Lokale partijen pakken steeds meer stemmen – en dat komt vooral door twijfel aan het landelijke politieke circuit

De populariteit van lokale partijen is al jaren op de klim, maar volgens RTL-opiniepeiler Gijs Rademaker zit er dit keer echt een extra lading achter: veel kiezers vertrouwen landelijke partijen gewoon niet meer wanneer het om hun eigen gemeente gaat.

“De afgelopen twee decennia stijgt het aandeel stemmen voor lokale partijen gestaag: in 2006 was dat zo’n 22 procent, bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in 2022 steeg het naar maar liefst 31 procent”, legt hij uit. En dat is geen toeval – het heeft alles te maken met wat kiezers nu écht bezighoudt.

Waarom kiezen mensen voor ‘lokaal’?

Veel kiezers denken simpelweg: landelijke partijen denken eerst aan Den Haag, niet aan onze straat. Ze vermoeden dat die partijen in de gemeenteraad niet durven afwijken van het landelijke beleid – zelfs als dat niet past bij wat er lokaal speelt. Daarnaast is er een sterke perceptie dat lokale partijen beter weten wat er leeft in de buurt, dichter bij de inwoners staan en sneller kunnen reageren op concrete problemen.

Dat blijkt ook in de praktijk. In Barendrecht haalde de lokale partij Echt voor Barendrecht bij de vorige verkiezingen een absolute meerderheid: 20 van de 29 raadzetels. Ook in Hilvarenbeek (9 van de 17) en Zeewolde (10 van de 19) hebben lokale partijen de bovenhand.

Wat telt écht voor kiezers? Niet wat Den Haag doet, maar wat er bij jou gebeurt

Bij de komende verkiezingen op 18 maart zijn wonen, veiligheid en leefbaarheid de grote thema’s – maar niet overal even sterk. Jongeren maken zich vooral zorgen over betaalbare huisvesting; ouderen leggen meer nadruk op veiligheid. In delen van het midden en zuiden van Nederland staat ‘veiligheid en criminaliteit’ hoog op de agenda, terwijl in Groningen en regio’s in Brabant en Limburg veel inwoners juist klagen over verloederende wijken – daar is ‘herstel van de leefbaarheid’ zelfs belangrijker dan wonen of veiligheid.

En dat bepaalt waarop mensen stemmen: slechts 9 procent zegt puur op basis van landelijke standpunten te kiezen. Een derde vindt zowel landelijke als lokale standpunten even relevant. Maar voor ruim de helft van de kiezers is het énige wat telt: wat doet die partij voor mijn gemeente?

Het onderzoek is uitgevoerd op 3 en 4 maart 2026 onder ruim 22.000 leden van het RTL Nieuwspanel – een panel van in totaal ruim 63.000 mensen. De uitslag is na weging representatief voor leeftijd, geslacht, opleiding, werkzaamheid én stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2025.

Bekijk origineel artikel

Als (toekomstig) raadslid een strafblad? Dat is helemaal geen probleem

Een raadslid uit Steenbergen stal voor 82.000 euro van zijn werkgever — en werd in december veroordeeld tot 120 uur taakstraf én het volledige bedrag terugbetalen. Toch staat hij gewoon op de kieslijst voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Geen ramp, geen verbod: een strafblad is geen beletsel om raadslid te worden. Waarom eigenlijk niet? En wat mag je wel en niet als raadslid? Ook: hoe word je nou eigenlijk raadslid, hoeveel tijd kost het, en hoeveel krijg je er voor? We leggen het allemaal uit — zonder flauwekul.

Wat mag wel (en wat niet) als raadslid?

Raadsleden hoeven géén Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) af te geven — in tegenstelling tot wethouders of burgemeesters. Of je een strafblad hebt, is dus puur een keuzevraag voor de partij: zij beslist of ze jou op de lijst zetten. Wel moet je openbaar maken welke andere functies je uitoefent — denk aan bestuurslid bij de lokale voetbalclub of medewerker bij een woningcorporatie die actief is in jouw gemeente. Zo voorkom je belangenverstrengeling. En als een onderwerp tijdens een raadsvergadering jou persoonlijk aangaat (bijvoorbeeld omdat je er zelf mee te maken hebt of namens een organisatie vertegenwoordigt), dan mag je niet meedoen aan het debat én de stemming. Maar wie bepaalt of dat zo is? Jijzelf. De verantwoordelijkheid ligt bij jou.

Hoe word je nou eigenlijk raadslid?

