Flits-brand in Delfzijl: grote rookpluim, maar gelukkig buiten blijven

TL;DR Er stond vanochtend flink wat spektakel op de planning bij JBP Logistics in het chemiepark van Delfzijl. Een flinke brand op het dak van het bedrijf produceerde zoveel rook dat heel de omgeving via NL-Alert werd gewaarschuwd. Goed nieuws: het vuur bleef beperkt tot een stapel zonnepanelen en raakte de brandbare spullen daarbinnen niet. De brandweer is nog wel even bezig met nablussen, maar het gevaar lijkt geweken.

Zonnepanelen in de fik

Rond half elf sloeg de vlammen uit het dak van JBP Logistics – niet echt het plekje waar je brand wilt. Volgens de veiligheidsregio was het binnen vijf minuten al “zeer grote brand”. De zonnepanelen veranderden in een soort vuurwerk, wat natuurlijk enorm veel zwarte rook produceerde.

NL-Alert voor Farmsum en wijde omtrek

Omdat die rook recht op dorpen als Woldendorp en Nieuwolda afzakte, ging iedereens telefoon: ramen en dicht, mensen! Een halfuurtje later werd het bericht alweer ingetrokken – het was dus binnen no-time duidelijk dat het vuur niet in de loods met benzine, schoonmaakmiddelen, chemicaliën en gasflessen was geslagen.

Nablussen duurt nog even

De brandweer blijft nog een paar uur nablussen, maar de boel is dus meegevallen. Hoe de zonnepanelen precies in brand zijn gevlogen, is nog een raadsel.

Bekijk origineel artikel

Van Midden-Oosten naar Canarisch: zo verandert ons vakantiegevoel door het conflict

“Ik wil morgen al op avontuur, maar …”

Bellen, appen, mailen – je kunt het zo gek niet verzinnen – reisbureaus krijgen het allemaal. Aan de andere kant van de lijn zit soms een terugkeerder die met opgetrokken knieën op Schiphol zit te wachten op een omwegvlucht, iemand die over twee weken eigenlijk met vriendin-vriendinnetje op resort-ligstoelje moest liggen in Dubai, of een paniekerige moeder die eigenlijk gewoon een week all-inclusive wil maar nu bang is voor “iets met raketten”. Woordvoerders vangen continue: “Tsja, ik snap je wel – maar wacht effe.” In drie, krap vier weken kan het luchtruim weer openliggen. Boek je nú af, tikken we annuleringskosten aan de balie. Niet leuk, wel een feit.

Waar kijken we naar? De ANVR-kleurenjargon

Groen of geel = gaan. Oranje of rood = niet gaan. Het ministerie van Buitenlandse Zaken bepaalt, en TUI, D-reizen en co. klikken braaf “alrighty” en slepen bestemmingen in hun zoekfilters vrolijk heen en weer. Ben je ondanks alle verlichting nog steeds nerveus? Dan mag je tot vier weken voor vertrek dag én locatie swipen – geen woordvoerder die daar ooit een vreemde blik om geeft.

Van oosterse dromen naar zonnige eiland-stoelen

“Vroeger was Azië sexy, nu is het Canarisch chill”, zou je kunnen samenvatten. TUI’s telexplotter licht rood op: slechts twee categorieën matchen nog.
1. Last-minute-zon: hier domineren Gran Canaria en Kaapverdië.
2. Lang-afstand maar westwaarts: Curaçao, Bonaire, Mexico.

Bij D-reizen tikken mensen zich blij: “Toch nog ver weg – maar niet oost.” De assistenten zinnen als mantra: West, best.

Repatriëren: rood oog, blauwe maan

Eén voltallig TUI-ploegje is hele nachten wakker voor vluchtupdates. Populaire culprits vandaag:
– Corendon-flight Oman → NL: uitgesteld “omdat veilig”.
– KLM Muscat-klikker: ook on hold, precies hetzelfde beestje: veiligheidsdingetje.

Waarom precies, durft niemand hardop te zeggen – andere landen annuleren vandaag trouwens net zo hard. De luchthavenaffer verstopt zich gedicht achter mantra: “Situatie verandert constant.”

