bekend om zijn sterke focus op balans tussen werk en privé. Veel mensen kiezen bewust voor deeltijd, flexibele uren of een betere afstemming van werk op hun dagelijks leven. Dat blijkt ook uit recente CBS-cijfers: het aantal mensen dat 28 tot 35 uur per week werkt, is de afgelopen jaren flink gestegen — in 2025 waren dat bijna 1,9 miljoen werkenden.
Dat past goed bij wat werknemers vandaag de dag belangrijk vinden: ruimte voor vrije tijd, flexibiliteit én de mogelijkheid om werk écht aan te passen aan hoe ze leven.
In Zuid-Europese landen is het daarentegen gewoonder om langere dagen te draaien — vaak door andere werkculturen, maar ook door economische omstandigheden die minder ruimte laten voor keuzes rondom arbeidsduur.
Van Wunderland naar Rotterdam: het laatste kunstje van pretpark-ondernemer Hennie van der Most
Voor wie dol is op pretparken, all-in-concepten of indoor speeltuinen: de namen Wunderland Kalker, Preston Palace, Speelstad Oranje en De Bonte Wever zeggen waarschijnlijk wel iets. Allemaal geboren uit het creatieve hoofd van een geboren Drent: Hennie van der Most. Maar het was zeker niet vanaf dag één duidelijk dat hij zijn leven zou wijden aan het omtoveren van vervallen gebouwen tot levendige plekken vol pret. Geboren in 1950 als boerenzoon in Drenthe, haalde hij zelfs geen diploma van de Lagere Technische School — en toch begon hij al snel met zijn eerste bedrijf: een ijzerhandel. Daar bleef het niet bij. Bij zijn eigen huis bouwde hij een zwembad met sauna… en besloot gewoon dat de hele buurt er tegen betaling gebruik van mocht maken. Een klein begin — maar een typisch Van der Most-idee: praktisch, onconventioneel, en meteen actie.
In 1980, pas 30 jaar oud, kocht hij een verlaten fabriek in Slagharen en maakte er De Bonte Wever van: een sauna- en zwembadcentrum. Daarna volgden Speelstad Oranje (in een oude aardappelfabriek), Preston Palace (in een voormalig ziekenhuis) en — iets verderop de grens — Funpark Meppen (in een oude energiecentrale) en een indoor camping op een voormalige militaire basis. Maar het meest spraakmakende project? Wunderland Kalker: de nooit afgebouwde kerncentrale in Kalkar, omgetoverd tot een volledig nieuw attractiepark. Het werd één van zijn grootste publiekstrekkers.
En dan die beroemde all-in formule — een echte gamechanger. In De Bonte Wever kon je voor een vaste prijs onbeperkt zwemmen, friet eten én cola drinken. Eenvoudig, eerlijk, en vooral: populair. Verslaggever Jan Colijn van RTV Oost, die Van der Most al sinds zijn allereerste projecten volgt, noemt het ‘een ijzersterke formule’. “Het sloeg aan bij de mensen. Voor weinig geld konden grote groepen met zijn allen op pad.”
Toch heeft de ondernemer nu geen pretparkimperium meer. De meeste parken zijn al lang verkocht. En waar zit de opbrengst nu? In Rivoli, een pretpark in hartje Rotterdam.
Van der Most is inmiddels een bekende figuur in Nederland: creatief, pragmatisch, en met zijn hart op zijn tong. Rapporten? Adviesbureaus? Langdurige besluitvorming? Niet echt zijn ding. “Niet lullen maar poetsen. In het gemeentehuis wordt te veel gepraat”, stelt hij tijdens de kijkdag van de veiling van Rivoli. Zijn directe stijl valt op — en werkt vaak. “Hij is zeker een flamboyante man. Maar hij is goed in het maken van markante pretparken”, zegt Colijn. En in zijn thuisregio? Altijd trots op hem. “Hij heeft de nodige bewondering.”
Maar bij Rivoli loopt het anders. “Het had zijn laatste kunstje moeten zijn. Maar Rotterdam is nog steeds niet van de grond”, aldus Colijn. Veertien jaar geleden begon Van der Most aan het park — en sindsdien stapelden de problemen zich op: een brand, de coronacrisis, en een aflopende erfpacht. Nu is het geduld bij één van de schuldeisers op, en wordt een veiling afgedwongen. Zij geloven niet langer in de plannen.
