Partij van premier Frederiksen zakt hard, maar blijft nét de grootste
Ondanks een flinke klap op de vuurpijl is de Socialdemokratie van Deense premier Mette Frederiksen opnieuw de grootste partij geworden bij de parlementsverkiezingen. Maar het was geen feest: met zo’n twintig procent van de stemmen haalde de partij haar slechtste resultaat in meer dan honderd jaar. Een behoorlijke teleurstelling voor de 48-jarige sociaaldemocraat — en een grote vraagtekens bij haar kans op een derde ambtstermijn als premier.
Rechts-populisten scoren de grootste winst
Terwijl de regeringspartijen inzakten, ging het voor de Deense Volkspartij (Dansk Folkeparti) juist omhoog — en wel fors. De partij schoot van 5 naar 16 zetels en pakte bijna één op de tien stemmen. Dat maakt ze tot de grootste winnaar van de verkiezingen.
Wie vormt nu de nieuwe regering?
Tot de vorige verkiezingen stonden Deense partijen meestal in twee kampen tegenover elkaar: links of rechts. De huidige regering brak daarmee en bestond uit een middenkabinet — een samenwerking die niet echt in trek was bij de kiezers. En dat liet zich zien: ook de andere coalitiepartijen kwamen flink tekort.
Nu zowel het linkse als het rechtse blok te weinig zetels heeft om alleen een meerderheid te vormen, wordt de rol van de Gematigden (Moderaterne) opeens cruciaal. Hun leider, oud-premier en huidig buitenlandminister Lars Løkke Rasmussen, staat buiten beide traditionele blokken — en kan dus bepalen wie er uiteindelijk aan het roer komt. Tijdens de campagne sprak hij zich duidelijk uit voor een centrumregering, met steun van zowel links als rechts. Dat is precies wat de huidige regering ook probeerde — maar nu moet blijken of dat deze keer beter aanslaat.
Waarom werden de verkiezingen eigenlijk vervroegd?
Volgens analisten besloot Frederiksen de verkiezingen, die oorspronkelijk pas later dit jaar gepland stonden, te vervroegen omdat haar populariteit recent was gestegen — onder meer door haar opvallende rol in de diplomatieke spanningen rond Groenland en de Verenigde Staten.
Skelet van de vierde musketier: d’Artagnan misschien eindelijk gevonden?
Het zou een van de meest opwindende archeologische vondsten van de laatste jaren kunnen zijn: in een oude dorpskerk in Maastricht is een skelet blootgelegd dat mogelijk behoort aan Charles de Batz de Castelmore — beter bekend als d’Artagnan, de legendarische vierde musketier. Eeuwenlang was onduidelijk waar zijn stoffelijk overschot terecht was gekomen. Nu lijkt er eindelijk een serieuze kandidaat te zijn.
Wie was d’Artagnan eigenlijk?
Niet de fictieve held uit het boek van Dumas, maar een échte historicus: graaf van Artagnan, rechterhand van koning Lodewijk XIV (de langstregerende Europese monarch ooit), en leider van de musketiers — een elite-eenheid die fungeerde als persoonlijke lijfwacht van de Franse koning. Hij sneuvelde in 1673 tijdens de Franse belegering van Maastricht. Volgens overlevering werd hij geraakt door een musketkogel in de keel of borst. Wat er daarna met zijn lichaam gebeurde, bleef een raadsel… tot nu.
Waar werd het skelet gevonden?
Tijdens herstelwerkzaamheden na een vloerverzaking in de kerk van Wolder — een klein dorpje in Maastricht — kwamen bouwvakkers per toeval op een oud graf. Het skelet lag precies op de plek waar vroeger het altaar stond. En dat is geen kleinigheid: alleen zeer vooraanstaande figuren — denk aan adel of hoge militairen — werden destijds onder het altaar begraven.
Wat maakt deze vondst zo bijzonder?