Je hoeft geen politieke carrière achter de rug te hebben — als burger kun je gewoon beginnen. Je moet minimaal 18 jaar oud zijn én in de gemeente wonen waar je raadslid wilt worden. En ja, er zijn ook dingen die niet mogen: je mag bijvoorbeeld geen minister, burgemeester, wethouder, provinciebestuurder of ambtenaar bij diezelfde gemeente zijn. Voldoe je aan die regels, dan is de volgende stap: op een kieslijst komen. Dat kan via een bestaande partij in jouw regio — of door zelf een nieuwe partij op te richten. En dan komt het cruciale moment: de verkiezingen. Je wordt gekozen als jouw partij genoeg zetels haalt, of als jij persoonlijk zó veel voorkeurstemmen krijgt dat je binnenkomt.

Hoeveel tijd kost het om raadslid te zijn?

Geen illusies: het is geen hobby. Het is wel een bijbaan — maar een zware. Raadslid zijn doe je naast je reguliere werk, en dat vraagt om flinke inzet in je privé- en gezinsleven. Gemiddeld zit je per week zo’n twintig uur in raadswerk: dossiers lezen, vergaderingen voorbereiden, raads- en commissievergaderingen bijwonen, overleggen met andere overheden, bezoeken aan lokale instellingen, en gesprekken met inwoners over onderwerpen die hen bezighouden.

En hoeveel verdien je als raadslid?

Goede vraag — en het antwoord is helder: je wordt betaald. Niet als fulltimer, maar wel degelijk als professionele bijdrage aan het gemeentewerk. De vergoeding is landelijk vastgesteld en hangt af van de grootte van de gemeente. In 2026 loopt het van rond de 1300 euro per maand in de kleinste Brabantse gemeenten tot ruim 2600 euro in Eindhoven — de grootste stad van Brabant.

Bekijk origineel artikel

Sarah en Lotte: van buurmeisjes uit de Gagelstraat naar kiespartners bij GroenLinks-PvdA

“We zitten in de achtertuin van mijn ouders — daar staat nog steeds dat oude hekje tussen onze tuinen, waar we vroeger gewoon overheen klommen om bij elkaar te zijn”, vertelt Lotte Meerhoff (27). Haar oude buurmeisje Sarah Verkerk (28) lacht mee: “Ja, die verbinding is nooit weggevallen. Alleen is het nu iets anders: we staan nu samen op de kieslijst van GroenLinks-PvdA Eindhoven.”

Lotte zit al vier jaar in de gemeenteraad en staat dit keer op plaats elf. Voor Sarah is het haar eerste keer op een kandidatenlijst — ze staat op plaats veertien. “Lotte is veel eerder begonnen met politiek dan ik. Toen zij vier jaar geleden voor het eerst in de raad kwam, was dat echt een soort ‘hey, wacht eens even’-moment voor mij: als zij het kan, dan kan ik dat ook”, zegt Sarah tegen Studio040.

Allebei groeiden ze op in de Gagelstraat, midden in Eindhoven — een straat vol herinneringen aan autoloze zondagen, straatspeeldagen en gezamenlijk meedoen aan de carnavalsoptocht. “Het is gewoon een warme straat. Alles wat ik hier heb geleerd, vormt me tot wie ik ben — en dat neem ik mee in de politiek. Ik wil dat iedereen zo’n plek heeft”, zegt Lotte. Sarah benadrukt het belang van buurtverbinding: “Je kon altijd even binnenspringen voor een eitje of melk voor je pannenkoeken. Dat gevoel van bij elkaar horen, dat wil ik behouden en versterken.”

Terwijl ze samen oude foto’s bekijken — met name één waarop ze beiden voor een zelfgemaakt kartonnen huis staan — lacht Sarah: “Dit is mijn favoriet. Want het zegt eigenlijk alles: samen bouwen aan iets nieuws. En ja, dat geldt ook voor woningbouw — daar doen we ons best voor.”

Gedeelde waarden binden hen al sinds kindertijd: gelijkheid voor vrouwen, klimaatactie en steun voor de LHBTQ-gemeenschap. Dat ze nu bij dezelfde partij zitten, is dan ook geen toeval — maar een logische stap. “We hebben nu veertien zetels als GroenLinks-PvdA, en daar gaan we zeker overheen. Dus ja, we hopen écht samen in de raad te komen”, zegt Lotte. Sarah knikt: “En ik denk dat we elkaar ook mooi aanvullen.”

Hier lees je alle verhalen over de gemeenteraadsverkiezingen 2026 in Brabant.

Bekijk origineel artikel

Fatbikes zijn vanaf vandaag uit de Enschede-se binnenstad – maar wie let er eigenlijk op?

