De onmisbare camper van vader Henk: altijd aan de zijlijn voor Marianne Vos

Als Marianne Vos aan een wedstrijd begon, kon je er donder op zeggen dat vader Henk bij de finish stond. Hij was erbij, bijna haar hele wielerleven lang. Meestal in de camper, samen met moeder Connie en broer Anton. Geen enkele koers sloeg hij over. Hij zag zijn dochter in 2006, nog maar 18 jaar oud, wereldkampioen worden in het veldrijden en op de weg. Ook haar olympische titels maakte hij van dichtbij mee. Twintig jaar later kreeg hij opnieuw kippenvel, toen ze op haar 37e de gele trui pakte in de Tour de France. Fietste Marianne, dan was vader Henk nooit ver weg.

Afgelopen week overleed hij, 78 jaar oud. Marianne Vos rijdt door zijn overlijden, hij was al maanden niet in goede gezondheid, de Ronde van Vlaanderen niet. Het afgelopen winterse veldritseizoen sloeg ze ook al over om voor hem te kunnen zorgen. Crossen zonder vader Henk in de buurt voelde immers ook niet meer hetzelfde. Vanaf haar allereerste modderritten was hij er altijd bij.

De begindagen: met z’n vieren op pad

Lang voordat de camera’s en het grote publiek kwamen, in de tienerjaren van Marianne, trok het gezin Vos er al samen op uit. Met z’n vieren in de camper naar elke koers, om vervolgens in het busje te overnachten. Vader Henk scharrelde dan altijd rond bij de start en finish, sprak met iedereen en wist alles van cross en wegwedstrijden. Als mecanicien hielp hij Marianne aan het begin van haar carrière met haar materiaal. En natuurlijk was hij de chauffeur van de camper. Samen ontdekten vader en dochter zo de wereld.

Een vaste parkeerplek, een vertrouwd gezicht

Vader Vos parkeerde de camper vaak op een vaste, zorgvuldig uitgekozen plek. In Hoogerheide stond hij altijd achter de slagerij, vlak na de finish. Precies waar tegenwoordig de bus van Visma-Lease a Bike, de huidige ploeg van Vos, staat. Die keuze was doordacht: het moest handig zijn voor hem én voor Marianne, zodat zij overal dichtbij was. Henk kende iedereen en had zijn vaste adresjes. Bij de Amstel Gold Race stond de camper elk jaar op de oprit van dezelfde boerderij.

Hij kon ook best brutaal zijn: tijdens het WK van 2017 in het Noorse Bergen zette hij de camper neer voor het gemeentehuis (waar de perskamer was) en naast het startpodium voor de tijdrit. Zo was zijn dochter overal snel ter plekke. Niemand keek er met afgunst naar; de familie Vos staat bekend als open en gastvrij, met Henk als de vriendelijke gastheer.

Koffie, koek en wielerpraat

Er was altijd tijd voor een praatje. Over de rit naar de start, het weer, Marianne, of over de katten: de oude Flecha (vernoemd naar de Spaanse renner) of de nieuwe, Sjekkie, die ze kregen uit een nest kittens van oud-renster Noortje Tabak. De wielerjournalisten haalden bij hem nog weleens een nieuwtje op. Vader Henk miste weinig. De familie wist alles, en deelde ook best veel. Over gebruikt materiaal, bij welke renster een fiets kapot was gegaan, of over contractonderhandelingen.

En als het buiten pijpenstelen regende, nodigde Henk je uit om binnen in de camper te schuilen. Daar dronk je dan de koffie die moeder Connie had gezet, vaak met koek gebakken door de oude buurvrouw uit Babyloniënbroek, waar Marianne opgroeide.

De camper blijft, de rol verandert

Toen Vos het huis uitging en een relatie kreeg, veranderde de rol van de familiecamper een beetje. Het vrouwenwielrennen groeide en Vos reed inmiddels bij professionele ploegen. De noodzaak voor praktische hulp van de familie nam af. Toch bleven vader, moeder en broer langskomen, waar in Europa dan ook. Stond dochter Marianne bij een WK in een hotel, dan stond de camper op de parkeerplaats ernaast. Zo konden ze na het avondeten tenminste nog even koffie drinken.

Als Marianne met de ploeg naar huis vloog, reed de camper de lange snelwegen terug naar Brabant. De noodzaak om te helpen verdween misschien, maar de behoefte om dichtbij te zijn bleef. Vader Henk en het gezin waren onmisbaar voor de carrière van Vos. En hij zag met eigen ogen hoe zijn dochter uitgroeide tot een vrouw van de wereld.

