72 tijgers gestorven door ziekte-uitbraak in Noord-Thailand

In het noorden van Thailand zijn deze maand maar liefst 72 tijgers in gevangenschap overleden — vermoedelijk door een combinatie van een zeer besmettelijk virus én een bacteriële infectie. De autoriteiten zijn hard aan het werk om de uitbraak te stoppen: tijgerverblijven worden grondig ontsmet, en onderzoekers proberen nog steeds de exacte oorzaak vast te stellen.

Volgens het regionale veeteeltbureau in Chiang Mai is het hondenziektevirus (CDV) de hoofdverdachte. Daarnaast vonden dierenartsen ook een secundaire bacteriële infectie bij de dieren. Eerder werd nog gesproken over ‘kattenziekte’, maar dat bleek niet helemaal juist — het gaat dus om een ander, maar wel verwant virus. De eerste symptomen traden op vanaf 8 februari, en sindsdien is het aantal sterfgevallen snel gestegen.

Behandelen blijkt uiterst lastig. Zo legde de directeur-generaal van de nationale veeteeltautoriteit uit: “Honden en katten leven dicht bij ons, dus als ze klachten krijgen, kunnen we meteen ingrijpen. Bij tijgers is dat anders. Ze leven niet in onze omgeving — tegen de tijd dat we merken dat er iets mis is, zit de ziekte vaak al veel dieper.”

Het populaire dierenpark Tiger Kingdom Chiang Mai, waar bezoekers normaal gesproken tijgers van heel dichtbij mogen bekijken — en zelfs aanraken —, is tijdelijk gesloten. De directeur van het regionale bureau voor natuurbescherming noemde het aantal doden “zeer ongebruikelijk”.

Voor context: eerder stierven in Vietnam tientallen tijgers en enkele luipaarden aan vogelgriep. En in Thailand zelf was er in 2004 al eens een grote vogelgriep-uitbraak in een tijgerdierentuin — toen gingen meer dan honderd dieren dood of werden afgemaakt om verdere verspreiding te voorkomen.

Bekijk origineel artikel

Politie vindt zes verstekelingen in vrachtwagen bij veerboot

De zeehavenpolitie heeft gisteravond zes mensen gevonden die zich verstopt hadden in een vrachtwagen — op het moment dat de wagen werd gecontroleerd bij een veerbootterminal in Vlaardingen. Het ging om een routinegrenscontrole, maar dankzij een speciale migratiehond liep het anders af dan verwacht.

Die hond, speciaal getraind om mensen te ruiken, gaf meteen aan dat er iemand in de trailer zat. Toen de politie ging kijken, bleken er uiteindelijk zes mensen te zitten: allemaal uit Afghanistan en Irak, en één van hen was nog minderjarig.

De bestuurder van de vrachtwagen — een Turkse nationaliteit — is ter plekke aangehouden wegens verdenking van mensensmokkel. Ook de zes ‘inklimmers’ (zo noemt de politie verstekelingen die zich illegaal in of onder een vrachtwagen verstoppen om naar een ander land te reizen) zijn aangehouden. Vaak wordt dit soort reizen mogelijk gemaakt door bemiddelaars — en daarom speelt mensensmokkel hier vaak een rol.

De Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) gaat nu verder met het onderzoek.

En het is niet de eerste keer deze week dat zoiets gebeurt: eerder deze week werden in Hoek van Holland zeventien migranten gevonden in een koeltrailer die onderweg was naar het Verenigd Koninkrijk. Onder hen zaten ook zes minderjarigen. Daarbij zijn eveneens twee verdachten aangehouden op verdenking van mensensmokkel.

Bekijk origineel artikel

Actrice Femke Boersma overleden — de vrouw achter de politicus, maar nooit ‘alleen’ de vrouw

Vorige week maakte de familie bekend dat actrice en cultuurpersoonlijkheid Femke Boersma is overleden. Ze werd 90 jaar oud. Haar leven was geen ééndimensionaal verhaal van ‘de vrouw van Frits Bolkestein’ — het was een tweedelige film met een sterke, eigenzinnige hoofdrolspeler: eerst op het toneel en het witte doek, daarna naast een van Nederland’s meest besproken politici… maar altijd op haar eigen voorwaarden.