Meerdere sporen wijzen in de richting van d’Artagnan:
– Bij de borststreek zijn resten van een oude musketkogel gevonden.
– In het graf lag ook een Franse munt uit de 17e eeuw.
– Een DNA-staal is genomen en naar een laboratorium in München gestuurd, waar het wordt vergeleken met DNA van een nog levende nazaat uit de familie De Batz (de vaderskant van d’Artagnan), die nabij Avignon woont.
De uitslag wordt binnenkort verwacht.
Wat zeggen de experts?
Diaken Jos Valke, die bij de opgraving aanwezig was, noemt het “een historische ontdekking”. Archeoloog Wim Dijkman blijft voorzichtig: “Tot nu toe spreekt niets tegen dat dit hem zou zijn. Maar ik wacht het DNA-onderzoek af.”
Waarom is d’Artagnan zo belangrijk?
Hij was geen gewone soldaat, maar een vertrouweling van de koning — ingezet voor geheime missies, diplomatieke klussen en zelfs spionage. Zijn dood werd gezien als een symbool van moed en trouw. Koning Lodewijk XIV schreef zelf een rouwbrief aan d’Artagnans weduwe: “Ik heb D’Artagnan verloren, in wie ik het volste vertrouwen had en die in alles goed was.”
Later werd hij wereldberoemd door Alexandre Dumas’ roman De drie musketiers, waarin hij als vierde musketier optrad naast Athos, Porthos en Aramis — een rol die sindsdien talloze malen op film, tv en podium is vertolkt.
Dronebeelden van het graf, opgenomen in de kerk van Wolder:
Van Teheran naar Bakoe: hoe Nederland zijn ambassade in Iran moest achterlaten
Aan het begin van de oorlog zat er nog een klein Nederlands ambassadeteam in Teheran — midden in de chaos, maar nog steeds aan het werk. Terwijl de stad onder vuur begon te liggen en de bombardementen steeds heftiger werden, stonden de diplomaten voor een pittige vraag: Hoe lang blijf je op je post als de straten om je heen onveilig worden? En wanneer is het moment dat vertrekken niet meer een optie is, maar een noodzaak?
Die afweging speelde dagenlang — elke dag weer, met elke nieuwe explosie, elk telefoontje dat niet werd beantwoord, elke weg die plots onbereikbaar werd. Na tien dagen van onafgebroken aanvallen op de Iraanse hoofdstad viel het besluit: blijven was simpelweg te gevaarlijk geworden. Teheran was niet langer een plek waar normaal werk mogelijk was. Het was een stad waar niets meer vanzelfsprekend was — en waar de risico’s zich sneller opstapelden dan de oplossingen.
Maar ‘vertrekken’ betekende hier geen vlucht met een speciaal vliegtuig of een snelle evacuatie via een veilige corridor. Nee — het werd een lange autorit. Urenlang door een land in oorlog, over wegen die snel konden veranderen van toegankelijk in onbegaanbaar. En die rit? Die vertelt alleen het eerste deel van het verhaal. Want wat er echt achter zat, was een complexe, dagelijks afgestemde operatie vanuit Den Haag — een systeem dat al jaren wordt bijgehouden, afgestemd en getest, lang voordat de eerste bom viel.
Yaron Oppenheimer, waarnemend directeur Veiligheid, Crisiscoördinatie en Integriteit bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, was vanuit Den Haag verantwoordelijk voor de hele verplaatsing. In een interview met de NOS legt hij uit dat ambassades altijd werken met levende crisisplannen — geen stoffige documenten op een schap, maar actieve, voortdurend aangepaste strategieën. Zodra spanningen oplopen, versnellen de contacten, volgen crisistoverleggen elkaar op, en komen steeds meer mensen van het ministerie in beeld. De kernvraag blijft telkens hetzelfde: Wat levert onze aanwezigheid nog op — en wanneer wordt het risico gewoon te groot?