In Enschede geldt vanaf vandaag een nieuw verbod: fatbikes mogen niet meer door het centrum fietsen tijdens de winkeluren. Denk aan die stoere fietsen met superbrede banden (breder dan 7 cm) én een elektrische hulpmotor. Wie er toch mee door de binnenstad raast, riskeert een boete van €115. En Enschede is de eerste gemeente in Nederland die dit zo duidelijk vastlegt.

Maar hier wordt het interessant: de politie doet niets met het verbod. En ook het Openbaar Ministerie gaat geen fatbikebestuurders strafrechtelijk vervolgen. Volgens justitie past het verbod niet in de bestaande wetgeving – want fatbikes vallen onder dezelfde regels als andere e-bikes met trapondersteuning. Dat betekent: een politieagent zal je dus niet beboeten.

Wel zullen gemeentelijke BOA’s (buitengewoon opsporingsambtenaren) wel handhaven. “Het OM vindt het juridisch kwetsbaar, wij niet”, zegt een woordvoerder van de gemeente. “Dit is een goed onderbouwde maatregel voor een echt maatschappelijk probleem.” Het verbod is tijdelijk en plaatsgebonden: alleen in het winkelgebied, en alleen tijdens openingstijden. Daarvoor is de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) aangepast.

De reden? Overlast. Volgens de gemeente rijden fatbike-gebruikers vaak met hoge snelheid door het centrum, soms in groepen, en wordt er zelfs gestunt – wat intimiderend kan overkomen.

Maar hoe ‘slim’ is het verbod eigenlijk?

Fatbikeverkoper Armando Muis begrijpt de veiligheidszorgen, maar twijfelt over de effectiviteit. Hij verkoopt al een tijdje de skinnybike: een soort fatbike met dunne banden – en daarmee buiten het verbod om. “Die verkopen als warme broodjes, over heel Nederland”, zegt hij. En ja, fatbikes worden in Enschede nog steeds veel verkocht – misschien omdat iedereen weet dat de politie er toch niet mee ophoudt.

Muis pleit voor een andere aanpak: een algemene maximumsnelheid van 20 km/u voor alle elektrische fietsen. “Op een gewone e-bike is 25 km/u ook gevaarlijk”, zegt hij. “Een lagere snelheid zou ongelukken verminderen.”

De gemeente weet dat skinnybikes en andere varianten het verbod kunnen omzeilen – en erkent dat ze daar weinig tegen kunnen doen. “We zullen nieuwe modellen die op de markt komen beoordelen, en waar nodig weer nieuwe regels maken”, zegt de woordvoerder.

Enschede loopt voorop – en andere gemeenten kijken mee

De Twentse stad wil met deze maatregel een voorbeeldfunctie vervullen, terwijl er op landelijk niveau nog niets concreets is. In het nieuwe coalitieakkoord staat wel dat fatbikes een eigen voertuigcategorie moeten krijgen – waardoor gemeenten later wel gerichter mogen regelen. Ook worden er plannen genoemd voor een minimumleeftijd, helmplicht en fatbike-vrije zones.

En Enschede doet dat laatste alvast. Wethouder Marc Teutelink vertelde eerder dat de gemeente dagelijks gebeld wordt door vier of vijf andere gemeenten die zeggen: “Als jullie het gaan doen, dan doen wij het ook.” Ook Amsterdam heeft onlangs besloten fatbikes op bepaalde drukke plekken te verbieden – zoals mogelijk het Vondelpark – al is nog niet bekend op welke locaties precies.

Bekijk origineel artikel

Zorgen over trollenlegers en andere digitale inmenging rond de verkiezingen

Over precies een week mogen Nederlanders weer naar de stembus om te beslissen wie er de komende jaren in hun gemeenteraad zit. En ja — het is best mogelijk dat mensen ergens ver weg proberen mee te doen aan die keuze, waarschuwen onderzoekers van Post-X Society. Vanuit de Kamer én het kabinet wordt die zorg gedeeld.

Post-X Society, een organisatie die zich opwerpt als ‘waakhond van de democratie’, zag rond de Tweede Kamerverkiezingen van vorig jaar al verschillende vormen van digitale inmenging. Denk aan zogeheten trollenlegers: grote groepen nepaccounts die actief waren uit Nigeria, Ghana en Ivoorkust. Die accounts verspreidden vooral politieke berichten uit uiterst rechtse hoek — en dat geldt ook voor onderwerpen die nu weer centraal staan bij de lokale verkiezingen van volgende week.

Directeur Pieter van Boheemen van Post-X Society legt uit: “Accounts in verre landen herplaatsen bijvoorbeeld berichten over asielzoekerscentra of windmolens. Dat maakt het algoritme van X (vroeger Twitter) denken: hé, dit is populair — laten we het extra veel tonen.” Het gevolg? Het publieke debat in Nederland wordt niet meer bepaald door burgers, maar door mensen die ervoor betaald krijgen. “Het debat wordt bepaald door iemand die ervoor betaalt”, zegt Van Boheemen. Wie er nou echt achter zit, weet hij niet zeker — “het kan iedereen met een creditcard zijn”. Maar hij vermoedt ook dat landen als Rusland en China hierbij betrokken kunnen zijn.

