Tankers durven de Straat van Hormuz bijna niet meer – en Trump roept ze gewoon op om ‘meer lef’ te tonen

Een Europese olietanker, beladen met een miljoen vaten Saudische olie, dook gisteren plots op voor de kust van India. Het schip was stiekem – écht stiekem – door de Straat van Hormuz gevaren, ondanks het grote risico op een Iraanse aanval. Een zeldzaam geval, want sinds Iran vorige week de zeestraat formeel ‘dichtverklaarde’ en westerse tankers begon te targeten, blijft bijna alle scheepvaart gewoon thuis.

President Trump daarentegen roept de bemanningen op om “meer lef” te tonen. Zijn reden? Volgens hem zou de Iraanse marine inmiddels al “vernietigd” zijn. Alleen: de realiteit ziet er anders uit.

De Straat van Hormuz is geen willekeurige waterweg – het is een van de belangrijkste olieaders van de wereld. Één op de vijf olie- en LNG-ladingen die wereldwijd worden verscheept, gaat hierdoorheen. Normaal gesproken passeren er dagelijks zo’n 140 tankers. Nu? Bijna niemand durft nog. Gevolg: enorme schommelingen in energieprijzen én op de beurzen.

En waarom niet? Omdat meer dan duizend olietankers momenteel gewoon wachten – aan beide kanten van de straat – op nieuwe instructies. Hun eigenaren en verzekeraars willen ze niet door de zone laten varen. Varen zonder verzekering is riskant genoeg, maar de kans dat een Iraanse drone of raket inslaat – en de bemanning in groot gevaar brengt – is wat iedereen echt bang maakt. Zo vertelt een marktanalist aan The Guardian.

Tot nu toe zijn er slechts een paar bekende gevallen van westerse tankers die stiekem de straat durven passeren. En hoe doen ze dat? Twee manieren:
– Ze zetten hun automatische positie- en koerssignalen (AIS) uit, zodat ze ‘onzichtbaar’ worden op maritieme radar.
– Of ze geven een valse naam op – bijvoorbeeld van een schip eigendom van Rusland of China – zodat de Iraniërs denken: “Dat is één van ons.”

Maar er is nog een extra complicatie: de GPS. Die wordt bewust verstoord – zowel door Iran als door de VS en Israël. Resultaat? Tankers moeten terugvallen op ouderwetse navigatie: radar, kaarten en puur met het blote oog. Niet ideaal in een smalle, drukbevaren oorlogszone.

Een klein aantal olietankers met banden naar Iran slaagt er wel in door te varen – ook zij gebruiken allerlei trucs om onder de radar te blijven, en melden hun locatie pas weer als ze bijna bij China zijn.

Ondanks Trumps claim dat de straat “weer veilig is”, wijst alles op het tegendeel: de strijd om deze strategische waterweg woedt harder dan ooit. De Iraanse veiligheidschef Larijani gaf vandaag een duidelijke boodschap: “De Straat van Hormuz kan een straat zijn van vrede en welvaart voor allen, of een straat van vernedering en leed voor oorlogszuchtigen.”

Kort daarvoor had Amerikaanse topgeneraal Caine gezegd dat de VS al vijftig Iraanse oorlogsschepen tot zinken heeft gebracht of zwaar beschadigd – en dat mijnleggers op dit moment onder vuur liggen.

Trump wil de olievoorziening koste wat het kost veiligstellen. Hij bood vorige week al Amerikaanse staatsgaranties ter waarde van 17 miljard euro aan voor tankers die hun verzekering kwijt zijn door de Iraanse dreiging. Daarnaast wil hij Amerikaanse marineschepen als escorte inzetten. Maar meerdere eigenaren van tankers in de Perzische Golf zeggen tegen Lloyd’s List: zelfs met een Amerikaanse escorte durven ze de Straat van Hormuz niet in.

Ook Europa probeert iets te doen. Britse premier Starmer besprak de blokkade vandaag met Duitse bondskanselier Merz en Italiaanse premier Meloni. Ze overwegen verschillende opties om de vrije vaart te steunen – maar meer details lieten ze voorlopig achterwege.