Op het terrein is duidelijk te zien dat het projectmanagement wankelt. Een deel van Rivoli ziet er al klaar voor bezoekers uit: afgewerkte attracties, bowlingbanen, klimmuren. Maar loop verder, en je ziet het meteen: andere zones zijn nog vervallen, onafgewerkt, duidelijk niet klaar voor gebruik.
Volgens Van der Most zelf ligt de oorzaak bij partijen die afspraken niet nakomen en financiering die wegviel. Toch geeft hij het niet op. “Ik geef het niet op. Ik zie nog altijd een toekomst in het park.”
Als eerste op de hoogte van het laatste nieuws
Dode vrouw in Oss: geen sprake van een misdrijf — toestand kind nog onduidelijk
Zondag werd in een appartement aan de Oude Litherweg in Oss een vrouw dood aangetroffen. De politie meldt maandagochtend dat er geen aanwijzingen zijn voor een misdrijf — de doodsoorzaak is nog niet bekend, maar het betreft geen slachtoffer van geweld of misbruik.
Bij de vrouw was ook een jong kind aanwezig. Dat werd direct na de vondst naar een ziekenhuis gebracht voor medisch onderzoek en controle. De politie geeft voor nu geen informatie over hoe het met het kind gaat — de toestand blijft onbekend.
Agenten kwamen rond 17.00 uur zondag het appartement binnen, na een melding over een overleden persoon. Daar troffen ze zowel de vrouw als het baby’tje aan. De rechercheurs en forensisch team waren tot rond 22.00 uur op locatie. Op beelden is te zien dat het kind in een Maxi-Cosi mee werd genomen met een ambulance.
Pot voor arbeidsongeschikten zit vol – toch stijgt de premie weer: ‘Spookbelasting’
Werkgevers en werknemers kijken met een steeds diepere frons naar wat er gebeurt met de arbeidsongeschiktheidspremie. Terwijl het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) op dit moment een gigantische reserve van bijna 39 miljard euro heeft, blijft het kabinet de premie maar verhogen. En dat terwijl die premie oorspronkelijk bedoeld is om uitkeringen te financieren voor mensen die door ziekte of ongeluk niet meer kunnen werken — zoals WIA-uitkeringen.
“Bij ons en andere grote werkgevers trekken de wenkbrauwen samen”, zegt een woordvoerder van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). “De verhouding is sinds 2020 enorm uit de pas gelopen.” En dat is zacht uitgedrukt: de premie is in de afgelopen jaren gestaag omhooggeschroefd — tot wel 7,6 procent van het loon dit jaar. Al dat geld stroomt rechtstreeks naar het Aof. Maar daar komt veel meer binnen dan eruit gaat. Het resultaat? Een fonds dat sinds 2017 steeds voller wordt — en steeds meer wordt gebruikt als begrotingskastje.
Want in plaats van lastige politieke keuzes te maken — zoals de winstbelasting verhogen — grijpen kabinetten graag naar de arbeidsongeschiktheidspremie. Het is makkelijk, zichtbaar minder pijnlijk… en dus erg populair bij beleidsmakers. Ook het kabinet-Jetten is geen uitzondering: in de voorjaarsnota staat een premieverhoging ingeboekt om tegenvallende inkomsten van de zorgverzekeringen op te vangen. En eerder al was in het coalitieakkoord afgesproken dat een deel van de hogere defensie-uitgaven (de zogenoemde vrijheidsbijdrage) via dezelfde premie zou worden gefinancierd.
Het wordt daarmee steeds duidelijker: voor veel politici is de Aof-premie gewoon een knop die je kunt aandraaien wanneer de begroting tekort schiet. Zo duidelijk was dat zelfs niet tijdens de onderhandelingen over het coalitieakkoord — één van de onderhandelaars gaf later toe dat hij niet eens wist dat de letters A en O in ‘Aof-premie’ stonden voor arbeidsongeschiktheid.
Voor gemeentes betekent de vrijheidsbijdrage al meteen een extra tegenvaller van 34 miljoen euro. “Op het oog zouden er ook andere opties moeten zijn dan dit via de arbeidsongeschiktheidspremie incasseren”, zegt de VNG-woordvoerder.
