Slot kan het niet beter treffen: ‘Moet nog raarder om meer te verlangen’
Liverpool blies Galatasaray helemaal weg in Anfield en wist zelfs Arne Slot even sprakeloos te maken. De 4-0–zege (4-1 in totaal) was volgens hem “alles wat je kan wensen”, al kuchte hij even later toch nog wat statistiek-bier bij de borrel: “We scoren keer op keer minder dan onze xG zegt. Zelfs vandaag, mét vier treffers. Typisch ons seizoen.”
Een oppepper was hard nodig, want afgelopen weekend kregen de Reds nog een tik op het Lap van Tottenham (2-2 dankzij een doelpunt in de slotminuut). Slot dacht daar nog steeds katerig aan terug: “Ik was echt misselijk van alle verspilde punten. In de rust zei ik al: ‘Deze minuten krijgen we nooit meer terug.’ Niks meer aanmodderen – anders lagen we straks uit de Champions League.”
100% steun van Anfield
Ondanks alle gemor van de laatste weken stond de hele tribune strak achter de ploeg. “Fans die zuchten na zoveel puntenverlies? Snap ik. Maar Anfield vandaag was één hoop lawaai, precies wat we nodig hadden,” aldus Slot. “We hebben het verdient om door te gaan, hoor.”
Slot woest op tijdrekken
De Eindhovenaar had in de openingsfase vooral oog voor de spelbederving van de Turken. “Ze lagen weer eens viertien keer op de grond, net als tegen Juventus. Ik was de hele tijd aan het schreeuwen: dit pikken we niet. Voetbal moet geen stopwatch-geplak worden.”
Frimpong en de bloedduim
Jeremie Frimpong viel halverwege de tweede helft uit en kon meteen een hartverhaal relateren over Noa Lang, die per brancard werd afgevoerd met een bebloede duim. “Hij had zichtbaar pijn. Iemand zei dat er misschien een stukje van het topje af is, maar dat is nog niet officieel bevestigd. Hopelijk valt het mee.”
Bisschops wil in Torún niet zomaar meedoen, maar knallen
“Een slechte start en ik had net de griep gehad”
Tegen 7,10 seconden zegt ze nee. Dat was immers een race waarbij ze als een verlate trein wegschoot én net twee weken op de bank had gelegen met ziekte. Haar rekensom is simpel: onder de 7,05 moet het op de 60 m indoor zijn wil ze zaterdag in de finale staan. “Dat haal ik echt wel, hoor,” lacht de Nederlands kampioene.
Tussen de legendes
Sinds ze dit seizoen plots zo snel is, klinkt continu één vraag: “Heb je al in de spiegel van Cooman en Schippers gekeken?” Ze schudt lachend haar hoofd. “Ik kan hun titels niet uit mijn hoofd opdreunen, maar het is vooral heel erg cool dat mijn naam nu in één adem met die van hen wordt genoemd.”
De hamstring die maar blijft zeuren
Toch is er een klein irritante stemmetje in haar achterhoofd: de hamstring die haar vorig jaar tijdens de WK outdoor in Tokio in de steek liet. “Na elke wedstrijd zoek ik hem nog even op: stijf, gespannen, van die vervelende schokjes. De scans zijn schoon, dus de coaches zeggen dat het tussen mijn oren zit. Kennelijk denken mijn hersenen dat er pijn moet zijn. Ik moet ze steeds weer overtuigen dat alles tip-top in elkaar zit.”
Laat die finale maar komen
Voor Bisschops is de missie glashelder: geen halve finale-noodzaak, geen excuus, gewoon rechtstreeks die eindstrijd in. “Ik heb de snelheid, ik heb er zin in, nu de start nog. In Torún ga ik voor dat sprinticoon-stempel.”
Veel meer dan een speler: Danny Verbeek neemt afscheid bij FC Den Bosch
Danny Verbeek heeft z’n laatste wedstrijden in het verschiet. De 35-jarige middenvelder van FC Den Bosch merkte dat hoofd en lichaam in koor zeiden: “Danny, het is mooi geweest.” De Bosschenaar, die in 1999 van BVV overstapte naar de jeugd van FC Den Bosch, debuteerde tien jaar later in het eerste elftal. Sindsdien schommelde hij tussen regio, België en de eredivisie, maar telkens keerde hij terug naar De Vliert. Met twee intermezzo’s bij NAC, FC Utrecht en De Graafschap én een avontuur bij Standard Luik, strandde hij in 2022 weer bij zijn liefde. Nu telt hij 267 officiële wedstrijden in het rood-witte shirt. “Een moeilijk besluit, want ik heb nog elke dag lol in het spelletje,” zegt hij. “Maar ik kijk terug op een dijk van een carrière, met clubs die ik op mijn buik heb geschreven. FC Den Bosch blijft mijn club en ik blijf altijd een van jullie.”
Technisch manager Jesper Gudde omschrijft Verbeek als een “zeldzaam type” in de voetballerij. “Hij is gegroeid tot een clubicoon dankzij wie hij is binnen én buiten de lijnen. In goede en slechte tijden stond hij pal, en daarvoor zijn we hem oneindig dankbaar.” De club hoopt dat de captain samen met de groep de play-offs nog binnen sleept. “We willen dit seizoen samen nog een mooi slot geven.”
Eerste oproep voor Cambuur-verdediger Baouf bij Marokko, El Karouani weer van de partij
Flink nieuws voor Ismaël Baouf! De 19-jarige verdediger van SC Cambuur mag zich plots voetballer van de A-kern van Marokko noemen. De nieuwe bondscoach Mohamed Ouahbi heeft de Friese revelatie meegenomen in zijn selectie voor oefenduels met Ecuador en Paraguay.
