Oranje Leeuwinnen schitteren in Manchester Derby
Onze Nederlandse sterren Vivianne Miedema en Kerstin Casparij waren gisteren de absolute heldinnen voor Manchester City in de Women’s Super League. In de felbegeerde derby tegen aartsrivaal Manchester United zorgden zij samen voor een klinkende 3-0 overwinning. Miedema scoorde twee keer, terwijl Casparij de puntjes op de i zette.
Deze zege is ontzettend belangrijk voor City. Als koploper hebben ze hun voorsprong op United nu uitgebouwd tot maar liefst elf punten. De titel komt hierdoor weer een flinke stap dichterbij. Als het ze lukt, pakken ze voor het eerst sinds 2016 weer de kampioensschaal.
Het begon al vroeg feest. Na een kwartier kopte Miedema City al op een 1-0 voorsprong. En alsof dat niet genoeg was, maakte ze vlak daarna haar tweede, opnieuw met het hoofd, na een perfecte voorzet van Casparij. City leek daarna weg te lopen, maar twee doelpunten werden (helaas) afgekeurd. Zo mocht een rake kopbal van Rebecca Knaak niet meetellen vanwege hinderen van de keeper.
Na de rust ging City gewoon door waar ze gebleven was. En dit keer was het Casparij die haar naam op het scorebord zette. Ze kreeg de bal perfect voorgezet bij de tweede paal en hoefde hem alleen maar binnen te tikken voor de 3-0. Een geweldige prestatie van het duo en een cruciale overwinning voor hun club!
NAC in de problemen: degradatie dreigt opnieuw
De spanning loopt op in Breda. Met nog maar een handvol wedstrijden te gaan, staat NAC op een plek die rechtstreeks naar de KKD leidt. Wat eerst een vaag dreigement leek, wordt nu akelig echt. Drie NAC-legendes – Robert Maaskant, Henrico Drost en Anthony Lurling – kijken met pijn in hun hart toe. Hun analyse is keihard. “Als NAC degradeert, denk ik niet dat veel spelers daar wakker van liggen.”
De tranen van toen en de angst van nu
We gaan even terug in de tijd. In 2015 stond Henrico Drost voor de camera van Omroep Brabant. De tranen stroomden, zijn stem brak. Hij kon zijn woorden bijna niet uitspreken na de degradatie. “Ik was er echt kapot van”, zegt hij nu. “Dat is het enige moment in mijn carrière geweest dat ik echt helemaal naar de klote was.” Hij kroop vier dagen lang niet achter zijn voordeur vandaan. Diezelfde zware emotie hangt nu weer boven Breda. Want opnieuw gaat het mis. NAC bungelt onderaan en alle alarmbellen rinkelen.
Wisselend elftal, verdwenen automatismen
Robert Maaskant, oud-trainer van de club, wijst meteen naar de kern. “Ik zie heel veel wisselende opstellingen”, zegt hij. “En dan weet je dat automatismen verdwijnen.” Volgens hem is dat een grote reden voor het slechte jaar. NAC paste zich te vaak aan, speelde te voorzichtig en liet het vooral liggen tegen teams waar het om ging. “Je moet daar het heft in handen nemen. Maar dat hebben ze te weinig gedaan.” Hij vindt dat de trainer daar wel wat te verwijten valt, al wil hij hem niet compleet afmaken. Maar het ligt niet alleen aan de tactiek, zegt hij. “Geld alleen betekent niet dat je wint. Maar als je ziet tegen wie NAC moet opboksen, dan had dit niet gehoeven.”
