Ik hoop dat ik er nog lang plezier van heb — verrassing voor Annie (91)
Annie Kraaijkamp is al sinds de allereerste dagen van FC Engelen een vaste waarde bij de Boscche voetbalclub. Ze zegt het zelf met een knipoog: “Ik ben getrouwd met de club.” Toen haar man Evert in 1971 één van de eerste spelers werd, nam zij meteen de kantine en de vuile shirts onder haar hoede. En tot op de dag van vandaag is ze minstens drie keer per week te vinden op het sportcomplex — vaak al vroeg op zondag, om als gastvrouw scheidrechters én tegenstanders van harte welkom te heten.
Donderdagochtend had de club echter een speciale verrassing voor haar in petto. “Oh, ik zie het nu pas. Waarom?” — zo reageert ze verbaasd, terwijl ze voor het eerst de nieuwe wasmachine in het washok opmerkt. Het is een modern, zuiniger model dat negen kilo aan voetbalshirts kan wassen, in plaats van de zeven kilo die de oude aankon. “Ik ben helemaal overrompeld, ik sta niet zo graag in de belangstelling”, fluistert ze zichtbaar ontroerd. Samen met beheerder Marion — die haar met een slimme smoes naar het complex had gelokt — gaat ze voorzichtig kijken hoe het apparaat werkt. Dat was niet makkelijk: Annie is ondanks haar 91 jaar een drukbezette vrouw. Naast FC Engelen doet ze ook vrijwilligerswerk voor de Zonnebloem én poetst ze regelmatig de kerk.
Bij FC Engelen is ze een echte legende: kleedkamer 1 én kleedkamer 2 zijn naar haar vernoemd. Wat maakt het werk zo leuk? “Dat je onder de mensen bent. Thuiszitten is niks voor mij”, zegt ze terwijl ze paarse voetbalshirts van het rek haalt, netjes opvouwt en in een sporttas stopt — klaar voor de spelers. “Alleen voor het eerste he?”
Toen ze net begon, stond er nog een houten schuurtje met een varkenstrog als wastafel. Die tijd is lang voorbij: het huidige complex is volledig uitgerust, en met het kunstgrasveld is het wassen veel minder zwaar geworden. “Het is niet meer zo vuil, he? Vroeger moest je echt schrobben.” Het grootste verschil met toen? “Je hebt geen clubmensen meer. Niemand is meer zo gek als ik.” Terwijl veel verenigingen worstelen met een gebrek aan vrijwilligers, loopt Annie — rustig maar vastberaden — elke week weer met haar rollator naar de club.
En stopt ze ooit? Nee. “Ik ben getrouwd met deze club, ze moeten me hier naar buiten dragen.” En met de nieuwe wasmachine? Ze glimlacht: “Ik hoop dat ik er nog lang plezier van heb, dat ik nog lang kan wassen.”
Autobrand op de A27 bij Hank: file en rook, maar gelukkig geen gewonden
Donderdagmiddag ging het plots mis op de A27 vlak bij Hank: een auto vloog in brand. De brand zorgde meteen voor een flinke vertraging — ongeveer een uur lang stond er file op de weg. Rijkswaterstaat meldde rond half twee dat het bergen van de auto én het schoonmaken van het wegdek ‘nog een tijdje’ zou duren. Gelukkig was er genoeg ruimte om de situatie veilig te regelen: er vielen geen gewonden, maar wel kwam er behoorlijk veel rook vrij. Pas in de avond kon de snelweg weer volledig worden heropend — en daarmee begon de file ook geleidelijk af te nemen.
Kabinet blijft doorgaan met tabletproef in gevangenissen
Staatssecretaris Van Bruggen van Justitie houdt voorlopig vast aan de proef waarbij gedetineerden in sommige gevangenissen een tablet krijgen — vooral om te compenseren voor het grote personeelstekort. In een brief aan de Tweede Kamer legt ze uit dat dit bijvoorbeeld in de gevangenis van Alphen aan den Rijn al werkt: dankzij de tablets kunnen daar honderd cellen gewoon openblijven, terwijl er eigenlijk te weinig cipiers zijn om die afdeling normaal te kunnen draaien.
De betrokken gedetineerden worden op een dag alleen gelucht en hebben verder geen dagbesteding. Ze zitten de hele dag op hun cel met de tablet in de hand. Die is wel afgesloten van het internet, maar bevat wel inhoud: een mix van educatieve materialen (zoals e-learning en e-boeken) én amusement — waaronder ook softporno. Toen dat een paar weken geleden naar buiten kwam, kregen de regeringsplannen flink wat kritiek. Verschillende fracties vonden het ongepast: “De cel is geen vrije tijd, maar een straf”, zei JA21-fractieleider Eerdmans tegen RTL Nieuws. En ja, tv hebben ze al op hun kamer — waarom dan nog een tablet? Ook waren sommige Kamerleden bezorgd dat gedetineerden via de tablets toch manieren zouden vinden om met de buitenwereld te communiceren. Maar volgens Van Bruggen zijn de apparaten goed beveiligd en volledig afgeschermd.
