Mobiele telefoon haalt de contactloze betaalpas in aan de kassa
Betalen met je smartphone of smartwatch aan de kassa is officieel dé manier geworden om af te rekenen — en dat is pas écht nieuw: vorig jaar werd bijna zes van de tien betalingen in de winkel met een mobiel apparaat gedaan. Dat blijkt uit recente cijfers van Betaalvereniging Nederland.
Contactloos betalen met een pas bestaat al zo’n tien jaar: toen was het al een grote stap vooruit — gewoon even je kaart tegen de terminal houden, geen zorgen meer over gleuven of pincodes. Maar nu is die pas zelf langzaam aan het verdwijnen. In 2024 was het nog 6 op de 10 met de pas en 4 op de 10 met de telefoon. Vorig jaar draaide dat verhouding compleet om.
Totaal werden vorig jaar 5,83 miljard keer betaald bij Nederlandse toonbankinstellingen — met pas, smartphone of smartwatch. Dat is 1,2 procent meer dan in 2014. De totale waarde van al die betalingen? Niets minder dan 150 miljard euro — gemiddeld 25,79 euro per keer.
OM eist in hoger beroep 2,5 jaar cel tegen rapper Ali B voor verkrachtingen
De officier van justitie heeft tijdens de zitting in hoger beroep opnieuw een gevangenisstraf geëist tegen rapper Ali B — dit keer 2,5 jaar. Dat is iets minder dan de drie jaar die het OM bij de eerste rechtszaak in juli 2024 had gevraagd.
Wat zat er eerder in de aanklacht?
In de eerste instantie werd Ali B schuldig bevonden aan:
– verkrachting van een vrouw op een schrijverskamp in Heiloo in 2018, én
– poging tot verkrachting van zangeres Ellen ten Damme in 2014.
Tegelijkertijd werd hij vrijgesproken van twee andere aanrandingsverdenkingen. Eén daarvan betrof zangeres Jill Helena, met wie hij eerder een relatie had gehad. Hoewel de rechtbank haar verklaringen ‘betrouwbaar en geloofwaardig’ noemde, was er volgens de rechters onvoldoende bewijs om hem schuldig te spreken.
Nieuwe wending in hoger beroep
Nu besloot het OM juist niet meer te eisen dat Ali B voor die aanranding van Jill Helena wordt veroordeeld. In het requisitoir legde de officier uit dat het OM deze aanklacht nu als ‘niet bewezen’ beschouwt — simpelweg door gebrek aan steunbewijs.
Ali B blijft volhouden dat hij onschuldig is
Tijdens de hoorzitting deze week pleitte Ali B opnieuw met veel overtuiging voor zijn onschuld. Hij gaf aan niet te begrijpen waarom de vrouwen klachten hadden ingediend, en sprak over een ‘liefdevolle band’ die hij met hen zou hebben gehad.
Hij benadrukte ook hoe zwaar het proces voor hem en zijn familie weegt — terwijl de aanklager in hoger beroep benadrukte dat de slachtoffers nog steeds worstelen met de psychische gevolgen van wat er gebeurde.
Waarom juist 2,5 jaar?
Bij de strafeis zijn meegenomen:
– de grote media-aandacht rond de zaak, én
– het feit dat Ali B geen eerdere strafblad heeft.
Wat komt er nog?
Aanstaande maandag is er nog één laatste zittingsdag. Dan krijgen zowel het OM als de verdediging nog één keer het woord — en daarna krijgt Ali B zelf het laatste woord. De uitspraak volgt op 7 mei.
Scholen zijn de dure wegwerpboeken zat – en kiezen massaal voor een frisse, coöperatieve aanpak
Scholen in Nederland hebben genoeg van schoolboeken die na één jaar in de prullenbak belanden, te duur zijn én vaak niet echt aansluiten bij wat leraren en leerlingen nodig hebben. En dat merk je: steeds meer basisscholen én middelbare scholen stappen over naar Neon – een nieuwe, coöperatieve uitgever die door scholen, voor scholen werkt.
Waarom kiest zo veel scholen voor Neon?
Het is simpel: ze willen eindelijk écht invloed op wat er in de klas wordt gebruikt. Niet alleen op de prijs (veel lager dan traditionele methodes), maar ook op de kwaliteit, de inhoud én de duurzaamheid. Geen meer ‘weggooien na één jaar’, geen onnodige digitale extra’s die niemand gebruikt – maar boeken die zich laten aanpassen, blijven groeien én goedkoper zijn.
Inmiddels zijn al bijna 1400 scholen lid – met samen ruim 650.000 leerlingen. Dat is ongeveer een kwart van alle leerlingen op basis- en middelbare scholen in Nederland. En het aantal groeit nog steeds snel.
De oude uitgevers voelen de druk
Deze groeiende beweging heeft direct gevolgen. Bestaande uitgevers worden kritischer bekeken – zowel door scholen als door beleidsmakers. Er lopen twee onderzoeken naar de marktwerking in de schoolboekensector, en de staatssecretaris heeft recent zelfs gewaarschuwd voor mogelijk overheidsingrijpen.