Iran probeert intussen de wereldwijde angst voor oliecrisis als politiek drukmiddel te gebruiken. Vandaag bood Teheran vrije doorvaart aan voor schepen van Arabische en Europese landen – maar alleen als ze de ambassadeurs van Israël en de VS hun land uit zetten. Tot nu toe is daar nog geen land op ingegaan.

En dan is er nog iets nieuws op zee: inlichtingendeskundigen melden vandaag de komst van een “drijvende Chinese supercomputer” in de Golf van Oman – vlakbij de Straat van Hormuz. De Liaowang-1, gebouwd vorig jaar, is uitgerust met geavanceerde satelliet-tracking, rakettelemetrie en radar. Officieel is het schip bedoeld voor Chinese ruimtevaartondersteuning. Experts denken echter dat het perfect geschikt is om luchtbewegingen van Israël en de VS te volgen – en mogelijk zelfs de Iraanse strijdkrachten van hoogwaardige inlichtingen te voorzien. Concreet bewijs hiervan is er nog niet, maar de zorg is wel degelijk aanwezig.

Bekijk origineel artikel

Opsporingsfoto’s openbaar maken: wanneer mag dat écht?

(En waarom die dertien Brabantse verdachten nu op schermen, social media én de politiewebsite staan)

De politie heeft beelden van dertien verdachten uit Brabant vrijgegeven — maar niet meteen herkenbaar. Eerst zijn ze onduidelijk of bewust verstoord, zodat niemand direct kan zien wie het is. Maar als ze zichzelf binnen een bepaalde termijn niet melden, verschijnen hun gezichten op 23 maart wel herkenbaar op grote schermen, sociale media en de officiële politiewebsite. Dat gebeurt in het kader van de landelijke campagne Game Over, waarin in totaal honderd verdachten worden getoond. Ze zouden zich hebben voorgedaan als politieagent of bankmedewerker om mensen op te lichten.

Maar… mag dat zomaar? Wie beslist eigenlijk of jouw gezicht op internet komt te staan — zelfs als je nog niet veroordeeld bent? En wat gebeurt er als iemand je herkent én je ouders je dan gewoon ‘afleveren’ bij het bureau?

Wie heeft de knop in handen?

Niet de politie — die doet het onderzoek en verzamelt bewijs, maar mag beelden niet zomaar naar buiten brengen. De beslissing ligt bij het Openbaar Ministerie (OM). In Oost-Brabant zijn daarvoor twee officieren specifiek aangewezen. Zij kijken per zaak of het tonen van beelden echt nodig is om een verdachte te vinden. En daarbij geldt: eerst moeten minder ingrijpende stappen zijn genomen — zoals beelden intern delen of onherkenbaar publiceren.

“Wij willen verdachten eerst de kans geven om zichzelf te melden”, legt Mark van der Wel, persvoorlichter van het OM Oost-Brabant, uit. Pas als dat niet gebeurt, mag het herkenbaar worden.

Wanneer is het ‘zwaar genoeg’?

Het is geen knop die je zomaar indrukt. Er moet een zware afweging plaatsvinden: weegt het opsporingsbelang zwaarder dan de inbreuk op de privacy van de verdachte? En het gaat altijd om serieuze misdrijven.

“Als jij één tandenborstel steelt bij Kruidvat, word je niet op beeld gezet. Het moet echt om een serieus feit gaan”, benadrukt Van der Wel. “Gaat het om dozen vol, dan kan het weer een ander verhaal zijn.” Elke keer wordt opnieuw bekeken of het tonen van beelden in verhouding staat tot het misdrijf. Zo werd het bijvoorbeeld ook toegepast na de kampioensrellen van PSV Eindhoven in 2025 — toen kwamen relschoppers herkenbaar in beeld, in de hoop dat ze snel gevonden konden worden.

Werkt het wel?