Een jeugd die alles bepaalde

Femke groeide op in Amsterdam, midden in een uiterst linkse huishouding. Haar vader was revolutionair socialist — en tijdens de oorlog hielp hij Joodse onderduikers, vaak onder groot risico. In 1943 werd hij verraden. Toen de politie aan de deur stond, moesten Femke en haar moeder hem zelf uit de schuilplaats halen. Twee Joodse vrouwen die bij hen logeerden, werden opgepakt en naar vernietigingskampen gestuurd. Haar vader werd ook gearresteerd — maar overleefde de kampen. Die ervaring bleef haar leven lang een diepe, onuitwisbare stempel dragen. Later zei ze zelf dat elk gesprek met Bolkestein — wiens vader in de oorlog vier jaar gevangenzat — uiteindelijk toch weer op de oorlog uitdraaide.

Van schoolbank naar podium

Als middelbare scholier bleek Femke meer talent te hebben voor acteren dan voor het ‘blokken’. Op 18 werd ze door toeval ontdekt voor de film Het wonderlijke leven van Willem Parel — een komedie rond een typisch plat-Amsterdamse figuur. Zij speelde zijn vriendin, en zo begon haar carrière. Ze had toen al een relatie met kunstenaar Aat Veldhoen, maar toen ze zich wilde inschrijven voor de toneelschool, ging het uit: “Dat trok Aatje niet”, zei ze er later over. Ze had haar havo niet afgemaakt, maar de toneelschool haalde ze met gemak. Bij haar diploma-uitreiking kreeg ze te horen dat ze een jeune amoureuse was — iemand met psychologische diepgang, geschikt voor fijne, subtiele rollen.

En dat bleek waar. Ze kreeg direct een contract bij de Nederlandse Comedie (thuisbasis: de Stadsschouwburg in Amsterdam) en bleef daar tien jaar. Haar grootste succes? Wie is er bang voor Virginia Woolf?, in de vertaling van Gerard Reve. Het stuk trok landelijk volle zalen en werd liefst 250 keer opgevoerd. Femke speelde Honey — de jonge, kwetsbare echtgenote van een biologieprofessor. Na de Nederlandse Comedie speelde ze negen jaar bij het Zuidelijk Toneel/Globe, en in de jaren ’80 richtte ze samen Theater ’80 op: een vrouwentheatergroep waarin ze ook regisseerde. Daarnaast verscheen ze in films zoals Wat zien ik!? en Een vlucht regenwulpen, en in series als Medisch Centrum West.

De ontmoeting met Frits — en wat er daarna kwam

Haar acteercarrière was al wat minder in de spotlights toen ze Frits Bolkestein weer tegenkwam — decennia na hun platonische schoolrelatie op het Barlaeus Gymnasium. Hij had haar toen dansles geleerd, iets wat haar vader “te burgerlijk” vond: “Ik gooi mijn geld nog liever in de gracht.” Hun eerste relatie was in 1951 afgebroken, toen Frits zonder waarschuwing naar Amerika vertrok. In de jaren ’80 zocht hij haar opnieuw op — met een eigen, Engelstalig toneelstuk (Floris, Count of Holland) onder zijn arm. Ze vond het onspeelbaar (en het is inderdaad nooit opgevoerd), maar hem vond ze wel weer leuk. Ze gingen ongehuwd samenwonen — pas in 1988 trouwden ze, nadat Frits minister van Defensie werd. Koningin Beatrix vond het wenselijk dat ministers getrouwd waren. Femke hield haar eigen naam — en Bolkestein noemde dat in Opzij vanzelfsprekend: “Ik ben er een voorstander van dat vrouwen hun eigen naam houden na hun huwelijk. Dat is zozeer een stuk van je eigen persoonlijkheid.” Hij noemde zichzelf een feminist… hoewel hij nog geen ei kon bakken en het huishouden volledig aan haar overliet.

Tegenpolen — en toch perfect bij elkaar

Ze waren in veel opzichten elkaars tegenpool: zij bleef links, hij werd VVD-minister. Collega’s en vrienden namen haar relatie met Frits kwalijk — sommige vriendschappen werden zelfs verbroken. En ja, ze stopte abrupt met acteren. Maar ze vond de VVD nog steeds een verwerpelijke partij — niet omdat hij erbij hoorde, maar omdat de partij uitging van het eigenbelang. Voor haar was Frits geen echte VVD’er, maar “een wereldburger, die veel meer over de dingen nadenkt dan in zijn partij gebruikelijk is.” Ze vertelde zelfs dat ze weleens op hem had gestemd.

