Tottenham geeft Champions League-wedstrijd weg met reeks blunders
Atlético Madrid heeft in de eerste wedstrijd van de achtste finales van de Champions League Tottenham Hotspur met maar liefst 5-2 verslagen. De Spurs leken wel hun eigen grootste tegenstander, dankzij een avond vol glijpartijen en ongelooflijke fouten. Vooral doelman Antonín Kinsky zal deze avond in Madrid nog lang niet vergeten.
Een nachtmerrie begint vroeg
Het ging al binnen een paar minuten volledig mis. De Tsjechische keeper gleed uit, waarna Atlético de bal razendsnel rond speelde en Marcos Llorente eenvoudig kon scoren voor de 1-0. Kinsky, die dit seizoen bijna niet had gespeeld, leek compleet uit zijn ritme. De keuze van coach Igor Tudor om hem te laten starten in plaats van de vaste keeper bleek al snel een gok die volledig mislukte.
Cadeautjes uitdelen
Nog voor het kwartier vol was, gaven de Spurs de wedstrijd eigenlijk al weg. Eerst gleed verdediger Micky van de Ven uit, en daarna schoot Kinsky een terugspeelbal gewoon tegen zijn eigen been aan. Atlético’s sterspelers Antoine Griezmann en Julián Álvarez hoefden die geschenken alleen maar in te pakken, waardoor de stand binnen vijftien minuten al op een pijnlijke 3-0 stond.
Keeper gewisseld nog voor rust
Coach Tudor had genoeg gezien. Nog voor de 20e minuut was bereikt, in de 17e minuut om precies te zijn, haalde hij de onfortuinlijke Kinsky alweer van het veld. Guglielmo Vicario, de gebruikelijke nummer één, mocht alsnog invallen. Maar ook hij kon niet voorkomen dat Robin Le Normand voor de 4-0 zorgde. Pedro Porro maakte even later wel een mooie treffer voor Tottenham, waardoor het voor rust nog 4-1 stond.
Ook Oblak deelt een presentje uit
Na rust zette Atlético de puntjes op de i. Een geweldige pass van Griezmann zette Álvarez alleen voor Vicario’s doel, en de Argentijn maakte er soepel 5-1 van. Tottenham kreeg aan het eind nog een troostdoelpunt, en dat kwam ook door een fout. Deze keer was het Atlético’s doelman Jan Oblak die de bal slecht wegwerkte, recht op de voeten van Porro. Dominic Solanke schoot de kans raak: 5-2. Een avond om snel te vergeten voor Spurs.
Humanitair visum redt Iraanse voetbalsters
Australië heeft vijf Iraanse voetbalsters een humanitair visum toegekend. De speelsters hadden asiel aangevraagd nadat ze vorige week, voorafgaand aan een wedstrijd tegen Zuid-Korea, niet meezongen met het Iraanse volkslied. In hun thuisland werd dit gezien als een daad van verzet, waardoor de vijf in de staatsmedia werden bestempeld als verraders. Na dit incident verlieten ze hun hotel en werden ze ondergebracht op een veilige plek.
Op de Instagram-pagina van de Australische minister van Binnenlandse Zaken, Tony Burke, was te zien hoe de vrouwen hun papieren ontvingen. “Ik kan me niet voorstellen hoe moeilijk deze beslissing voor elk van hen was, maar gisteravond was er duidelijk sprake van vreugde en opluchting,” zei Burke. Het is onduidelijk of de rest van het team ook asiel zal aanvragen en blijft, of terugkeert naar Iran. Volgens Burke heeft elk teamlid een aanbod gekregen.
Het team was in Australië voor het Aziatisch kampioenschap. Ze verloren zondag hun laatste groepswedstrijd op het toernooi, waar ze vorige maand arriveerden. Na hun uitschakeling rees de vraag of ze veilig konden terugkeren naar Iran vanwege hun actie. In een latere wedstrijd zongen en salueerden de speelsters wel tijdens het volkslied.
Onder anderen de Amerikaanse president Donald Trump deed een oproep aan Australië om de speelsters asiel te verlenen, uit bezorgdheid voor hun veiligheid bij terugkeer. Ook spelersvakbond FIFPro en de Australische autoriteiten maken zich zorgen. Een publieke oproep om het team te beschermen kreeg veel steun. Demonstranten verzamelden zich na de laatste wedstrijd bij het hotel en de teambus, met leuzen als “Red onze meiden”.
De FIFA heeft laten weten dat de veiligheid van het team een prioriteit is en dat ze in contact staan met de Aziatische voetbalbond en de Australische autoriteiten.
Een familie vol motorsportjunkies: passie en doorzettingsvermogen in de crosswereld
Als peuter was hij al niet weg te slaan bij zijn loopfiets. Jayson van Drunen (17) uit Eindhoven stapte later op de fietscross, maar het was een logische stap dat de fiets uiteindelijk plaatsmaakte voor een motor. Dit jonge motorcrosstalent, dat binnenkort aan het EK gaat deelnemen, heeft de passie niet ver van huis. Zijn vader Marcel reed jarenlang mee in de top. “We gebruiken niks, maar zijn wel samen junkies: motorsportjunkies.”