Mentale druk en verlammende angst
Waar Maaskant vooral naar het spel kijkt, ziet Henrico Drost de mentale last bij de spelers. En die is volgens hem precies hetzelfde als toen. “Ik zie heel veel gelijkenissen”, vertelt hij. “Supporters die onrustig worden, nieuwe spelers die niet presteren. Dat zijn geen goede signalen. Ze geven punten weg en maken fouten. Alles bij elkaar ontstaat er verkramping. En als je eenmaal in die negatieve spiraal zit, kom je er bijna niet meer uit.” Die druk is in Breda extra zwaar, weet hij. “Supporters geven alles, maar dat kan ook verlammen. Je wilt ze niet teleurstellen. En als het dan niet lukt, wordt het ontzettend zwaar.” Zijn voorspelling doet pijn: “Als ik zie hoe ze nu spelen, dan zeg ik nee. Dan gaan ze het niet redden. Maar ik blijf hopen!”
Een ‘vreemdelingenlegioen’ zonder goals
Ook publiekslieveling Anthony Lurling heeft weinig vertrouwen. Hij wijst op een ander groot probleem: er is bijna geen echte verbinding meer in de groep. “Het is een vreemdelingenlegioen”, stelt hij. “En dat is gevaarlijk.” Vroeger bleven spelers jaren, nu zijn het vooral doorreizigers. “Als NAC degradeert, liggen daar niet veel spelers wakker van”, zegt hij bot. “Kemper, Lucassen, Valerius en Kortsmit misschien. De rest levert hun spullen in en vertrekt naar een volgende club.” Dat is een wereld van verschil met zijn tijd. “Wij voelden verantwoordelijkheid. Voor de club, voor de mensen.” Daarnaast ziet Lurling een levensgroot tekort: het ontbreken van een echte doelpuntenmaker. “Ik zou niet weten wie de goals moet maken”, zegt hij. En dat is funest in deze fase. “Je moet wedstrijden winnen, en daarvoor heb je goals nodig. Alleen ‘redelijk’ spelen is niet genoeg.” Toch zag hij dit seizoen ook lichtpuntjes. “Ze hebben echt wedstrijden gespeeld waarvan je dacht: dit team kan niet degraderen. Maar dan verlies je met 6-0 van Go Ahead en denk je: dit heeft geen zin.”
Een sprankje hoop, tegen beter weten in
Henrico Drost denkt dat directe handhaving bijna onmogelijk is en de play-offs het maximaal haalbare. Maar zelfs daar gelooft hij niet echt in. “Iedereen denkt dat je als eredivisieclub favoriet bent. Maar dat slaat nergens op.” En toch… ergens, diep van binnen, blijft dat kleine vlammetje branden. Het klinkt bij alle drie, elk op hun eigen manier. “Je blijft hopen, omdat het NAC is”, zegt Lurling. “Er is nog altijd een kans”, voegt Maaskant toe. En Drost zucht: “Deze club met zulke geweldige supporters verdient zoveel beter. Je hoopt gewoon zo dat ze het nog redden.”
Senegal daagt Marokko uit met Afrika Cup-trofee
Nadat Senegal aankondigde een ereronde te willen lopen, dreigde Marokko met een rechtszaak tegen het Stade de France als dat stadion hier ruimte voor zou bieden. Vlak voor de wedstrijd postte Senegal een bericht op X, met beelden van spelers in de spelersunnel – mét de beker in handen.
Senegal won in januari de Afrika Cup van Marokko. Die titel werd deze maand echter weer afgepakt na tussenkomst van de Afrikaanse voetbalbond. Dat kwam omdat Senegal het veld in de slotfase verliet uit protest tegen een toegekende strafschop voor Marokko. Het team kwam terug, de penalty werd gemist, en Senegal scoorde alsnog in de verlenging. Later werd de uitslag alsnog omgezet in een 3-0 nederlaag.
Senegal weigert de beker aan Marokko over te dragen en ziet zichzelf nog steeds als de rechtmatige winnaar. Spelers daagden Marokko uit op sociale media met beelden van de trofee en de tekst: “Kom hem maar halen.” De Marokkaanse voetbalbond liet via X weten stappen te zullen ondernemen als de Senegalezen de beker in het Stade de France tonen.
