Mette-Marit toch aanwezig bij Belgisch staatsbezoek
De Belgische koning Filip en koningin Mathilde zijn dinsdag in Noorwegen aangekomen voor een driehuizendagelijk staatsbezoek. Aan het begin van de middag werden ze ontvangen op het paleis, waar ze een officieel gesprek hadden met het Noorse koningspaar — kroonprins Haakon én kroonprinses Mette-Marit.
Dat is opvallend, want kort daarvoor had Mette-Marit in een vrijdagverschenen interview met NRK openhartig gesproken over haar gezondheid: “Ik leef met een ernstige ziekte, en die bepaalt nu mijn dagelijks leven. Het bepaalt of ik mijn rol überhaupt nog kan vervullen.” Toch wilde ze, ‘zolang mijn gezondheid dat toelaat’, naast haar man blijven staan — en dat deed ze ook tijdens dit belangrijke bezoek.
Haar uitspraken passen in een breder kader: de populariteit van het Noorse koningshuis is de laatste tijd wat onder druk komen te staan. Onder andere haar eerdere banden met de veroordeelde zedendelinquent Jeffrey Epstein spelen hierin een rol. In datzelfde interview erkende ze het contact, maar benadrukte ze sterk dat ze door Epstein was ‘gemanipuleerd en bedrogen’.
Ondanks alles koos ze ervoor om actief deel te nemen aan het staatsbezoek — een signaal van betrokkenheid, ook in moeilijke tijden.
Belgische striplegende Hermann (Jeremiah, Comanche) overleden
De Belgische striptekenaar Hermann is op 87-jarige leeftijd overleden — een groot verlies voor de wereld van de beeldverhalen. Bekend van realistische, volwassen georiënteerde series als Jeremiah, Comanche en Bernard Prince, wist hij al decennia lang lezers te boeien met zijn krachtige tekenstijl, filmische opbouw en onmiskenbare stem.
Hermann Huppen, zo luidde zijn volledige naam, kwam uit de Ardennen en brak in de jaren zestig door als illustrator van Bernard Prince. Samen met scenarist Greg creëerde hij een avonturenstrip waarin de hoofdpersoon — als agent van Interpol — per boot de wereld rondreisde. Dat gaf Hermann ruimte om zich uit te leven in exotische locaties, rijke details en een zorgvuldige, bijna cinematografische compositie.
Kort daarna begon het duo aan Comanche: een western over een vrouw in het Wilde Westen. De reeks had een rauwe, onverzachte sfeer — in lijn met de spaghettiwesterns van die tijd, waarin goed en kwaad niet meer zwart-wit waren, maar vaak grijs, complex en soms ronduit duister. Zijn uitgever Lombard noemt zijn ‘ongeëvenaarde beheersing van stilte’ — een kenmerk dat veel bijdroeg aan de intense, vaak broze spanning in zijn verhalen.
Volgens Lombard boden Bernard Prince en Comanche een realistischer én vooral volwassener benadering van de strip — in een tijd dat het genre nog sterk gericht was op jonge lezers. Toch zag Hermann zichzelf nooit als ‘stripmaker voor volwassenen’. “Strip voor volwassenen? Dat is flauwekul”, zei hij ooit tegen De Telegraaf. “Een goede strip is door iedereen te lezen.” En hoewel hij beweerde dat zijn verhalen prima geschikt waren voor twaalfjarigen, liet hij hen vaak kennismaken met een behoorlijk pessimistisch wereldbeeld:
“Hoe langer ik leef, hoe minder ik het menselijk ras kan verdragen. Ik spuug erop. Ik zal gelukkig zijn om op een dag te sterven en niet meer terug te keren als mens. Ja goed, er zijn interessante en lieve mensen, maar hun aantal is beperkt.”
Eind jaren zeventig nam hij volledige artistieke controle over met Jeremiah: een postapocalyptische saga over een Amerika verscheurd door rassenoorlogen. De serie werd begin deze eeuw losjes verwerkt tot een Amerikaanse tv-serie met Luke Perry in de hoofdrol. Later waagde Hermann zich ook aan andere tijdsperioden — van middeleeuwse kastelen in De Torens van Schemerwoude tot het Romeinse Rijk in Brigantus. In totaal bracht hij, volgens zijn uitgever, ruim 120 titels uit.
Hermann leed al twee jaar aan kanker. Vlak voor zijn dood maakte hij nog een laatste album af — een stille, krachtige afsluiting van een indrukwekkende carrière.
Opnames van de tragikomedie PA! zijn officieel van start gegaan
Goed nieuws voor fans van scherpe, hartverwarmende verhalen: de opnames van de tragikomedie PA! zijn begonnen! De film draait om een journalist die – tegen zijn zin – door zijn zus wordt gedwongen om de mantelzorg voor zijn vader op zich te nemen. Wat als begin een chaotische klus lijkt, ontpopt zich al snel tot een onverwachte kans: hij begint columns te schrijven over zijn ervaringen met mantelzorg… en die blijken écht aan te slaan. Door die teksten krijgt de relatie tussen vader en zoon een frisse, soms grappige, soms ontroerende nieuwe wending.