En blijkbaar werkt het — althans tijdelijk. In Alphen aan den Rijn (de grootste penitentiaire inrichting van Nederland) en andere plekken waar de proef loopt, is het al in 2025 blijken gebleken: door de tablets konden personeelstekorten worden opgevangen, zodat afdelingen gewoon openbleven. Dat is belangrijk, want de overheid moet gedetineerden per wet een dagprogramma bieden met verschillende activiteiten. Door het nijpende tekort aan cipiers lukt dat vaak niet meer — en dan moeten afdelingen dicht, wat weer betekent dat er minder plaats is voor verdachten en veroordeelden. Met de tablets kan dus met minder personeel een afdeling blijven functioneren. Volgens Van Bruggen is het dus een noodmaatregel: een snelle, flexibele oplossing voor tijdelijke personele knelpunten.
DJI heeft in totaal 364 tablets aangeschaft. Op elk apparaat staan onderwijsmodules, documentaires, boeken én entertainment — inclusief softporno. De staatssecretaris vindt dat dit samen een toereikend alternatief vormt voor reguliere dagbesteding. Of de proef na de zomer wordt uitgebreid, aangepast of gestopt, wil ze pas rond die tijd beslissen.
Transportsector klaagt Utrecht bij de rechter over ‘te snelle’ vrachtwagenregels
Transport en Logistiek Nederland (TLN) gaat naar de rechter omdat de gemeente Utrecht vanaf 1 mei veel strengere regels invoert voor vrachtwagens in de binnenstad. Kort gezegd: bijna geen enkele zware vrachtauto mag dan nog over de singels rijden. TLN vindt dat ondernemers te weinig tijd kregen om zich daarop voor te bereiden — en noemt het beleid zelfs ‘onwerkbaar’.
Volgens TLN is het onrealistisch om na de aankondiging op 10 februari nog maar drie maanden de tijd te geven om ontheffingen aan te vragen, afspraken met klanten te herzien of alternatieve voertuigen te regelen. De gemeente zegt wel dat de nieuwe regels ‘duidelijker zijn vastgelegd en beter te handhaven’, en dat ze al lang werkt aan meer leefbaarheid, veiligheid voor fietsers en voetgangers én bescherming van het historische stadscentrum.
Wat verandert er precies?
Vanaf 1 mei mogen vrachtwagens die de binnenstad inrijden maximaal 3,5 ton wegen — dus alleen nog bestelbusjes of elektrische personenauto’s met een aanhanger. In een klein deel van de binnenstad geldt een uitzondering: daar mogen lichte vrachtwagens tot 7,5 ton (inclusief lading) nog wel doorrijden. Maar zelfs dat is volgens TLN vaak niet genoeg: je kunt er bijvoorbeeld geen volle lading frisdrank of bouwmateriaal meer mee afleveren.
En ja, ontheffingen zijn mogelijk — maar TLN vindt het systeem onduidelijk en lastig in gebruik. Daarnaast vreest de sector dat er juist meer vrachtverkeer komt: als één grote vrachtauto moet worden vervangen door meerdere kleine elektrische bestelauto’s, rijden er simpelweg meer voertuigen rond.
De gemeente stelt dat ondernemers niet per se hoeven over te stappen op kleinere wagens. Er zijn ook andere opties: bevoorrading per boot, elektrische bakfietsen of fietsaanhangwagens. En hoewel wethouder Oosters (Student en Starter) het beleid oorspronkelijk al op 1 januari wilde starten, werd het na ruim 160 kritische reacties uitgesteld naar 1 mei. Een nieuw uitstel lijkt nu niet realistisch. Wel waarschuwde ze recent dat het aanvragen van ontheffingen duurder kan worden als er veel verzoeken binnenkomen — onder andere vanwege extra personeelskosten. Hoeveel duurder, is nog onduidelijk.
Wanneer de rechtszaak van TLN tegen de gemeente Utrecht precies wordt ingediend, is nog niet bekend. TLN benadrukt wel: de sector heeft alle begrip voor het kwetsbare historische erfgoed. En waar het kan, zetten ondernemers al elektrische kleinere voertuigen in. Maar dan moet het beleid ook écht uitvoerbaar zijn.