Onder Ouahbi weer: Baouf én El Karouani
Baouf kent Ouahbi al goed: vorig jaar pakte het duo samen de wereldtitel met Marokko O20. Nu de trainer is doorgeschoven naar de grote jongens hoopt hij opnieuw op Baouf’s kracht. De jonge centrumverdediger speelde dit seizoen al 24 officieuze wedstrijden voor Cambuur (6 goals + 1 assist – niet verkeerd voor een defensieve kracht!).
Souffian El Karouani (FC Utrecht) zit ook opnieuw bij de groep. De linkervleugelverdediger miste de Afrika Cup-winst, maar krijgt nu dus vertrouwen. Verder zitten er nog wat Eredivisie-collega’s mee: Anass Salah-Eddine, Ismael Saibari (PSV) en Oussama Targhalline (Feyenoord) moeten het komende interland-triptiek aankleden.
Danny Verbeek hangt zijn schoenen aan de wilgen: ‘Mijn hoofd én lijf zeiden: het is mooi zo’
Even voorstellen: de man achter het nummer 14
Danny Verbeek (35) is geen onbekende voor FC Den Bosch-fans. Hij kwam als veertienjarige jongen uit Vught binnen bij de club, nadat BVV hem had klaargestoomd. Vijftien jaar later – na een uitstapje naar Standard Luik, avonturen bij NAC, Utrecht en De Graafschap – draait hij nog steeds zijn rondjes op De Vliert. Met 267 officiële wedstrijden voor de Tricolores op de teller heeft hij een flink stukje clubhistorie in de benen.
Waarom nu stoppen?
“Ik stond er vanmorgen nog, fris en vrolijk op het veld, maar ergens knaagt er al een tijdje iets”, vertelt de middenvelder. “Je bent 35, de reacties worden net iets trager en het herstel duurt langer. De knoop doorhakken was geen makkelijke keuze – ik houd nog steeds van elke training – maar ik wil niet hangen tot het balletje me weer in de rug krijg.” En dus besloot Verbeek het seizoen uit te spelen en daarna te kiezen voor een leven naast in plaats van op het gras.
Clublick en technische staf reageren
Jesper Gudde, technisch manager van FC Den Bosch, ziet liever geen afscheid, maar begrijp het wel. “Danny is zo’n speler die je maar één keer per generatie tegenkomt. Hij heeft in goede én in slechte periodes het gezicht van de club bepaald, binnen én buiten het lijnen.” Gudde hoopt dat de ploeg de play-offs nog weet te halen, zodat Verbeek met een feestelijke apotheose kan afsluiten.
Schilder top-favoriet, jonge krachten mogen estafette show stelen
De volgende drie dagen bakken we er flink op los in Torun: een flinke trits van 23 Oranje-atleten vecht van vrijdag t/m zondag voor podiumplaatsen tijdens de wereldkampioenschappen indoor. Zonder huwelijks- én blessuremelding van Femke Broeders-Bol is het even schrikken, maar over het algemeen staat onze atletiek er – ook mondiaal – pico bello voor. Vorig najaar kregen we als grote kampioenschappen-scoren al een dikke vierde plek binnen, en tijdens het EK indoor in Apeldoorn eerder dit jaar stond Nederland keer op keer op het hoogste treetje. Jessica Schilder was op beide toernooien goud waard, en de kogelvrouw heeft geen zin in minder dan eremetaal in Polen.
Nog even haar recente prijslijst erbij: drie weken terug pakte ze al haar zevende nationale indoor-titel, en praktisch van de week evenaarde ze haar eigen Nederlands record (20,69 meter). “Ik merk echt dat ik blijf groeien. Sinds die wereldtitel in Tokio rust het een stuk meer in mijn hoofd. Ook op mindere dagen denk ik: morgen is er weer een nieuwe kans. Dat mentale zelfvertrouwen zorgt voor rust en stapjes vooruit.” Chase Jackson (VS), Sarah Mitton (Canada) en olympisch kampioene Yemisi Ogunleye (Duitsland) vormen haar gevreesde concurrentie, maar Schilder glimlacht: “Ik kijk naar mezelf, de rest volg ik niet meer.”
Daarnaast heeft Nadine Visser een microscopisch verschil van amper één honderdste met haar concurrentes op de 60 m horden. Die strijd is nu al zinderend: Kambundji (Zwitserland) en Skrzyszowska (Polen) liepen exact 7,78 “hard”, wereldkampioene Charlton was maar net iets rapper op 7,77. Lieke Klaver (400 m) en meerkampster Sofie Dokter – beide al eens dik in de prijzen – zijn ook van de partij, al is hun vorm nog een kleine vraag.
Er is helaas een lange “helaas-lijst”: Broeders-Bol, Peeters, de Witte, Klein Ikkink, Smidt, Angela, Agard – allemaal ziek of bezig met hun outdoor-roadmap. Geen volledige kracht dus op de 4×400 meter. Bondscoach Meuwly ziet de kansen wél: “Elk jaar staan er één of twee talenten op om te schitteren. Medailles pakken mét minder vedetten is nu de ultieme ervaring en stuurt een signaal naar elke toekomstig kampioenschap.”
Resultaat: een interessante mix van bewezen estafette-helden (Klaver, Bonevacia, Van Diepen, Omalla, Saalberg) en namen die voor het eerst met hun neus in de glorie kunnen duiken. Drie teams onder vlag, en Meuwly knipoogt: “We gaan sowieso voor die medailles – wie er ook loopt.”