Ja, volgens het OM. Mensen herkennen zichzelf of worden herkend door anderen — en melden zich dan vaak toch. Soms speelt familie een rol: “Er zijn verhalen bekend dat een vader of moeder de eigen zoon herkende en die zelf kwam afleveren op het bureau.” Zodra iemand zich meldt of wordt gepakt, worden de beelden zo snel mogelijk verwijderd.

De campagne wil niet alleen verdachten vinden, maar ook afschrikken: denk er dus goed over na voordat je je laat gebruiken als nep-agent of nep-bankmedewerker. Want vaak zijn het juist de jonge ‘loopjongens’ die op beeld komen — terwijl de echte grote fraudeurs vaak buiten beeld blijven.

Een ‘vergaande maatregel’, zegt de advocaat

Strafrechtadvocaat Leonie van der Grinten noemt het herkenbaar tonen van verdachten een ingrijpende stap. “Ik vind het een vergaande maatregel. Privacy is een heel groot goed. Alles wat op internet komt te staan, blijft daar een eeuwigheid.” Ze wijst ook op de onevenredigheid: de beelden raken vaak jonge verdachten, terwijl de grotere schuldigen vaak onaangetast blijven. “Het kan echt hun hele toekomst beïnvloeden. Misschien heb je de rest van je leven een probleem als het gaat om het zoeken van een baan.” Volgens haar is het middel alleen te rechtvaardigen als het opsporingsbelang duidelijk zwaarder weegt dan de schade voor de verdachte.

Bekijk origineel artikel

Von der Leyen: ‘Kernenergie de rug toekeren? Dat was een grote strategische fout’

De Europese Commissie wil écht af van die hoge, wispelturige energierekeningen — en vooral van die kwetsbare afhankelijkheid van olie- en gasleveranciers elders in de wereld. En ja, de oorlog in het Midden-Oosten laat opnieuw zien hoe snel prijzen omhoogschieten als er ergens een spanning ontstaat. Daarom zet de EU nu krachtig in op eigen energieproductie. En daarbij speelt kernenergie ineens weer een centrale rol.

Commissievoorzitter Ursula von der Leyen noemt het bewust terugdraaien van kernenergie in Europa een ‘strategische fout’. Volgens haar moet dat nu worden hersteld — niet om fossielen te vervangen door kernenergie alleen, maar om een slimme mix te bouwen: hernieuwbare energie én kernenergie, hand in hand.

Op de kernenergietop in Parijs legde ze uit waarom: “Voor fossiele brandstoffen zijn we volledig afhankelijk van dure en onvoorspelbare import. Dat geeft ons een structurele achterstand ten opzichte van andere regio’s.” En die kwetsbaarheid is geen theorie — denk aan de energiecrisis na de Russische inval in Oekraïne, toen de rekeningen letterlijk explodeerden.

Het gekke? Die afhankelijkheid is bijna onveranderd gebleven: zowel in 2004 als in 2024 haalde de EU nog steeds 57 procent van haar energie uit het buitenland. Een cijfer dat de Commissie absoluut wil laten zakken — en dat kan alleen met meer eigen, betrouwbare bronnen.

Daarom richt de focus zich nu op kleine kernreactoren (SMR’s). Ze moeten na 2030 al in gebruik zijn — en ja, dat klinkt ambitieus. Wereldwijd zijn er tot nu toe maar een paar SMR’s gebouwd, en géén enkele in een westerse lidstaat. Toch zit er wel wat in het idee: ze zijn relatief compact, leveren continu stroom (ongeacht wind of zon), en zouden goed passen bij zware industrie of datacentra. In Nederland, het VK, de VS en Canada wordt al hard gewerkt aan de ontwikkeling — ook het nieuwe kabinet wil hierop inzetten.

Maar realistisch gezien is het nog een lange weg. De techniek is duur, complex en nog lang niet rijp voor massaproductie. Critici waarschuwen dan ook: dit is nog lang geen ‘heilige graal’ van de energietransitie. Europarlementariër Mohammed Chahim (GroenLinks-PvdA) benadrukt dat het ‘voorlopig echt een theoretische realiteit’ is. Zijn collega Jeannette Baljeu (VVD) is juist enthousiast: “Je moet echt op grotere schaal met deze techniek aan de slag — anders ligt al die knowhow straks weer in China of Amerika, en zijn we daar weer afhankelijk van.”