In Teheran verschoven die balansen geleidelijk. Meer aanvallen. Minder bereikbare Iraanse contacten. Steeds grotere kans op verdere instabiliteit. “Op een gegeven moment kom je tot de conclusie: dit is niet meer verantwoord”, zegt Oppenheimer vanuit Den Haag. En die conclusie komt nooit uit het niets — het is het resultaat van dagen (soms weken) van inschattingen, gesprekken, updates en politieke afwegingen.
Zodra het besluit genomen was, begon de operatie meteen. In Den Haag werd een crisisteam ingericht dat de beweging in realtime volgde. Tegelijkertijd maakte het team in Teheran zich klaar voor vertrek — volgens bestaande draaiboeken, maar dan wel afgestemd op de realiteit van die dag, die stad, dat weer, die weg.
De eerste kilometers waren het spannendst. “Het moment dat je de stad uit moet die wordt gebombardeerd, dat is het meest risicovol”, legt Oppenheimer uit. Daarna volgde een lange rit richting de grens met Azerbeidzjan — normaal zo’n zeven uur. Dit keer veel langer. Onderweg sloeg het weer om in de bergen. Een verkeersongeluk op een besneeuwde bergweg vertraagde de colonne SUV’s — en daarmee ook de blootstelling aan onvoorspelbare risico’s.
Toen ze eindelijk de grens bij Astara bereikten, liep het plan vast: de grens was gesloten. Volgens alle informatie had die open moeten zijn — maar in een crisis wijkt de werkelijkheid vaak af van het draaiboek. De groep moest uitwijken naar een hotel en de nacht afwachten. Een extra etappe. Een extra onzekerheid. De volgende ochtend mocht de groep alsnog door. Aan de andere kant stonden collega’s klaar om hen op te vangen. Pas toen kon er in Den Haag écht opgelucht ademgehaald worden. “We gaven elkaar hier wel een paar highfives”, zegt Oppenheimer.
In Teheran bleef een lege ambassade achter. Voor vertrek werd de Nederlandse vlag gestreken, en gevoelige materialen vernietigd of onbruikbaar gemaakt — volgens vaste procedures, waarover het ministerie weinig loslaat. Belangrijker dan wat er achterbleef, is wat er niet werd achtergelaten: de diplomatieke relatie met Iran. De ambassade is niet gesloten — maar tijdelijk verplaatst. Dat onderscheid is cruciaal. Nederland wil, zodra het veilig kan, terug naar Teheran. Want juist in landen als Iran is aanwezigheid strategisch belangrijk — zowel politiek als vanuit veiligheidsoogpunt. Ambassades zijn immers de ogen en oren van Nederland, vooral in regio’s waar ontwikkelingen direct invloed hebben op energie, scheepvaart en geopolitiek.
En Teheran is slechts één punt op een langere lijst. Nederlandse ambassades in een reeks Midden-Oosterse landen — van Beiroet en Bagdad tot Tel Aviv en de Golfstaten — staan momenteel onder druk. Twaalf posten worden direct getroffen door de oorlog rond Iran. Dat betekent aangescherpte veiligheidsmaatregelen: sommige ambassades werken met minimale bezetting, andere gebruiken alternatieve locaties of hebben diensten afgeschaald. Voor de crisisteams in Den Haag betekent het iets fundamenteels: meerdere crises tegelijk, in één regio. Het systeem is daarop ingericht — maar het vraagt het uiterste van iedereen.
Na Kabul en Khartoem is dit opnieuw een voorbeeld van hoe diplomatie steeds minder statisch wordt. Ambassades zijn onmisbaar als ankerpunten in internationale relaties — maar soms moeten ze zich tijdelijk verplaatsen, om later weer terug te keren. En dat vraagt om een andere manier van werken: flexibeler, sneller… en ja, ook kwetsbaarder.