De weg naar de bioscoop was al lang in beweging: in 2024 werd een crowdfundingcampagne gestart om het project van de grond te krijgen — en die haalde ruim €28.000! Daarnaast kreeg PA! steun van het Nederlandse Filmfonds, wat de ambitie en kwaliteit van het verhaal nog eens onderstreepte. De première is nu gepland voor 2027 — dus houd je vast aan je agenda (of je notitieblokje).
Heftige nasleep voor Naomi na Ali B-zaak: portiek in brand gestoken
Op 12, 13 en 14 juni 2024 vonden de zittingsdagen plaats in de strafzaak tegen rapper Ali B — een proces waarbij Naomi centraal stond en veel aandacht kreeg in de media. Drie dagen later, op 17 juni, werd het portiek van haar flat in brand gestoken. Diezelfde dag werd ook het huis van haar ouders beklad met haar privégegevens.
Volgens haar advocaat Sprenger is dit duidelijk vandoxing: het bewust verspreiden van persoonlijke informatie om iemand te intimideren — wat wettelijk strafbaar is. Hij benadrukt dat Naomi ‘online constant wordt uitgekotst’, terwijl ze geen geld eist en ook geen schadevergoeding vraagt. “Zij handelt dus niet uit eigenbelang, maar omdat de gebeurtenis haar gewoon te ondraaglijk werd om voor zich te houden.”
Sprenger vertelt dat Naomi al jaren een zware tijd doormaakt. “Sinds de aangifte verliest zij alleen maar werk en vrienden. Ze is door deze zaak al drie keer verhuisd en heeft zelfs een tijdje in het buitenland gezeten om in Nederland niet lastiggevallen te worden.”
Hij wil overigens niet suggereren dat Ali B persoonlijk betrokken is bij de intimidaties — maar wel benadrukken dat dit soort gebeurtenissen typisch zijn voor het ‘moeras’ waar slachtoffers van bekende verdachten vaak in terechtkomen. En dat laat precies zien hoe zwaar het is om je in zo’n zaak openbaar uit te spreken.
Overigens wordt Ali B ook door Ellen ten Damme beschuldigd van een poging tot verkrachting. In onderstaande video reageert hij woedend op die beschuldiging.
Als eerste op de hoogte van het laatste nieuws
Friesland legt geurerfgoed vast: ‘Mensen kijken vaak niet naar geuren’
De zilte zeelucht van de Wadden. De weeïge walm van een oude stjonkfabryk. Het zoete aroma van suikerbrood, de kruidige bliksem van een Berenburg, het scherpe anijsje van een dúmke. Of juist de landelijke geuren: het jarjen van mest op het akkerland, de aardse geur van een dreksloot bij het fierljeppen.
In Friesland begint vandaag een heel bijzondere zoektocht: Een Neus voor Erfgoed. Het doel? Het geurerfgoed van de provincie in kaart brengen — want ja, geuren zijn ook erfgoed. En wel een stuk dat vaak onder de radar blijft.
“Geuren zijn meer dan alleen lucht die je inademt”
“Het is nog best nieuw om over geuren als erfgoed na te denken”, zegt Inger Leemans, hoogleraar cultuurgeschiedenis aan de VU en onderzoeksleider van het project. “We kijken vaak niet echt naar geuren — of beter gezegd: naar ze ruiken. Maar ze spelen een grote rol in ons dagelijks leven én in hoe we onszelf ervaren. Ze helpen mee onze identiteit vormgeven. En daar zijn we ons vaak veel te weinig van bewust.”
Het gaat niet om willekeurige geurtjes, maar om geuren die echt bij Friesland horen: uniek, herkenbaar, met een verhaal. Een soort olfactorische plekgebondenheid. “Het is een gesprek over wat ons maakt — en wat wij waardevol vinden”, legt Leemans uit. “En dat is best uitdagend. Want hoe vraag je iemand eigenlijk: ‘Wat is de belangrijkste geur uit jouw jeugd? Of de geur die jou direct aan jouw dorp doet denken?’”
Waarom Friesland als eerste?
Friesland heeft deze primeur omdat de provincie, op initiatief van de BBB (Bureau Beeldende Kunst en Erfgoed), besloot om geuren en geluiden van het Friese platteland officieel op te nemen in de erfgoedagenda. Vandaag worden de plannen in Joure toegelicht — waar je trouwens, als de wind meewerkt, nog steeds de koffiegeur van de oude fabriek kunt ruiken.
Voor anderhalf jaar wordt er onderzocht: welke geuren vinden mensen echt Fries? Er is een vragenlijst opgesteld om te ontdekken welke geuren met welke plaatsen, tradities of herinneringen worden verbonden. Denk aan:
– Welke geur hoort bij een culinaire gewoonte (zoals de geur van bakken poffertjes op de kermis)?