Dus wachten op geruststellend zonnetje

Kortom: de koffers blijven leeg, de futuristische verre bestemmingen glanzen in het land der dromen, maar de meeste mensen drukken – voor nu – pauze. In plaats van oosterse souks ruiken we Spaanse zonneschijn. Vietnamees straatstalletje? Misschien later. Voorlopig even frietje bij papa luchthaven Schiphol.

Wateroverlast in Kenia: minstens 23 levens geëist door nachtelijke stortbui in Nairobi

Nairobi kreeg vannacht een serieus pak op de bekken: een regenbui die maar bleef duren heeft al zeker 23 mensen het leven gekost. Een deel verdronk, anderen kregen een elektrische schok. De politie spreekt nog even voorzichtig van “voorlopige cijfers”, maar waarschuwt dat de teller nog kan oplopen.

Sinds gisteravond liep de hemel open en sloot hij zich pas weer toen het al ochtend werd. Het gevolg: hele wijken stonden blank, straken veranderden in rivieren en auto’s dobberden als bakjes papier. Meer dan honderd voertuigen liepen schade op, sommige liggen nu scheef tegen lantaarnpalen of half onder water geparkeerd.

Op Jomo Kenyatta Airport ging het ook mis: Kenya Airways kreeg klap na klap met vertragingen en moest zelfs vluchten uitwijken naar Mombasa. Ondertussen schaakte het Rode Kruis met tijd en beschikbare boten, zodat het leger zich erbij liet roepen om mensen van daken en boomtoppen te hijsen.

De nasleep: blik, modder én boze burgers

De regering riep meteen de noodtoestand uit; niet zozeer omdat de bui voorbij is, maar omdat ze vreest dat er nog meer regen aankomt. In sloppenwijken stortte afval en modder binnen door deuren en vensters, bewoners vluchten met niets meer dan een plastic tasje met kleren.

Kenia zit structureel in de knel met zijn afwatering: putriolen zitten potdicht en riolen lopen over in plaats van weg. Het is niet de eerste keer dat het land dit scenario meemaakt, maar volgens omwonenden gebeurt er weinig om er iets aan te doen. “Ieder regenseizoen is weer Russisch roulette”, klinkt het.

Wat nu?

De komende dagen staan er nog onweersclusters op de radar. Hulpverleners gaan onverminderd door met zoeken, tellen en verzorgen. Scholen en winkels blijven dicht tot het water daalt, wie kan verhuist tijdelijk bij familie op het platteland.

Wil je de situatie op de voet volgen of foto’s van de ravage zien?
Bekijk origineel artikel

De stilte na de explosies: Iraniërs over langetermijn-oorlog, verdriet en vlammetje hoop

De lucht boven Teheran trilde nog na toen Sara* haar spraakbericht opnam. “Ik hoor eerst een straaljager, dan een donderknal. De ramen klapperen alsof er een ghost door het huis racet.” Sinds het weekend is deze soundtrack voor miljoenen Iraniërs de nieuwe normaal. Maar terwijl de nieuwsuur-bulletins vol satellietbeelden zitten, blijft het grootste deel van wat er écht gebeurt binnen de landsgrenzen onzichtbaar: het internet ligt plat, telefoons zwijgen, en wie contact zoekt moet via een lange, sluipende omweg.

Toch sijpelen er stemmen door de censuur. Nieuwsuur kreeg afgelopen week spraakberichten, soms anoniem, soms via een vriend van een vriend die nog één barretje bereik heeft op de hoge berg in het noorden. Het zijn brokjes realiteit uit een land dat dreigt te verzinken in een conflict waarvan niemand kan zeggen hoe lang het duurt.

“De straat was ineens een dansvloer”

Bij het nieuws dat opperste leider Ali Khamenei zijn marteldansen gestaakt zou hebben, barstte in huiskamers, parken en app-groepen een mix van emotie los. Eén vrouw, die we Maya noemen, vangt het alsnog op haar stem: “We liepen de straat op, we knuffelden wildvreemden. Iedereen had tranen, maar het waren tranen van opluchting.” Ook Mohammad, een vriend van de redactie die we al jaren volgen, stuurde een spraakje vol juichgeluiden. “Als je rondkijkt zie je mensen vreugdespringen maken alsof Iran net het WK gewonnen heeft. Maar het is geen voetbal, het is een begin – hopen we.”

Korte filmpjes bevestigen dat beeld: op straathoeken in Shiraz, op een bazaarplein in Isfahan, zwaaien vlaggen alsof het 4 juli is.