Om het proces op gang te brengen, komt de Commissie vandaag met een pakket maatregelen: betere samenwerking tussen lidstaten, snellere vergunningsprocedures, duidelijkere regels voor testen van nieuwe technologieën — en 200 miljoen euro extra voor investeringen in SMR’s. Concreet? Nog niet helemaal. Maar de boodschap is wel duidelijk: kernenergie krijgt weer een plek op de Europese energieagenda.

Bekijk origineel artikel

Bijna 40 pinguïns gestorven in Beekse Bergen door darminfectie

In Safaripark Beekse Bergen is de afgelopen vijf maanden een zware klap gevallen voor de kolonie Afrikaanse pinguïns: maar liefst 39 dieren zijn overleden aan een darminfectie. Dat bevestigt een woordvoerder van het park tegenover Omroep Brabant, na eerder berichtgeving door pretparksite Looopings.

De oorzaak? Een bacteriële infectie in de darmen — vermoedelijk verspreid door wilde vogels die toevallig langs het gebied vlogen. Het park heeft al flink ingegrepen om te voorkomen dat de infectie zich verder uitbreidt.

Van de oorspronkelijke groep Afrikaanse pinguïns zijn er nu nog achttien over. Gelukkig gaat het met die overgebleven dieren goed — ze worden extra nauwlettend in de gaten gehouden door dierenartsen en verzorgers. Voor bezoekers zijn ze al sinds december niet meer te zien. Dat komt echter niet door de ziekte, maar gewoon door de winter: zoals elk jaar verblijven ze dan ‘achter de schermen’ tot het weer weer wat milder wordt. “Zodra de situatie weer helemaal op orde is én het weer het toelaat, mogen ze weer naar buiten”, zegt de woordvoerder.

Overigens is dit niet de eerste keer dat het park afscheid moest nemen van pinguïns binnen een kort tijdsbestek. Vorig jaar verdwenen er al veertien — die waren eerder overgekomen uit een dierentuin in Friesland, maar werden kort daarna ziek. Waaraan ze precies zijn overleden, is nooit duidelijk geworden. “Maar we hopen echt niet dat er ieder jaar pinguïns gaan sterven”, aldus de woordvoerder.

Bekijk origineel artikel

Angèle uit Breda heeft een zeldzame braakziekte — en eet daarom voor zes personen

Angèle (39) uit Breda leidde vroeger een levendig, kleurrijk leven: ze werkte achter de schermen op grote festivals zoals Paaspop en Zwarte Cross, en had een passie voor licht- en geluidstechniek. Maar één ongelukje tijdens een klus in de Heineken Music Hall veranderde alles — in een oogwenk. Een zware kist kwam met volle kracht tegen haar hoofd, en vanaf dat moment begon een langdurig, pijnlijk en vaak onbegrepen medisch avontuur.

Naast hersenletsel bleek ze ook te lijden aan rumination syndrome: een zeldzame aandoening waarbij je binnen een minuut na het eten automatisch alles weer terugspuugt. Geen misselijkheid, geen waarschuwing — gewoon directe reflex. “Ik moet voor zes tot zeven personen eten om nog wat voedingsstoffen binnen te krijgen”, vertelt ze met een rustige, maar duidelijke stem.

Haar thuis is sinds bijna zes jaar een wit busje — noodgedwongen. Daarin vind je een kraan, een klein zithoekje, een bed… en grote bekers — voor het spugen. Elke avond, van vijf tot elf uur, is ze ‘aan de slag’: eten, spugen, herhalen. Ze kots meer dan twaalf liter per dag. Haar dagmenu? Tien eieren, een halve liter olijfolie, een kilo groente — alles fijngeblender, want anders krijgt ze keelbloedingen en kan ze wekenlang niet praten.