Brabantse gezelligheid ontdekt Friese kaatssport
Een potje kaatsen in Brabant, dat klinkt misschien als een vreemde combinatie. Toch is het in het dorp Hank al jaren een vertrouwd beeld. Liefhebbers komen daar regelmatig bijeen voor een wedstrijd. Deze typisch Friese sport blijkt ook in het zuiden van het land voet aan de grond te krijgen. “Hier in Brabant vinden we de gezelligheid na de wedstrijd net zo belangrijk als de prestaties op het veld,” zegt voorzitter Ido de Haan.
Hoe het allemaal begon
Het avontuur startte in 1990, toen twee Friezen elkaar in Brabant tegenkwamen. Ze besloten samen een kaatsclub op te richten. Niet alleen omdat ze zelf graag wilden spelen, maar vooral om ook Brabanders kennis te laten maken met hun geliefde sport. “Die twee mannen hielden gewoon van kaatsen en gingen een balletje slaan,” vertelt Ido de Haan van de Hank Dussen Kaats Club (HDKC). “Eerst speelden ze ergens op een veldje, later verhuisden ze naar een hockeyveld en uiteindelijk kregen ze een eigen, echt kaatsveld.”
Het virus slaat toe
Steeds meer inwoners uit Hank en de omliggende dorpen raakten besmet met het kaatsvirus en werden lid. Tegenwoordig zijn er elke woensdagavond zo’n twintig leden te vinden op het kaatsveld in Dussen. Voor veel nieuwe leden was het even zoeken, vooral naar de spelregels. “Nee, die regels waren niet meteen duidelijk,” geeft De Haan toe. “Je hoorde dan wel: ‘Wat is dit eigenlijk voor een raar spelletje?’. Maar je moet mensen een beetje meenemen, dan pikken ze het snel op.”
Fries fanatisme versus Brabantse bourgondiërs
Vanaf het begin was het doel om een club te zijn voor iedereen, niet alleen voor Friezen. Dat levert een leuke mix op. “Iedereen hier is geworteld in Brabant. Je krijgt daardoor een mooie combinatie van Friese nuchterheid en Brabantse gemoedelijkheid,” aldus de voorzitter. Het verschil tussen de twee ‘bloedgroepen’ was volgens hem meteen duidelijk: “In Friesland staan fanatisme en presteren echt voorop. In Brabant is de gezelligheid na afloop minstens zo belangrijk. We zitten hier elke woensdagavond gezellig na met een pilsje en een borrel.”
Spelen tegen wie?
Een logische vraag is: tegen wie spelen ze eigenlijk, aangezien ze een van de weinige kaatsclubs in het zuiden zijn? De Haan legt uit dat de club is aangesloten bij de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond (KNKB). Hierdoor kunnen ze gewoon meedoen aan competities in Friesland. “Maar dat is inderdaad wel een flinke reis,” geeft hij toe. Gelukkig zijn er in het hele land nog tien andere clubs buiten Friesland, dus er is wel degelijk tegenstand te vinden. Al moet dat vaak op speciale evenementen. Tot die tijd trainen en spelen ze vooral op de woensdagavond. “En nieuwe leden zijn altijd welkom,” benadrukt De Haan. “Dus leest er een Fries in Brabant dit? Kom vooral eens langs!”
Max Verstappen gefrustreerd na teleurstellende kwalificatie in Japan
Na twee moeilijke raceweekenden aan het begin van het seizoen, kreeg Max Verstappen er zaterdagochtend in Japan nóg een tegenvaller bij. Tijdens de kwalificatie voor de Grand Prix strandde de coureur in Q2, wat betekent dat hij zondag vanaf de elfde startplaats moet beginnen. Zijn Red Bull-teamgenoot Isack Hadjar en rookie Arvid Lindblad van het zusterteam wisten wél door te dringen tot het laatste deel van de kwalificatie.