“Dood, puin en de geur van angst”

Maar feeststemming is slechts één kant. De staatstelevisie toont huilende menigtes bij de graftombe van Khamenei en stretchers die slachtoffers van een raak schot op een meisjesschool in Minab het ziekenhuis binnen dragen. Daartussen: vrees voor wat komen gaat. Een journaliste die we alleen via het codewoord “Neda” mogen noemen, vertelt doodgemoedereerd: “Dit is geen ‘Twaalfdaagse’ onenightstand. Dit wordt een lang gevecht en ik voel de vermoeidheid al in mijn botten.”

Tegenover haar huis lag gisteren nog een open-air restaurant. Nu is het een rokende krater. “Puin op de grond, een lichaam in foetaal houding. De geluidloze flitsen van telefoons die filmden, alsof de camera mensen stemloos maakt.”

Massale uittocht uit de hoofdstad

Javad in Teheran ziet hoe de stad binnen twee dagen uitdunt. “Bussen vertrekken vol, taxis vragen driedubbel tarief. Iedereen wil weg van de gebouwen waarvan niemand weet of ze straks nog staan.” Hij noemt het woord dat steeds terugkomt in gesprekken: “uitputting”. “De mensen die ik spreek – ze zijn niet ‘blij’ en ook niet ‘verdrietig’. Ze zijn leeg. Alsof je al dagen niet geslapen hebt en je niet eens meer weet wat je voelt.”

“We wachten op onze nieuwe vrijheid”

Mohammad besluit zijn laatste bericht met een mix van angst en hoop: “Het zou stom zijn om nu al te juichen alsof het feest al begonnen is. Maar stel dat de Amerikanen écht meehelpen, stel dat de straat straks openligt en we zonder angst banners kunnen optillen… Ik wil je dan live bellen vanaf het Plein van de Revolutie.” Hij lacht schor. “Echt, ik wil jullie ooit zien in een vrij Iran. Maar eerst moet die oorlog over.”

Tot die tijd blijft, op donkere stadsgangen en in piepkleine keukens, één zin naklinken die “Neda” droog fluistert: “Oorlog geeft geen geluk – en ik zie ook gewoon geen blijdschap.”

Sommige namen zijn veranderd om veiligheid te waarborgen.

Bekijk origineel artikel

Waarom Brabantse raadsleden massaal hun zetel inleveren (en het meestal niks met politiek te maken heeft)

Elke Brabantse gemeenteraad is sinds de laatste verkiezingen al op de schop gegaan. De reden? Liefst 195 van de 1.354 volksvertegenwoordigers zijn tussentijds opgestapt, blijkt uit rondvraag van Omroep Brabant. En nee, meestal lag het níét aan ruzie in de raadzaal.

Eerste reden: werk en gezondheid

Ruim één op de vier vertrekkers gooide de handdoek omdat het combineren met de baas simpelweg niet lukte. Denk aan avond- of weekenddiensten die botsen met raadsvergaderingen. Een kleine veertig anderen vielen (tijdelijk) uit door ziekte. Van burnout tot ernstige kwaaltjes: de druk van twee banen werd gewoon te veel.

Privé geldt ook mee

Nog eens 28 raadsleden stapten op wegens ‘gewoon’ leven: kleinkind op komst, ouder wordend familielid dat mantelzorg vraagt, of simpelweg het pensioen dat lonkte. Verhuizen deed ook pijn: 24 zetels gingen leeg omdat het raadslid naar een andere gemeente vertrok. Zelfs drie mensen hóéfden niet weg, maar kregen geen huis in de gemeente waar ze juist waren verkozen – en moesten daarom afscheid nemen.

Schandalen en smerige was

Opvallende uitschieters: zo’n negen raadsleden zagen het echt niet meer zitten na ophef of strafrechtelijke problemen. Denk aan de ex-VVD’er uit Eindhoven die negen maanden de cel in verdween voor drugshandel en witwassen. Of de D66’er uit Breda die een huurder zo onder druk zette dat een zetel het gevolg was. En natuurlijk de FVD’er uit Helmond die – anoniem – Mark Rutte en Hugo de Jonge in nazi-uniform photoshopte: exit twitteraccount één, exit raadslid twee.