Opblaasbare ‘reuzendarm’ in het ziekenhuis zorgt voor lachsalvo’s én serieuze aandacht
Op Facebook deelde het ziekenhuis een foto van een gigantische, opblaasbare dikke darm in de centrale hal — en de reacties deden niet lang op zich wachten. Veel bezoekers reageerden met een knipoog, een glimlach of gewoon: “Wauw, wat is dit nou weer?”
Zo schrijft iemand: “Ik dacht: wat is dit nou weer, piemels aan de wand.”
Een ander: “Krijg hier toch echt even andere gedachten bij op het eerste gezicht.”
En nog iemand vraagt simpelweg: “Waar zijn die enorme piemels voor?”
Maar hoewel de vorm misschien wat… opvallend overkomt, is de boodschap helemaal serieus: het gaat om een educatieve actie rond darmkanker.
“Maart is de maand van de bewustwording rond darmkanker”, legt het ziekenhuis uit op Facebook.
“Deze week staat er in de centrale hal een dikke darm. Loop erdoorheen en ontdek hoe darmkanker ontstaat — en welke signalen je vooral niet mag negeren.”
Die ‘uitstulpingen’ die je ziet? Dat zijn poliepen — specifiek een steelvormige variant, volgens een woordvoerder. En ja, sommige daarvan kunnen kwaadaardig worden. Als dat gebeurt, moet ze vaak operatief verwijderd worden.
Doel van de installatie? Aandacht vragen voor vroegtijdig herkennen. Want: “Vroege signalering kan levens redden.”
En het werkt — ook al via een lachje. Het ziekenhuis ziet de sociale-mediareacties juist als een goed teken:
“Als de aandacht, op welke manier dan ook, ertoe leidt dat meer mensen stilstaan bij hun gezondheid, is dat waardevol.”
Statistiek terzijde: jaarlijks krijgen ongeveer 12.000 Nederlanders de diagnose darmkanker. En het is allang geen ‘ouderdomsziekte’ meer — steeds meer jonge mensen krijgen het, ook hier. Zoals Paulien, die pas na jarenlang klachten eindelijk de diagnose kreeg.
De opblaasbare darm blijft nog tot dit weekend in de hal staan. Dus als je toevallig langsloopt: loop er eens door — en denk er misschien even over na wat jouw lichaam je probeert te vertellen.
Sperma raakt gedesoriënteerd in de ruimte — en vindt het eitje dus wat moeilijker
Stel je voor: je zwemt door een gigantisch, onzichtbaar doolhof, terwijl je plotseling niet meer weet welke kant boven is. Je draait je om, kom je ondersteboven te liggen, en je interne kompas lijkt volledig te zijn uitgeschakeld. Dat is precies wat er gebeurt met sperma in de ruimte — of liever gezegd: in een simulatie van microzwaartekracht.
“De cellen draaien zich om, komen ondersteboven te liggen en weten niet meer wat boven of onder is”, legt één van de onderzoekers uit aan The Guardian. En dat verwarrende gevoel heeft direct gevolgen: de spermacellen krijgen meer moeite om de juiste weg te vinden naar het eitje. Ze worden niet per se onbruikbaar — maar ze zijn wel minder gericht, minder efficiënt.
Goed nieuws? Het is niet hopeloos. Van de spermacellen wist 40 procent minder de juiste route af te leggen dan onder normale aardse omstandigheden. Dus ja: het is lastiger, maar zeker niet onmogelijk. Volgens de onderzoekers laat het resultaat zien dat voortplanten in de ruimte wel degelijk binnen het bereik van de mogelijkheden ligt.
Voor dit onderzoek gebruikte de Universiteit van Adelaide een speciale machine die microzwaartekracht simuleert — een toestand waarin alles gewichtloos lijkt, net als op het Internationaal Ruimtestation (ISS). De spermacellen (van mensen, muizen én varkens) moesten daarin een soort ‘ruimtelijk doolhof’ doorkruisen: een vergelijkbare route als die ze in een vrouwelijk lichaam zouden moeten afleggen om bij een eicel te komen.
Waarom zo’n onderzoek? Omdat ruimtereizen steeds realistischer worden. NASA werkt aan een terugkeer naar de maan, en SpaceX droomt openlijk van Mars. Als mensen ooit langdurig in de ruimte gaan wonen — of zelfs kolonies gaan bouwen — dan wordt vruchtbaarheid opeens een heel praktische vraag. En het fokken van dieren in de ruimte kan daarbij even belangrijk zijn als menselijke voortplanting.
Overigens wordt sperma ook elders onderzocht — bijvoorbeeld als ‘minirobots’: kleine, natuurlijke transporteurs die medicijnen kunnen afleveren op precieze plekken in het lichaam. Hoe dat precies werkt? Dat kun je hier lezen:
