Met Nowruz begint voor Iraniërs een nieuw jaar — maar er valt weinig te vieren
Voor veel Iraniërs is Nowruz dé hoogte van het jaar: de eerste dag van de lente, het Perzisch nieuwjaar. Normaal gesproken draait het om familiebezoeken tot in de kleine uurtjes, tafels vol eten, en een week lang vakantiegevoel. Maar dit jaar? Geen sprake van feestvreugde. Iran zit midden in een diepe crisis — politiek, economisch én militair — en niemand weet waar de oorlog heen gaat. In Teheran is het stil op straat, veel stiller dan normaal rond deze tijd. Geen drukte bij de markten, geen uitgebreide boodschappenlijsten. Veel mensen gaan alleen nog even naar buiten voor de absolute basisbehoeften.
Er hangt angst in de lucht: angst voor Amerikaanse of Israëlische bombardementen, maar ook voor de strenge controles bij de talloze checkpoints van de Islamitische Revolutionaire Garde. Tienduizenden zijn al uit de hoofdstad gevlucht. Toch proberen mensen het feest toch op hun manier te houden. Een 46-jarige man uit Teheran vertelt aan de NOS dat hij weliswaar geen toegang heeft tot het internet — het is al wekenlang afgesloten — maar dat hij het toch lukt om even met de buitenwereld in contact te komen. “Mensen maken hun huizen schoon, bereiden zich voor… maar we vieren het kleiner. Er komt minder familie over de vloer.” Nowruz moet gewoon doorgaan. Hij laat zich het feest niet ontnemen.
En dan is er Chaharshanbe Suri: de laatste dinsdagavond van het oude jaar, wanneer mensen traditioneel over vuurtjes springen, dansen rond vreugdevuren en vuurwerk afsteken — als symbolisch afscheid van donkere tijden. Dit jaar waarschuwden de autoriteiten expliciet: blijf thuis. Toch zijn op beelden te zien hoe groepen jongeren in verschillende steden toch samenkwamen op straat. Geestelijken noemen het eeuwenoude ritueel ‘heidens’ en zeggen dat het niet past in de Islamitische Republiek. En juist daarom wordt het voor sommigen een vorm van verzet — een stille, brandende tegenspraak.
Een twintigjarige studente uit Hamadan (in het westen van Iran) zegt tegen de NOS dat het in haar stad juist druk is op de markten — veel Teheranse vluchtelingen zijn daarheen getrokken. “We hebben er niet echt zin in dit jaar”, erkent ze, “maar we houden van onze nationale symbolen en willen die koesteren. De haft sin staat al in huis.”
Dat is het hart van elk Iraans Nowruz: een tafel vol symbolen — gekiemde tarwe, appels, knoflook, azijn, en meer — die gezondheid, voorspoed en vernieuwing beloven. Vaak liggen er ook verse voorjaarsbloemen en een kom met een goudvis op — tekenen van leven dat weer opborrelt. Deze traditie verbindt alle Iraniërs, ongeacht wat ze denken over politiek of religie.
In de bazaars is het net als altijd: bloemen, eten, goudvissen. Maar niet iedereen kan zich dat nog veroorloven. De inflatie is op een recordhoogte, steeds meer mensen leven onder de armoedegrens. “Je schrikt je kapot als je de prijskaartjes in de supermarkt ziet”, zegt de man uit Teheran. Voor veel families is een uitgebreide maaltijd gewoon niet meer haalbaar.
Ook voor Iraanse Nederlanders voelt Nowruz dit jaar anders. Sarah Montazeri (38), data-analist uit Amsterdam en sinds haar tiende in Nederland, zegt: “Het voelt gek om iets te vieren terwijl er niets te vieren valt.” Ze is kapot van verdriet over wat er begin dit jaar in Iran gebeurde — de vele duizenden, misschien zelfs tienduizenden doden tijdens de januariprotesten. Voor velen was dat het moment dat de woede tegen het regime ondraaglijk werd. Sommigen hopen nu op buitenlandse interventie om het systeem ten val te brengen. Anderen willen juist dat de oorlog zo snel mogelijk ophoudt — en hebben weinig vertrouwen in een oplossing via geweld.
Na bijna drie weken oorlog zijn meer dan 1300 burgerslachtoffers gevallen. De verwoesting neemt toe, belangrijke leiders zijn dood — maar politiek is er weinig veranderd. Sarah heeft haar moeder overgehaald om toch een kleine haft sin te maken. “Meer als een traditie dan als een feest.” Ze maakt zich zorgen over familieleden in Iran die ze niet altijd kan bereiken. “Ik hoop dat we Nowruz volgend jaar kunnen vieren met onze familie in een vrij land.”
🔥 17 Nederlanders met vuurwerkbommen opgepakt tijdens de Fallas in Valencia
De politie in Valencia heeft dit jaar 17 Nederlanders gepakt die illegale vuurwerkbommen bij zich hadden tijdens het wereldberoemde Fallas-festival. Dat is een flinke stijging: in 2024 waren het er drie, vorig jaar twaalf — en nu dus zeventien. En dat allemaal binnen vier dagen feestgedruis.
Het Fallas-festival staat al jaren op de UNESCO-werelderfgoedlijst — en ja, het is écht indrukwekkend: enorme poppen van hout en piepschuim, soms zelfs 30 of 40 meter hoog, worden door de lokale bevolking gebouwd. Op de laatste nacht (van 19 op 20 maart) gaan ze in vlammen op — en dan knalt het ook flink, maar alleen met toegestaan consumentenvuurwerk. Vuurwerkbommen? Nee, daar is een duidelijk ‘niet’ op geplakt. Zoals wethouder Jesús Carbonell voor Veiligheid in Valencia terecht benadrukt: “Wel binnen bepaalde grenzen. Consumentenvuurwerk is toegestaan, vuurwerkbommen zeker niet.”
Omdat Nederlanders de afgelopen twee edities al opvielen, had de politie dit jaar een drone ingezet om verdachte activiteit rond zwaar vuurwerk te monitoren. Vaak konden agenten daardoor al ingrijpen voordat de bommen werden afgestoken. Maar niet altijd. Op een oever van de Turia-rivier (die de stad aan west- en zuidzijde omsluit) ontplofte toch een zwaar explosief — met een krater van een halve meter diep als gevolg.
In totaal werden tijdens de vier feestdagen 97 buitenlanders gepakt — naast de 17 Nederlanders ook Belgen, Duitsers, Polen en anderen. Het hoofd van de politie vertelde onlangs op de regionale zender A Punt: “Er zijn buitenlanders die gefixeerd zijn op vuurwerk en knallen, en die elkaar in Valencia opzoeken. Vooral Nederlanders, Belgen en Duitsers roepen daar via sociale media op. Dit is vuurwerktoerisme gericht op het afsteken van illegaal, extreem gevaarlijk vuurwerk dat ze zelf maken.”
Die trend lijkt samen te hangen met strengere regels thuis: in Nederland was de afgelopen jaarwisseling de laatste keer dat consumentenvuurwerk officieel mocht — in Duitsland en België gelden geen landelijke verboden, maar grote steden zoals Brussel, Antwerpen en Gent hebben het al wel verboden. En dan ontstaat het misverstand: “Tijdens de Fallas is toch alles toegestaan?” Nee, zegt wethouder Carbonell duidelijk: “Dat is zeker niet het geval. We tolereren het gebruik van verboden vuurwerkmaterialen niet — en de bescherming van onze inwoners is prioriteit nummer één.”
Let op: de Fallas zijn een familiefeest. Groot vuurwerk wordt alleen door professionals afgevuurd op afgesloten terreinen — niet op straat, niet op pleinen, en zeker niet met zelfgemaakte bommen.
Omdat de 17 Nederlanders voor het afsteken werden gepakt, dreigt waarschijnlijk vooral een forse boete. Had het vuurwerk wel ontploft, dan had de straf veel zwaarder kunnen zijn — denk aan celstraffen van rond de vijf jaar, zoals kort voor dit jaar’s Fallas werd geëist tegen vijf Duitsers die in 2025 bommen lieten ontploffen.
De politie denkt de leidende figuren onder de vuurwerktoeristen nu te hebben, maar sluit niet uit dat er nog meer verdachten zullen volgen. De komende dagen blijven agenten extra alert — want vorig jaar was de zwaarste knal pas twee dagen na afloop van de feesten… en toen raakte een vuilnisman gewond, terwijl hij toevallig in de buurt was.
Huishoudens voelen de prijsstijging door de oorlog pas écht over 21 maanden
Als de oorlog in het Midden-Oosten blijft duren, komt er een flinke prijsstijging op huishoudens af — maar niet meteen. Niet aan de pomp, niet in de supermarkt, en zeker niet bij de kapper. Nee, de grootste klappen zullen we pas over 21 maanden voelen: bijna twee jaar later. Dat zeggen economen van de Rabobank, die het effect van stijgende energieprijzen op de hele economie hebben doorgerekend.
Waar begint het? Bij staal, niet bij soep
De prijsstijging begint langzaam, als een domino-effect. Na ongeveer drie maanden zien we de eerste gevolgen bij industriële grondstoffen — denk aan staal. Daarna worden producten die daarvan afhankelijk zijn (zoals wasmachines of spelcomputers) duurder. Pas daarna komen de lonen opdrukken — want werknemers willen compensatie voor de stijgende levensduur. En dat is pas het begin van de laatste fase.
Wat voelen we het snelst?
Energie. Punt. De benzinepomp en de energierekening zijn de eerste plekken waar huishoudens de schok voelen. Daarna volgen energie-intensieve diensten: vliegtickets, hotelovernachtingen, uitjes. Want licht, verwarming, koken — alles wordt duurder. En uiteindelijk komt de prijsstijging ook bij dienstverleners terecht: de kapper, de schoonheidsspecialist, de monteur. Vakbonden zullen waarschijnlijk binnenkort extra looneisen stellen tijdens CAO-onderhandelingen — om inkomens te beschermen tegen de inflatie die nu al op gang komt.
Hoe lang duurt dit?
De Rabobank verwacht dat deze energieschok langdurig is — net zoals in 2022, na het begin van de oorlog in Oekraïne. Toen was de gasprijs zelfs hoger dan nu, maar de nasleep bleef jarenlang voelbaar. Ook nu is het nog onduidelijk hoe ver olie- en gasprijzen nog zullen stijgen. Daarom houdt het model van de onderzoekers bewust op bij die 21 maanden: daarna wordt het te onvoorspelbaar.
En Nederland? Een beetje kwetsbaarder dan de rest
ABN AMRO-econoom Jan-Paul van de Kerke ziet vergelijkbare signalen. Volgens hem kan Nederland de gevolgen sneller voelen dan andere eurolanden — onze inflatie ligt al iets hoger, en we zijn nog steeds bezig met de nasleep van de energieschok van 2022. Het meest waarschijnlijke scenario? Dat de inflatie hier oploopt naar rond de 3 procent (nu staat hij op ongeveer 2,4 procent). Gelukkig verwachten zowel de Rabobank als ABN AMRO dat de energieprijzen op termijn weer langzaam zakken — net als destijds.
Spaarpot van de oprichter van Playmobil duikt op bij kringloop – en ja, hij rammelt nog!
Tussen al die oude kopjes, tweedehands boeken en vergeten fietslampjes die dagelijks binnenstromen bij kringloopwinkel Parels & Prul in Dongen, viel er onlangs één ding meteen op: een vrolijke, kleurrijke spaarpot van metaal. “Je ziet ‘m meteen – zo’n stuk roept direct nostalgie op”, vertelt Stijn Rompa van de winkel.
Op de spaarpot staat duidelijk het opschrift ‘Geobra DBGM’. En nee, dat is geen willekeurig merk: Geobra was het bedrijf dat later wereldberoemd zou worden als de maker van Playmobil. Volgens Stijn dateert deze spaarpot waarschijnlijk uit de jaren veertig of vijftig – dus lang voordat de eerste Playmobil-figuurtjes hun eerste stap deden.
“Het lijkt op het eerste gezicht gewoon een leuk kinderspaarpotje, maar het komt van de mensen die achter één van de meest iconische speelgoedmerken ter wereld staan. Dat vind ik best grappig.”
Zo’n spaarpot had destijds een duidelijk doel: kinderen leren omgaan met geld. Muntjes erin, geduld oefenen, en dan later iets leuks ermee kopen. Gemaakt van blik, met een opvallend kleurrijk ontwerp – geen wonder dat hij direct opviel toen hij binnenkwam. “Er komen hier veel oude spullen binnen, maar dit stuk sprong er echt uit: vrolijk, herkenbaar, en met een warm gevoel van vroeger.”
Interesse? Die is er zeker. Stijn denkt aan verzamelaars van oude spaarpotten, maar ook aan mensen die ooit zelf zo’n exemplaar op hun kamer hadden staan – en daarmee mooie herinneringen verbinden. “Het hoeft niet in een vitrine te staan. Het is gewoon een leuk, levendig oud voorwerp voor thuis.”