En de vakbond FNV is nog scherper: “Het kabinet is op zoek naar geld en kat nu de premie om tot een oneigenlijke belasting”, zegt interim-voorzitter Dick Koerselman. “Het wordt gebruikt als een verstopte spookbelasting.” De FNV wil voorkomen dat de premie wordt ingezet voor de vrijheidsbijdrage — zeker nu het kabinet tegelijkertijd ook de hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wil inkrimpen. Bovendien pleit de bond ervoor dat werkgevers- én werknemersorganisaties weer meer zeggenschap krijgen over sociale fondsen zoals het Aof. “Het is tenslotte een verzekeringspremie die bedoeld is voor werknemers. Het is óns geld”, benadrukt Koerselman.
Ondertussen hebben zo’n 2500 werkgevers zich aangesloten bij een massaclaim tegen de Belastingdienst, om de volgens hen te veel betaalde premie van de afgelopen jaren terug te halen. Ook enkele gemeentes doen mee. De VNG als koepelorganisatie houdt zich daar echter bewust buiten — omdat zij als overheid niet tegenover de landelijke overheid wil komen te staan. In plaats daarvan hoopt de VNG via bestuurlijk overleg het kabinet te overtuigen om af te blijven van de premie.
Terug naar 1674 in Grave: kanonnen, kampvuur en échte geschiedenisbeleving
Kanonnen bulderen, soldaten marcheren door de straten van Grave, en op de achtergrond roken kampvuurtjes zachtjes in de lentezon. Tijdens het Paasweekend wordt het stadje een levende tijdreis naar het jaar 1674 — het jaar dat Grave na een bloedige slag werd heroverd van de Fransen door de Nederlandse troepen. En ja, het is écht indrukwekkend: nooit eerder waren er zoveel re-enactmentgroepen, kostuums, tenten en geanimeerde historische verhalen op één plek samengekomen.
“Als je geschiedenis uitbeeldt, onthoud je ‘m ook — en dat is de kunst”, legt organisator Peter Linders uit. Het gaat niet om een stille tentoonstelling, maar om een volledige duik in de tijd: hoe leefden mensen toen? Hoe voelde een harnas aan? Wat aten ze? En vooral: wat speelde er eigenlijk tussen de Fransen, Engelsen en Spanjaarden? “Dat is een schakelpunt in de geschiedenis”, zegt Linders. “Misschien heeft het wel Nederland gemaakt zoals het nu is.”
En die kantelen van het verhaal — van boektekst naar levende ervaring — is precies waarom het zo aanslaat. Niet alleen bij bezoekers, maar ook bij de deelnemers zelf. Paul Karremans uit Zaandam doet al 45 jaar mee met re-enactment. Hij is één van de tachtig mensen die deze dagen echt leven zoals in 1674: slapen in tenten, koken met authentieke recepten, en zich helemaal onderdompelen. “Je haalt wijsheid uit de praktijk, niet uit de boekjes”, vertelt hij. “Dat geeft een diepgang die je nergens anders vindt.”
Erik van Houten uit Hellevoetsluis loopt als marinier rond — in een uniform van linnen en wol, geen kunststof. “We willen niet alleen lijken alsof we erbij horen”, zegt hij. “We willen op de plek zijn waar het gebeurde, en daar ons verhaal vertellen.” En Bas Dekkers uit Zwolle beaamt dat: “Lezen over een harnas is één ding. Het dragen, het zweet, het gewicht, het leven in zo’n kamp… dan snap je pas echt hoe het was.”
Dat gevoel herkennen ook historici. Antropologe Lise Zurné ziet een duidelijke verschuiving: re-enactment wordt steeds serieuzer genomen als manier om geschiedenis écht te begrijpen — omdat het verhaal én de beleving centraal staan. En de bezoekers langs de kant? Die zijn ook overtuigd. “Beleven en zelf ervaren is toch altijd nog veel mooier”, zegt een man terwijl hij de optocht bekijkt. Een andere bezoeker knikt enthousiast: “Ja, absoluut. Het maakt de geschiedenis echt levend.” En een vrouw uit Grave vat het misschien wel het beste samen: “Je kunt het in boekjes lezen, maar dit is leuker.”
