Protesten na dood Khamenei: geweld bij Amerikaans consulaat in Pakistan
Bij een heftig protest voor het Amerikaanse consulaat in Karachi, Pakistan, zijn minstens negen mensen omgekomen en twintig gewond geraakt. De reden? Woede over de dood van de Iraanse ayatollah Khamenei — een belangrijke sjiitische geestelijke leider — en de Amerikaanse en Israëlische acties tegen Iran.
Honderden demonstranten stormden het consulaatsterrein binnen, sloegen ramen stuk en veroorzaakten chaos. De politie moest ingrijpen met wapenstokken en traangas om de menigte uiteen te drijven. Volgens een Reuters-verslaggever werden auto’s bij de hoofdingang in brand gestoken — en hij hoorde ook schoten vallen.
Ook elders in Pakistan: van rust tot vernieling
In Lahore verzamelden zich eveneens honderden mensen bij het Amerikaanse consulaat. Daar bleef het opvallend rustig — al probeerden betogers wel de veiligheidspoort te forceren. De politie hield hen echter tegen.
In Skardu, een stad in het noorden van Pakistan, ging het minder vreedzaam: een groep protesteerders stak een kantoor van de Verenigde Naties in brand. Gelukkig vielen daar volgens de autoriteiten geen slachtoffers.
Golf van woede ook in Irak
De spanningen sloegen ook over naar Irak. In Bagdad trokken honderden Irakezen naar de Amerikaanse ambassade en probeerden het zwaarbeveiligde gebied binnen te dringen. De autoriteiten reageerden met traangas, waterkanonnen én scherpe munitie — of er gewonden zijn gevallen, is nog onduidelijk.
De Iraakse regering kondigde daarnaast een rouwperiode van drie dagen af en sprak in een officiële verklaring van “diep verdriet” en “medeleven met het edele volk van Iran en de hele moslimwereld”.
Waarom zo’n grote reactie?
Khamenei was niet zomaar een religieuze figuur: hij was een centrale leider binnen het sjiisme — een tak van de islam die in zowel Iran (waar het de staatsgodsdienst is) als Pakistan en Irak een grote volgelingenbase heeft. Dat verklaart waarom zijn dood zo’n sterke emotionele en politieke golf teweegbracht in meerdere landen.
In de schaduw van de macht: hoe politiek assistenten stilletjes Den Haag besturen
Je ziet ze zelden op televisie, hun namen staan zelden in de krant — en toch zijn ze overal. Politiek assistenten (PAs) zijn de onzichtbare scharnieren waaraan het hele Den Haagse apparaat draait. Ze zijn geen ambtenaren in de klassieke zin, geen partijfunctionarissen, en ook geen ministers of staatssecretarissen… maar zonder hen zou er nauwelijks iets doorgaan.
“Laat Jack en Kees het maar proberen”
Elke Prinsjesdag sturen twee voormalige PAs — Jack de Vries en Kees Berghuis — elkaar nog steeds een tevreden berichtje als de koning aan het eind van de troonrede zegt: “Dat velen (…) met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.” Die zin? Hun handwerk.
Toen Balkenende I in 2002 aantrad, wilde de CDA-premier de oude, 19de-eeuwse bede terug in de troonrede. Maar zijn VVD-minister Gerrit Zalm had bezwaar: wat als je niet gelooft? De ministers lieten het dus aan hun assistenten over. “Laat Jack en Kees het maar proberen”, zeiden ze. En dat deden ze — met een formulering die zowel gelovigen als atheïsten rustig liet. “Wat voor probleem kun je er als atheïst mee hebben dat anderen voor jou bidden?” zegt Berghuis nu met een knipoog.
Die zin klinkt nog steeds — jaar na jaar. En elk jaar appen ze weer: “Hij zit er nog in.”
Niet op de voorgrond — maar wel overal
Jack de Vries zegt het ronduit: “Ik had een centralere positie toen ik politiek assistent van de premier was, dan toen ik later zelf in het kabinet kwam.” Als staatssecretaris van Defensie in 2007 was hij officieel hoger op de ladder — maar als PA was hij ‘overal’. Bij besprekingen in de Kamer, in het ministerie, bij afspraken met bonden, zelfs tijdens buitenlandse reizen (waar hij vaak bewust achterbleef, om hier ‘een oogje in het zeil’ te houden).