Hoe de spaarpot precies bij de kringloop terechtkwam, is een raadsel – net als vaak bij zulke verrassende vondsten. “Soms zit zo’n bijzonder ding gewoon verstopt in een doos vol andere spullen. Je ontdekt ‘t pas als je alles gaat uitzoeken.”
En dan is er nog dat kleine mysterie…
Het sleuteltje om de spaarpot open te maken? Is verdwenen. Maar er zit wel iets in – want als je hem voorzichtig schudt, rammelt het duidelijk. Wat er precies in zit, weet niemand. Een muntje? Een oude briefje? Iets heel anders? “Ik maak ‘m liever niet open zonder sleutel – het is oud blik, en je wilt ‘t niet beschadigen.” Voor nu staat de spaarpot gewoon in de winkel, klaar voor zijn nieuwe eigenaar. En die zal waarschijnlijk snel gevonden zijn: Stijn denkt hem voor zo’n 12 tot 15 euro in de verkoop te zetten. Wie weet: misschien neemt de koper niet alleen een stukje speelgoedgeschiedenis mee naar huis, maar ook meteen het antwoord op het rammelende raadsel.
Langstzittend raadslid van Nederland blijft gewoon doorgaan — en ja, hij is nog altijd verrast
“Dit voelt geweldig, wat een mooie waardering!” zegt Bertus Kemmeren vrijdagochtend met een brede glimlach in zijn stem. De 91-jarige Loonse politieke institutie zit al maar liefst 52 jaar onafgebroken in de gemeenteraad — en dat wordt nu weer verlengd. Bij de laatste verkiezingen stond hij als lijstduwer op plaats vier, en volgens de voorlopige uitslag kreeg hij genoeg voorkeursstemmen om gewoon weer binnen te stappen.
En hoewel hij het allemaal al honderdmaal meegemaakt heeft — van de eerste vergadering in de jaren ’70 tot de meest recente digitale raadsvergaderingen — blijft het elke keer weer een beetje spannend. “Ik had het een klein beetje verwacht, maar ben nog altijd verrast”, vertelt hij op zijn karakteristiek vrolijke, licht speelse manier. “Vooral als je op nummer vier staat. Dat voelt echt heel speciaal.”
Bertus heeft geen plannen om rustiger aan te doen: “Ik heb nog volop energie”, zegt hij ferm. En die energie wil hij zetten voor de mensen van Loon op Zand — vooral rond veiligheid op straten en stoepen. Maar hij houdt wel een knipoog voor realisme: “Ik heb altijd gezegd dat mijn lichaam het toe moet laten. Een oldtimer blijft prachtig rijden… maar soms moet je ook even kijken of de motor nog wel draait.”
Lijsttrekker Wessel van Boven (die 57 jaar jonger is dan Bertus) is even blij als trots: “Hij hoopte er echt op, en het is mooi dat het uitkomt. Van plek vijftig naar vier — dat is bijzonder. De titel van langstzittend raadslid van Nederland blijft dus, voorlopig, van hem.”
Vrijdagavond wordt het goede nieuws gevierd met de hele partij. En ja, er wordt ook wat gedronken: “Eén?”, lacht Bertus. “Twee of drie, denk ik. Ik kan gewoon naar huis rollen — ik woon vlakbij.”
Dikke rookwolken boven Amsterdam: loods met elektrische deelscooters in brand
Rond 15:00 uur brak er een grote brand uit bij een scooterbedrijf aan de Nieuwe Hemweg op het industrieterrein Westpoort — dat ligt vlak bij station Sloterdijk, in het hart van de Amsterdamse haven.
De rook was niet te missen: dikke, zwarte wolkjes stegen hoog de lucht in en waren zelfs vanaf de Dam in het centrum te zien. Op webcambeelden is duidelijk te zien hoe de rook zich over de stad verspreidt — en volgens getuigen was hij zelfs vanaf Haarlem zichtbaar én ruikbaar.
De vlammen sloegen over naar de opslagruimte waar de elektrische deelscooters staan. Vanwege de risico’s heeft de brandweer besloten om dat pand niet actief te blussen, maar het gecontroleerd te laten uitbranden. Dat betekent: ze houden alles in de gaten, maar laten de brand zijn gang gaan onder veilige omstandigheden.
Omdat de rook flink hinderlijk kan zijn, adviseert de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland mensen in de omgeving om ramen en deuren gesloten te houden. Ook is er een NL-Alert verstuurd om bewoners in de buurt te waarschuwen.