Op karakter waren ze ook verschillend: hij zakelijk en functioneel, zij vriendelijk en vrolijk; hij kon intimiderend zijn, zij stelde mensen op hun gemak; hij was gesloten, zij extravert. En toch pasten ze bij elkaar — juist omdat ze verschilden. Ze deelden een grote liefde voor kunst en cultuur. Misschien heeft haar invloed er ook toe bijgedragen dat Frits zich steeds sterker uitsprak tegen bezuinigingen op de cultuur — en vond dat daar nooit genoeg subsidie naartoe kon gaan.

De vrouw die hem ‘schuurde’

Femke hielp Frits op manieren die niemand op het oog had: ze organiseerde en ontving gasten bij diners thuis, raakte bevriend met Rita Kok (vrouw van Wim Kok), en hielp zo om de spanning tussen twee ongemakkelijke mannen te verzachten. Samen keken ze naar video-opnames van zijn optredens — en zij gaf hem gerichte feedback. Langzaam maar zeker werd zijn presentatie menselijker, warmer. Dat werd zichtbaar in 1998, toen ze samen optrad in het populaire programma Karel. Het campagneteam had Frits aangeraden om eens met zijn vrouw op tv te komen — om te laten zien dat hij ook een normaal mens was. Het werd geen onverdeeld succes: vergeleken met haar vlotte, spontane manier van zijn, leek Frits stijf en geremd. Toen presentator Karel van der Graaf hem een houten klaas noemde, reageerde ze rustig: “Frits kan niet acteren. Hij moet niet doen alsof.” Volgens haar was hij pas echt leuk “als hij niet in zijn hoofd, maar in zijn lijf zit.”

Van Brussel tot Laren

Toen Frits in 1999 Eurocommissaris werd, kochten ze een appartement in Brussel. Maar Femke, een echte Amsterdammer, voelde zich daar nooit thuis — en kwam er na een tijdje bijna niet meer. Mede daarom nam Frits geen tweede termijn, ondanks de wens van het kabinet. De laatste jaren brachten ze buiten Amsterdam door: sinds 2022 woonden ze samen in het Rosa Spier Huis in Laren. Frits overleed daar eerder dit jaar. Vorige week overleed Femke Boersma er zelf — 51 weken na haar man.

Bekijk origineel artikel

Italianen in rouw: Peuter Domenico (2) overleden na mislukte harttransplantatie

In Napels is een tweejarige jongen, Domenico, overleden — zeer waarschijnlijk als gevolg van fouten tijdens en na een harttransplantatie. De peuter had al langer een ernstige hartaandoening en werd vlak voor kerst opgenomen voor een levensreddende transplantatie. Maar tijdens het vervoer van het donorhart gingen er dingen grondig mis: het hart zou zijn meegenomen in een verkeerde koelbox — zonder thermostaat en met droogijs aan de binnenkant. Daardoor werd het te koud, bevroor en raakte beschadigd. Toch besloten de behandelende artsen om door te gaan met de operatie.

Na de ingreep belandde Domenico in een coma en zijn toestand verslechterde geleidelijk. Afgelopen woensdag oordeelde een ander artsenteam dat een tweede transplantatie geen zin meer had. Ondertussen begonnen ook andere organen — zoals zijn nieren — te stoppen met functioneren.

Het Monaldi-ziekenhuis in Napels bevestigde vanochtend met “diepe droefheid” dat Domenico was overleden na een plotselinge verslechtering van zijn toestand. Zijn moeder, Patrizia Mercolino, vertrok tranenovergoten uit het ziekenhuis met de woorden: “Hij is er niet meer, het is voorbij.”

Het Openbaar Ministerie onderzoekt de zaak en heeft inmiddels zes verdachten aangewezen — chirurgen, artsen en paramedici — die tot nu toe worden verdacht van zware mishandeling. Nu Domenico is overleden, kan de aanklacht mogelijk worden opgevoerd naar doodslag. Of er later nog meer verdachten bij komen, hangt af van de uitslag van de autopsie.

