Trump’s nieuwe importbelasting: voorlopig 10%, niet 15%

De nieuwe importheffing die de Amerikaanse president Trump vrijdag aankondigde, is vandaag ingegaan. Dat betekent dat Amerikanen die spullen uit het buitenland halen daar 10 procent extra voor moeten betalen. Zaterdag zei Trump nog dat hij dat tarief naar 15 procent wilde tillen, maar daar is hij voor nu vanaf gestapt. Waarom precies? Dat is niet duidelijk.

Anonieme bronnen bij de Amerikaanse regering vertelden aan de Financial Times en persbureau Bloomberg dat die verhoging naar 15 procent er op een later moment alsnog aan komt. Wanneer dat zou zijn, daar is nog geen besluit over genomen.

Waarom een nieuwe heffing?

Deze nieuwe regeling vervangt de importheffingen die Trump in april vorig jaar invoerde. Die verschillen per land en liepen uiteen van 10 tot wel 50 procent. Maar het Amerikaanse Hooggerechtshof verklaarde die invoering vorige week onwettig. De rechters vonden dat de president alleen onder een speciale noodwet belastingen mocht invoeren, en daar was volgens hen geen sprake van.

Trump was niet blij en noemde de zes rechters die hem dwongen de oude heffingen te schrappen “gekken” en “schoothondjes van de radicaal-linkse Democraten”. Hij sloeg nog dezelfde dag terug door een beroep te doen op een andere wet. Hij tekende een decreet waarin staat dat er over goederen die van over de hele wereld naar de VS komen, een heffing van 10 procent betaald moet worden.

Belangrijke verschillen

Er zitten een paar belangrijke verschillen tussen deze nieuwe heffing en de oude:
* De nieuwe regeling mag maximaal 150 dagen duren. Als Trump hem langer wil laten gelden, heeft hij toestemming van het Congres nodig.
* Onder deze wet mag de heffing maximaal 15 procent zijn. Vandaar ook de dreiging van een mogelijke verhoging.

Reacties en gevolgen

In reactie op de uitspraak van het Hooggerechtshof heeft het Europese Parlement gisteren de stemming uitgesteld over het handelsakkoord dat vorig jaar juli met de VS werd gesloten.

Trump waarschuwde gisteren ook landen die op basis van de oude situatie een handelsdeal met de VS hadden gesloten. Landen die daar nu aan gaan morrelen, zouden weleens met nog hogere importheffingen te maken kunnen krijgen, zo dreigde hij.

Bekijk origineel artikel

Sinterklaasintocht in Grave: een feestelijke, maar prijzige eer

Nu de landelijke intocht van Sinterklaas dit jaar naar Grave komt, kan de gemeente Land van Cuijk de voorbereidingen gaan treffen. De organisatie kan zich opmaken voor een flinke uitdaging, zo weet men op Texel, waar de Sint vorig jaar aankwam. De kosten liepen daar op tot bijna een half miljoen euro. Maar het leverde ook ontzettend veel op.

“Het is hartstikke mooi en een eer om mee te maken”, vertelt Jeroen van Hattum. Als bestuurslid van Stichting Sint en Piet Texel maakte hij de organisatie van dichtbij mee. “Het was zo nu en dan heel intensief, maar hartstikke leuk.” De intocht trok miljoenen tv-kijkers en meer dan 12.000 bezoekers naar het eiland. “Texel was lang in beeld bij het Sinterklaasjournaal. We hopen dat gezinnen hier nu ook voor een vakantie naartoe komen. De publiciteit en aandacht waren geweldig.”

Een stevig prijskaartje

Aan zo’n groot evenement hangt wel een stevig prijskaartje. “Je bent al snel een paar ton kwijt”, aldus Van Hattum. “De gemeenteraad legde twee ton in, de provincie betaalde mee en er werden fondsen aangeschreven. In totaal kostte het bijna een half miljoen.” Dit blijkt ook uit officiële documenten van de gemeente Texel van december vorig jaar. Die hoge kosten waren overigens geen verrassing; andere gemeentes die de intocht organiseerden, gaven soortgelijke bedragen door.

“Je probeert als gemeente, samen met ondernemers, een zo goed en veilig mogelijk evenement neer te zetten”, voegt een communicatiemedewerker toe. Over de opbrengsten is ze zeer tevreden. Naast extra toerisme en omzet voor lokale bedrijven, bracht het vooral trots. “We hebben laten zien dat een kleine gemeente van 13.500 inwoners zo’n landelijk feest kan organiseren. Het was een kans voor onze betrokken gemeenschap om te shinen. En het was gewoon ontzettend leuk om te doen. Die verbinding voelen we nog steeds.”