Hij noemt PAs graag “verbindingsofficieren”: de oren en ogen van de bewindspersoon — zowel in het ministerie als in de Tweede Kamer. Maar ze zijn ook veel meer: de vertrouwenspersoon waarmee je alles kunt bespreken, de spiegel waarin een minister zich kan zien, het ontluchtingsventiel wanneer de emoties hooglopen. “Je bent zeker een ontluchtingsventiel”, beaamt een andere PA uit het vorige kabinet — die liever anoniem blijft. “Als de frustraties hoog zijn, kan de minister bij jou alles uiten, zonder dat ambtenaren erbij zijn.”
Geen officiële functie — wel een enorme verantwoordelijkheid
Er is geen officiële functieomschrijving. Geen standaardprofiel. Elke bewindspersoon werkt anders, en dus verschilt ook de rol van de PA. Maar één ding is altijd hetzelfde: elk besluit — groot of klein — wordt door de PA voorbereid. Van topbesprekingen tot Kamercontacten, van beleidsnota’s tot crisisreacties. Alles moet van tevoren worden afgestemd — want verrassingen kosten politieke schade.
En daarom is de PA vooral in de Tweede Kamer actief: om achter de schermen te praten met partijen, te peilen hoe Kamerleden denken over plannen die nog in de pijplijn zitten, of om te checken of een debat pittig wordt — en of er genoeg steun is. Binnen het kabinet spreken PAs alleen rechtstreeks met andere PAs. Geen omwegen via ministers of fractievoorzitters.
Wie wordt er nou eigenlijk aangewezen?
De nieuwe kabinetten kiezen vaak voor mensen die al lang in de partijwereld rondlopen: voormalige woordvoerders, beleidsmedewerkers of eerdere PAs. Minister Berendsen neemt zijn medewerker uit Brussel mee; Hermans (Volksgezondheid) kiest voor een ervaren VVD-fractiemedewerker; Vijlbrief (Sociale Zaken) heeft dezelfde assistent als toen hij staatssecretaris was voor het Groninger gasdossier.
En ja — veel PAs groeien later door naar de absolute partijtop. Denk aan Sophie Hermans, Bart van den Brinken of Hugo de Jonge: allemaal eerder politiek assistent, later vicepremier of minister.
Maar let op: een PA is niet in dienst van de partij. Hij of zij werkt voor het ministerie — net als elke andere ambtenaar. Dienstbaarheid en discreteness zijn essentieel. “Het gaat om het succes van je bewindspersoon”, zegt De Vries. “Hij of zij moet schitteren — jij niet.”
Wanneer de schaduw te duidelijk wordt…
Na de CDA-campagne van 2006, waarbij De Vries als rechterhand van Balkenende de bekende campagneslogan tegen Wouter Bos (“U draait en u bent niet eerlijk”) bedacht, werd het plots te zichtbaar. “Toen gingen de nieuwsberichten over míj”, zegt hij. “Toen heb ik gezegd: ik kan niet meer effectief mijn rol vervullen.”
Niet iedereen volgt die lijn. Staatssecretaris Derk Boswijk zette zijn nieuwe PA deze week juist nadrukkelijk in het zonnetje — met een foto op Instagram. “Stefan werkt al 30 jaar bij Defensie”, zei Boswijk tegen RTL Nieuws. Een keuze voor ervaring, want Stefan was ook al PA van Ank Bijleveld. En die ervaring is nu harder nodig dan ooit: met 29 bewindspersonen in kabinet-Jetten, die allemaal moeten samenwerken met een verdeelde Kamer, is de rol van de PA cruciaal. “Juist met de noodzaak voor het zoeken van meerderheden kan een politiek assistent helpen”, zegt De Vries. “Meer dan ooit moeten dingen van tevoren worden afgesproken.”
En wat zegt hij over transparantie? “Je kunt niet alles in de openbaarheid doen. Dat werkt niet.” Premier Jetten zei deze week dat hij wil samenwerken met de hele Tweede Kamer — maar wie de daadwerkelijke gesprekken voorbereidt, wie de kansen peilt en wie de akkoorden onderhandelt… dat gebeurt meestal stilletjes, in de schaduw.
Wie kent ‘de bunker van de Zeg’ nog?