En ja – het werkt. Volgens de PO-Raad en VO-Raad zijn commerciële uitgevers inderdaad “kritischer op hun eigen aanbod” en tonen ze “een voorzichtig andere houding richting scholen”. Zoals de VO-Raad terecht opmerkt: “We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat de komst van Neon in positieve zin bijdraagt aan deze veranderende houding.”
Hoe werkt Neon nou precies?
Neon is geen klassieke uitgever. Het is een samenwerkingsverband waarbij scholen mee-financieren én mee-bepalen wat er wordt ontwikkeld. Initiatiefnemer Marten Blankesteijn (bekend van Blendle) heeft het team opgezet met vooral leraren als schrijvers – mensen die dagelijks lesgeven én dus weten wat werkt. Ze werken in loondienst, zodat er continuïteit is en geen ‘éénmalige’ contentleveranciers.
Ruim duizend mensen solliciteerden op de eerste vacatures – en uiteindelijk werd een team van vijftig schrijvers gevormd: van pas afgestudeerden tot ervaren docenten én zelfs ‘YouTubeleraren’. De eerste hoofdstukken gaan deze maand in testfase – na de zomervakantie – en het volledige schooljaar erna moeten de eerste boeken klaar zijn.
En het bereik is breed: Neon richt zich niet alleen op regulier onderwijs, maar ook op praktijkonderwijs, onderwijs voor nieuwkomers én gespecialiseerd onderwijs – gebieden waar commerciële uitgevers vaak wegblijven omdat het ‘niet rendabel genoeg’ is.
Maar… wie beslist uiteindelijk wat er in de klas komt?
Dat zijn de vakleraren. En daar ligt de grote uitdaging. Onderwijskundige Frank Cornelissen wijst er terecht op dat “lang niet alle docenten steken hun vinger op”. Veel zijn jarenlang opgeleid om met één vaste methode te werken – en een andere koers inslaan kost tijd, energie én vertrouwen.
Toch is Neon-oprichter Blankesteijn optimistisch: “Voor alle methodes van Neon betalen scholen per leerling rond de 20 euro per jaar. Dat is minder dan wat ze nu betalen voor één methode.” En ja – er komen nog wat drukkosten bij, maar het blijft een fractie van de huidige prijzen.
De markt is al in beweging
De boeken zijn nog niet op de plank, maar de effecten zijn al zichtbaar. Uitgevers kijken nu scherp naar hun marktaandeel, hun prijsstrategie én hun aanbod. En Cornelissen denkt hardop: “Zolang het geld binnen blijft stromen, blijven ze doen wat ze doen – want er was geen alternatief. Maar nu is dat er wel. Als een ander het voor 10 euro aanbiedt, kan jij het niet meer voor 30 euro verkopen.”
Een revolutionaire ontwikkeling? Absoluut. En vooral: een duidelijk signaal dat scholen hun rol als actieve, kritische klant én medebepaler serieus nemen.
Topman Air Canada onder vuur na ongeluk in New York — en dat écht niet alleen vanwege de crash
Topman Michael Rousseau van Air Canada staat flink in de brand na het condoleancebericht dat hij deze week uitbracht over de vliegtuigcrash in New York. In zijn vierminutige toespraak — bedoeld als rouw- en steunbetuiging — sprak hij maar twee Franse woorden: bonjour aan het begin en merci aan het eind. Dat is een enorme klap in het gezicht voor de Franstalige gemeenschap van Canada, vooral omdat Air Canada officieel als nationale luchtvaartmaatschappij valt onder de Official Languages Act. Die wet zegt duidelijk: communicatie met het publiek moet in beide officiële talen gebeuren — Engels én Frans. En ja hoor: ruim één op de vijf Canadezen spreekt Frans als moedertaal.
“Dit is respectloos — tegenover zijn eigen medewerkers én tegenover Franstalige klanten”, reageerde Quebec-premier François Legault scherp. “Als hij geen Frans kan spreken, dan moet hij gewoon opstappen.” Ook federale premier Mark Carney deelt die kritiek: “Ik vind het teleurstellend. Dit was een verkeerde inschatting én een gebrek aan medeleven.”
En het wordt er niet beter op door het feit dat één van de twee piloten die bij het ongeluk omkwam, uit Quebec kwam. Rousseau — hoewel geboren en opgegroeid in Montréal — spreekt geen vloeiend Frans. En dat is al eerder een punt van kritiek geweest. Toen hij tijdens een grotendeels Engelstalige speech werd gevraagd waarom hij zo weinig Frans gebruikte, antwoordde hij simpelweg: hij had geen tijd gehad om het te leren. Na de ophef beloofde hij toen beterschap. Maar blijkbaar is daar tot nu toe niets mee gebeurd.
“Hij lacht ons al vijf jaar vierkant uit”, zegt een woordvoerder van Québec Solidaire. “We vragen hem al vijf jaar om Frans te leren — en hij heeft er gewoon géén zin in. Wat doet hij hier nog? Het duurt al veel te lang. Hij moet gewoon weg.”