Ook hoogstaande politici reageerden met grote emotie. Premier Giorgia Meloni belde eerder deze week al met Domenico’s moeder en beloofde dat “het recht zal geschieden”. Op X (vroeger Twitter) schreef ze: “Heel Italië rouwt om het verlies van de kleine Domenico, een strijder die nooit vergeten zal worden.” Vicepremier Matteo Salvini sprak van “een dikke knuffel van alle vaders en moeders in Italië, Domenico.” En burgemeester Manfredi van Napels noemde het een “grote tragedie” en een “zeer pijnlijke gebeurtenis”, waarbij de gemeente klaarstaat om de familie te steunen.

Bij het ziekenhuis liggen inmiddels bloemen — van mensen die Domenico nooit persoonlijk kenden, maar wel diep getroffen zijn door zijn verhaal. Zijn moeder heeft aangekondigd een stichting op te richten ter nagedachtenis aan haar zoon: “Ik wil mijn zoon niet vergeten, en deze stichting zal daarvoor zorgen. Ik zal vechten om Domenico’s nagedachtenis voor altijd levend te houden.”

Bekijk origineel artikel

Oude ‘verzetsbunker’ Soldaat van Oranje op definitieve plek geplaatst

Met een gigantische takelwagen is gisteren een klein, maar zwaar stuk geschiedenis op zijn eindbestemming terechtgekomen: bij de Noordboulevard in Scheveningen. Het gaat om een oude Nederlandse eenspersoonsbunker — geen Duitse Atlantikwall-bunker, maar een echt Nederlandse kazemat uit 1939, die tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol speelde in het verzet. En ja, diezelfde bunker waar Erik Hazelhoff Roelfzema — beter bekend als Soldaat van Oranje — mee te maken had.

Een bunker met een verhaal

“Deze bunker werd regelmatig gebruikt door verzetsmensen die via het strand mensen naar Engeland smokkelden of juist radio’s en andere spullen illegaal binnensmokkelden”, legt Jeroen Trimbos van het Atlantikwall Museum uit bij Omroep West. Het gebouwtje komt zelfs voor in de musical Soldaat van Oranje — en dat is geen toeval.

Het museum is blij dat er eindelijk een vaste plek is gevonden vlakbij het Carlton Beach Hotel. Want deze minibunker heeft een behoorlijk bewogen leven achter de rug. Gebouwd door het Nederlandse leger in 1939 als onderdeel van de kustverdediging, stond hij jarenlang halverwege het Kurhaus en de kop van de Noordboulevard. Totdat de boulevard zes jaar geleden opnieuw werd aangelegd… en er plots geen ruimte meer voor was. Even leek het alsof de bunker zou verdwijnen — misschien zelfs worden gesloopt. Maar het museum stapte op tijd tussenbeide.

“Veel mensen denken automatisch aan Duitse bunkers als ze ‘Atlantikwall’ horen”, zegt Trimbos, “maar dit is een echte Nederlandse kazemat — een S3-kazemat, om precies te zijn.” Met drie schietgaten, muren van 80 centimeter dik gewapend beton en slim weggecamoufleerd in de strandmuur, moest hij bescherming bieden tegen een aanval vanaf zee. Al werd hij nauwelijks gebruikt door het Nederlandse leger: toen hij klaar was, stonden de Duitsers al voor de deur. En de bezetters? Die gebruikten hem ook niet — hun eigen Atlantikwall-systematie paste er simpelweg niet bij.

Van kustverdediging naar verbindingspunt

Toch kreeg de bunker een nieuwe, veel spannendere functie: als verborgen uitvalsbasis voor Engelandvaarders. Via operatie Contact Holland werden verzetsstrijders vanuit Engeland overgevaren en aan land gezet bij dit stuk strand — vaak vlak bij of zelfs vanuit de bunker. En andersom werden mensen van hieruit opgepikt om terug te keren naar Engeland. Voor Hazelhoff Roelfzema liep dat goed af. Maar niet altijd.

“In 1942 schuilden hier ook verzetsmensen nadat ze de boot die hen naar Engeland zou brengen niet hadden gevonden”, herinnert Trimbos zich. “Helaas werden ze ontdekt door een Duitse patrouille. Dat eindigde tragisch.”

Dat soort verhalen maakte de bunker onmisbaar voor het museum — en reden genoeg om hem te redden. Al was dat geen wandeling in het park. Zes jaar lang stond het betonnen gebouwtje opgeslagen naast de Pier van Scheveningen, terwijl men op zoek was naar een permanente plek. En gisteren was het dan eindelijk zover.