Een vergeten oorlogsbouwwerk dat vijftig jaar geleden met een knal verdween
Op 4 maart 1976, om één uur ’s middags, klonk er een oorverdovende explosie vlak bij Roosendaal — zo hard dat je hem tot ver in de omgeving kon horen én voelen. Betonnen brokstukken en stukken vlechtmetaal schoten meters de lucht in. Met die knal was het voorbij: de ‘bunker van de Zeg’, een imposante Duitse commandobunker uit de Tweede Wereldoorlog, hoorde voorgoed tot het verleden.
Marius Broos, destijds 24 jaar oud en geboren en getogen in Roosendaal, legde de ravage enkele uren later vast met zijn fotocamera. Hij kende het bouwwerk al sinds zijn kindertijd. “Ik was er altijd gefascineerd door. Er stonden wel wat kleinere bunkers in de buurt, maar deze trok echt de aandacht — vanwege de grootte. Dit soort verdedigingswerken zag je eigenlijk alleen langs de kust.”
Sinds 1944 stond de bunker eenzaam en verlaten langs de oude Rijksweg bij Zegge. Zo’n tien meter in doorsnee, vijf meter hoog — en opvallend hoog boven het landschap uit. Halverwege de jaren zeventig werd hij echter een ‘sta-in-de-weg’: de snelweg moest verbreden van twee naar vier rijstroken. En dus begon de ontmanteling.
Op 17 januari 1976 werden er aan de achterzijde explosieven geplaatst — en volgde de eerste proefontploffing. In de weken daarna kwamen er nog drie gecontroleerde explosies bij, totdat het betonnen gevaarte definitief op de grond lag.
“Ik kon de ontploffingen zelf niet zien — ik werkte toen — maar ik ging elke dag even kijken”, vertelt Marius. “Er lagen stalen netten over de bunker om het puin binnen de perken te houden. Tijdens elke explosie moest iedereen binnen een straal van driehonderd meter weg, en het verkeer stond stil. Daarna kwamen ze met een shovel het puin opruimen.”
Over de bunker zelf is weinig officieel vastgelegd. “In de archieven vind je er niets over”, zegt Marius, die zich later dieper in de geschiedenis van het bouwwerk verdiepte. “Voor zover bekend was het een commandobunker, bedoeld voor hogere officieren om na een geallieerde aanval de bevelvoering voort te zetten.” Volgens hem gingen de Duitsers ervan uit dat de invasie zou komen vanuit het westen — en daarom lag de bunker strategisch: hooggelegen, naast belangrijke uitvalswegen, en op voldoende afstand van de kust. Vanuit hier konden ze de omgeving overzien — en zich bij gevaar terugtrekken richting het oosten. Uiteindelijk rukten de geallieerden echter vanuit het zuiden op… en is de bunker waarschijnlijk nooit gebruikt.
Tijdens de oorlog werd de bouw meestal uitbesteed aan Nederlandse aannemers. Arbeiders voerden onder toezicht van Duitse militairen het graafwerk uit en stortten het beton — ook bij de bunker bij Zegge, die in 1944 verrees.
Vandaag ligt op die plek de invoegstrook van de A58, vanuit Zegge richting Roosendaal.
“Het is nauwelijks meer voor te stellen dat hier decennialang zo’n imposant bouwwerk heeft gestaan”, zegt Marius. “En het is al vijftig jaar geleden. Steeds minder mensen weten het nog. Gelukkig heb ik de foto’s nog — daar ben ik zuinig op.”
Oorlog in Iran kan je energierekening flink opvoeren – terwijl de gasvoorraad al bijna op is
De kans is groot dat je straks wat diepere ademhaalt bij het openen van je energierekening. Niet omdat er plotseling een nieuwe belasting is ingevoerd, maar omdat er gisteren in het Midden-Oosten weer een grote escalatie plaatsvond: de oorlog in Iran is opnieuw opgelaaid – en dat heeft direct gevolgen voor de wereldwijde gasmarkt.
En dan komt het extra ongelukkig uit: de Nederlandse gasvoorraad zit met minder dan 11 procent op zijn laagste punt ooit. Ja, nooit eerder was er zo weinig gas in de ondergrondse bergingen. De Gasunie zegt wel dat er geen risico is op een echte stroom- of gasstoring – de voorraad raakt niet leeg. Maar het vullen ervan? Dat wordt nu veel lastiger én duurder dan normaal.