Al tijdens de vrije trainingen was te merken dat Verstappen niet happy was met zijn auto. Hij kon geen goede balans vinden. “Vanmorgen in de laatste training voelde de auto wat stabieler, maar ik had nog steeds last van onderstuur,” vertelde hij na afloop. “Toen ik in de kwalificatie een stap wilde zetten, begon de auto in alle snelle bochten steeds uit te breken. Het voelt heel vreemd.”
Over de teamradio liet hij zijn frustratie duidelijk merken door de auto ‘onbestuurbaar’ te noemen. Het grootste probleem is dat de wagen met twee tegenovergestelde issues kampt: in de snelle bochten slipt de achterkant weg, maar bij het insturen van de bocht heeft hij juist weer onderstuur, waardoor de auto niet goed wil meedraaien.
De frustratie is groter dan de boosheid
“Op dit moment hebben we gewoon heel veel wisselende problemen,” gaf een bedrukt klinkende Verstappen toe. “Ik weet eerlijk gezegd niet goed wat ik ervan moet denken. Ik ben niet eens meer boos, dat gevoel ben ik al voorbij. En dat is eigenlijk niet goed.” Deze uitspraak laat zien hoe diep de teleurstelling zit.
De worstelingen zijn dit jaar groter dan voorheen. Ook met de vorige generatie auto’s had Verstappen wel eens last van onderstuur, maar nu lijkt het probleem complexer en moeilijker op te lossen.
Reglementen blijven een doorn in het oog
Een deel van de frustratie komt ook voort uit de huidige F1-regels. De nieuwe motoren halven ongeveer de helft van hun energie uit elektrische systemen. Hierdoor moeten coureurs constant, zelfs tijdens een snelle kwalificatieronde, letten op hun batterijbeheer. Is de batterij te leeg? Dan schakelt de elektromotor uit en verlies je topsnelheid op de rechte stukken.
Voor de kwalificatie in Japan probeerde de FIA de regels iets aan te passen, zodat coureurs minder energie konden terugwinnen. Maar dat bleek niet genoeg. Ook Ferrari-coureur Charles Leclerc was er niet blij mee en noemde de kwalificatie over de radio “één grote grap”. Hij legde uit: “Ik verlies veel tijd op het rechte stuk, omdat ik harder rijd in de bochten. Daardoor loopt het vermogen extra terug. We moeten er maar aan wennen.”
Oranje-debutant Smit krijgt gemengde reacties na eerste optreden
Toen Frenkie de Jong een paar jaar geleden zijn debuut maakte, leek dat een keerpunt voor het Nederlands elftal. Gisteravond was het de beurt aan de 20-jarige Kees Smit, die meteen mocht starten tegen Noorwegen. Hij droeg zelfs hetzelfde rugnummer als De Jong en speelde op zijn positie, maar zijn optreden was minder overtuigend.
Smit’s passnauwkeurigheid was de laagste van alle basisspelers en hij won weinig duels. NOS-analist Pierre van Hooijdonk gaf aan dat iedereen wel iets in de jongen ziet, maar dat zijn debuut tegenviel: “Dit was niet de Smit die we hoopten te zien.” Bij de tegengoal liet Smit zijn man lopen, wat Van Hooijdonk een “Veermannetje”-moment noemde.
Bondscoach Ronald Koeman had meerdere opties voor de positie, maar koos voor de jongste debutant. Van Hooijdonk vond dat Smit te voorzichtig speelde en niet liet zien wat hij bij AZ wel kan. Hij vergeleek het met het debuut van Luciano Valente in de vorige interlandperiode, die volgens hem meer bravoure toonde.
Zelf vond Smit het wel even wennen, maar over het algemeen prima gaan. Hij erkende de druk door de hoge verwachtingen. Koeman was tevreden, maar wil pas na de hele interlandweek conclusies trekken voor de WK-selectie.
NOS-analist Rafael van der Vaart is al overtuigd: “Smit is een uniek talent, ik zou hem meenemen.”