Marcel van Drunen (55) zat al op zijn zesde op de motor. Na zijn schooltijd gooide hij het roer om en richtte hij zich volledig op zijn carrière als motorcrosser. Hij veroverde onder meer een Nederlandse titel en drie Duitse titels. Later stapte hij over naar supermoto, waar hij acht keer Nederlands kampioen werd en in 2004 zelfs Europees kampioen. Sinds 2007 is hij ondernemer in motorsportkleding en runt hij zijn eigen Supermotorschool. “Ervaring of niet, iedereen kan bij mij op de motor stappen.”
Naast zijn eigen activiteiten is Marcel een belangrijke steun in de carrière van zijn zoon Jayson. Toch vindt hij het niet altijd makkelijk dat zijn zoon het racevirus te pakken heeft. “Ik denk soms: had ik het maar niet gedaan. Jayson heeft zware blessures gehad, dat maakt het niet leuk. Ik had tot mijn zestiende niks, maar hij heeft zo’n beetje alles al gebroken. Van bovenbenen, onderarmen tot zijn knie, je kunt er een boek over schrijven.”
Marcel is onder de indruk van het karakter van zijn zoon. “Wat heel knap is, dat hij zich telkens terug knokt. Dat doorzettingsvermogen is een vak apart. Ik heb vaak genoeg gezien dat een topsporter na een blessure niet meer z’n oude niveau haalt.”
Blessures horen erbij in de motorcross, maar Jayson weet dat dit het minst leuke onderdeel is. Dat betekent niet dat hij voorzichtiger is geworden op de baan. “Ik kan op 90 procent gaan rijden, dan is de kans op blessures niet zo groot. Maar ik streef naar het allerbeste niveau en dan moet ik alles geven.”
Ondanks tegenslagen blijft Jayson groeien. Komend seizoen rijdt hij voor DVS Junior TM Racing mee in het Europees kampioenschap 250cc. Een mooie stap vooruit, zeker na een vorig seizoen in de EMX125 dat werd geteisterd door blessures. “Begin vorig jaar ging het heel goed, misschien wel mijn beste vorm ooit”, vertelt hij. “Helaas kwam ik zwaar ten val en brak ik mijn been. Toen ik net terug was, viel ik weer en brak ik mijn pols en sleutelbeen. Bijna heel het seizoen weg, maar gelukkig kon ik nog een wedstrijd rijden waarin ik heel goed was. Ik denk dat de baas van mijn nieuwe team dat is opgevallen.”
Over een aantal weken gaat zijn eerste EK-wedstrijd van het seizoen van start. Zijn conditie is goed en blessureleed is er niet. “In de winter heb ik twee weken gefietst in Tenerife. Nu in Nederland cross ik vier keer per week, twee keer ga ik naar de gym en ik fiets. Ik voel me fit, na mijn eerste wedstrijd weet ik waar ik ongeveer sta in het deelnemersveld.”
Zijn ultieme droom? De top bereiken: de MXGP. Vader Marcel hoopt van harte dat zijn zoon hem qua prestaties kan overtreffen. “Ik hoop dat hij een betere crosser wordt, dat gun ik hem van harte. Ik was geen supertalent en moest het hebben van mijn discipline. Dat karakter en die passie zie ik terug bij Jayson.”
PSV kan mogelijk eerder kampioen vieren in Velsen-Zuid
Goed nieuws voor alle PSV-fans! De uitwedstrijd tegen Telstar is vervroegd. Die stond eerst gepland voor acht uur ’s avonds op zondag 22 maart, maar de aftrap in Velsen-Zuid gaat nu om kwart voor vijf van start. De club uit Eindhoven maakte dat dinsdagmiddag bekend.
Waarom deze wijziging? Nou, dit zou zomaar de wedstrijd kunnen zijn waarin PSV de landstitel binnenhaalt. Als het komend weekend nog niet lukt, dan is de kans heel groot dat het een week later in Velsen-Zuid wél gaat gebeuren. Met de oorspronkelijke late aanvangstijd zou het team pas laat op de avond terug zijn in Eindhoven. Door de wedstrijd te vervroegen, kan een mogelijk kampioensfeest dus een stuk eerder beginnen!
Honkballers van het Koninkrijksteam WBC-droom voorbij
Het is definitief gedaan voor de honkballers van het Nederlands Koninkrijksteam op de World Baseball Classic. Het team van bondscoach Andruw Jones kan simpelweg niet meer bij de top twee van de poule eindigen. Dat komt door de overwinning van de Dominicaanse Republiek op Israël, die met 10-1 eindigde in het stadion van de Miami Marlins.
Na de flinke tik tegen de Dominicaanse Republiek afgelopen zondag (12-1) leefde er nog een heel klein sprankje hoop, maar die is nu volledig verdwenen. Het toernooi is voor Oranje dus voorbij, ook al staat er dinsdag nog een laatste poulewedstrijd op het programma tegen Israël. Die wedstrijd bepaalt wie er als derde in de groep eindigt.