Gisteren nog (dinsdag) zei een woordvoerder van de Gasunie vrij kalm: “We maken ons geen zorgen over de lage voorraad – zolang er maar niets onverwachts gebeurt.” En toen kwam zaterdag het onverwachte: de Iraanse Revolutionaire Garde sloot de Straat van Hormuz af. Die smalle zeestraat, tussen Iran en Oman, is een van de belangrijkste ‘sluipwegen’ voor olie- en gasexport uit het hele gebied. Vanmorgen werd zelfs een tanker uit Oman aangevallen – een duidelijk teken dat de spanningen snel escaleren.
Waarom is dat zo belangrijk voor Nederland? Omdat Qatar – een van de grootste leveranciers van LNG (vloeibaar gemaakt aardgas) ter wereld – zijn schepen via diezelfde Straat van Hormuz moet laten varen. En hoewel slechts een klein deel van het LNG dat Nederland binnenkomt afkomstig is van Qatar, speelt de wereldmarkt hier een cruciale rol: LNG is geen regionaal product, maar een wereldwijde handelswaar. Als de aanvoer daar verstoord raakt, stijgen de prijzen overal – ook hier.
En juist nu is het moment dat Nederland écht behoefte heeft aan goedkope gasimport: met de lente voor de deur is dit traditioneel het ideale tijdstip om de lege bergingen weer bij te vullen. Maar door de onrust is die kans nu kleiner – en de prijs hoger. De Gasunie benadrukt: “Het grootste effect is de onrust die het op de wereldmarkt kan gaan veroorzaken en de stijgende gasprijzen.”
Let wel: Nederland haalt zijn gas vooral via pijpleidingen – vooral uit Noorwegen. Sinds de gaskraan in Groningen is dichtgedraaid, is dat onze hoofdweg. Maar de wereldmarkt bepaalt wel de prijs. En die prijs gaat nu omhoog – met jouw rekening als gevolg.
Het bonnetje voor drugsafval opruimen? Die betaal jij – via je belastingen
Gemiddeld gebeuren er in Brabant zo’n 43 drugsafvaldumpingen per jaar. Denk aan blauwe vaten, chemicaliën en gevaarlijke reststoffen van xtc- of cocaïneproductie – vaak verstopt in bossen, langs waterlopen of op landbouwgrond. Niet alleen is dat een risico voor mensen en dieren, ook de natuur lijdt eronder. En ja: het opruimen is niet iets wat je met een bezem en een vuilniszak doet. Daarvoor zijn gespecialiseerde teams in beschermende pakken én veilige afvoerkanalen voor nodig.
Maar wie betaalt daar nu eigenlijk voor? “Het liefst houden we vast aan het principe: de vervuiler betaalt.” Alleen… die vervuiler is zelden bekend. Dus komt de rekening uiteindelijk bij de overheid terecht – en dus bij óns, als belastingbetaler.
Teun Biljouw, toezichthouder bij Waterschap Aa en Maas, legt het helder uit: “We worden gewoon betaald uit belastinggeld en niet door de producenten die dit gemaakt hebben. Dus dat is wel jammer.” Zijn werk is om te voorkomen dat die stoffen in ons drinkwater terechtkomen – maar het opruimen zelf doet hij niet. Dat gebeurt door externe experts, gefinancierd via het Rijk.
Gemeenten, provincies én organisaties als Staatsbosbeheer of natuurbeschermingsverenigingen kunnen sinds februari 2026 een melding doen bij hun gemeente, die vervolgens via het loket van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een subsidieaanvraag indient. Vroeger ging dat via BIJ12, maar die regeling is afgelopen.
En hoeveel kost zo’n actie? Volgens cijfers van BIJ12 werd in 2025 (tot eind november) ruim €320.000 uitgegeven voor 15 dumpingen – dat is gemiddeld meer dan €33.000 per keer. In 2024 was het nog hoger: €437.228 voor 13 dumpingen.
Wil je weten hoe zo’n opruimactie er in de praktijk uitziet? Van eerste melding tot het veilig inpakken van gevaarlijk afval in speciale pakken – in de nieuwe aflevering van HOE..? volg je elke stap mee.
Korting op de olie en nauwelijks innovatie: vier jaar sancties tegen Rusland
Het regende sanctiepakketten eind februari 2022 — in slechts één week nam de Europese Unie drie rondes maatregelen aan, als directe reactie op de Russische inval in Oekraïne. Nu, vier jaar later, heeft de EU al negentien keer de sanctielijst uitgebreid… en er hangt weer een flink nieuw pakket boven de horizon.