Een eenmalige ervaring

Zouden ze het nog eens doen? “Nu even niet, het is ook best een aanslag”, zegt de medewerker. “We zien het echt als een ‘once-in-a-lifetime’-ervaring. Daarmee ga je er als organisatie en samenleving in. Dat kun je niet elk jaar doen, en dat hoeft ook niet.” Ze zijn dan ook blij voor Grave dat die stad dit jaar de eer heeft.

Jeroen van Hattum heeft tot slot een gouden tip voor de nieuwe organisatoren in Grave: “Gewoon ervan genieten.”

Bekijk origineel artikel

Eerste Brabantse opvang voor plegers van huiselijk geweld: ‘Herhaling voorkomen’

Eindhoven is een bijzonder project gestart: een speciale opvang voor mensen die huiselijk geweld hebben gepleegd. Deze plegers moeten hun huis uit en krijgen ergens anders een tijdelijk onderdak, waar ze meteen aan een begeleidingstraject beginnen. Hiermee is Eindhoven – na Rotterdam – pas de tweede gemeente in Nederland die dit doet.

De initiatiefnemers geven aan dat er in de praktijk vaak weinig hulp is voor de plegers zelf. Meestal gaat alle aandacht naar de slachtoffers, die bijvoorbeeld naar een veilig huis moeten. “Dan kan de pleger gewoon thuis blijven wonen”, legt Denise Noijens van hulporganisatie NEOS uit. “Nu draaien we het om: wij halen de pleger uit huis. Het slachtoffer en eventuele kinderen kunnen veilig thuis blijven. Dat is voor hen natuurlijk een stuk fijner dan zelf moeten vluchten.”

Samenwerking en aanpak

Het project is een samenwerking tussen NEOS, de gemeente Eindhoven, de politie, Veilig Thuis en WIJeindhoven. Op dit moment is er plek om twee plegers tegelijk te begeleiden. Ook het slachtoffer krijgt uiteraard hulp.

Het traject kan van start gaan als de dader een huisverbod krijgt. De burgemeester kan dat opleggen, op advies van de politie en Veilig Thuis. De pleger mag dan tot maximaal 28 dagen niet naar huis en al het contact met het thuisfront is verboden. In die periode krijgt hij of zij het begeleidingstraject en tijdelijk onderdak aangeboden.

Waarom deze hulp cruciaal is?

Die begeleiding is hard nodig, omdat de kans op herhaling van geweld groot is. “Wij gaan iemand begeleiden die gemotiveerd is om naar zijn of haar eigen gedrag te kijken en dat te willen veranderen”, zegt Noijens. Omdat huiselijk geweld het hele gezin raakt, is het belangrijk om niet alleen het slachtoffer en kinderen te steunen, maar ook de pleger. Zo werken we aan het doorbreken van geweldspatronen en een veiligere toekomst voor iedereen.

Volgens Noijens stopt huiselijk geweld zelden bij één generatie. “Kinderen die opgroeien in een onveilige thuissituatie, lopen meer risico om later zelf in gewelddadige relaties terecht te komen, als slachtoffer of als dader. Zonder de juiste hulp kunnen deze patronen zich generatie op generatie herhalen, met grote gevolgen voor de ontwikkeling en veiligheid van kinderen.”

Duur en vervolg

Het begeleidingstraject duurt maximaal een half jaar. Na het huisverbod keert de dader terug naar huis, waar het gezin verdere begeleiding krijgt. Het kan ook zijn dat er wordt besloten dat de pleger ergens anders gaat wonen.

Bekijk origineel artikel

Hoe de oorlog in Oekraïne jouw portemonnee raakt: energieprijzen en defensiekosten

De oorlog in Oekraïne heeft niet alleen geopolitieke gevolgen, maar ook een directe impact op ons dagelijks leven. Lucia van Geuns, energiedeskundige bij het Haags Centrum voor Strategische Studies, legt uit hoe consumenten en bedrijven de klap van de hoge energieprijzen hebben gevoeld. Toen Rusland Oekraïne binnenviel, verminderden we de import van Russisch gas en olie. In de maanden ervoor waren de gasopslagen, onder andere door Gazprom, al minder goed gevuld. Het gevolg? De marktprijs voor aardgas schoot omhoog, van minder dan 20 dollar per Megawattuur begin 2022 tot zelfs bijna 340 euro in augustus van dat jaar. Sinds begin 2023 is die prijs gelukkig niet meer boven de 56 dollar uitgekomen. Om de pijn voor consumenten te verzachten, kwam er een prijsplafond, maar dat is sinds 2024 niet meer van kracht.