De kosten? Meer dan €2000 per maand aan boodschappen. En hoewel ze zich emotioneel sterk houdt en vaak zelfs lacht over haar verleden werk, is het leven nu stil, donker en eenzaam. “Mijn wereld werd steeds kleiner”, zegt ze. Artsen wisten jarenlang geen raad. Pas in Amerika kreeg ze een naam voor haar klacht — en een manier om ermee te leven. Niet om er vanaf te komen, maar om er mee te leven.

Toch blijft de toekomst onzeker. “Nog twintig jaar spugen is niet oké voor je slokdarm”, zegt ze bezorgd. Ze hoopt op een arts die mee wil kijken naar mogelijke oplossingen. En ze droomt ervan om weer een vast adres te hebben — geen tijdelijke bus, maar een veilig, eigen plek waar ze langzaam weer een leven kan opbouwen. Daarom is ze een crowdfunding gestart.

Bekijk origineel artikel

Bezuinigingen op de gehandicaptenzorg zorgen voor een krappe, maar pittige breuk in de Tweede Kamer

Een bijzondere stemming gisteren in de Tweede Kamer: het ging over de bezuinigingen op de gehandicaptenzorg — en die leidde tot een écht krappe uitslag. Niet één fractie, maar allemaal samen bepaalden het resultaat: 75 leden waren voor een motie om die bezuinigingen te schrappen, en 74 waren tegen. Dat is dus maar één zetel verschil. En ja, dat maakt het wel een behoorlijk spannende zaak.

Wat er precies gebeurde? Nadat twee keer eerst per fractie was gestemd — zonder dat er een duidelijke meerderheid uitkwam — werd er uiteindelijk hoofdelijk gestemd: elk lid van de Kamer gaf persoonlijk zijn of haar stem af. En toen viel de keus: 75 keer ‘ja’ tegen de bezuinigingen, 74 keer ‘nee’.

De VVD, als coalitiepartij, blijft echter vasthouden aan de plannen. Kamerlid Becker was op werkbezoek in het buitenland en kon dus niet meedoen aan de stemming. En ze was ook niet ‘gepaird’ — wat betekent dat haar stem automatisch zou zijn weggestreept tegen die van een oppositielid (zoals vaak gebeurt bij afwezigheid). Was ze er wel geweest, dan was het 75–75 geworden. Was ze wel ‘gepaird’, dan had het 74–74 kunnen worden. Zo’n klein detail, maar wel één dat de hele uitslag bepaalde.

Hoewel de meerderheid extreem krap is, zegt het wel iets: veel Kamerleden vinden deze bezuinigingen op de gehandicaptenzorg echt lastig. Het is dus een duidelijk signaal naar het kabinet — maar geen harde opdracht om meteen alles terug te draaien. Voor D66, VVD en CDA is het nu vooral een kwestie van overleg: als deze bezuiniging niet doorgaat, moet het geld elders vandaan komen. En dat is niet eenvoudig.

CDA-leider Bontenbal ziet het realistisch: “Zo’n situatie hoort bij een minderheidscoalitie.” Volgens hem speelt zich elke week opnieuw een soortgelijk financieel debat af — en uiteindelijk moet de begroting toch kloppen. Daarom verwacht hij dat de discussie over bezuinigingen pas echt samenkomt in de Miljoenennota rond Prinsjesdag: dan moet het totaalplaatje op orde, en dan wordt ook over dit onderwerp opnieuw gesproken — met de oppositie én onderling.

De motie kwam van CU-leider Mirjam Bikker. Zij benadrukt dat de bezuinigingen voor mensen met een handicap al lang niet meer los van elkaar staan — ze stapelen zich op. Denk aan hogere eigen risico’s, minder ondersteuning, steeds meer zelfregie. Samen met de bezuinigingen van het vorige kabinet komen de plannen van dit kabinet op zo’n 500 miljoen euro. En dat voelt, volgens haar, gewoon te veel.

Bekijk origineel artikel