Kliekjes en breuklijnen

Bijna tachtig andere Brabantse politici bedankten níet bij de gemeente, maar bij hun eigen partij. 84 keer stapte iemand over naar een andere fractie of richtte een splintergroep op. In Oss liep bijvoorbeeld een complete SP-fractie kapot: vijf van de acht raadsleden (inclusief de fractieleider) vertrokken en begonnen gewoon hun eigen clubje. Dubbel-splitsers in Roosendaal en Moerdijk gingen nog verder: eerst weg bij partij A, daarna weer weg bij partij B.

Wie wij nog missen

Drie raadsleden overleefden het ambtelijke avontuur dus helemaal niet: tien keer verschijnt hun naam nu met ‘†’ achter de lidlijst. De precieze cijfers kunnen verder kleine foutjes bevatten, waarschuwt Omroep Brabant: sommige gemeenten zwijgen of leveren onvolledige data. Daarom is nagemeten via krantenberichten en raadsagenda’s – met als gevolg dat een enkel vertrokken lid in de statistiek kan ontbreken.

Bekijk origineel artikel

Amanda’s onwaarschijnlijke trip: van ziekbed tot vlinderlicht in Costa Rica

Amanda (33) uit Eindhoven weet hoe het voelt om nergens meer energie uit te halen. Vorig jaar zat ze nog voltijd thuis, kapot van de vermoeidheid door de ziekte van Lyme. Toen nam ze een besluit dat haar vrienden “knettergek” noemden: op reis naar Costa Rica. Met camera, rolstoelvervoer en een dosis lef stapte ze in het vliegtuig. Haar souvenir? Geen T-shirt, maar een tattoo van de Irazu-kolibrie die erachter vlinderde.

“Ik kwam thuis en lag plat voor acht maanden”

Een tekenbeet tijdens een boswandeling in Bergeijk zette in 2020 haar leven op z’n kop. Amanda: “Ik ging met mijn camera de natuur in en kwam thuis als een wrak.” De klap van de chronische vorm van Lyme kwam pas maanden later. “Mijn hoofd draaide, spierpijn, nachten wakker liggen en toch slapen alsof ik betonnen schoenen aanhad – niks hielp.” De dierenfotografe veranderde in een huismus: “Mijn wereldje werd de bank, met uitzicht op de tv en de tuin. De enige prikken adrenaline kreeg ik nog als een eekhoorn m’n lens in liep.”

Flarden droom vs. harde realiteit

De gedachte aan reizen sloeg om in een “misschien ooit”-gesprek. Tot het re-integratietraject stopte. “Ik dacht: als ik nu niks doe, verzuip ik hier.” Via een Facebook-groep vond ze een kleine natuurfotoreis met kalme dagschema’s. “Ik was eerlijk tegen de organisatie: ik kan geen 5 km wandelen, ik heb rust en airce nodig, en soms moet ik gewoon terug naar het hotel. Ze zeiden: we regelen het. En dat hebben ze geloof ik 100 keer herhaald voordat ik ja zei.”

Pura Vida op survivalstand

De groep bleek maar zes mensen en twee gidsen. “Dat scheelt.” Toch waren de dagen lang. “Vaak zaten we van zes uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds in een busje, met af en toe een stop. Als ik dan koorts kreeg, mocht ik op de achterbank liggen – niet glamourous, maar wel flexibel.” Het hoogtepunt: de vulkaan Irazú, waar de felgroene Irazu-kolibrie rondzweeft. “Ik had hem op mijn verlanglijstje gezet als ‘onmogelijk’. Die vogel is kleiner dan een champion en zo snel dat-ie achteruit vliegt als een helikopter. Twee ervan gingen ineens in een struik zitten, ik kon mijn lens er pal op richten. Mijn hart ging harder dan ik mij kan herinneren.”

Een blijvende streep vooruit

Thuisgekomen liet Amanda het beeld van de kolibrie zetten op haar onderarm. “Ik was nooit een tattoo-mens, maar dit was geen modegril – dit is mijn herinnering dat ik wél iets onmogelijks heb gepresteerd.” De vogel kijkt haar nu elke ochtend aan. “Als ik me futloos voel, zeg ik tegen mezelf: jij vliegt ook achteruit en komt er toch. Het is een soort lijfspreuk geworden: maakt niet hoe traag, je komt ergens.”

Wil je meer verhalen over mensen met bijzondere inkt? Bekijk origineel artikel