Het toernooi verliep wisselvallig voor het team. Het begon met een nederlaag tegen Venezuela, gevolgd door een spannende en zwaarbevochten zege op Nicaragua. Het is even slikken, want in 2013 en 2017 wisten de Nederlandse honkballers nog door te dringen tot de halve finales. De uitschakeling in de groepsfase doet denken aan drie jaar geleden, toen het avontuur ook vroegtijdig ten einde kwam.
Dromen van een Nederlands para-ijshockeyteam, maar onze enige speler komt uit voor Duitsland
Op het paralympische ijshockeytoernooi deze week is er één opvallende Nederlander te vinden: Bas Disveld. Toch zie je hem niet in oranje. Hij speelt namelijk met een Duits shirt op zijn rug. Voor een Nederlands team kiezen kan niet, want dat bestaat gewoon niet. Para-ijshockey is een van de grootste sporten op de Paralympische Spelen, maar net als op de Olympische Spelen ontbreekt Nederland deze week in Milaan en Cortina. In ons land wacht de sport nog steeds op een echte doorbraak.
De pioniers in Nederland proberen de sport van de grond te krijgen
Gelukkig zijn er mensen die zich hiervoor inzetten. Mees Hessels, zelf ijshockeyer en professioneel rolstoelbasketballer in Duitsland, probeert met een groep fanaten de sport hier te ontwikkelen. “Het begint steeds groter te worden, maar er is nog wel veel werk te verrichten,” zegt hij. Lang was er voor Nederlanders met een fysieke beperking en een passie voor ijshockey helemaal niets, maar dat begint nu te veranderen. “We zijn opgenomen in de landelijke ijshockeybond. Zodoende zijn er nu landelijke wedstrijden. Dat is een goede stap. Sinds vorig jaar hebben we een officiële competitie met drie teams. We krijgen er steeds meer spelers bij, de sport is groeiende.”
Waarom onze enige paralympische ijshockeyer voor Duitsland uitkomt
Die ene Nederlander die wél op het hoogste niveau meespeelt, is dus Bas Disveld. Deze week komt hij uit voor het Duitse team tegen landen als China, de Verenigde Staten en gastland Italië. Zijn keuze voor Duitsland heeft een persoonlijke reden: “Mijn vader was gestationeerd op een NAVO-basis in het noorden van Duitsland. Hij is daarna met zijn gezin blijven plakken.” Zijn weg naar de sport was onverwacht. In 1997 had hij een ernstig auto-ongeluk. “Ik moest door een revalidatie, zocht een sport en belandde in het para-ijshockeyen. Terwijl ik er eerst niks mee had.”
De uitdagingen: late trainingen en weinig spelers
Disveld snapt de moeilijkheden in Nederland maar al te goed. “Echt veel mensen die het willen, zijn er gewoon niet. Dan krijg je in ijsbanen ook de lastigste trainingstijden. Wij trainen om half elf ’s avonds, dan ben ik om 2.00 uur thuis en gaat een paar uur later de wekker voor werk. Ouders laten hun kinderen die de dag erna gewoon naar school moeten dan natuurlijk niet meedoen.” Je moet er dus veel voor over hebben om deze sport te beoefenen.
Hoe het in andere landen wél lukt: het voorbeeld van Slowakije
Hoe pak je dat dan wel aan? Martin Joppa, aanvoerder van het Slowaakse team, vertelt hoe het daar ging. Tien jaar geleden stonden zij ongeveer waar Nederland nu staat. “Hoe begin je? Zo veel mogelijk atleten vinden. Probeer in het begin gewoon lol te hebben. Je hoeft de eerste tien wedstrijden niet te winnen.” In Slowakije draait alles om het stadje Dolny Kubin. “In onze regio is iedereen bekend met paralympisch ijshockey. We spelen al vijftien of zestien jaar in dat ene stadje.” Maar ook daar is het soms moeilijk. “Iedere speler telt. Er haken ook veel mensen af, want het is ook een harde en kille sport.”
De droom van een Nederlands paralympisch team blijft leven
De late trainingstijden en koude hallen houden Hessels en zijn teamgenoten niet tegen. Zijn grote hoop is dat er ooit een Nederlands team op de Paralympische Spelen staat. “Ik hoop dat ik dat mee ga maken.” Financiële steun als paralympische sport van NOC*NSF is er niet, dus het wordt een kwestie van doorzetten. “We hebben meer bekendheid nodig. Een uur rijden voor een uur ijshockeyen is nu standaard.” De teams in de competitie kunnen ook meer spelers gebruiken. “In Amsterdam is de selectie inmiddels goedgevuld, maar in Dordrecht hebben we bijvoorbeeld nog wel echt wat spelers nodig. Bij ons hebben we nu ongeveer dertig ijshockeyers die meedoen.”
Ze blijven proberen de sport onder de aandacht te brengen. “We organiseren af en toe clinics. En de play-offs worden ergens in het land gespeeld waar we nog niet geweest zijn,” zegt Hessels. Iedereen is welkom om eens te komen kijken of het uit te proberen. Zijn enthousiaste uitnodiging: “Stap een keertje in de slee.”