Zwaar werk, zwaar verhaal

“De bunker weegt 123 ton”, vertelt aannemer Dirk-Jan van den Boogaard. “Sinds afgelopen zomer zijn we al bezig met deze verplaatsing. We moesten de juiste kraan vinden die dat gewicht aankan — én de helling hier vlak maken, want een kraan mag nooit op een helling staan.”

Maar het was de moeite waard. “Na al die jaren zijn we heel blij dat de bunker nu eindelijk een definitieve bestemming krijgt”, zegt Trimbos. “En dat hij zo’n mooi monument wordt voor alle Engelandvaarders.”

Bekijk origineel artikel

Jan Traa: de Helmondse tattoo-artist die nog steeds op lichamen leeft

Hij was een echte kunstenaar met inkt in zijn aderen, hield van oude auto’s opknappen met z’n vader, en was de ‘huistatoeëerder’ van kickbokser Nieky Holzken — maar bovenal was Jan Traa een onvergetelijke figuur uit Helmond. Zes jaar geleden stopte hij op 49-jarige leeftijd met leven. Toch is hij nergens echt weg. “Hij leeft voort op de lichamen van anderen”, zegt zijn zus Tanja (50) uit Helmond.

Samen met naamgenoot Jan Netten runde hij de tattooshop Classic Tattoo in Helmond — een plek waar hij niet alleen tatoeages zette, maar ook verhalen vertelde, lach deed opkomen en mensen écht zag. Op Tanja’s onderarm begon het met een eenvoudige lotusbloem. Het moest uiteindelijk een volledige sleeve worden… maar die is nooit afgemaakt. “Zijn leven werd in zijn hoofd te zwaar”, vertelt ze zacht. “Hij voelde zichzelf niet altijd thuis in deze wereld. Een bijzonder persoon — maar ik denk dat hij niet altijd begrepen werd. Dat herken ik wel een beetje.”

Ze beschrijft haar broer als een ‘hele vrije geest’: ongekend creatief, vrijheid liefhebbend, en vaak wat ongemakkelijk met regels. “Een echte vrije vogel. Alles wat hij aanraakte, kon hij in goud veranderen.” Grappig, hardwerkend, recht door zee — en heel duidelijk over wat hij wél en níet wilde doen. “Als hij iets niet wilde tatoeëren, dan deed hij het gewoon niet. Hij stond 100% achter zijn werk. ‘Ik zet iets goed of ik doe het niet’, zei hij altijd. Grote mond, klein hartje.”

Tanja weet dat veel mensen Jan pas echt leerden kennen als ze hem beter leerden begrijpen. “Als je hem niet goed kende, was hij moeilijk te peilen.” Na zijn overlijden was het voor haar langdurig lastig om naar een andere tattoo-artist te gaan. “De eerste jaren voelde het bijna als vreemdgaan — alsof je iemand anders vraagt om iets te doen wat alleen jouw broer mocht.” Daarom heeft ze haar sleeve ook nooit laten afmaken. “Dat stukje is van hem. Ik heb na zijn dood wel zijn naam bij zijn ontwerp laten zetten — als een soort handtekening onder zijn werk. Dat heeft Jan Netten, zijn oude partner, voor me gedaan.”

En ja — die andere Jan werkt nog steeds bij Classic Tattoo. En samen met hem staat nu ook Lola, de kleindochter van Jan Traa. “Hoe mooi is het dan dat zijn jongste dochter precies die passie voor inkt voortzet?”

Zes jaar later blijven mensen Tanja nog steeds hun tattoo tonen die Jan ooit gezet heeft. “Ik vind het fijn dat zoveel mensen nog met zijn plaatjes rondlopen. Want Jan zelf stond ook vol — letterlijk. Ik heb hem na zijn overlijden samen met zijn dochter aangekleed en opgebaard. Zijn hele levensverhaal stond op zijn lijf. Dat was zo mooi.”

Tanja en haar familie hopen dat Jan in Helmond nooit vergeten raakt. “Hij was een prachtig mens met een uniek karakter.” Zelf is ze nu 50 — dezelfde leeftijd als haar broer toen hij stopte met leven. “Het afgelopen jaar was heel dubbel. Ik ben wél 50 geworden… en hij niet.”

Dit verhaal maakt deel uit van de rubriek Mijn tattoo en zijn verhaal.

Bekijk origineel artikel