“Het goede nieuws is dat Europa wakker is geworden”, zegt Van Geuns. “We halen nu gas uit andere landen en hebben versneld terminals voor vloeibaar gas (LNG) gebouwd. Ook zijn we efficiënter en zuiniger met energie omgegaan.” Wel waarschuwt ze dat we met LNG niet te afhankelijk moeten worden van één land, zoals de VS. Voor olie is die afhankelijkheid volgens haar minder, omdat je dat uit veel meer landen kunt importeren.

De economische schokgolf: inflatie en krimp

De energiecrisis door de gestegen gasprijs zorgde voor een flinke inflatieschok, vertelt Bert Colijn, hoofdeconoom van ING Bank. “Daardoor is de Nederlandse economie een aantal kwartalen gekrompen.” De hogere energieprijzen duwden ook afgelopen jaar nog de inflatie omhoog. Niet alleen consumenten, maar ook bedrijven – vooral de grootverbruikers – hebben hieronder geleden. “De energieprijzen zijn niet meer zo hoog als in 2022, maar ze zijn nog steeds hoger dan vóór de oorlog”, aldus Colijn.

De stijgende rekening voor veiligheid: defensie-uitgaven

Na vier jaar oorlog lijkt de ellende nog niet voorbij. Er is zo’n 500 miljard euro nodig voor investeringen in defensie om ons te kunnen verdedigen, zegt Frans Osinga, hoogleraar oorlogsstudies aan de Universiteit Leiden. “Dat kan Europa wel betalen, maar een oorlog is nooit goed voor een economie. Het is simpelweg kapitaalverspilling.” Onze defensie-uitgaven gaan omhoog, wat moeilijk los te zien is van de Russische dreiging, beaamt Colijn. Het nieuwe kabinet onder leiding van premier Jetten wil een ‘vrijheidsbijdrage’ introduceren om een deel van de hogere defensiekosten te dekken.

Volgens een doorrekening van het coalitieakkoord stijgt de koopkracht van huishoudens minder dan eerder gedacht. En terug naar de energieprijzen van vóór de oorlog? Dat zit er voorlopig niet in, denkt Colijn. “De luxe van goedkoop Russisch gas door een pijpleiding lijkt op korte termijn niet terug te keren.”

Bekijk origineel artikel

Autoriteiten lieten Funcaps te lang zijn gang gaan

Uit onderzoek van Nieuwsuur blijkt dat de autoriteiten veel eerder hadden moeten ingrijpen bij de webshop Funcaps. Deskundigen zijn het erover eens: de actie kwam veel te laat.

De eigenaren van de site verkochten designerdrugs en nepmedicijnen. Afgelopen november werd bekend dat mogelijk meerdere mensen zijn overleden na het gebruik van die middelen. Het Openbaar Ministerie kijkt nu naar maar liefst 58 verdachte sterfgevallen.

Inspectie kreeg eerste signaal al jaren geleden

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) kreeg de eerste melding over Funcaps al in 2020 van de politie. In de jaren daarna volgden er meer. Toch duurde het vijf jaar, vanaf die eerste melding, voordat de website offline ging en de eigenaren werden opgepakt. Veel te lang, vinden experts.

De IGJ zegt zelf dat ze in die beginjaren te weinig juridische mogelijkheden zag. “Het ging toen om research chemicals en designerdrugs, die niet onder de Geneesmiddelenwet of Opiumwet vielen,” aldus de inspectie.

Website maakte duidelijk genoeg reclame voor medicijnen

De site van Funcaps is nu offline, maar Nieuwsuur kon hem terugvinden vanaf 2020. Daarop stond bijvoorbeeld: ‘Op zoek naar rustgevende middelen? Koop benzodiazepinen online bij Funcaps’.