– Wat ruikt een religieus ritueel — zoals Pasen of Kerst in een bepaald dorp?
– En welke geuren zijn verdwenen? Of juist weer teruggekeerd?
Tegelijkertijd duiken de onderzoekers in archieven. Niet om foto’s of documenten te vinden, maar om te zien hoe mensen vroeger over geuren praatten. “Hooi komt al snel bovenaan”, zegt Leemans. “De geur van grasland, hooiland — die wordt vaak genoemd én beschreven. En er is zelfs een specifiek Friese term: maitiidsrook, voor de typische voorjaarsgeur. Je ziet die ‘neus’ ook terug in andere Friese uitdrukkingen.”
Taal vertelt over geur
Leemans wijst erop dat taal zich aanpast aan wat we ruiken — of niet meer ruiken. “Als een taal speciale woorden kent voor grasgeur, dan was dat ooit belangrijk. In de 17e eeuw had Nederland bijvoorbeeld twintig verschillende woorden voor muffe geuren: vuns, duf, huim, heumig. Veel daarvan zijn verdwenen — omdat we die geuren tegenwoordig minder vaak tegenkomen, of minder nodig hebben om te benoemen.”
Van geurkaart naar geurbibliotheek
Zodra het geurlandschap in beeld is, gaan de onderzoekers verder met geurwandelingen, ruiksessies en neusconversaties — om nog meer mensen aan het praten (en ruiken) te krijgen. Ook wordt er een geurtafel ontworpen: een fysiek instrument om geurherinneringen op te roepen.
Uiteindelijk moet het allemaal leiden naar een geurbibliotheek. Maar dat is geen simpele klus. “Parfumeurs zijn getraind om parfumgeuren te maken — niet om de geur van een stal aan de Waddenzee te reconstrueren”, lacht Leemans. “Dat wordt een pittige uitdaging.”
Doel van het hele project? Geur een volwaardige plek geven binnen erfgoedonderzoek, musea en archieven. Hoe dat er precies uit zal zien, is nog onderwerp van onderzoek. “Misschien kunnen we ooit een geuren-Elfstedentocht houden”, oppert Leemans met een knipoog.
Pentagon zet alle journalisten de deur uit – na rechterlijke klapper
Het Amerikaanse ministerie van Defensie heeft alle journalisten het hoofdgebouw van het Pentagon uitgezet. Niet één, niet een paar – allemaal. En dat gebeurde meteen nadat een rechter het ministerie vorige week flink op de vingers had getikt.
De reden? De rechter oordeelde dat het Pentagon ongelijk behandeling gaf aan media: gunstige stemmen kregen toegang, kritische stemmen werden buitengesloten. Dat is volgens hem een schending van de grondrechten – zoals de vrijheid van meningsuiting en het recht op gelijke behandeling. En dat is geen kleinigheid: volgens de rechter is het juist nu – met de inval in Venezuela en de oorlog in Iran – essentieel dat het publiek meerdere kanten van het verhaal hoort, om goed te kunnen beoordelen wat de regering doet… en wie ze bij de volgende verkiezingen willen steunen.
Maar in plaats van het beleid te herzien, koos het Pentagon voor een radicale oplossing: iedereen eruit. De Correspondents’ Corridor – waar journalisten al jarenlang werkten, dichtbij de besluitvorming – is per direct gesloten. Wie nu nog even het hoofdgebouw in wil, moet eerst een officiële escorte aanvragen. De pers wordt in de toekomst ondergebracht in een apart bijgebouw… maar wanneer dat precies gaat gebeuren, is nog onduidelijk.
Achtergrond: sinds oktober vorig jaar probeerde het Pentagon een nieuwe persrichtlijn door te voeren. Volgens die regel moesten media beloven niets te publiceren wat niet officieel was vrijgegeven – anders kregen ze geen perspas meer. Veel grote media, zoals The Washington Post, The New York Times, AP en Reuters, weigerden dat vanwege de bedreiging voor onafhankelijk journalistiek. Slechts één van de 56 aangesloten media ging akkoord. Het gevolg? Een massale uittocht – en de vrijgekomen plekken gingen naar media die openlijk pro-Trump zijn, zoals het programma van Charlie Kirk (Turning Point USA) en Lindell TV.
Nu heeft de rechter duidelijk gezegd: dit mag niet. Maar het Pentagon zegt dat het alleen zo de nationale veiligheid kan waarborgen. Het is in beroep gegaan – en de Pentagon Press Association noemt de huidige oplossing ‘overduidelijk een schending van de geest én de letter van het vonnis’. The New York Times laat al weten: “We stappen weer naar de rechter.”
En terwijl dat speelt, blijft minister Hegseth de traditionele media de schuld geven – niet omdat ze kritisch zijn, maar omdat ze, volgens hem, ‘niet patriottisch genoeg’ verslag doen van de oorlog in Iran. In plaats van over olieprijzen of Iraanse weerstand te schrijven, zou er volgens hem meer gefocust moeten worden op ‘Amerikaanse successen’.