Auto over de kop op de A2 bij Den Bosch: bestuurster naar ziekenhuis
Een harde klap op de A2 vlak bij Den Bosch: dinsdagavond rond kwart over elf sloeg een auto plotseling over de kop tussen Den Bosch en Hedel. De bestuurster werd met spoed opgehaald door een ambulance en naar het ziekenhuis gebracht — over haar conditie is voorlopig niets bekend.
Volgens een getuige reed de vrouw eerst slingerend over de weg, alsof ze de controle verloor. Daarna raakte de auto de vangrail, waarna het voertuig van de weg afging en ondersteboven tot stilstand kwam.
De politie is nu aan het uitzoeken wat er precies gebeurd is. Onder andere wordt bloed afgenomen bij de bestuurster om te checken of alcohol of drugs een rol hebben gespeeld in het ongeluk.
Wind, regen en zelfs kans op winterse buien: guur en fris weer verwacht
Vanochtend trekt er van noordwest naar zuidoost een regengebied over het land. Daarachter breekt later in het noordwesten af en toe de zon toch nog door. Er staat een matige tot vrij krachtige wind — aan zee zelfs krachtig tot stormachtig (windkracht 4 tot 8) — en met name in het noordwesten zijn er in de ochtend nog zware windstoten te verwachten. Naarmate de ochtend vordert, neemt de wind wat in kracht af en draait langzaam naar het noordwesten. De dag begon fris, met temperaturen tussen de 7 en 10 graden. Maar naarmate de koelere lucht binnenstroomt, daalt de thermometer verder: tegen de middag liggen de temperaturen tussen de 5 en 7 graden.
In de middag is er af en toe zon, maar ook vallen verspreid over het land wat buien. En ja — die kunnen best wat bijzonder zijn: denk aan korrelhagel, een klap onweer of zelfs een kortstondige sneeuwvlaag. De middagtemperatuur stijgt niet hoger dan zo’n 9 graden. De wind komt dan uit het noordwesten en is matig — aan zee blijft het wat winderiger (windkracht 4 tot 6).
Vanavond en vannacht blijft het wisselvallig: afwisseling van bewolking en buien, met opnieuw kans op korrelhagel, natte sneeuw of een klap onweer. Vooral in de Limburgse heuvels is het niet uitgesloten dat het tijdelijk wit wordt. De temperatuur daalt naar rond de 3 à 4 graden aan zee en 1 à 2 graden in het binnenland. De wind komt dan uit het westen tot noordwesten en wordt over het algemeen zwakker — behalve langs de kust, waar het blijft waaien.
Ook morgen blijft het guur: veel bewolking, af en toe een plukje zon, en verspreid winterse buien. Dat betekent: regen, hagel of natte sneeuw — en soms ook onweer. De wind uit het noordwesten blijft matig tot krachtig (windkracht 4 tot 7), en langs de noordwestkust kan het weer even flink opzwepen met zware windstoten. De hoogste temperatuur haalt amper 8 graden — en tijdens zo’n winterse bui voelt het nog frisser aan.
De dagen daarna zijn wat wisselvalliger: vrijdag en zondag verlopen grotendeels droog, met af en toe zon. Zaterdag krijgt het land wel een regengebied te verduren, en maandag trekken er weer buien over. Het weekend begint rustiger wat betreft de wind, maar op zondag neemt die weer wat in kracht toe. De middagtemperatuur komt dan op zo’n 11 graden — op zondag en maandag zelfs rond de 12 graden in het zuidoosten. Maar daarmee is het voorlopig echt gedaan met echt zacht weer.
Boom waait om en valt op weg in Roosendaal
Een boom heeft woensdagochtend geen weerstand kunnen bieden aan de harde wind: hij viel om en belandde rechtstreeks op de Watermolenberg in Roosendaal — midden op de weg! Gelukkig was er niemand gewond, maar wel moest de brandweer snel ter plaatse komen. Zij zaagden de boom in stukken en ruimden alles veilig op.