De verwachting was dat de sancties de Russische economie zouden doen instorten. Dat is tot nu toe niet gebeurd — maar makkelijk is het voor Rusland ook zeker niet geworden. Als je alle sanctierondes naast elkaar legt, zie je duidelijke patronen ontstaan.
Van mensen naar banken, van staal naar schepen
Het begon met mensen: honderden Russische parlementsleden, Poetin zelf, hoge militairen, propagandisten én oligarchen. Voor hen geldt sindsdien: geen toegang tot Europa, en al hun bezittingen hier zijn bevroren.
Vervolgens richtte de EU zich op het financiële systeem: 300 miljard euro aan reserves van de Russische Centrale Bank werd vastgelegd, en de betalingsverbindingen tussen Europese en Russische banken werden doorgesneden.
Daarna kwamen steeds meer import- en exportverboden — van staal en luxe handtassen tot diamanten en vloeibaar aardgas. Ook spullen die gebruikt kunnen worden voor oorlogsvoering (zoals computerchips of generatoren) mochten niet meer naar Rusland. En daarmee begon een langdurig kat-en-muisspel: de EU probeerde de Russische economie af te knijpen, terwijl Russische ondernemers telkens weer nieuwe manieren vonden om goederen binnen te krijgen — vaak via landen als Turkije, Kazachstan of Kirgizië.
Vanaf december 2024 verschoof de focus naar een ander onderdeel van dat spel: de schaduwvloot. Om oude sancties te omzeilen, gebruikte Rusland steeds vaker onverzekerde schepen onder de vlag van kleine landen — of zelfs met een valse vlag. Vorig jaar begon de EU daarom honderden van die schepen tegelijk op de sanctielijst te zetten.
“Of het werkt? Dat is een gepolariseerd debat”
“Of de sancties effectief zijn, is een echt verdeeld onderwerp”, zegt Kaspar Pucek, Rusland-expert bij het onderzoeksinstituut Clingendael. “Op korte termijn hebben ze de oorlog niet gestopt, en de economie is ook niet ingestort. Maar wel wordt het steeds lastiger om de oorlog op dit tempo voort te zetten — en op de lange termijn staat de Russische economie er allesbehalve rooskleurig voor.”
Een vergelijking die eerder deze maand door voormalig Centrale Bank-medewerker Alexandra Prokopenko werd gebruikt: Ruslands economie is als een bergbeklimmer op 8.000 meter hoogte. Je overleeft het — maar niet lang. Het lichaam breekt zichzelf sneller af dan het kan herstellen. En zo lijkt het ook met Rusland.
De economie groeide nog met ruim 4 procent in 2023 én 2024 — veel sneller dan bijvoorbeeld de EU. Maar vorig jaar was daar nog maar 1 procent van over, en voor dit jaar wordt zelfs geen noemenswaardige groei verwacht.
Waarom is de olie zo goedkoop?
Olie is en blijft de belangrijkste inkomstenbron voor Rusland. En juist die stroom loopt minder soepel — mede door de wereldwijd lage olieprijs. Maar de sancties drukken ook hard mee. Een vat Russische olie (Urals) verkoopt nu voor slechts 56,73 dollar — ruim 20 procent goedkoper dan een vat Noordzee-olie (Brent). Het grootste prijsverschil van de afgelopen twee jaar.
“Dat verschil is te wijten aan de olie-embargo’s van de EU, de VS en het VK, samen met de aanpak van de schaduwvloot”, legt Pucek uit. “Het is voor Rusland moeilijker geworden om olie te exporteren — dus kopers als India en China kunnen lagere prijzen afdwingen.”
Een economie die zichzelf op eet
De teruglopende groei onthult iets diepers: de sterke cijfers van 2023 en 2024 waren vooral gebaseerd op enorme militaire uitgaven. “Rusland eet zijn eigen economie op”, zegt Pucek. “De financiële reserves raken op, de overheidsinkomsten dalen, en de levensstandaard van de gewone Rus komt onder druk. Innovatie? Investeringen in een toekomstbestendige economie? Nog nauwelijks te bespeuren. En met alle sancties wordt dat alleen maar moeilijker.”