“Dit is geneesmiddelenreclame, en dat is verboden,” zegt farmaceutisch advocaat Hanneke Later-Nijland, die zelf vroeger inspecteur was. “Op het moment dat je een product presenteert als geneesmiddel, dan is het juridisch ook een geneesmiddel.” Hoogleraar gezondheidsrecht Martin Buijsen vindt het onbegrijpelijk dat er pas in 2025 actie kwam. Op de site uit 2020 werden middelen al aangeprezen als “rustgevend” en “slaapverwekkend”.

Inspectie had wel degelijk mogelijkheden

Volgens de deskundigen had de IGJ wel degelijk kunnen optreden. Via de Geneesmiddelenwet had de inspectie de bevoegdheid om de website uit de lucht te halen, boetes op te leggen en de politie in te schakelen. Ook hadden ze de spullen in beslag kunnen nemen.

“Ze hadden geen vergunning en de producten zijn niet geregistreerd. Daarmee was verhandeling niet toegestaan. Dat zou op zichzelf al voldoende moeten zijn om op te treden,” zegt farmaceut en jurist John Lisman.

Eigenaren hielden vol dat het legaal was

De eigenaren van Funcaps, Jord en Stefan, zeggen dat hun verkoop legaal was. Het zou gaan om ‘research chemicals’, stoffen alleen voor onderzoek en niet voor menselijke consumptie. Daar is geen vergunning voor nodig.

Maar de deskundigen zien dat anders. “Op de website staat immers ook dat het effecten heeft, maar die treden alleen op als je het middel inneemt,” zegt Later-Nijland. Justitie beschuldigt de eigenaren ervan dat ze wisten dat hun nepmedicijnen tot verslavingen en tientallen sterfgevallen leidden.

Nabestaanden voelen grote frustratie

Voor nabestaanden is het nieuws pijnlijk. “Het is verschrikkelijk frustrerend. In 2020 leefde mijn zoon nog,” zegt Lydia Bottenburg, die haar zoon Mathias in 2021 verloor. “Dat nu blijkt dat autoriteiten het al wisten en eerder hadden kunnen optreden is tenenkrommend.”

Ook politieonderzoek was een gemiste kans

Er was nog een kans om eerder in te grijpen. In 2022 deed de politie een inval bij Funcaps en nam middelen in beslag. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzocht ze, maar deed slechts een “beperkt onderzoek”. Het materiaal werd niet getoetst aan de Geneesmiddelenwet.

“Er was een duidelijk vermoeden dat het ging om geneesmiddelen,” zegt Later-Nijland over die gemiste kans. De advocaat van de verdachten wilde niet reageren op de bevindingen.

Bekijk origineel artikel

Oogletsel door vuurwerk bereikt hoogste aantal in meer dan tien jaar

Het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG) heeft de cijfers bekendgemaakt. Uit hun registraties blijkt dat het aantal mensen met oogletsel door vuurwerk tijdens de laatste jaarwisseling het hoogste was in ruim tien jaar tijd.

Vorig jaar waren er 187 patiënten, maar dit jaar is dat aantal met 15 procent gestegen. Het gaat om ernstig letsel: zeven ogen zijn blind geworden, waarvan er inmiddels vier moesten worden verwijderd. Eén persoon is door het vuurwerk volledig blind geworden.

Voor oogartsen zijn deze cijfers een duidelijk teken dat consumentenvuurwerk “extreem onveilig” is. “Nederland is klaar voor een landelijk consumentenvuurwerkverbod,” stellen ze. Dat verbod is vorig jaar door het parlement goedgekeurd en zou de komende jaarwisseling ingaan.

Er komt mogelijk wel een uitzondering voor vuurwerkverenigingen. Volgens regels die het demissionaire kabinet vorige maand presenteerde, kunnen die een ontheffing aanvragen. Leden zouden dan, mits ze aan strenge voorwaarden voldoen (zoals nuchter zijn en onder toezicht van twee volwassenen), toestemming van de gemeente kunnen krijgen om vuurwerk af te steken.

Veel burgemeesters van grote steden staan echter niet te springen om dit plan. Zij maken zich zorgen over de duidelijkheid en de handhaving. Toch heeft een meerderheid van de Tweede Kamer aangedrongen op mogelijke uitzonderingen, waar het kabinet gevolg aan moet geven.

Oogartsen pleiten al jaren voor een verbod en krijgen de laatste jaren steeds meer steun van andere medische organisaties, de politie, de brandweer en grote gemeenten. De bekende oogarts Tjeerd de Faber, die afgelopen december aankondigde te stoppen, is een van de vele artsen die hier actief voor is.

Bekijk origineel artikel