Staatssecretaris Aerdts (D66) van Digitale Economie en Soevereiniteit beaamt dat er ook gekeken wordt naar buitenlandse overheden als mogelijke aanstichters. “We weten in ieder geval dat andere landen belangen hebben om dit te doen”, zegt ze. “Vaak draait het om destabilisatie.”

Ook AI-gegenereerde inhoud speelde een rol tijdens de aanloop naar de vorige Kamerverkiezingen. Post-X Society zag nepvideo’s rondgaan waarin (veelal linkse) politici geweld werd aangedaan. En er circuleerden ook nepbeelden van geweld tegen migranten — bijvoorbeeld een jachtvliegtuig dat vluchtelingenbootjes op zee onder vuur neemt. Volgens Van Boheemen gaat het de daders om één ding: verdeeldheid en twijfel zaaien. “Er wordt bewust gestookt in onderwerpen die gevoelig liggen in Nederland.”

Of dit soort inmenging daadwerkelijk invloed had op de uitslag van verkiezingen? Dat heeft Post-X Society niet onderzocht. Maar Van Boheemen wijst erop dat bij lokale verkiezingen — zoals die van volgende week — al een klein beetje beïnvloeding genoeg kan zijn. Een paar honderd stemmen kunnen in een gemeente het verschil maken.

Staatssecretaris Aerdts neemt dit soort digitale manipulatie “ontzettend serieus”. “Je wil dat mensen hun eigen beslissingen kunnen nemen op basis van informatie die klopt.”

Meta — het moederbedrijf van Facebook, Instagram en WhatsApp — stelt wel dat het de afgelopen jaren een “uitgebreide aanpak” heeft ontwikkeld rond verkiezingen. Voor de Tweede Kamerverkiezingen was er volgens het Amerikaanse bedrijf zelfs een speciaal team ingezet om risico’s te monitoren en beoordelen.

Toch leven in de Tweede Kamer grote zorgen over de rol van sociale media. Kamerleden Rajkowski (VVD) en Kathmann (GL-PvdA) vinden dat platforms veel meer moeten doen. “Zij hebben de verantwoordelijkheid om te zorgen dat de online openbare ruimte veilig is”, zegt Rajkowski. “Het gaat om berichten die miljoenen mensen bereiken — dat is echt zorgelijk”, aldus Kathmann. “Daarom moeten platforms sneller ingrijpen, zodat het bereik kleiner wordt.” Volgens hen doen ze dat onvoldoende — en Aerdts is het met hen eens. Socialemediabedrijven moeten volgens haar meer modereren op schadelijke content én hun algoritmes transparanter maken. “De grote bedrijven houden zich niet aan de wetgeving die er al is.”

Rajkowski en Kathmann wijzen daarbij op Europese regels tegen online beïnvloeding die onvoldoende worden gehandhaafd. VVD en GL-PvdA kijken daarom naar de EU-toezichthouder — en vinden dat die er veel strakker “bovenop moet zitten”.

Bekijk origineel artikel

Man door politie verwond met kettingzaag, maar agent wordt niet vervolgd

Het was een zware inval: op maandag 11 augustus vorig jaar stormde de Dienst Speciale Interventies (DSI) een woning binnen — en dat gebeurde met een kettingzaag. Niet met een stormram, want die had het niet gehaald. De bewoner stond toevallig achter de voordeur toen de deur werd geforceerd… en raakte daarbij gewond. Welke verwondingen hij precies opliep, is nooit openbaar gemaakt.

Belangrijk detail: hij was niet de man waar de politie op uit was. Die bleek een 18-jarige verdachte van een gewapende overval — en die werd wel degelijk in de woning aangehouden.

Omdat iemand gewond raakte bij een politieactie, onderzocht de rijksrecherche standaard wat er gebeurd was. Maar het Openbaar Ministerie concludeerde uiteindelijk dat het gebruik van de kettingzaag ‘redelijk’ was, gezien de omstandigheden. Daarom wordt de betrokken agent niet vervolgd.

Voor wie het zich afvraagt: dit valt in dezelfde periode als een andere zware politie-incident — in september vorig jaar schoot een agent in Capelle aan den IJssel een 15-jarige verdachte dood. In deze video wordt duidelijk uitgelegd wanneer schieten wettelijk toegestaan is — en wanneer niet:

Bekijk origineel artikel