Bekijk origineel artikel

Voormalig Tottenham-voetballer Victor Wanyama zet een punt achter zijn carrière

De Keniaanse voetbalster Victor Wanyama heeft officieel een einde gemaakt aan zijn actieve loopbaan als profvoetballer. Dat maakte de 32-jarige middenvelder bekend via sociale media. Hij kijkt met trots terug op een indrukwekkende carrière, waarin hij onder andere in de Premier League en de Champions League-finale speelde.

Een pionier voor Keniaans voetbal

Wanyama schreef geschiedenis door als eerste Keniaanse voetballer ooit in de Premier League uit te komen. Hij begon zijn avontuur in Engeland bij Southampton, waar hij van 2013 tot 2016 speelde. Zijn sterke prestaties daar leverden hem een transfer op naar topclub Tottenham Hotspur, waar hij van 2016 tot 2020 onder contract stond. Het hoogtepunt bij Spurs was ongetwijfeld het bereiken van de Champions League-finale in 2019, die helaas verloren ging van Liverpool.

Afscheid van het internationale voetbal

Ook voor het Keniaans nationaal elftal, de ‘Harambee Stars’, was Wanyama een belangrijke aanvoerder. Hij speelde in totaal 64 interlands voor zijn land. Hij nam al afscheid van het internationale voetbal in september 2021, toen hij stopte als aanvoerder. Zijn volledige pensioen als prof markeert nu het definitieve einde van een bijzondere sportreis.

Bekijk origineel artikel

Kantoorbaan en topsport: Max Hermens droomt van play-off finale met Tilburg Trappers

Hij speelde vier jaar in het ijshockeywalhalla Zweden, een avontuur waar hij nog steeds trots op terugkijkt. Max Hermens (28) kwam acht jaar geleden terug naar Nederland, waar hij de kans kreeg bij Tilburg Trappers. Bij die club is hij nog steeds actief en hoopt hij dit seizoen eindelijk weer eens de finale van de play-offs te halen. “Er heersen binnen de groep revanchegevoelens, omdat het vorig jaar niet is gelukt.”

De liefde voor ijshockey kreeg Hermens op zesjarige leeftijd via zijn neef. “Mijn moeder en haar zus hadden afgesproken dat ik een keer mee mocht doen. Ik ben vervolgens blijven plakken, ik vond de sport geweldig.” Vanuit zijn geboorteplaats Zoetermeer vertrok hij op zijn vijftiende naar Zweden. “Ik heb er vier jaar gespeeld, een droom die uitkwam. In dat ijshockeytopland heb ik als jeugdspeler zoveel mooie momenten meemaakt.”

Het bleef bij die vier jaar, want een nieuw buitenlands avontuur zat er niet in. “In een topland als Zweden is het als prof heel lastig, omdat clubs maar een beperkt aantal buitenlanders mogen hebben. Toen Tilburg Trappers in 2017 contact opnam, zag ik dat als de beste optie. Ik kon er spelen in de Oberliga en daarnaast ook nog studeren.”

Nu, in 2026, zit Hermens nog steeds bij Tilburg Trappers, inmiddels als aanvoerder. Hij heeft niet de ambitie om de club snel te verlaten. “Ik heb jaren geleden nog wel een nieuwe buitenlandse droom gehad. Er zijn gesprekken gevoerd, maar het werd uiteindelijk ‘nee’. Niet dat ik daar lang mee zat, want ik heb het altijd prima naar mijn zin gehad in Tilburg.”

In zijn eerste seizoen won hij met de club meteen de play-offs voor de Oberliga-titel. Een jaar later verloren de Tilburgers de finale, maar daarna kwam het team niet meer zo ver. “De competitie is een stuk sterker geworden, al komen we de laatste twee jaar steeds dichter bij de absolute top.”

Na twee overtuigende overwinningen op rij in de huidige play-offs, staat nu de halve finale tegen Deggendorfer SC op het programma. Hermens vindt dat zijn ploeg een realistische kans maakt. “We kunnen tegen zo’n sterk team een waardige tegenstander zijn. Vorig jaar lukte het niet om de finale te halen, dit jaar willen we iets anders laten zien.”

Hermens heeft niet gekozen voor een leven als fulltime prof. Hij combineert ijshockey met een commerciële kantoorbaan bij een autobedrijf. “Waarom zou ik pas na mijn sportloopbaan gaan werken? Dan heb ik een jaar of tien van mijn maatschappelijke carrière gemist. Bij ons doen veel jongens dat. De één heeft een eigen bedrijf, ik zit op kantoor. Een baan waar ik ontzettend veel kan leren.”