Ook Parti Québécois is kritisch, maar vindt dat de discussie over Rousseaus taalgebrek nu — terwijl er nog wordt gerouwd — niet op zijn plaats is.
Rousseaus team wijst er wel op dat het condoleancebericht wel degelijk in het Frans ondertiteld was. “Ondanks zijn inzet spreekt hij nog niet goed genoeg Frans om zo’n gevoelige boodschap in die taal te verwoorden”, luidt hun verklaring. Desondanks is Rousseau opgeroepen om later dit jaar uitleg te komen geven in het Canadese parlement.
Action zet koers naar Amerika – maar dit keer met veel voorzichtigheid
Je kent ‘m wel: de koopjesketen met die kleurrijke winkels, het wisselende assortiment en prijzen die vaak echt pijn doen aan je portemonnee (in een goede zin). En nu? Action wil niet alleen Europa veroveren – nee, de volgende grote stap is: de Verenigde Staten.
Waarom juist Amerika?
Volgens Action zelf heeft een grondige marktstudie duidelijk gemaakt dat er in de VS een écht potentieel zit voor de typische Action-formule: lage prijzen, een frisse mix van producten en een winkelervaring die afwijkt van de standaard supermarkt. Maar voordat de eerste winkel zijn deuren opent, wordt er eerst flink voorbereid. Er komt een lokale organisatie op poten in de VS, waarbij Amerikaanse retailveteranen samenwerken met ervaren Action-leiders. Die groep moet de komende anderhalf jaar alles op orde brengen voor de eerste openingen.
Uiterlijk begin 2028 moet de allereerste Action-winkel in het zuidoosten van de VS openen. En de ambitie is duidelijk: tegen eind 2030 moeten er al honderd vestigingen staan.
Van Enkhuizen naar de wereld
Het begon allemaal in 1993 in Enkhuizen – met één winkel, veel enthousiasme en een heel andere manier van winkelen dan toen gebruikelijk was. Tien jaar later stond het honderdste filiaal. In 2011 kwam de Britse investeerder 3i eraan, met een meerderheidsbelang – en op dat moment telde Action al 250 winkels in Nederland en Duitsland. Vandaag? Ruim 3300 vestigingen in vijftien Europese landen. En de cijfers spreken voor zich: vorig jaar steeg de omzet met 16 procent, tot 16 miljard euro.
Niet de eerste Nederlandse winkelgigant in de VS…
Action is zeker niet de eerste Nederlandse keten die een kans waagt in Amerika. Ahold – de moeder van Albert Heijn – is daar al sinds de jaren zeventig actief. En ze doet het goed: ruim 57 procent van hun totale omzet komt uit de VS. Al is er een groot verschil: Ahold kocht bestaande Amerikaanse ketens (zoals Stop & Shop en Giant), in plaats van vanaf nul een eigen merk op te bouwen.
Makro probeerde dat wel eens in de jaren tachtig – en dat liep behoorlijk mis. Te weinig kennis van de Amerikaanse consument, te veel vertrouwen op wat in Europa werkte… Het werd een dure les. Daarna koos Makro bij uitbreiding naar Azië en Latijns-Amerika bewust voor lokale partners.
Action leert van het verleden
En dat is precies wat Action nu benadrukt: geen blinde kop-over-de-kant-mentaliteit. Geen overhaaste groei, geen kopieeractie van de Europese formule zonder aanpassing. In plaats daarvan: lokale expertise, een gedisciplineerde aanpak en stapsgewijze uitrol – net zoals het in Europa altijd heeft gewerkt.
Zie in onderstaande video wat het geheim is van het snelgroeiende Action:
Riviercruiseschip botst tegen brug in Amsterdam — passagiers moesten vannacht van boord
Gisteravond ging het mis op het water in Amsterdam: een riviercruiseschip is tegen een brug gevaren terwijl het vanaf het IJ richting het Amsterdam-Rijnkanaal voer. Het betrof de A-Rosa Sena, een 135 meter lange boot die onder Zwitserse vlag vaart en plaats biedt aan maximaal 280 passagiers. Bij de botsing raakte de bovenkant van het schip beschadigd — één bemanningslid liep lichte verwondingen op.
Na de aanvaring wist de boot nog net onder de brug door te varen en legde hij verderop aan. Daar kwamen al snel hulpdiensten aan boord. Enkele uren later viel de stroom op het schip plots uit. Dat was het signaal om alle passagiers veilig van boord te halen — wat niet meteen lukte: een deel sliep nog rustig in hun hutten. Die moesten eerst gewekt worden, waarna ze over een dijkje naar de openbare weg werden geholpen.
Rond 08.00 uur waren alle passagiers veilig aan land. De rederij bracht hen vervolgens per bus naar hun bestemming. De Amsterdamsebrug — de brug waar de A-Rosa Sena tegenaan botste — was tijdelijk afgesloten voor verkeer, maar is inmiddels gecontroleerd op schade en weer open.
De boot was op weg naar Utrecht, om van daaruit verder te varen naar Keulen.