Na ruim acht jaar Tilburg voelt hij zich aardig verbrabantst. “Al hoor je dat niet als ik praat”, zegt hij lachend. “Ik ken de stad Tilburg op mijn duimpje, heb een relatie met een Brabantse, we hebben een huis gekocht in Goirle en ik vier gewoon carnaval. Dan is het inburgeren volgens mij best goed geslaagd.”

Bekijk origineel artikel

Chery neemt afscheid van Surinaams voetbalelftal

Tjaronn Chery heeft besloten te stoppen als international voor Suriname. De speler maakte dit bekend op sociale media, ongeveer een week nadat zijn team door Bolivia werd uitgeschakeld in de WK-kwalificatieplay-offs. Dit besluit volgde ook op een drukke week waarin zijn paspoortsituatie in Nederland veel stof deed opwaaien.

“Het was een ongelooflijke droom, helemaal tot het moment dat we bijna het WK haalden,” schrijft de 37-jarige NEC-aanvaller. “In mijn carrière heb ik al veel meegemaakt, maar mijn grote droom was om met Suriname naar het WK te gaan. Helaas is dat niet gelukt. Dat blijft voor mij een pijnlijk moment.”

“Toch weegt de trots zwaarder dan de teleurstelling. Ik heb altijd ontzettend veel liefde gevoeld. De waardering die ik van alle Surinamers en van iedereen die mij steunde, heb gekregen, is ongekend.”

Chery, geboren in Den Haag en in 2015 eenmalig in de selectie van het Nederlands elftal, koos in 2021 voor Suriname. Met dat team kwam hij heel dicht bij kwalificatie voor het komende WK. Hij speelde tien interlands en scoorde één keer.

Voor zijn overstap naar het Surinaamse team was een Surinaams paspoort nodig. Die keuze bracht hem afgelopen week in een lastig parket: hij mocht tijdelijk niet meetrainen bij NEC vanwege vragen over zijn werkvergunning in Nederland. Gelukkig werd later bekend dat hij gewoon speelgerechtigd is voor de eerstvolgende wedstrijd.

Bekijk origineel artikel

Wordt PSV dit weekend al kampioen? Zo staan de cijfers ervoor

PSV kan dit weekend opnieuw de Nederlandse landstitel pakken. Als ze winnen, is het hun derde op rij. Maar wat zeggen de statistieken over de afgelopen drie jaar onder trainer Peter Bosz? Sinds zijn komst in de zomer van 2023 schiet PSV doelpunten alsof het niets is.

Een aanvalsmachine onder Bosz

De laatste twee seizoenen scoorde PSV meer dan honderd keer in de competitie: 111 en 103 goals. In de hele clubgeschiedenis sinds 1954/1955 is dat maar vier keer eerder gelukt. Dit seizoen staat de teller op 78. Om weer boven de 100 te komen, moet er in de laatste wedstrijden nog flink gescoord worden. Voor Bosz’ komst haalde PSV in drie seizoenen respectievelijk 89, 86 en 75 goals.

De jacht op de topscorer

Al dat scoren leverde alleen in 2024 een gedeelde topscorerstitel op: Luuk de Jong maakte toen 29 goals. Vorig seizoen was hij met 14 treffers clubtopscorer. Dit jaar lijkt de titel naar Feyenoorder Ayase Ueda te gaan. Bij PSV delen Ismael Saibari en Guus Til de eer met ieder 12 goals.

Bosz’ vaste waarden en assistkoningen

Trainer Bosz heeft zijn vaste kern. Guus Til, Joey Veerman en Jerdy Schouten speelden de meeste wedstrijden onder hem. Til en Veerman blinken ook uit in cijfers: Til scoorde 32 keer en gaf 21 assists in 85 duels, Veerman maakte 14 goals en 37 assists in 82 wedstrijden. Veerman werd vorig seizoen assistkoning (16) en staat dit jaar met 13 assists weer op kop.

Geen kans op de fair play prijs

Een landstitel mag dan dichtbij zijn, de fair play prijs wint PSV onder Bosz waarschijnlijk niet. Dit seizoen heeft de club al 39 gele en 2 rode kaarten gepakt. Slechts drie clubs kregen minder geel.

Op weg naar een historisch record

PSV moet oppassen dat het niet voor de derde keer op rij verliest in de competitie – dat gebeurde alleen in 2001 en 2014. De cijfers zijn hoopvol: tegen zondag’s tegenstander FC Utrecht verloor PSV maar 1 keer in 54 thuiswedstrijden. PSV kan dit weekend zelfs de vroegste kampioen ooit worden. Daarvoor moet PSV zaterdag winnen van Utrecht en mag Feyenoord zondag niet winnen. Dan breekt PSV het record uit 1977/1978, toen ze op 8 april kampioen werden.

Bekijk origineel artikel